vrijdag 8 januari 2016

Weblogbrief 11.12, 8 januari 2016

Weblogbrief 11.12, 8 januari 2016

Queridos Países Bajeros, beste Hollanders, hier is alweer mijn twaalfde brief in deze subtropische Palmese winter. Ik weet niet wanneer jullie de vorige hebben ontvangen, laat staan gelezen, maar afgelopen maandagmiddag heb ik hem met alles wat ik in me had, verstuurd vanaf de universiteit. Deze twaalfde keer is het mijn Driekoningenweek, ter ere van het hoogfeest voor de kinderen hier. El Corte Inglés zet zich in de kijker met “Felices Reyes” en op diverse plaatsten in de stad zie ik de speciale brievenbussen staan waarin het grut zijn liefde voor de “three wise men” alsmede zijn cadeauwensen schriftelijk kenbaar kan maken. De kinderfeestdagen zijn op 5 en 6 januari, maar als ik deze alinea schrijf, is het pas 3 januari.

Het leven hier, zeker dat van het overheidspersoneel, staat nog steeds op een laag pitje en dat blijft zo nog even. Het is druk op de boulevard, er is geen tafeltje onbezet in de cafés annex restaurants en werken, ho maar. Ik denk oprecht dat mensen van bijv. de universiteit betaald verlof hebben van zeg 23 december tot na Driekoningen. Dat is nog eens extra vakantietijd.
Bij mijn uitstaphalte zie ik een advertentie van een man in zijn onderbroek, zijn “geval”in de aanslag. “Si te gustó el primer agujero”, als je het eerste gat kon waarderen, staat erbij, dan vind je dit gat ook wel in orde. Laat ik maar vlug doorlopen naar de universiteit, denk ik dan, voordat ik een klacht wil indienen.

In mijn eerste boek, zie verder beneden, kom ik een paar keer de uitdrukking“Zo gewonnen, zo geronnen” tegen. Ik heb hier geen Grote Van Dale woordenboek hier bij de hand en de uitdrukking staat ook niet in mijn Nederlands-Spaanse woordenboek. Wel in het Nederlands-Engelse, dat het over: “Easy come, easy go”heeft, terwijl ik in het Nederlands-Franse als vertaling vind: “Ce qui vient de la flute, s’en retourne au tambour”. Ben ik nu helemaal bijgepraat? Eerlijk gezegd, nog steeds niet. Geronnen, “coagulado”?

“Zoals de ouden zongen, piepen de jongen”. Dat lijkt me een aardig begin voor mijn eerste muzikale uitstapje: nieuwe Country & Westernmuziek in een oud jasje, dat van Buck Owens (1929-2006). Het allereerste album dat ik van Buck Owens heb, dateert van 1961. Het heet “Buck Owens” en dan zal het ook wel in het echt diens eerste plaat zijn, samen met zijn begeleidingsgroep The Buckaroos. Daarna volgen er nog een heleboel, o.a. een achttal Cd’s over zijn periode 1969-1975, die ik in zijn totaliteit heb en zijn “The Buck Owens Collection” en “The Very Best Of Buck Owens”, waarvan ik een deel in mijn verzameling heb zitten.
Vergeleken met Buck Owens is Dwight Yoakam, geboren in 1956, een jong ventje. Diens eerste Cd dateert bij mijn weten van 1986, maar ik heb er nog veel meer van hem. Hier staan ze onder elkaar:
(1986) Guitars, Cadillacs, Etc., Etc.
(1987) Hillbilly Deluxe
(1988) Buenas Noches From A Lonely Room
(1990) If There Was A Way
(1993) This Time
(2007) Dwight Sings Buck
(2012) 3 Pears
(C2013) 21th Century Hits. Best Of 2000-2012
Waar het me in deze toevoeging vooral om te doen is, is Dwight Yoakam’s Cd uit 2007, een jaar na het overlijden van Buck Owens: “Dwight Sings Buck”. Ik vind dat een heel mooie plaat en dan begint deze jongen zich wel af te vragen hoe de vijftien oorspronkelijke nummers stuk voor stuk ook al weer waren. Ik heb er veertien van de vijftien op mijn harde schijf; alleen nummertje 6 ontbreekt. Hier is de hele serie nummers van Dwight Yoakam’s Cd, maar dan gezongen door Buck Owens zelf. Uiteraard zijn ook The Buckaroos van de partij en op vier van de nummers uit 1970-71 komt ook Buck’s beschermelinge Susan Raye aan bod. Daar gaan we:
01.My heart skipt a beat
02.Foolin’ around
03.I don’t care (just as long as you love me)
04.Only you
05.Act naturally
06.Down on the corner of love (DY)
07.Cryin’ time (& Susan Raye)
08.Above andbeyond
09.Love’s gonna live here
10.Close upthehonkytonks
11.Under yourspellagain
12.Your tender lovin‘ care (& Susan Raye)
13.Excuse me (I think I’ve got a heartache)
14.Think of me (& Susan Raye)
15.Together again (& Susan Raye)
Uiteraard komen op de plaat heel wat hits voorbij, waarvan ik de laatste, “Together again”, dat hij met Susan Raye zingt, misschien wel de mooiste vind. (Voor wie dat interesseert, kan ik het nummer ook laten horen in bijv. de versie van Chris Hillman, Dean Martin, Emmylou Harris, Gram Parsons, RayCharles en Rod Stewart.). Een pareltje van een eigen compilatie vind ik het!

