donderdag 10 januari 2013

Weblogbrief 8.12, 10 januari 2013


Weblogbrief 8.12, 10 januari 2013

         ¡Mecachis en la mar! ¡Ostras! ¡Jolín! ¡Cáscaras! ¡Rayos y centellas! ¡Caray! Dat is wat je noemt een hele serie potverdriedubbeltjes. En dan laat ik het bekende ¡Caramba! nog maar even voor wat het is. Langs deze, mij sympathieke weg heb ik de eer om jullie nu al met mijn alweer twaalfde weblogbrief van deze winter in Las Palmas te confronteren. Ga er maar eens goed voor zitten; hij is de moeite van het lezen, en wie weet herlezen, best waard. Er zitten heel wat uren van mij in zo’n brief, dus vijf minuten doorsnuffelen vind ik aan de minne kant.

         Ik begin slechts drie dagen terug, op de 117de verjaardag van oma Mai Knipschild (een wereldrecord?) als ze nog geleefd had. Ik had op de maandagmorgen voor mijn vorige brief voldoende kruit verschoten en dacht: ik kan hem al wel even op de faculteit gaan “posten”. Het leven leek hier immers weer normaal te zijn geworden, vond ik, zonder verdere “Felices Fiestas”, of het zou in verband met het aanstaande carnaval over vier weken moeten zijn. Bleken niet alleen de scholen nog een extra dagje gesloten te zijn, datzelfde was aan de hand met vele andere bedrijven. Kennelijk had “men”, zonder mij daar persoonlijk van in kennis te stellen, besloten dat die maandag nog een vrije dag was, omdat de drie koningen in het weekeinde aan waren komen zetten. Sommie winkels in mijn buurt waren wel open, vooral de cafés, maar diverse andere niet. De banken en de overheidsinstellingen hadden duidelijk nog het drietal van goud, wierook en mirre in hun benen.
         Op weg naar de universiteit dacht ik steeds pregnanter: het faculteitsgebouw zal toch wel open zijn? De toegangsdeur naar het gebouw stond open, maar bijv. de kantine beneden was dicht; de stoelen daar stonden keurig opgestapeld. In de grote ruimte opzij links zag ik tientallen studenten, dat weer wel, die zich kennelijk op hun examens aan het voorbereiden waren. Lluis was niet op zijn kamer op de begane grondetage, maar bij Lluis weet je het nooit helemaal. Hij kan zo maar de avond ervoor in Camp Nou bij Barcelona hebben gezeten en vandaag op zijn dooie gemak richting Gran Canaria zijn gevlogen. Ik naar boven met de lift naar de zesde etage en daar was het muisje stil, geen kip te bekennen! De toegangsdeur naar o.a. de Predimed ruimtes was op slot en omdat ik er geen sleutel van had, kon ik niet naar de kamer van Cristina om te computeren.
         Wat nu gedaan? Gelukkig had ik ook de sleutels van Jorges oude kamer op het eind van de gang, uit een ver verleden, bij me. De ruimte daar was vervolgens de plek van de secretaresse van de groep geworden, de lieve Jaiza, helaas intussen afgedankt. En in de voormalige kamer van Jorge ernaast zaten tegenwoordig, maar niet nu, de twee assistentes van het Predimed project, Jacqueline en Elena. De buiten- en binnendeur gingen gemakkelijk van het slot. In de assistentenkamer heb ik vervolgens mijn weblogbrief de deur uit gedaan en ook nog de nodige e-mailtjes gelezen en verstuurd. Ook bepotelde ik de laatste aanwinst op www.harryknipschild.nl, een artikel over een plaats in Myanmar (Birma) waar Harry zich met Greetje in 2006 had begeven, vijf jaar voordat Trudie en ik er waren. Myanmar, het blijft een apart land. Ik kreeg er een godshekel aan al die boeddhistische monniken die te beroerd zijn om de handen uit de mouwen te steken en bij voorkeur bedelend door het leven gaan.
         Een mens in den vreemde moet soms echt de nodige “kattepokkele” uithalen om zijn publiek, jullie dus, op tijd van informatie te voorzien. En toch, het lukte me wonderwel en tevreden stond ik uiteindelijk weer bij de halte van bus 12 om me terug naar “El Castillo De La Luz” te laten vervoeren voor een flinke hap uit mijn laatste boek.

         Wachtend op de bus zag ik op een muur een slagzin staan die ik overal in de stad al was tegengekomen. “La educación no es un negocio.” Er stond een hamer en sikkel bij afgebeeld, dus ik denk dat de Partida Popular er niet achter zat, of het zou in negatieve zin moeten zijn.

         En dan moet nu eigenlijk mijn muziek komen, maar helaas, pindakaas, Jorge laat het al een tijdje afweten en op mijn iPod staan nogal eens losse nummers en geen hele cd’s. Laat ik er het beste van proberen te maken en jullie te vertellen dat ik de nieuwste cd van Lucinda Williams natuurlijk bij Jorge heb opgevraagd, maar hij is niet van C&W, dus is het maar de vraag of die cd er ooit komt. Ik had Lucinda Williams helemaal compleet, maar had is geen heb. Wat ben ik verguld met nummers als “Blue” en “Lake Charles”. Dat laatste nummer staat op mijn iPod, dus hier is-t-ie...
         In the same vein, om het op zijn Americana te zeggen, ben ik op zoek naar het nieuwste werk van Mary Gauthier. Ik mis The “Foundling” (2010), “The Foundling Alone” (2010) en “Live At The Blue Rock” (2012). Er zal wellicht nog wat overlap in zitten, maar ik vind dat ik download Jorge er best mee lastig kan vallen, al is C&W niet zijn ding. De cd van daarvoor, “Between Daylight And Dusk” uit 2007, is waarschijnlijk compleet foetsie, maar de vier eerste heb ik wel in Maastricht liggen: “Dixie Kitchen” uit 1997, “Drag Queens In Limousines” uit 1999, “Filth And Fire” uit 2002 en “Mercy Now” uit 2005. Op mijn iPod staan de nummers van die vier cd’s die ik destijds bij het opnemen bijzonder vond:
Goddamn Hiv
Rock And Roll Lies
Mama Louisiana
Drag Queens In Limousines
Karla Faye
I Drink
Evangeline
Different Kind Of Gone
Lifetime
Walk Through The Fire
Camelot Motel
Falling Out Of Love
Mercy Now
I Drink (2de keer)
Drop In The Bucket
         Via Rocky heb ik ook nog de band van een optreden van Mary Gauthier in Nederland, in de Tom Tom Club (in Heythuizen?). Daarop staan nogal wat van bovenstaande nummers en bovendien nog
For Rose
Long Way To Fall
Goodbye
Let Me Out, Set Me Free
Sugar Cane
Lady Of The Shooting Star
Christmas In Paradise
         Bij gebrek aan het nieuwste van het nieuwste maak ik van Mary Gauthier nog maar eens mijn artieste van de week. Zo’n nummers als “Drag Queens in Limosines”, “Karla Faye”, “Camelot Motel”, “Lifetime” en bovenal “Drop In The Bucket”, eerder “One year” geheten, als je die hoort, ben je meteen verkocht, ik in ieder geval. Mary Gauthier kan wat mij betreft met gemak de concurrentie aan met de beste Country- en Folkzangeressen. Jorge, moet ik het voor je in het Spaans vertalen? Downloaden graag, de nieuwste cd’s van het mens.

         Terug naar de maandag, ik heb ook nog iets heel aardigs van die avond. Thuis gekomen keek ik in mijn brievenbus, waar tegenwoordig nog maar zelden iets van waarde in zit, en ontdekte zo waar een cadeautje. De drie koningen hadden mij het boek “High Fidelity” van Nick Hornsby gebracht. De naam Nick Hornsby staat mij vaag bij; het boek ga ik zeker lezen en er hier ook verslag van doen. Wat later op de avond meldde zich Noé met een Sms'je waarin hij mij vroeg om op vrijdagavond, vanavond dus, mijn opwachting te maken bij uitsloverij Tasquita Cambullenera. Dat zal ik straks dan maar gaan doen!

         Las Palmas had een tijd terug een eredivisie voetbalteam dat het de concurrent in Barcelona, Madrid of Valencia best moeilijk kon maken. Vandaag de dag speelt de U.D. Las Palmas een divisie lager; het topvoetbal is financieel niet meer bij te benen. Intussen draait de basketbalploeg wel nog mee in de hoogste regionen. Als ik de bus van Santa Catalina langs de kust naar het zuiden neem, kom ik nog voor San Telmo langs het basketbalstadion. Bij de ingang hangt een groot affiche van vier in effen geel geklede spelers, ongetwijfeld allemaal meer dan twee meter lang. Die spreken mij toe met: “Juntos somos un equipo.” Samen gaan we ervoor, lijkt me een adequate vertaling.