Eerder heb ik hier een reclame van vliegtuigmaatschappij Binter eens de ruimte gegeven, de regionale vliegmaatschappij, die sinds een paar jaar voorzichtig ook uitstapjes naar het buitenland maakt. Eerlijk gezegd vind ik die uitstapjes hiervandaan naar bijv. Lissabon en Agadir aan de dure kant.
In dezelfde sfeer, maar wel goedkoper, dient zich nu ook in Spanje Iberia Express aan. Via die dochter van Iberia, neem ik maar aan, kun je nu kennelijk goedkoop naar Madrid vliegen en vandaaruit verder de wijde wereld in. Aan de andere kant, het zijn m.i. allemaal pogingen van het establishment om echte prijsvechters zoals Ryanair bij te benen. Als je met de laatste minder comfortabel en soms op een fout tijdstip, maar wel heel goedkoop kunt vliegen, dan kiezen de meeste mensen niet langer voor een reguliere maatschappij zoals KLM, Iberia of zelfs Condor, ook al krijg je daar nog je bakje koffie en broodje inclusief. Het is niet anders.

Bij de Everly Brothers weet ik niet of ik ze onder Country of onder Pop moet rangschikken, maar mooi waren ze en blijven ze. De eerste single van Don & Phil is geloof ik niet “Bye bye love” (met het wonderschone “I Wonder if I care as much” op de B-kant), maar net daarvóór nog “Keep a’lovin’ me” met “Don’t let our love die”. Bij mijn weten deed die plaat niks, in ieder geval niet landelijk. Met “Bye bye love” kwamen de diverse wereldhits bij Cadence records - zie de Cd “Cadence classics” van het duo, 20 nummers. Interessant is ook Harry’s recente artikel over de kleine platenmaatschappij, waarbij ik hier speciaal nog Vaughn Meader’sLp “First family” uit 1962 moet noemen.
Vanaf begin jaren zestig gingen de Everlys met een vet nieuw contract over naar Warner. Hun carrière liep ergens dood eind jaren zestig. Dan, eerst in 1988 en daarna in 1990, kwamenuit het niets twee nieuwe Cd’s van ze uit, die me na aan het hart gaanen die ik hier met enige trots aan jullie noem. Ik moet kiezen tussen “I want you to know”en “Sweet memories” en de laatste wordt het. Kennen jullie de nummers daarvan (nog):
01.Sweet memories
02.The brandnew Tennessee waltz
03.Somebody nobodyknows
04.Breakdown
05.Not fade away
06.Mandolin wind
07.The airthat I breathe
08.Lay it down
09.Stories we couldtell
10.Paradise
11.Watching itgo
12.Husbands andwives
13.Rocky top
14.Our song
15.Up in Mabel’s room
16.Woman, don’t try to tie me down
Over de Everly brothers wil ik van niemand een kwaad woord horen, ook niet over de decennia na hun grote hits, toen ze solo nog wat probeerden. Wat is het jammer dat Phil met zijn prachtige tweede stem dood is, maar zo gaat dat helaas. Op de Cd “Sweet memories” heb ik uiteraard iets met het titelnummer, prachtig is het woord, maar ook met bijv. “Somebody nobody knows”, “Mandolin wind” (de eerdere hit van Rod Stewart), “Stories that we could tell” en “Our song”. En de oude hit van The Hollies “The air that I breathe” is in het jasje van de Everly brothers een klassieker om nooit meer te vergeten. Bij dat nummer heeft Trudie me wel eens aan het meezingen gekregen en dat wil wat zeggen: bovenaardse klasse!