         Alles is relatief. In Nederland lopen de honden normaliter bloot rond buiten, zonder jasje. Alleen in de winter, als de temperatuur het vriespunt nadert of daar zelfs onder duikt, zie ik wel eens viervoeters op straat, vooral het kleinere spul, die enigszins ingepakt zijn. In de Nederlandse zomer is een hond met een pakje aan ondenkbaar.
         Gaan we naar Las Palmas. Ook hier is het momenteel winter en dus zie ik ’s avonds wel mensen op straat lopen met een jas aan, meestal losjes om. Het is niettemin ook ’s avonds nog best goed uit te houden, de temperatuur is rond de 20 graden, vooruit wat later op de avond 18, maar lager ga ik niet. En wat gebeurt er met het hondenras? Ik zie, omdat het nou eenmaal hartje winter is, de ene na de andere “canis” voorbijkomen in een mantelpakje of gabardine. Zelfs ontwaar ik af en toe een mutsje voor het beest. Zijn ze hier nou helemaal van God los? Een temperatuur van 20 graden ’s avonds, daar doen wij het in Nederland voor in juli.

         Gisteren, woensdag dus, vierde mijn weledelgestrenge dochter weer eens haar verjaardag, 36 is ze intussen, drie jaar ouder dan Jezus Christus bij zijn noodlottig overlijden vlak voor Pasen. “¡Cumpleaños feliz!” Ik heb woensdagmiddag speciaal op haar gezondheid mijn tweede portie zuurvlees gegeten; de derde bewaar ik voor als Lux 3 wordt, de 27ste. Trudie, de keukenprinses van het zuurvlees, zal het drie dagen daarna met mijn laatste gehaktballen moeten doen. Uiteraard was er ook telfonisch contact van Las Palmas naar Amsterdam. En het kan niet op, speciaal voor haar lag gisteravond “Evangeline” van Mary Gauthier, zie boven, op de draaitafel.
         Vraag aan jullie: in welk jaar was ik, nu 66, twee keer zo oud als haar? Voor de slimmeriken onder jullie, die een moeilijkere vraag willen, heb ik een raadseltje paraat, waarbij enig echt nadenken vereist is. Het gaat over de leeftijd van twee mensen, als fictieve namen kies ik voor Lux en Dalí, maar bijv. Renske en Anoek zijn net zo goed. Daar gaan we, in cursief: Lux en Dalí zijn nu samen 63 jaar oud. En Lux is nu twee keer zo oud als Dalí was, toen Lux zo oud was als Dalí nu is. Hoe oud zijn Lux en Dalí op dit moment?

         Tot mijn favorieten aller tijden behoort een nummer van Perez Prado, “Mambo No. 8”. Het lied begint met “uno, dos, tres, cuatro, cinco, seis, siete, ocho” en dan barst het los. Hier is mijn Spaans lesje. Ga door met tellen tot laten we zeggen 21. Vooruit, daar gaan we: “nueve, diez, once, doce, trece, catorce, quince, dieciséis, diecisiete, dieciocho, diecinueve, veinte, veintiuno...”
         En voor de mensen die dit rijtje al uit hun hoofd kennen, omdat ze het bijv. op Spaanse les in Nederland gehad hebben, heb ik een tweede lesje. Eén van mijn favoriete eethuizen hier is Casa Carmelo (niet: Caramelo) aan Las Canteras bij de punt. Voor vis kun je bij tweelingzus La Marinera terecht, maar voor wie zich echt eens op een portie geroosterd vlees wil storten, is dit het adres. In afwachting van je stuk koe - ik doe er graag een gemengde salade bij - krijg je doorgaans twee sausjes van het huis met brood opgediend, heerlijk. En nu komt het: om de moed erin te houden, komt de ober na afloop bij je koffie aanzetten met drank van het huis: rum caramel, “ron caramelo”.
         Nou was ik onlangs bij de Spar en daar was de rum caramel, 20% alcohol, in de aanbieding, dus heb ik een kruik meegenomen. Hier is het Spaanse tekstje op de kruik: Destilería Santa Cruz de Tenerife ha desarrollado un extraordinario licor fusionando una base de ron Santa Cruz con caramelo toffe. Recomendamos tomarlo combinado con refresco o sólo, sirviéndose siempre muy frio.”
         De firma is van Santa Cruz de Tenerife, mag dat wel? Ik weet het: wij van Gran Canaria drinken rum “als water”, als het moet met wat coca cola, maar de rum dient wel van Gran Canaria zelf te komen, bijv. Arucas of Telde, niet van een ander Canarisch eiland of nog erger, ergens uit de “peninsula” of Midden-Amerika. Dus neem ik mijn kruik “ron caramelo” mee naar Maastricht over een aantal weken en verras daar op de Waldeck Pieringestraat mijn gasten mee “met de koumende vastenaovend”.

         En nog is mijn Spaanse lesje niet compleet. Ik heb deze week ook een Spaans stukje voor de mensen die Spaans spreken of het Nederlands is. In de Ripoche hier bij mij om de hoek ontwaar ik sinds deze week een tweede “panadería” van Granier, “boutique del pan” voor al jullie “panes artesanos”, na die aan de boulevard, waar Ton & Marion een maand terug hun en mijn “cruasanes” kochten. De winkel maakt goede sier met: “Un pan hecho con amor es una creación única”. De zaak loopt als een tiet en wat staat op de gevel onder het verzamelwoord “Los blancos”? Daar gaan we “pan de aceite, xusco, ¼ artesano, pan francés, pan integral, pan inglés, fougasse, fabiola, hamburguers, pan de viena, pistolets”. Voor “e piestoleke” is Granier kennelijk ook de zaak waar ik zijn moet. Maar er is nog meer. Onder “Los blancos” staat op de gevel in dezelfde kapitalen “Texturas medias”. Daaronder vallen, ik heb het niet zelf bedacht: “xapata, xapela, galleco, corona bordelaise, centeno, miel y semillas, la tabatiere, bretzel, pan de máquina, picado andaluz, mollete, telera de córdoba”. Zij van Granier hebben dus ook mijn “pan galleco”, stokbrood op zijn Gallicisch. En zelfs voor wie nog weer ander brood wil, bijv. in de sector “Los firmos” of “Con semillos”, staan de dames achter de toonbank eveneens gereed. En dus zijn ze er ook goed voor mijn “alemán”, zelfs een niet zes-, maar zevengranenbrood. Een Aziaat die buiten met mij naar de gevelsteen stond te kijken, vertrouwde mij toe, in zijn beste Spaans: “De verdad, tienen todo”, ze hebben echt alles. Aan Granier heeft de broderie van de Spar in dezelde Ripoche een geduchte concurrent.
         De uithangborden doen me overigens denken aan die van een bakkerij aan de boulevard, die er een of enkele jaren terug mee opgehouden is. Ik vermoed dat men onder een nieuwe naam weer van voor af aan begonnen is en het kan nu niet op: toutes Las Palmas spoedt zich nu naar een van de Granierzaken om zijn “Geef ons heden ons dagelijks brood” in te slaan.
         Enne...op de valreep: de Granier aan de boulevard heeft sinds een paar dagen alweer een concurrent, Vicondesa, een “boutique de pan” met exact dezelfde producten. Bij de jongens van Vicondesa kun je daarnaast taarten en bonbons kopen, dus het laatste woord over de broodoorlog hier is nog niet gezegd.

         Het lijkt me alleszins gerechtvaardigd dat ik nu een einde aan mijn brief brei. Ik ga ervan uit dat jullie, althans het Maastrichtse deel van mijn “volgers”, zondagmiddag present zal zijn bij de “schwajeuzen intoch en oetrope” van de nieuwe prins carnaval, van Groot-Maastricht volgens de Tempeleers. Laat ik hier alvast verklappen dat de bekende kelner van café van Bommel, die het beide vorige jaren goed voorspelde, dit jaar aan de beurt is op het schavot op de markt om even over 3 uur. En om de zaak te compliceren zal die ochtend zijn mededeling op Facebook verschijnen dat ik de nieuwe prins word.
         Wanneer mijn volgende brief uitkomt, is nog onzeker. Het wordt naar alle waarschijnlijkheid woensdag, maar kijk eventueel dinsdag alvast eens of er al wat ligt. Voor nu, de liefde van een man gaat door de maag (naar de darmen), breek eens een potje en tot ziens maar weer, hasta luego, prins Paul d’n ierste.
    