In Nederland wil het nog wel eens de hele dag door regenen. Hier is het omgekeerde aan de hand. Het kan weken achter elkaar echt kurkdroog blijven, ook in de winter, en dan niet alleen tot schande van de boeren, maar ook van de Palmezen. Die snakken ook af en toe naar een mals buitje. Als dat omlaag komt, zie je de stadse meute opleven.
Afgelopen dinsdagmiddag was het eindelijk zo ver, en niet één keer, maar bij herhaling. Toen ik om kwart over 5 op het punt stond om op Santa Catalina naar de Driekoningenoptocht te gaan kijken, viel het met bakken uit de hemel. Gelukkig voor mij en de drie koningen was het even later weer over en kon ik me zonder paraplu en poncho – die heb ik hier niet - tussen het Canarische volksdeel opstellen. Ik keek uit op een woud van poncho’s; Trudie zou ervan gesmuld hebben. Een aardig deel van de mensen, van ongeveer baby’s nog tot stokoude opa’s en oma’s, was gehuld in iets van plastic, in alle kleuren van de regenboog, zowel preventief als nu ook om het hemelwater tegen te houden. Even later - de eerste “carroza”, praalwagen, kwam net aanzetten - begon het opnieuw te plenzen. Nu werden ook honderden, wat zeg ik: duizenden paraplu’s tegelijkertijd de lucht in gestoken. Ik was blij dat ik een overdekt plekje vond net voor het gebouwtje van de “guaguasmunicipales”.
De optocht bestond uit twee delen. Eerst kwamen er in de stromende regen ongeveer 15 a 20 “carrozas” voorbij. Omdat ze in kolonne kwamen en gingen, liep de muziek van de ene wagen zonder mankeren over in de andere. Dat is met het meeblèren wel eens hinderlijk, ja. De zanglustige toeschouwers zetten net in op het ene deuntje, komt er alweer andere muziek uit andere luidsprekers. Alles is hier “industry driven”: Kalise, Tirma, Caser, het bekende rijtje. El Corte Inglés had misschien wel de toepasselijkste “carrozo”, die ik ook nog met carnaval goed wil keuren: een Aladin-wagen met oliekannetje, die nu nog “Jingle bells rock” speelde, twee weken na kerstmis, dat weer wel. En de leukste wagen - ik kan het niet helpen - was ook deze keer van Hiperdino met zijn dansende vooraardse monsters. Zij deinden mee op iets Spaans dat mij onbekend was, maar het publiek om mij heen grote lol bezorgde.
Vervolgens viel er “e look” van wel tien minuten, het lijkt wel “de groeten optoch in Mestreech”, maar toen was het wel droog. Het begon pas weer opnieuw te gieten, toen het tweede deel van de “cabalgata”, de glorieuze intocht, in zicht kwam. Vanonder mijn afdak, opnieuw, zag ik eerst een harmonie doedelzakspelers (op zijn Galicisch?) voorbij komen met pal daarachter een hele meute Romeinen –“olé, olé, de Romeine zien oké”, maar dan op zijn Spaans.Tenslotte denderden de drie wijzen uit het oosten met hun bedienden en dromedarissen in marstempo langsin rood, blauw en groen. Volgens mij waren Melchor, Gaspar en Baltasar dezelfde drie hotemetoten die in de vorige jaren ook al naar mij en vooral naar de kleintjes van LasPalmas gezwaaid hadden, maar leuk blijft het. Er werden nog de nodige laatste moment brieven aan het drietal overhandigd, intussen aardig nat, voordat we terug naar haard en huis mochten. Een triomfantelijke mars over de boulevard zat er vanwege de weersomstandigheid voor mij niet in, deze keer.Ik was nog net voor het donker weer op mijn appartement.

Op de feestdag zelf zit ik ’s ochtendseen beetje beteuterd voor me uit te kijken. Is het omdat ik geen kadootje van het drietal heb gekregen, zelfs niet in aanmerking kom voor een portie “carbón”? Of omdat ik in toenemende mate gemengde gevoelens bij mijn (Ierse) boek heb? In ieder geval regent het niet en lijkter ook geen regen op komst. Het is op Driekoningen hier nog rustiger dan het hier doorgaans op een zondagochtend is. Pas om 11 uur zie ik de eerste kinderen met hun speelgoed op straat verschijnen. Een jongetje van lagere school leeftijd loopt om zich heen te schieten met een kalasjnikov. Even later zie ik een ander jongetje, meer van kleuterschoolleeftijd, met een rode trapauto voor bij komen. Het apparaat heeft alles weg had van een rode sportwagen (en ik denk aan “Little red Corvette” van Prince). Zijn vader duwt hem voorzichtig over de Luis Morote bij mij onder langs in de richting van Santa Catalina.

Dit jaar - nieuw ten opzichte van eerdere jaren - is dat de stadsbussen gewoon over Santa Catalina blijven rijden. Er wordt druk gewerkt aan het opzetten van het carnavalspodium, alleen staan de stoelen nog opgestapeld en zie ik nog steeds geen tribunes. Dus kunnen we tot vandaag nog steeds gewoon op Santa Catalina opstappen op onze favoriete bus. Pas morgen, heb ik begrepen, is het plein pas voor bussen taboe en moeten ze onder het plein door.

Juli verklaarde mij onlangs dat hij helemaal niets ziet in vegetarisme. “Als je daaraan gaat toegeven, dat je alleen nog maar groente en dergelijke mag eten…”, was zijn ongezouten mening hierover. Hij en ik believen graag een stukje vlees op zijn tijd en dat laten wij ons liever niet afnemen door mensen die zich in sojabonen en foute rijst moeten. Juli kiept liever een kalfsruggetje, een lamspoot of een volledige zeebaars in de pan.
Stel dat binnenkort een of andere wetenschapper onomstotelijk aantoont dat watermeloenen, bloemkolen en aardappelen ook gevoelens hebben, zelfs pijn kunnen lijden. En dat de bond van vegetariërs die uitkomst wil doortrekken naar steeds meer “frutas y verduras”. Zou dat dan betekenen dat er nog minder overblijft om met een gerust hart bij een stukje stokbrood weg te werken? Vegetariërs hebben m.i. volkomen gelijk, als ze beweren dat wij rijkaards te veel koeien, varkens en dergelijke eerst vet laten mestenom ze vervolgens met huid en haar te consumeren. Hier zie ik persoonlijk een mooi voorbeeld van iets waarbij ietsje minder een stuk beter is. Maar lekker blijft het, zo’n halve gegrilde kip of een portie zuurvlees, daar is niets aan af te dingen. Aan de andere kant, de massale bio-industrie mag wat mij betreft best verboden worden. Laten we terugkeren naar eenvoudige (landbouw en) veeteelt dichtbij huis en haard.De overheid zou zich daar best voor mogen inzetten.