BOEKBESPREKING

         Deze keer heb ik maar een enkel boek ter recensie. Dus begin ik mijn boekbespreking eerst eens met jullie te vertellen wat hier de best verkochte boeken van dit moment zijn. Ik begin met een drieluik in de buitencategorie. Ook in Las Palmas, net als elders in de Westerse wereld, gooit E. L. James uiteraard zeer hoge ogen met zijn trilogie Cinquenta Sombras. Deel 1 heet in het Spaans “De Grey”, deel 2 “Liberadas” en de trilogie is compleet met “Más Oscuras”. “Sí, esta es la trilogía de la que habla todo el mundo”, heeft de uitgever op de kaft laten zetten, “totalmente adictiva, te obsesionará, te poseerá y queradá para siempre en tu memoria.” Vijftig schaduwen, vertaal ik maar even, volgens mij is dat een softpornoboek dat dames van middelbare leeftijd, die niks akeligers te doen hebben, op hun nachtkastje hebben liggen. Dit maakt de Spaanse Volkskrant, El País, ervan: “Un acontecimiento viral que ha corrido de foro en foro creando una hermandad secreta de fans.” Als lid van het mannelijk geslacht hoef ik godzijdank niet tot zo’n fanclubje toe te treden.
         Gaan we naar de top 3 van de rest van de boeken. Op drie zie ik een werkje van María Dueñas. Van de dame heb ik nog niet gehoord en het boek ken ik evenmin, “tampoco”. Het heet: “Misión Olvido” en mijn eerste indruk is dat het meer een damesboek is dan een spannende detective.
         We tellen omlaag, dus hier is nummertje 2. Van schrijver Arturo Pérez-Reverte heb ik wel eens een boek gelezen, zelfs een thriller, iets met een schaakbord, herinner ik me. Zijn allernieuwste, dat hier in de winkels loopt als een trein, heet: “El Tango De La Guardia Vieja”. Misschien ga ik dat nog eens tweedehands kopen (maar niet nu).
         En dan is de tijd aangebroken voor het boek der boeken, de absolute topper, op één met stip, nota bene een boek van een allochtoon, die het presteert om hier ieder jaar weer opnieuw met de beker naar huis te gaan. Ik heb het uiteraard over Ken Follett, in Nederland een beetje tweede keus, maar in Las Palmas al een aantal jaren “the man of the match”. Zijn laatste proeve van bekwaamheid, uit 2012, is getiteld: “El Invierno Del Mundo”. Als de Nederlandse uitgever niet raar doet, ligt het bij jullie in de winkel als “De Winter Van De Wereld”. Eerlijk is eerlijk, wie enigszins op de hoogte wil blijven van wat er in de Spaanse boekenwereld omgaat, kan niet om “El Invierno Del Mundo” heen. Bij El Corte Inglés hangt zelfs een grote foto van Ken Follett op de boekenafdeling.

         En na deze aanloop mag ik aan de recensie van het enige boek beginnen dat ik helemaal uit heb. Ik las de afgelopen dagen de zoveelste voltreffer van Michael Connelly, de ongetwijfelde miljonair van Los Angeles, omdat hij al zo heel veel uiterst leesbare thrillers op zijn naam heeft staan, bijna allemaal met politierechercheur Harry Bosch in de hoofdrol. Ook het onderhavige boek, “Nine Dragons”, speelt in Los Angeles, maar wel met een uitgebreid uitstapje naar Hong Kong. Het boek werd gepubliceerd in 2009. En waarom heet het boek “Nine Dragons”, negen draken? Er waren vroeger dertien belangrijke mannen en als er daar vijf van vermoord worden, blijven er acht over, die later acht triaden vormen. De keizer spreekt van acht draken, maar dan wordt hij erop gewezen dat hij zelf ook een belangrijk man is, een “dragon”. Dan zijn we met zijn negenen, “Nine Dragons’, maakt hij ervan.
         De collega van Harry Bosch in het drakenboek heet Ignacio Ferras, maar die blijkt liever aan zijn bureau en bij vrouw- en kinderlief thuis te zitten dan dat hij er met Harry op uittrekt. Als oude man (mijn leeftijd!) John Li van winkel Fortune Liquors vermoord wordt, krijgt Harry gelukkig wel hulp van een andere politieman, de Chinees sprekende David Chu. Al snel zijn daarna Li’s kinderen Robert en Mia in beeld plus Robert’s partner van een tweede Fortune winkel Eugene Lam. En zowaar wordt daarop verdachte Bo-Jing Chang opgepakt, maar die geeft geen krimp.
         Weer even later wordt de tienerdochter van Harry Bosch, Maddie, in Hong Kong gekidnapt. Ze woont daar met zijn ex-vrouw Eleanor Wish. Harry gaat er prompt heen om orde op zaken te stellen, maakt kennis met Eleanor’s nieuwe vriend Sun Yee en dan wordt Eleanor bij een vuurgevecht gedood. De zoektocht naar dochter Maddie loopt vervolgens langs diverse lijken, maar eindigt met Harry en Maddie samen in het vliegtuig terug. Daarna gaat het verhoren nog eventjes door in Los Angeles, voordat we (ik dan) te weten komen hoe de vork in de steel zit en het naadje van de kous.
         Het is, zoals verwacht, de zoveelste onvervalste Connelly, dus wie ben ik om nog een beetje af te gaan zitten dingen. Bosch is en blijft Bosch, norser dan ooit, en ik heb de 464 bladzijden in twee dagen uitgelezen. De spanning is af en toe te snijden! Mijn enige minpunt betreft de al te onbezonnen slachtpartij in Hong Kong na de dood van Eleanor, die er overigens wel toe leidt dat Harry zijn Maddie terugvindt. Bij een boek van Michael Connelly, ook “Nine Dragons”, is een 8 vanzelf een adequaat recensiecijfer en dat cijfer krijgt hij dan ook van mij. Goed zo! Zijn twee volgende boeken, The Reversal uit 2010 en The Drop uit 2011 liggen gereed om later ook door te nemen.         

maandag 7 januari 2013

Weblogbrief 8.11, 7 januari 2013


Weblogbrief 8.11, 7 januari 2013

         ¿Qué hay? comunistas de salón y ultraderechistas, hoe is het, saloncommunisten en rechtsradicalen? Heb ik jullie daarmee allemaal gehad? Of dien ik woorden als “crédulos”, goedgelovigen, en “centrocampistas”, middenspelers, toe te voegen? Per slot van rekening is, zoals meestal, het middenveld aan de macht in Nederland, tot voor kort nog gearmd met de soldaten van God, maar die zitten intussen op de hei. Vandaag de dag wordt de macht geclaimd door een club neoliberalen en een doos (min of meer) oudbakken socialisten. Het is niet anders.
         Het leven hier heeft zich gelukkig genormaliseerd hier, eindelijk. Afgelopen zaterdagavond, na de glorieuze rit van de drie koningen vanaf het “Castillo De La Luz” en Santa Catalina bij mij tot helemaal in Triana en Vegueta, waren de winkels tot 12 uur open, uitkijkend naar de vele klanten die nog op het allerlaatste moment een presentje wilden kopen voor een of meer van hun dierbaren. Een leuke bijkomstigheid vanaf mijn balkon: laat op de avond hoorde ik bij mij tegenover kinderen met een pistool met “knakkers”. Even later bleek dat ze een soort erwten op de stoep gooiden, die dan een beetje herrie maakten.
         Niettemin, volgend op een drukke zondag aan de boulevard is het nu “Monday, Monday”, maandag wasdag. De “circo de los horrores” kan de boom in, zodat ik weer gewoon bij Carrefour terecht kan om bijv. voor Rik een paar potjes “Pimiento verde” van Calvé te halen. De zevende kerstsstal van zand, “belén de arena”, toch al een slap aftreksel van wat het geweest is, gaat vandaag de geest geven. (Opzij van de kerststal verkopen een al te dikke man en dito vrouw gepofte kastanjes. Zij doen vooral alsof; het poffen is nagenoeg helemaal uitbesteed aan een neger, die zich werkelijk het schompes werkt, “como un condenado”. Zal hij vandaag te horen krijgen dat hij niet meer hoeft te komen?) Dichter bij huis is het tijd om de “Felices Fiestas” emblemen van de etalages te verwijderen om plaats te maken voor het aloude “Rebajas”. Kan een ieder zich naar dezelfde winkels haasten om nu een truitje of tasje met korting te bemachtigen. En terwijl de scholen morgen pas weer beginnen, stuur ik jullie vandaag al mijn tweede brief van 2013.