Het is woensdagmiddag en dan is het mij toegestaan om weer voor een nieuwe muzikant kiezen. Kennen jullie de Texaanse Nanci Griffith al? De dame is van 1953, dus maar ietsje jonger dan Ton, bijna aan de AOW toe. Wat heeft ze me de afgelopen decennia al met Country van de bovenste klas bestookt. Haar hit “From a distance” is wellicht een “eye opener”, zelfs voor de mindere liefhebbers onder jullie. Ongelukkigerwijs heb ik nog maar weinig muziek van haar in mijn bezit, van haar studiocd’s moet ik vooralsnog genoegen nemen met een recent drietal: “Winter marquee” uit 2002, “The loving kind” uit 2009 en “Intersection” uit 2012. Echter, Nanci Griffith maakt al platen vanaf 1978 en van de zomer ga ik er zeker nog meer van haar bemachtigen, meer het oudere werk. Gelukkig heb ik wel nog twee verzamelplaten van haar: “The MCA years, a retrospective” uit 1993 en “From a distance” uit 2002 en daarbij gaf ik denk Peter me met een live Cd uit 1992 (Cambridge, U.K.) “ter lering ende vermaak”.
Kiezen welke Cd ik voor jullie ga opzetten, is een klus. Laat ik eens niet voor iets recents kiezen, maar haar “Retrospective” uit 1993 bij jullie uitproberen. Hier zijn achttien nummers uit haar MCA jaren:
01.Trouble in the fields
02.From a distance
03.I don’t wanna talk about love
04.Deadwood, South Dakota
05.Love at the Five andDime
06.Listen to the radio
07.Gulf coast highway
08.I wishitwouldrain
09.Ford Ecoline
10.So longago
11.If wisheswerechanges
13.Late night Grande Hotel
14.It’s just anothermorninghere
15.Drive-in moviesanddashboardlights
16.There’s a light beyond these woods (Mary Margaret)
17.Outbound plane
18.It’s a hard life whereveryougo
Als ik jullie eens de naam van een rijpe vrouw met een kinderstem moet noemen, komt Nanci Griffith daarvoor in aanmerking (zelfs op haar Cd van 2012). Voor wie haar eens op YouTube wil aanschouwen, doe dat zeg ik, luister en kijk eens naar “Spanish boots of Spanish leather”(geschreven door Bob Dylan), “Across the great divide”samen met Emmylou Harris of Buddy Holly’s “Well, all right” dat ze een keer samen met The Crickets deed in de David Lettermanshow. De “tribute to Buddy Holly” Cd “Not Fade Away” van Nanci Griffith met The Crickets behoort tot de albums die ik nog niet heb; die moet ik zeker nog eens te pakken zien te krijgen.
Maar goed, op de verzamelcd “The MCA years - A Retrospective” zijn er nog weer nummers die boven de andere uitsteken, hoewel ik moeite heb om ze te benoemen (“het beste van het beste”). Ik beperk me hier tot “I don’t wanna talk about love”, “I wish it would rain”, “If wishes were changes”, “It’s just another morning here” en “It’s a hard life wherever you go”. Laat ik bovenal het beste paard van de stal niet vergeten: “Love at the Five and Dime”, een waar feest van een C&W-nummer met een lengte van meer dan zeven minuten. Op dat liedje kom ik terzijde te weten dat een lift in het Engels ook een “lift” is, maar in de Verenigde Staten een “elevator”. En dat de deur van de Woolworth winkellift een ping in zich heeft, voordat ze omhoog of omlaag gaat.

Op Driekoningenavond is het ook op Las Canteras niet druk. Ik zie een “Elsa” voorbijkomen met haar moeder, in een lichtblauwe lange jurk. Charmanter vind ik een iets oudere jongen, die rondrijdt op een plank van twee stukken met aan de uiteinden kleine wielen. Zijn voertuig doet mij denken aan een Segway zonder stuur en stuurstang. Het hangt wel van flitsende lampjes aan elkaar.
Dan zijn er, toch weer, twee piepjonge meisjes, allebei in het roze enmet helm, die hun eerste metalen step, met zijwieltjes, op de boulevard mogen uitproberen. Het ene meisje heeft de dubbele wieltjes aan de voorkant zitten en de andere aan de achterkant. Welke van de twee (“Op een step, op een step, ik ben zo blij dat ik hem heb” van Wim Sonneveld) zou ongevaarlijker zijn? Later komt ook een lagere schooljongen met een V-vormige step voorbij; door je benen op de twee zijstukken te bewegen krijg je hem vooruit. Mag dat wel hier? Echt fietsen is uiteraard helemaal taboe op Las Canteras (behalve voor de politie); vanaf welke leeftijd is ook het steppen niet meer toegestaan?
Los daarvan: waar blijft de tijd, toen een kleine step nog iets raars was en wij, Maastrichtse kinderen een grote autoped als voertuig hadden, met banden die je moest oppompen, een “roller” om het eens op zijn ouderwets te zeggen.
Zoals haast iedere avond probeert de ijverigeman van de loterijen mij onder het luidkeels roepen van “Suerte” een lot te verkopen. Die maakt wat kilometers op een middag en avond; Trudie met haar geocaching is er niks bij! Lieve lezers, als je de gigantische Kerstmis-loterij (El Gordo) zonder dat je prijs hebt, net achter de rug hebt, ook bij de Nieuwsjaars-loterij alleen maar nieten hebtgetrokken en tot overmaat niet eens je eigen geld hebt terugverdiendin de Driekoningen-loterij, waarom zou je dan monter weer een vers lot gaan kopen voor een trekking aanstaand weekend? Zelfs een kraslot is aan mij nooit besteed geweest.