         Ik begin met de zaterdag. De ochtend van die dag moest en zou ik ineens naar Telde toe, een plaatsje ten zuiden van Las Palmas op een half uur bussen. Daar aangekomen op het (mij) bekende pleintje wist ik niet hoe snel ik me naar de plaatselijke slagerij moest begeven, voor de locale bevolking die van “Guillermo”. Willem zou Jan Willem zeggen. Wat had de man alweer overheerlijk vlees in de winkel en de etalage van zijn “carnicería, chacinería, charcutería” liggen. Voor wie een vertaling erbij wil: slagerij, varkensslachterij, vleeswarenwinkel. Als toetje zag ik ook nog enkele heksen, “brujas”, door de winkelruit, tussen al het moois en gezonds. Kom er maar eens om!
         Ik vervolgde mijn weg richting de kerk met het terras. Op het laatste stuk van de María Incarnación en de hoek om in de Rivero Bethencourt was een goedbedoelde “Feria De Reyes” aan de gang. Langs meer dan veertig kramen mocht ik hoppen, met diverse snuisterijen op een rijtje. De spullen waren ietsje duurder dan die van de zaterdagmarkt verderop, maar daar wordt de dienst uitgemaakt door een stelletje boeven uit Roemenië, die erop uit zijn om jullie en mij tweedehands ondergoed en dergelijke te verkopen. Op het kerkplein zelf stond de kerststal van zo’n 10 bij 5 meter nog steeds in het zonnetje. Zelfs ik bleef er even voor staan, voordat ik gewoontegetrouw de “betunero”, de schoenpoetser, over zijn kop mocht aaien. (Terzijde, dat woord moeten jullie me niet verwarren met een “butanero”. Dat is een gasmannetje, iemand die butagasflessen komt brengen; bijna had ik me hier zelf vergist.)
         Gaan we naar de enige, echte mercado central van Telde. Daar was het druk genoeg voor mij om me onopvallend onder het koopgrage publiek te kunnen mengen. Ik kocht er mijn “queso duro” voor op mijn lijvige broodjes, zeg maar broden. Bij de bakker kreeg ik zowaar een stuk roscón aangeboden; het is Driekoningen of niet. Terwijl ik buiten op een bank met mijn lunch bezig was, “¡buen provecho!”, kon ik nog een positieve gebeurtenis voor jullie oppikken. Ik zag een affiche van een voetbalwedstrijd van een para dagen eerder: Telde tegen Las Palmas, un partido benéfico para la campaña de recogida de regalos y juguetes Navidad 2012. Wie de wedstrijd gewonnen heeft, vertelt het verhaal niet.
         Pas daarna mocht ik me bij de Daily Price van Telde vervoegen. Ik kocht er drie films “en oferta” en één cd. De laatste ga ik nu gebruiken als muziekje van de week. Het gaat om 25 nummers “Too Good To Be Forgotten”, volgens mij (bijna) allemaal Amerikaans en van eind jaren 50. Of ze van slechts één grote platenmaatschappij zijn, weet ik eerlijk gezegd niet.  Ik maak er een quiz van. Ik geef jullie hieronder de nummers en mijn vraag is: van hoeveel kennen jullie de naam van de artiest(en)? Ik had er zeventien goed, eventueel zestien, als ik een vergissing niet mag goedmaken. Ik weet het, Trudie vind dat maar niks, maar wie het leuk vindt, probeer mij te verbeteren. Mensen die van oude popmuziek houden, moeten toch gemakkelijk boven de tien uitkomen. Verderop, op het einde van mijn brief geef ik bescheid. Enne... liever niet vlug alvast even op het internet gaan zoeken.
01.    Jingle Jangle
02.    Mother-In-Law
03.    For Your Precious Love
04.    Sheila
05.    The Twist
06.    Save The Last Dance For Me
07.    Indian Reservation
08.    Blue Suede Shoes
09.    Louie Louie
10.    A Groovy Kind Of Love
11.    Rhythm Of The Rain
12.    Midnight Confession
13.    Red River Rock
14.    Western Movies
15.    A Summer Song
16.    Harbor Lights
17.    Ain’t That A Shame
18.    Oh, What A Night
19.    Early In The Morning
20.    24 Hours From Tulsa
21.    Carol
22.    Lucille
23.    The Oogum Boogum Song
24.    Human
25.    Hush

         Met patat of “friete” hebben churros in het geheel niks van doen. Het zijn zoete, lichtbruine deegstengels, die gefrituurd worden voordat ze in het gat verdwijnen dat oorspronkelijk als mond bedoeld was. Ik ben er bepaald geen liefhebber van, van die churros, en trouwens ook niet van de meeste andere zoetigheid. Geef mij liever maar iets hartigs zoals in Nederland kroketten, loempia’s of oude kaas in blokjes, en hier, als tapas, stukjes pulpo met ui, gamba’s in een sausje of alweer oude kaas in blokjes.
         Terug naar de churros, het wordt nog erger met dat spul, als er warme chocolademelk bij geserveerd wordt. Min of meer huisgemaakte chocolademelk, beste jongens en meisjes, is hier nog echt donkerbruin en smaakt naar echte chocolade, niet naar een chemisch misbaksel van Unilever. Op zijn tijd laat ik me daar best voor hangen (zoals voor “verkespu”). Een litertje Reny Picot, om een merk te noemen, hoort af en toe bij de boodschappen. Je kunt het koud oplepelen als vla, maar ook opwarmen, “listo para tomar”. Echter, als mensen aan de churros gaan en die ook nog eens in de warme chocolade dopen voordat ze de deegslierten wegwerken, wordt het anders. Dan zie je het vet aan komen rollen en dat lijkt me niet echt de bedoeling. “Churros con chocolate”, dit is de tijd van het jaar, lijkt het wel, dat jeugd en ouderdom zich er graag aan bezondigt. Waar ik loop en een koffiehuis of zo zie, is het raak. Kunnen jullie daar eens mee ophouden?
 
         Jullie zijn bekend met El Corte Inglés, de Bijenkorf van Las Palmas. Daarvan zijn er hier twee. Eentje is een vele etages hoog dubbelgebouw bij mij in de buurt, aan de (Avenida José) Mesa y López, dat ik frequenteer, al was het maar om op tijd mijn voorraad Schweppes blikjes aan te vullen. De andere is een pleingrote winkel van drie etages in Siete Palmas, een “centro comercial” aan de rand van de stad, waar ik sporadisch wel eens met bus 45 heenga, ook vanwege de MediaMarkt er tegenover. Overal in de stad is het uithangbord van El Corte Inglés te vinden: “Sus mejores compras” met steevast de Engelse vertaling eronder: “Your best shopping”. Daar weer onder is een middelgrote plastic zak van de zaak afgedrukt, geen “bolsita”, maar “bolsa”.
         Maar heel af en toe wijkt de landelijke reclameafdeling af van deze slogan. Zoals afgelopen weekeinde, toen men adverteerde met “Felices Reyes”, zalige Driekoningen. Het hoogfeest van Driekoningen, dat is hier wat bij ons Sinterklaas is, in de vroegere tijd toen die nog niet door Santa Claus naar de achtergrond verdreven was. Voor verdere details over het verband tussen de Driekoningen en Sinterklaas en zijn Pieten verwijs ik graag naar mijn deskundige evenknie Trudie.

         “To skate” is schaatsen op zijn Engels, maar een skateboard is geen schaatsbord, maar een soort van rolschaatsplank, met voor en achter twee wieltjes. In het Spaans wordt zo’n plank ook wel een “monopatin” genoemd. Als ik het wel heb, zie ik de jongens - meisjes met een skateboard geeft het haast niet, of het zouden tomboys moeten zijn - vooral veel op hun snufferd gaan. Een jaartje skateboarden lijkt me voldoende om definitief zwakke enkels te krijgen. Niettemin, de jeugd vraagt erom en wij volwassenen weten niet hoe gauw we moeten toegeven. Aan de calle Eduardo Benot ten noorden van Santa Catalina is een heel skateboardcircuit aangelegd, met op- en afstapjes, bergen en dalen, noem maar op. Als ik er op vrijdagmiddag laat langs loop, zie ik zo’n 10 à 15 jongens gebruik van maken, Ze hebben zelf, of is de gemeente hun zelfs hierbij ter wille?, voor de nodige graffitiaankleding gezorgd. En ik moet zeggen, de jeugd die hier actief is, kan er wat van; het zijn niet de minste die op het circuit hun punten scoren. Mijn zegen hebben ze daarbij, als ik maar niet mee hoef te doen.
         Tegelijkertijd vind ik het wel opmerkelijk dat de meeste skateboarders zich juist niet bij het daarvoor bedoelde gebied ophouden, maar bij voorkeur hun rare hobby beoefenen op plekken waar kleine kinderen spelen, waar gepensioneerden zoals ik op een bankje zitten, waar ijverige huisvrouwen hun chihuahua of robbedoes uitlaten. Santa Catalina is zo’n plek. En het zijn niet de beste boarders die zich daar dag in dag uit ophouden, meer de grauwe middenmoot onder de monopatineros. Afgelopen moest dat maar eens zijn, dat enkeltje vernielen tussen een speeltuintje en een fontein. Ieder zijn stek!

         Ik vergis me nogal eens tussen twee filmsterren, die gemaakt lijken te zijn om vandaag de dag de dames bij te laten zwijmelen. Ik heb het over het tweetal Johnny Depp en Bratt Pitt. Nog eens naar hun gezichten kijkend op het internet moet ik toegeven dat ze allebei maar weinig van mij weg hebben. Depp ziet er nog het normaalste uit van de twee met zijn muizenkop en achterover gekamd haar. Pitt met zijn “knievel” en baardje van niks is voor mij iets meer de cowboy, de man van laten we eens gek doen of dat vechten we buiten uit.
         Deze week hangt Las Palmas vol met Chanel No. 5 reclames. Er zijn twee versies van hetzelfde en op allebei is Bratt Pitt de lokeend. Zijn kop op de ene plaat lijkt wel een pasfoto en op de andere houdt hij nonchalant een hand voor zijn gezicht. De bijbehorende tekst (naast uiteraard Chanel No 5) is in beide gevallen kort en krachtig “ineludible”, onvermijdelijk. Trudie en Marij, om eens een paar zijstraten van dames te noemen, zouden eerder kiezen voor “irresistible”, onweerstaanbaar.

         Heb ik het al eens met jullie gehad over de would-be parkeerhulpen? Zo nee, dan is dit het moment. In toenemende mate - crisistijd - staan op allerlei plekken in de stad, waar in de open lucht geparkeerd mag worden, mensen die de parkeerder graag behulpzaam zijn met een acceptabel plekje te vinden. Het gaat zonder uitzondering om mannen, meestal nogal sjofel gekleed, die duchtig met hun armen staan te zwaaien om de voorbij komende auto in een “veilige parkeerhaven” te manoeuvreren (met oeu?). Vervolgens is het de gasten louter en alleen te doen om de beloning voor hun interventie, nergens anders om.
         Het duidelijkste en dus ook het vervelendste vind ik het fenomeen van de parkeerhulpen bij het academische ziekenhuis, San José, met opzij daarvan het oude faculteitsgebouw, aan de zuidkant van de stad. Buiten is het een komen en gaan van vehikels die de slagboom van het ziekenhuis niet mogen passeren, en probeer dan maar eens een acceptabele parkeerplek te vinden zonder de tussenkomst van zo’n mannetje. Sommigen zijn intussen zo brutaal dat ze je al willen laten betalen voordat je op “hun” plekje mag komen. En jullie weten het: wat mij betreft, mogen alle privé-auto’s vandaag nog definitief de stad uit, ook uit Las Palmas, maar dan vind ik tevens dat die zogenaamde “guardacoches”, “vigilantes”, in een beweging mee mogen worden opgeruimd.

         En zoals beloofd is hier de aanvulling op mijn muziekje. Achter alle 25 nummers van “25 Super Oldies. Too Good To Be Forgotten” staat hieronder ook de uitvoerder.
01.    Jingle Jangle                           Archies
02.    Mother-In-Law                       Ernie-K-Doe
03.    For Your Precious Love                  Jerry Butler
04.    Sheila                                               Tommy Roe        
05.    The Twist                               Chubby Checker
06.    Save The Last Dance For Me Drifters
07.    Indian Reservation                           Paul Revere & The Raiders
08.    Blue Suede Shoes                            Carl Perkins
09.    Louie Louie                                      Kingsmen
10.    A Groovy Kind Of Love                  Wayne Fontana & The Mindbenders
11.    Rhythm Of The Rain              Cascades
12.    Midnight Confession              Grass Roots
13.    Red River Rock                      Johnny & The Hurricanes
14.    Western Movies                     Olympics
15.    A Summer Song                     Chad & Jeremy
16.    Harbor Lights                         Platters
17.    Ain’t That A Shame               Fats Domino
18.    Oh, What A Night                           Dells
19.    Early In The Morning             Vanity Fare
20.    24 Hours From Tulsa             Gene Pitney
21.    Carol                                      Chuck Berry
22.    Lucille                                     Little Richard
23.    The Oogum Boogum Song     Brenton Wood
24.    Human                                   Tommy Hunt
25.    Hush                                       Billy Joe Royal

         Dat gezegd hebbend vraag ik me af of er nog wel tijd is voor een Spaans lesje. Vooruit dan, een kleintje. Op de “Feria De Telde” pikte ik een folder mee van de www.afrikanarias.org, waarin we gevraagd worden om de honger ergens in Gambia, geloof ik, te lenigen. Ik ga hem hier niet helemaal uitserveren en beperk me tot de “ayuda directa”, een gift van 35 €. ¨Por cada 35 € donados se entregará a una familia necesitada un saco de 50 kilos de arroz y una garrafa de 5 litros de aceite, que asegura el alimento de más de un mes a una familia de al menos 7 personas. Se realizará una foto digital, con el nombre de la persona, familia, centro, empresa o colectivo que haga la donación y se hará llegar a cada donante. El arroz y el aceite se compran en los mercados locales de la zona. Los sacos son entregados familia por familia y los voluntarios que viajan se hacen cargo de sus gastos, tanto del viaje, como de la estancia, permitiendo que cada euro recaudado se convierta en granos de arroz.¨

         Ik weet het, jullie willen nu stante pede aan de slag en je (bijna) volledige spaartegoed overmaken naar de ¨niños con el estómago vacío¨. Dus sluit ik mijn brief maar in alle haast af. Het ga jullie voor de wind in de lage landen bij de zee en speciaal in Maastricht, waar het a.s. zondag op de markt wel te doen is om 15 uur precies. Hier ga ik me de komende dagen behelpen met wat zonneschijn en boeken die ik in Nederland nooit gelezen zou krijgen. Wie weet, kom ik er op het einde van de week, vrijdagmiddag, nog een keer in en zo niet, dan hebben jullie je maar te gedragen bij het ¨oetrope¨. ik ken geen pardon. En voor nu, tot ziens maar weer, hasta luego, van don Pablito.

BOEKENBIJLAGE

         Hoe zal ik de bespreking van mijn lijvige boek van deze week, bijna 850 bladzijden, eens beginnen? De titel is “11/22/63” en weten jullie dan al waarover het gaat? Stephen King, van 1947, publiceerde zijn eersteling “Carrie” in 1974 en kwam daarna met hele kratten nieuwe bestsellers. In 2012 was zijn boek over de moord op John Kennedy goed voor vijf sterren in zo ongeveer alle pers, van de New York Times via de Engelse bladen tot Vrij Nederland en terug. Dat leek me voldoende reden om het ook eens te lezen, toch?
         Het verhaal begint heel gemoedelijk. Een leraar Engels, Jake Epping, is aan het eind van zijn schooljaar ergens in de staat Maine en praat nog even na met de conciërge, Harry Dunning. De leerlingen maken die uit voor hoptoad, pad. omdat hij erg met zijn been trekt. Dat heeft te maken met een meervoudige moord, toen hij een kind was, en waarbij de rest van het gezin Dunning om het leven kwam. Daarna gaat Jake naar zijn dagelijkse, ouderwetse eethuis met Al Templeton aan het roer, “Al’s diner”. Hij vraagt hem waarom zijn hamburgers zo goedkoop zijn en dan zegt die dat hij ze van een slager betrekt die een halve eeuw eerder leefde. Via een rabbit-hole daalt hij daarvoor steeds opnieuw af naar 9 september 1958, om twee voor 12, om ze op te halen. Al is helaas op sterven na dood, longkanker, en vraagt Jake om een gunst. Zou die misschien, nu hij het zelf niet meer kan, in zijn plaats kunnen teruggaan naar 1958, dan vijf jaar wachten om vervolgens de moord van Lee Oswald op John Kennedy in Dallas te voorkomen.
         Gaan we naar 1958 met Jake Epping, die zich nu George Amberson noemt. In de plaats Derry schiet hij allereerst Frank Dunning dood, de vader van Harry, die daarmee niet de kans krijgt om zijn gezin uit te moorden. Vervolgens zorgt hij ervoor dat Carolyn Poulin niet verlamd raakt door een schietincident. Als dingen de eerste keer niet direct en helemaal overtuigend lukken, gaat hij terug naar 2011 en komt er een reset, als hij daarna weer naar 1958 gaat via zijn rabbit-hole . Niettemin, “the past is obdurate”, het valt bepaald niet mee om het verleden te manipuleren. Voor wie van terugkerende zinnetjes houdt, heb ik ook nog: “Life turns on a dime”.
         Jake/George trekt zich terug in het plaatsje Jodie, bij Fort Worth op ruim 100 mijl van Dallas, waar hij in 1958 Engelse leraar wordt aan een middelbare school en daarnaast schrijver van een roman. Namen van mensen van zijn school hier zijn o.a. Mimi Corcoran, Deke Simmons, Ellen Dockerty en vooral Sadie Dunhill, de jonge bibliothecaresse met wie hij een liefdesrelatie begint. Later wordt zij in het gezicht zwaar verminkt door haar ex-man Johnny.
         Enkele jaren later begint Jake/George met zich te verdiepen in Lee Oswald, de latere moordenaar van Kennedy. Die was eerder naar Rusland was uitgeweken, maar is in 1963 weer terug in het land, met zijn jonge Russische vrouw Marina en hun kind Julie, vlak voor 22 november ook nog Audrey. Andere interessante figuren uit de kring van Oswald zijn o.a. George de Mohrenschildt, George Bouhe en als tegenhanger meld ik hier generaal Edwin Walker.
         Voor de apotheose gaan we uiteraard naar de zuidoosthoek van de zesde etage van de Texas School Book Depository, aan Dealey Plaza op de intersectie van Houston en Elm Steet in hartje Dallas. Een vlindereffect is zo iets als wanneer je ergens in China een vlinder doodslaat, er veertig jaar later daardoor een aardbeving in Peru zal plaatsvinden. Zal Jake/George de 35ste president van de Verenigde Staten redden en wat is het vlindereffect daarvan? Ziet de wereld er in dat geval in 2011 heel anders uit dan nu, veel beter?
         Het moge duidelijk zijn dat ik “11/22/63” met bijzonder veel plezier en spanning gelezen heb. Stephen King, ik vind hem niet echt een thrillerschrijver, meer een bijzonder aangename fantast, maar wat is het genieten geblazen met dit boek. Daarbij past uiteraard een exquise beoordeling. Ik geef Stephen King voor zijn “11/22/63” als recensiecijfer een 9-. Het had een volle 9 kunnen zijn, als hij de dagen voor 22 november 1963 ietsje normaler had behandeld. Maar goed, dit boek gaat in mijn handbagage terug naar Maastricht, voor een gewone koffer is het te apart. En Harry, dit lijkt me nou echt een hedendaags geschiedenisboek voor jou, met tussendoor voldoende popmuziek uit de jaren 1958-1963, zie boven bij mijn muziek, om bij de les te blijven.