Donderdagavond7 januariis de heilige zandhoop hier, ook wel de “belén de Arena” geheten, eindelijk opgeruimd.Ik ben blij dat de feestdagen nu echt voorbij zijn en we met een gerust hart aan de voorpret van carnaval kunnen beginnen. Hier is het nog even wachten, maar in Maastricht is het a.s. zondag al prijs, als “’t benkelik momint” de nieuwe prins carnaval tevoorschijn tovert. Ik wil al te graag van jullie horen wie dit jaar de eer tebeurt is gevallen. Prins carnaval worden in Maastricht, het blijft “iets” hebben, ondanks de Tempeleers zeg ik erbij, net als hier de uitverkiezing van de carnavalskoningin.
Wat ik helaas ook ga missen, is de nieuwe uitvoering van het illustere “Veldeke kabberèt”. Trudie gaat er met Marij de komende zondagavond heen, geloof ik. Ze mogen allebei één iemand meenemen en jammer is en blijft het dat Trudie voor die avond een andere compagnon in gedachte heeft. Over een goeie week zit ze wel weer hier in Las Palmas, samen met Marcel, Damaris & Yves.

Het is echt een week van verjaardagen. Zondag was Greetje jarig, woensdag Anoek en op 9 januari, morgen dus, is Eva aan de beurt.¡Cumpleaños feliz, muchachas! Intussen word ik er ook niet jonger op.Met carnaval, als ik in Maastricht ben, zal ik proberen mijn rimpels met schmink weg te werken. En als dat niet lukt, is het voor mij botoxen geblazen, of natuurlijk met een maske(s) oplopen van iemand die gebotoxt is.
En daar laat ik het bij voor deze week. Ik zie jullie hopelijk terug over een week, waarschijnlijk op donderdag 14 of vrijdag 15 januari. Maastrichtenaren, beloof me dat jullie wel in de Grote Staat staan, als de Groeten Oonbekinde voorbij komt op weg naar de Spilstraat (“Spèlstraot”?) en dan langs McDonalds naar de Markt afdaalt. Het is nog maar een maand en dan kunnen we er weer vol tegenaan. Ik ook, laat er zelfs de “gran cabalgata” hier voor schieten. Tot ziens maar weer, hastaluego, PaulK.

BOEKENBIJLAGE

Hier is mijn eerste boek van deze door-de-week. Het is er een van de Engelsman R.J. Ellory, van wie ik er in deze rubriek al vele in positieve zin heb mogen bespreken. Deze keer is “Een ongenode gast” uit 2014 aan de beurt. In het Engels heet het “Ghostheart”, maar ik had de Nederlandse vertaling op weg naar Las Palmas in mijn koffer zitten, dus moet die er hier aan geloven.
Het is het verhaal van de New Yorkse Annie O’Neill. Ze is 30 en woont drie hoog in een flat met als overbuurman Jack Sullivan, een dronkenlap van 55 jaar, met wie ze het heel goed kan vinden. Haar spaarzame geld verdient ze met het runnen van een tweedehands boekwinkel in de buurt, The Reader’s Rest (hoek West107th en Duke Ellington in Manhattan). Naast het vasthouden van een handje vaste klanten plus enkele toevallige bezoekersheeft ze niet veel omhanden. Dan verschijnt de bejaarde (Robert) Forrester ten tonele, die iets over haar lang geleden overleden vader weet en haar een deel van een niet uitgegeven manuscript ter lezing achterlaat. Dat gaat over het turbulente leven van ene Haim Kolzac of Rosen, die zich in New York Harry Rose is gaan noemen. Die wordt de “partner in crime” van Johnnie Redbird, ook al een aanvankelijk onbenullig boefje, maar later worden ze echte boeven. Er gebeurt van alles, dat ik hier niet ga vertellen. Veel later, als ze in de veertig zijn, worden de twee voor een moord opgepakt; Johnnie neemt de schuld op zich en draait de bak in, Rikers Island, tot hij – hoe kan het anders - zeven jaar later weet te ontsnappen. Dan zoekt hij zijn vroegere maat Harry Rose op om de helft van de poen van de twee alsnog terug te krijgen.
Intussen wordt Annie in de werkelijkheid smoorverliefd op ene David Quinn, met wie ze stante pede een gepassioneerde verhouding begint. Echter, na een paar wekengeeft hij er alweer de brui aan en laat Annie uiterst beteuterd achter. Gelukkig is haar buurman Jack Sullivan dan present om haar weer op te peppen.
Daar laat ik het voor de samenvatting bij. Ik heb het boek, bijna 400 bladzijden, in één ruk uitgelezen en spannend is het en blijft het. Ellory maakt van “Ghostheart” een novelle - het hele verhaal speelt zich af in maar een paar maanden – waarbij je je (ik dus) geregeld afvraagt waar het heen zal gaan. Ik beken dat ik het me allemaal ietsje te uitgesponnen voorkwam, maar bij de les bleef ik wel. Ik geef als recensiecijfer een 8 voor het boek, eerlijk verdiend. Alle andere boeken van R.J. Ellory die ik nog niet heb gelezen, krijgen bij dezen ook een toekomstige beurt, besluit ik.