         Het is nog niet op in deze korte week. Ik heb ook nog een boek uitgelezen van Don Winslow. Kennen jullie die wel, of liever kennen jullie die nog, want ik heb eerder hier boeken van hem lovend besproken. Hier en nu vraag ik aandacht voor een boek van hem uit 2009, “The Gentlemen’s Hour”. Het is het vervolg op “The Dawn Patrol”, maar het boek laat zich op zichzelf goed lezen. Het speelt, zoals dat hoort bij Don Winslow, in het Amerikaanse San Diego en vlak daarbij La Jolla. Dat spreek je, zie blz. 52 van het boek, uit als “Luh Hoya”. In het Spaans is een “joya” een juweel, maar ik ga met de schrijver voor “hoya”, kuil.
         Spraakmaker in het boek is Boone Daniels, die een winkel runt voor surfspullen en daarbij als ex-politieman de private investigator speelt. Zijn hulpje in de winkel heet Hang Twelve, een rastaman van 375 Amerikaanse ponden (en dat zijn een hoop kilo’s). Voor de financiën en het “computergebeuren” is er bovendien “Cheerful”, Ben Carruthers. En nou willen jullie natuurlijk ook de andere leden van de “Dawn Patrol” kennen, het clubje dat dagelijkse in alle vroegte de golven pleegt te beroeren? Naast Boone heb ik het dan over Dave The Love God, een Baywatch life-guard, strandmeester, van grote omvang, Johnny Banzai Kodani, Japans en nog steeds politierechercheur, en uit Samoa de religieuze High Tide. Voorheen maakte ook Sunny Day, nu de ex-vriendin van Boone, er deel van uit, maar die is elders een professionele surfcarrière begonnen. Het nieuwe liefje van Boone heet Petra “Pete” Hall, een advocate uit oorspronkelijk Groot-Brittannië, daarom ook wel Mary Poppins gedoopt (later Loco Ono). En wat is “The Gentlemen’s Hour”? Dat is het surfclubje dat iets ouder is dan de “Dawn Patrol” en iets later aan het surfen slaat.
         En dan nu (eindelijk!) het verhaal. Er spelen twee moorden, waarvan de eerste op niemand minder dan Kelly Kuhio, K2, is, een surflegende. Die wordt als “negro” geveld door het viertal van de Rockpile Crew, met enkele getuigen erbij. Het clubje is iets verderop aan de Pacific Coast actief als surfers, als het zich niet zit op te pompen bij Mike Boyd, de baas van martial arts Team Domination. Voor een korte geschiedenis van de vechtsport verwijs ik verder naar hoofdstuk 36 van het boek. De andere zaak betreft het vreemdgaan van Donna Nichols, de vrouw van multimiljonair Dan, die deel uitmaakt van “The Gentlemen’s Hour”. Donna’s vrijer, Philip Schering, is een expert in funderingen, een soils engineer; voor verdere bijzonderheden daarover kunnen jullie terecht in hoofdstuk 65. Zijn dood brengt naast het duo Nichols ook Bill Blasingame voor het voetlicht, de eigenaar van Parade Homes en de vader van de hoofdverdachte in de andere moord. Waar mondt het op uit? Ik zie aan de ene kant Boone Daniels staan, met zijn Petra Hall en haar baas Alan Burke, en aan de andere kant Johnny Banzai Kodani en ene Steve Harrington van de politie met officier van justitie Mary Lou Baker. En dan gaan vervolgens de jongens van Cruz Iglesias, een Mexicaans Baja Cartel, en die van het Red Eddie, een soortgelijk Californische clubje, de zaak nog compliceren. Wie wint? En hoe eindigt het?
         Ik heb iets met Don Winslow. Het begon een aantal jaren geleden met “California Fire And Life” en daarna heeft hij mij steeds weer opnieuw weten te verbazen met zijn surfthrillers. En geloof het of niet, bij “The Gentlemen’s Hour” is er weer een die ik koester. (Zou het er iets mee te maken hebben dat er hier vooral bij Las Arenes ook druk gesurfd wordt?) De schrijver weet zijn boeken op te bouwen, de spanning is al snel te snijden en daarnaast komt de humor je tegemoet uit alle kieren en gaten. Zo hoort het! “The Gentlemen’s Hour” krijgt dus een hoog punt van mij, een 8½. Alweer heeft Don Winslow mij verrijkt met een boek dat ik niet meer kwijt wil.

donderdag 3 januari 2013

Weblogbrief 8.10, 3 januari 2013

    ¡Ay, Dios mio! Zitten we alweer met ons goeie goed in 2013. Laat ik beginnen met Greetje te feliciteren met haar 69ste verjaardag. And many happy returns of the day, Margaretha Suman. En verwend dien je te worden vandaag; laat Harry maar eens voor het eten en de drank zorgen.
    Hoe was het afgelopen oudejaarsavond, “nochevieja” zeggen ze hier, met jullie “roetsj” in het nieuwe jaar? Opwekkend genoeg? En de BOBs onder de mensen die zich gewoontegetrouw op 1 januari ’s middags bij Marja verzameld hadden, hebben toch niet met te veel drank achter hun kiezen de thuisreis per auto aanvaard? En wat is er tegen de fiets, de bus of de taxi? Ik zei de gek was uitgenodigd voor een feestje hier in het huis van een vriendin van Noé, zonder Noé zelf die op Tenerife sier zat te maken. Na ampel overwegen ben ik daar maar niet aan begonnen, zat ik ’s avonds laat gewoon thuis met mijn boek. Wat Tropical bier en op het moment suprème een glaasje Ricard met spa, daar deed ik het voor. En vervolgens vanaf mijn balkon naar de bommetjes luisteren en naar de vuurpijlen kijken heeft ook wel wat. En als je in je eentje bent, hoef je bovendien niet tot heel laat acte de présence te geven. Om half 1 plaatselijke tijd was ik onder zeil.
    In Las Palmas is het een uur vroeger dan in Nederland. Dat is met de jaarwisseling een voordeel. Ik kan Trudie en Eva om even over 11 uur Palmese tijd een SMS sturen; dan is het bij jullie al 12 uur geweest. Dat gedaan hebbende wachtte ik af; zouden ze mij terug SMSen en hoe laat dan? Eva was het eerste, om kwart over 11, Palmese tijd; leuk, maar drie kwartier te vroeg. Even later kwam het Sms’je van Trudie, 35 minuten te vroeg. Maar er kwam wel nog een nieuw berichtje achteraan om half 12, waarin ze verklaarde dat ze nog steeds een half uur te vroeg was met haar antwoord. Zo ken ik je, Trudie.