Min of meer zonder bijbedoeling had ik begin november ook het boek “The Sirius crossing” van John Creed in mijn koffer hierheen zitten. John Creed is een Ierse schrijver van thrillers en dit boek, met Jack Valentine in de hoofdrol, is van 2002. Hij won er een Ian Fleming Steel Dagger mee. Het speelt vooral op de grens tussen Ulster en Ierland.
Jack – pas op bladzijde 144 zie ik voor het eerst zijn “surname” Valentine staan– is een secret service agent die er door zijn bazen Sommerville en Curley op uit gestuurd wordt om ergens in Noord-Ierland een zeer dode Amerikaan op te sporen. Diens leven zou decennia terug in een grot (“souterrain”) geëindigd zijn. Zewaren destijds als parachutisten met hun tweeën, de ander kon zijn opdracht wel uitvoeren, maar de dode zou wel allerlei papieren bij zich hebben gehad die nog steeds niet openbaar mogen zijn. Jack Valentine komt op zijn missie in contact met diverse mensen aan de kant van de Britse oppressor, o.a. Ronnie Whitcraft en het koppel Marks & Canning. Eigenlijk heeft Jack Valentine minstens zo veel op met de tegenpartij, de IRA. Namen in dit boek van mensen uit die hoek zijn o.a. Liam Mellows, Paddy Regan en ene Eamon van een pub in Dundalk. Voor wie ook in namen van Amerikanengeïnteresseerd is, noem ik hier John Stone, een heel hoge ambtenaar, en Sirius van de US Special Forces, wiens ware identiteit pas op het einde van het boek bekend wordt. Nogal wat bladzijden in het boek spelen overigens niet in Noord-Ierland of op de Schotse kust, maar op Het Kanaal daartussen - het woord crossing staat voor de oversteek. Twee boten, de Castledawn van Jack Valentine en Quo Vadis van de Britse overheid, allebei in het boek aangesproken met “she”,komen daar uiteindelijk met elkaar en vooral met de woeste zee in aanvaring. De vrouwelijke rol gaat o.a. naar de zus van Liam, Deirdre, en verder naar ene Eva in Berlijn en Kate op een van de Shetland eilanden.
Ik heb John Creed’s boek “The Sirius crossing” in twee dagen helemaal uitgelezen, maar echt mooi kon en kan ik het niet vinden. Halverwege (woensdagmorgen) dacht ik erover om het maar te laten voor wat het was, maar dan had ik jullie maar een halve recensie kunnen bezorgen, grapje. Ik vind dit meer een boek voor bijv. botenliefhebbers dan dat me nu eens haarfijn wordt uitgelegd waarom de IRA het gelijk altijd aan zijn kant heeft gehad dan wel waarom spioneren in de grond een uiterst saaie bezigheid is. Als recensiecijfer kom ik niet verder dan een 6, een voldoende, maar niet meer dan dat. Voor mij hoeven andere boeken van John Creed niet meer. Weblogbrief 11.12, 8 januari 2016