    Met gepaste trots kondig ik mijn artiest van de week aan, Ali Farka Touré. Toen ik afgelopen voorjaar eenmaal de cd die hij samen met Ry Cooder had gemaakt, had afgeluisterd, was ik zo ondersteboven dat ik prompt naar meer muziek van de man op zoek ging. Er liggen misschien in mijn Maastrichtse huis nog een paar MP3tjes van hem dan wel bij Marcel, die mij om een kopietje van mijn AFT-muziek had gevraagd. Echter, hier in mijn Palmese computerprullenbak vond ik nog een tweetal cd’s. Afgelopen vrijdag kwam Jorge met nog eens vier cd’s aanzetten, die hij kennelijk al weet ik hoe lang geleden voor mij had gedownload. Hij vertelde mij wel vijf keer dat het zijn muziek niet was. Niettemin, ik kom op mijn laptop tot een zestal albums:
(1988)    Ali Farka Touré
(1990)    The River
(1991)    The Source
(1999)    Niafunke
(2005)    In The Heart Of The Moon
(2009)    Ali And Toumani
    Vooral de laatste twee albums, van Ali Farka Touré samen met Toumani Diabaté, hebben iets hemels naar mijn bescheiden mening. Het is niet zo maar dat ik “Ali And Toumani”, uit 2009, op mijn top 20 lijstje van cd’s gezet heb. En als Ali de Afrikaanse John Lee Hooker moet voorstellen, dan verordonneer ik hier om die Toumani de Afrikaanse Ravi Shankar te noemen. Wat kan die man er een potje van maken, ongelooflijk! Mark my words: ik ga zeker nog andere cd’s van Ali Farka Touré en ongetwijfeld ook van Toumani Diabaté bemachtigen, zelfs al moet ik er de cd-bibliotheek van Rotterdam voor aanspreken.

    Gaan we terug naar afgelopen vrijdagmiddag, nadat ik mijn brief aan jullie verstuurd had en Harry gecomplimenteerd met zijn mooie artikel over een van Philadelphia’s popsterren van rond 1960, Bobby Rydell. De jongeman brak in 1958 door met Kissin’ Time en had daarna nog een rijtje hits, o.a. Volare (Nel Blu Dipinto Di Blu) van Domenico Modugno. In Europa had deze er zelf mee gescoord, maar in de VS moest een Amerikaan het voor hem doen, Bobby Rydell dus. En met welk ander nummer gooide Domenico Modugno vreselijk hoge ogen? Nadenken, nadenken... Piove oftewel Ciao Ciao Bambina.
    Ik ging te voet van het oude naar het nieuwe faculteitsgebouw en daar zat Jorge op het decanaat op mij en Noé te wachten, om het referentencommentaar op ons Arnica-artikel door te nemen. De late lunchafspraak die ik met Noé had, ging niet door, omdat de kantine dicht was. Ik vind het al heel mooi dat de diverse universiteitsgebouwen hier tussen kerstmis en nieuwjaar gewoon open zijn.
    Jorge moest direct na onze afspraak weg, omdat hij Ana naar tennisles moest brengen. Noé trof ik avonds ten tweeden male, samen met een vriend van hem, Agus bij Tasquita Cambullionera. Die Agus heb ik hier wel eens eerder gememoreerd, een wiskundige die bij een bank werkt, daarbij een aardige man, die een goed woordje Engels spreekt. Mede omdat het café levende jazzmuziek in de aanbieding had, werd het een gezellige, weinig vermoeiende bedoeling, met de nodige flessen Paulanerbier (Duits) en als tapa een schaal groene olijven met pit. Naast ons op het terras zat een buitenlands echtpaar (Zweeds?), van wie de vrouw een smak maakte en op haar hoofd viel. Met een zak ijs op haar hoofd bleef ze vervolgens gewoon nog een half uurtje zitten.
    Eén ander onderwerpje van de vrijdagavond moet me nog van het hart. Mijn beide tafelheren, zowel Noé als Agus, bekenden er helemaal aan gewend te zijn, ook als volwassene, om op 5 januari ’s avonds je schoen bij de kerstboom te zetten, om daar in de buurt de volgende ochtend een of meer cadeautjes aan te treffen. Alsof Sinterklaas zelf en anders wel Zwarte Piet door de schoorsteen afdaalt! Mijn commentaar dat misschien alleen kleuters hier op 5 januari (de dag voor Driekoningen) mogen hopen op een ’s nachts neergezette surprise, konden ze niet doorgronden. Zo was het nou eenmaal: de koninklijke “wiseguys” kwamen a.s. zaterdagmiddag, 5 januari, met hun stoomboten achter Santa Catalina aan, in de vroege avond was er de “cabalgata” en de volgende ochtend stond er niet alleen een roscón op tafel, maar was je ook je gewenste cadeau aangereikt.
    Terzijde, jullie weten toch wel wat een roscón is? Dat is een grote, ronde cake met een gat in het midden. Hij wordt hier af en aan verkocht met (vlak voor) Driekoningen. Volgens mij zit e ook een boon in verstopt, maar dat dien ik nog eens na te vragen. En wat is het eigenlijke woord voor een cake? “Bizcocho”, maar ik ben het verengelste “queque” ook al tegengekomen.

    Hier is een slagzin die ik aantrof bij een kinderdagverblijf voorbij La Puntilla. Daar komen ’s avonds wel mensen bij elkaar die iets met verven en schilderen hebben, vooral dames van middelbare leeftijd. Iemand, de lerares mogelijk, had op de muur geschreven, ik kon het van buitenaf net ontwaren: “un adulto creativo es un niño que ha sobrevivido”, een creatieve volwassene is een kind dat in leven is geleven. Hoe melig kan een slagzin zijn! Het komt me voor dat de zin uit een schoolagenda van heel vroeger is geplukt.

    Gran Canaria is het eiland van de grote honden (canis = hond). In alle maten, vooral kleine maten, en soorten zie ik ze voorbij komen, als ik vanaf mijn balkon naar beneden kijk of een ommetje maak. Bijna steeds zijn ze aan de leiband van een Palmees, die soms nog een plastic zakje in de aanslag heeft om een “mal recuerdo” te verwijderen. Mooi! Daarentegen zijn katten bij mijn weten een zeldzaamheid hier in Las Palmas. Ik weet het, voorbij de Muelle Deportivo zijn een paar blokkenuitsteeksels in de zee, het lijken wel pieren, waar het wemelt van de katers en katten “in het wild”, vele tientallen. Vrees niet, die krijgen zonder daarvoor te hoeven betalen dagelijks hun portie eten en drinken aangereikt van de locale kattenliefhebbers. Als Trudie en Marij hier zijn, willen die daar ook wel komen aanzetten met een heel pak brokjes. Maar dichterbij, bij mij in de buurt? Ik houd de Luis Morote voor een katvrije straat.
    Echter, echter... Op oudejaarsdag kijk ik omhoog bij het flatgebouw op de hoek met de Vientinueve de Abril, waar beneden een winkel is waar je je overtollige goud kunt verpatsen. En wat zien ik, helemaal bovenaan op de zesde etage, hier de zevende, in de ático? Daar zit een grote, gitzwarte kater of poes op het randje, pontificaal naar beneden te kijken. Het beest heeft, in tegenstelling tot ondergetekende, geen enkele schroom en piekert er ook niet over om zich omlaag te storten. Muy cómico... Een man verschijnt op het balkon, maar dat weerhoudt het beest er niet van om zich eens om te draaien op het randje en de andere helft van de straat af te kijken. Vijf minuten later kijk ik weer en blijkt het zwarte mormel weer naar binnen te zijn gegaan.

    En dan is het nu tijd voor KLEIN LEED, zeer klein deze keer, maar niettemin leuk om te lezen. Afgelopen zondagmorgen ging ik naar de rommelmarkt hier om bij de stand van Zipf mijn zesgranen brood te kopen voor bij mijn “spek met ei”. Was er tot mijn verrassing geen Zipf te bekennen; de Duitse bakker op de markt had het (even) voor gezien gehouden. Moest ik naar de Spar (die zondag wel open) voor mijn stokbrood of in allerijl een aantal ingevroren sneeën van mijn zesgranen brood ontdooien. Dat laatste heb ik maar gedaan.

    Zal ik het eens over het weer hebben? Volgens Trudie moet ik het dan niet in de eerste plaats over de temperatuur hebben, die is hier onverminderd 20+ Celsius overdag en ’s avonds laat rond de 20 op mijn balkon. Ook de wind is niet echt bepalend, maar de afgelopen week heb ik nauwelijks iets van wind gemerkt; vooruit, een zuchtje dan. Dat het niet regent en de zon schijnt, daar gaat het volgens haar om.
    In dat geval heb ik de eer haar en jullie te vertellen dat het hier bewolkt was, zowel op oudejaarsdag als op nieuwjaarsdag; als er al zon was, zat die achter de wolken (zoals in een evergreen van Frans Theunisz). Zij zou het die dagen dus slecht weer vinden, maar ik vond het wel meevallen: ik heb heerlijk zitten lezen op mijn balkon en mijn uitstapjes waren er niet minder om. Vooral aan het begin van oudejaarsavond, toen ik de boulevard deed, was het wat je noemt gezellig druk.
    Enne... op 2 januari, woensdagmorgen, stond ik op, deed het grote gordijn naar het balkon open en op de zijkant van de flatgebouwen aan de overkant scheen de zon blaren. Kom daar maar eens om in “Holanda” of zo jullie willen “Los Países Bajos”. Mijn nieuwe overburen van nummer 19, direct boven Ambar rechts van mij uit, veertigers met een tienerdochter, zaten aan een uitgebreid ontbijt. De vitrage die daar meestal voor het raam hangt, was opzij geschoven en ik kon voluit op de eettafel kijken. Het zag er allemaal picobello uit, “espléndido”. Bij mij beneden bij (koffiehuis) Carlos stond, zoals gangbaar, een aantal mensen buiten, omdat het “tied was voor een pafke”. Dat zie je hier trouwens ook in toenemende mate: mensen voor de deur van een Piscolabis met een sigaretje, omdat dat binnen niet meer is toegestaan. Als er een terras is, mag je buiten wel roken, maar binnen niet.
    Terug naar het weer. Ik schrijf dit stukje van mijn brief op dinsdagmorgen en de zon laat zich royaal zien. Mijn thermometer in de zon geeft meer dan 30 graden aan. Er zijn mensen die vinden dat de Canarische eilanden het beste klimaat van de wereld hebben; wie ben ik om dat tegen te spreken?

    In de stad duiken steeds meer kleine groente- en fruitwinkels op, waar het spul bijna tegen fakeprijzen aan de man gebracht wordt, zonder dat de tussenhandel er grote sier mee maakt. Bij eentje in de (calle) Sagasta zag ik rode uien liggen met een bordje “cebollas horadas”. Wat is dat nou weer, zei de koopman. Ik het thuis opzoeken, maar in mijn woordenboek stond het niet. “Hora” is uur en “horadar” is doorboren, maar “horada”? Voor mij zijn rode uien gewoon “cebollas rojas”. Iemand op de boulevard aan wie ik het vroeg, kwam met “doradas”, goudgeel, aanzetten. En toch, mijn uien waren bepaald niet goudgeel, maar zuiver roodpaars. En toen wist ik het; het moest “moradas” zijn. “Morado” is Spaans voor paars, paarse uien... (En “ponerle un ojo morado” is iemand een blauw oog slaan.)

    Bij mijn weten zijn er hier vlakbij drie TOPAZ winkels, alledrie gespecialiseerd in dezelfde geurtjes die je ook in Nederland kunt krijgen. Misschien is de prijs hier iets lager. Ik heb er een aantal keren een watertje met een Franse naam voor Eva’s verjaardag gekocht, dus ik weet van wanten. Op de ruit van de winkel die ik vanaf mijn balkon zie, staat met grote schrijfletters (zoals ik het als kind geleerd heb op de Martinusschool) “Felices Fiestas”, prettige feestdagen. Hoe lang zal die boodschap stand houden? Ik schat in dat zelfs 3 januari te vroeg is om ze weg te halen, dat het hier tot na Driekoningen “Felices Fiestas” is.
    Intussen vrees ik dat het tijd is om Ruud, een vriend van Marc die iets met arbeidshygiëne doet, nog eens van stal te halen. Immers, in de O van TOPAZ op de gevel kan ik nog steeds de kale lamp erachter ontwaren. Ruud, het wordt tijd dat je ze er nog eens op attent maakt dat het op deze manier geen porem is. Het adres is: Luis Morote 25, 35007 Las Palmas de Gran Canaria.
   
    Een mens dient enigszins getraind te zijn, als het niet lichamelijk is, dan toch wel geestelijk en sociaal. Echter, om een optimaal welzijn te bereiken is ook enige “entrenamiento fisico” nooit weg. Om die reden, beweren de jongens en meisjes van de universiteitscampus hier in Tafira dat.. ach, laat ik maar op hun idioom overstappen; dan kan het tevens als Spaans lesje dienen.  “Tenemos un plan para ti”. Ik krijg vier mogelijkheden voorgelegd:
Plan Imagen: Dirigigo a usarios que deseen perder o ganar peso de forma progresiva y saludable, a través de un plan adaptado según los objetivos. Ben ik daar niet te ver voor heen als 66-jarige? Kan ik dat nog wel aan?
Plan Wellness: Dirigido a usarios que deseen reducir sus niveles de estrés y ansiedad. Geef dat plan maar aan Pukkie, is mijn eenvoudige commentaar.
Plan Senior: Dirigido a usarios de edades avanzadas a través de ejercicios y prácticas adaptadas a las condiciones y características personales. Now we are talking! T.z.t. zal ik me daarover oriënteren, maar nu even niet.
Plan Salud: Recuperación funcional, dirigido a usarios que deseen prevenir, tratar o rehabilitar cualquier lesión articular o muscular, así como enfermedades cardiovasculares, obesidad, diabetes tipo II e hipertensión. Is dit niet al teveel van het goede? Een beetje bewegen iedere dag, dat lijkt me wel wat, maar of het een panacee is tegen zo allerlei kwalen? Ik betwijfel het zeer.
    Dus kies ik nog maar even niet. In de folder staat een vijfde mogelijkheid aangegeven als Plan A Medida, plan op maat: Opción para usarios cuyos objetivos no estén reflejados en algunos de los programas anteriores. Voor uitgebreidere informatie, zelfs over mijn Plan A Medida, verwijs ik jullie naar www.servicios.ulpgc.es/deportes/web. Wisten jullie trouwens dat tener un plan ook gezegd wordt van mensen die iets met elkaar hebben?

    En dat was hem dan, mijn eerste brief aan jullie in 2013. Ik heb hem niet al te lang gemaakt, maar wel extra pittig. Nog vijf weken en ik ben weer in Maastricht, Voor nu, van je hela hola, houd er de moed maar in, over anderhalve week al wordt voor het eerst een prinses carnaval uitgeroepen. Maar eerst is hier het hoogfeest van Driekoningen. Vergeleken daarbij is Driekoningen in Nederland maar een slap aftreksel. Niettemin, mochten er kinderen in Maastricht, Amsterdam en elders verkleed en wel bij jullie aanbellen en zingen van “Dreikeuninge, Driekeuninge, geef miech ‘ne nuien hoed. M’nen awe is verslete, m’ne vajer maag ’t neet wete. Driekeuninge, Driekeuninge, geef miech ‘ne nuien hoed”, dan staat het snoepgoed toch wel bij de deur gereed, mag ik hopen. Ik wens het jullie, tot ziens maar weer, hasta luego, PaulK.        

BOEKBIJLAGE

    Ik ben al sinds zaterdagavond een heel boeiend boek aan het lezen, van maar liefst 850 bladzijden. Ik heb het bijna uit, maar bijna is niet helemaal. Nu al verraden hoe het heet en wie de schrijver is, is geloof ik niet de bedoeling.
    In dat geval heb ik deze week maar één boek voor jullie: Versplinterd (oorspronkelijk in het Engels: Fractured) uit 2008 van de toen 37 jarige Karin Slaughter. Het boek speelt, zoals meestel bij deze dame, in Atlanta. Vooraf meld ik nog dat ik van sommige vrouwelijke thrillerauteurs echt de kriebels krijg, zo verkeerd en mismaakt vind ik hun proza. Zo niet Karin Slaughter, die is m.i. helemaal oké. Ik wou dat ik zo mooi als zij (haar) kon schrijven.
    Het onderhavige moordverhaal gaat over enkele dagen uit het leven van twee politierechercheurs van in de dertig, Will Trent, 36, van het Georgia Bureau of Investigation en Faith Mitchell, 33, ingehuurd van de plaatselijke politie om hem te helpen. Ze gaan zij aan zij op zoek naar de moordenaars van Kayla Alexander, (min of meer) Adam Humphrey en de kidnapper van Emma Campano. De laatste is de enige dochter van miljonair Paul Campano en zijn vrouw Abigail. Will Trent is dyslectisch en rijdt rond in een zelf opgeknapte Porsche 911 uit 1979. En Faith Mitchell moet het doen met een zoon, die ze kreeg toen ze 15 was; hij is nu net student. De zoektocht van de twee brengt hen bij een particuliere middelbare school voor rijkeluiskinderen en een nogal grauwe plaatselijke Technische Universiteit, maar het duurt toch ruim 400 bladzijden voordat de dader(s) in de kraag kunnen worden gevat.
    Hier is mijn oordeel, visie, mening of hoe zal ik mijn recensie noemen. Er is echt helemaal niks mis met “Versplinterd”. Ik vind het een spannend boek met genoeg vaart om in een dag of wat uit te lezen. Karin Slaughter staat garant voor voldoende draaien en wendingen in haar boek om net op tijd bij mij bij de les te houden en op het moment dat ik denk: “Nou wil ik wel eens een dader zien”, krijg ik die prompt voorgeschoteld. Dus mag ik de schrijfster voor de zoveelste keer belonen met een royaal cijfer. Met een volle 8 gaat “Versplinterd” met carnaval terug naar Maastricht en in de boekenkast van boeken die ik graag wil bewaren.