Queridos Países Bajeros, beste Hollanders, hier is alweer mijn twaalfde brief in deze subtropische Palmese winter. Ik weet niet wanneer jullie de vorige hebben ontvangen, laat staan gelezen, maar afgelopen maandagmiddag heb ik hem met alles wat ik in me had, verstuurd vanaf de universiteit. Deze twaalfde keer is het mijn Driekoningenweek, ter ere van het hoogfeest voor de kinderen hier. El Corte Inglés zet zich in de kijker met “Felices Reyes” en op diverse plaatsten in de stad zie ik de speciale brievenbussen staan waarin het grut zijn liefde voor de “three wise men” alsmede zijn cadeauwensen schriftelijk kenbaar kan maken. De kinderfeestdagen zijn op 5 en 6 januari, maar als ik deze alinea schrijf, is het pas 3 januari.

Het leven hier, zeker dat van het overheidspersoneel, staat nog steeds op een laag pitje en dat blijft zo nog even. Het is druk op de boulevard, er is geen tafeltje onbezet in de cafés annex restaurants en werken, ho maar. Ik denk oprecht dat mensen van bijv. de universiteit betaald verlof hebben van zeg 23 december tot na Driekoningen. Dat is nog eens extra vakantietijd.
Bij mijn uitstaphalte zie ik een advertentie van een man in zijn onderbroek, zijn “geval”in de aanslag. “Si te gustó el primer agujero”, als je het eerste gat kon waarderen, staat erbij, dan vind je dit gat ook wel in orde. Laat ik maar vlug doorlopen naar de universiteit, denk ik dan, voordat ik een klacht wil indienen.

In mijn eerste boek, zie verder beneden, kom ik een paar keer de uitdrukking“Zo gewonnen, zo geronnen” tegen. Ik heb hier geen Grote Van Dale woordenboek hier bij de hand en de uitdrukking staat ook niet in mijn Nederlands-Spaanse woordenboek. Wel in het Nederlands-Engelse, dat het over: “Easy come, easy go”heeft, terwijl ik in het Nederlands-Franse als vertaling vind: “Ce qui vient de la flute, s’en retourne au tambour”. Ben ik nu helemaal bijgepraat? Eerlijk gezegd, nog steeds niet. Geronnen, “coagulado”?

“Zoals de ouden zongen, piepen de jongen”. Dat lijkt me een aardig begin voor mijn eerste muzikale uitstapje: nieuwe Country & Westernmuziek in een oud jasje, dat van Buck Owens (1929-2006). Het allereerste album dat ik van Buck Owens heb, dateert van 1961. Het heet “Buck Owens” en dan zal het ook wel in het echt diens eerste plaat zijn, samen met zijn begeleidingsgroep The Buckaroos. Daarna volgen er nog een heleboel, o.a. een achttal Cd’s over zijn periode 1969-1975, die ik in zijn totaliteit heb en zijn “The Buck Owens Collection” en “The Very Best Of Buck Owens”, waarvan ik een deel in mijn verzameling heb zitten.
Vergeleken met Buck Owens is Dwight Yoakam, geboren in 1956, een jong ventje. Diens eerste Cd dateert bij mijn weten van 1986, maar ik heb er nog veel meer van hem. Hier staan ze onder elkaar:
(1986) Guitars, Cadillacs, Etc., Etc.
(1987) Hillbilly Deluxe
(1988) Buenas Noches From A Lonely Room
(1990) If There Was A Way
(1993) This Time
(2007) Dwight Sings Buck
(2012) 3 Pears
(C2013) 21th Century Hits. Best Of 2000-2012
Waar het me in deze toevoeging vooral om te doen is, is Dwight Yoakam’s Cd uit 2007, een jaar na het overlijden van Buck Owens: “Dwight Sings Buck”. Ik vind dat een heel mooie plaat en dan begint deze jongen zich wel af te vragen hoe de vijftien oorspronkelijke nummers stuk voor stuk ook al weer waren. Ik heb er veertien van de vijftien op mijn harde schijf; alleen nummertje 6 ontbreekt. Hier is de hele serie nummers van Dwight Yoakam’s Cd, maar dan gezongen door Buck Owens zelf. Uiteraard zijn ook The Buckaroos van de partij en op vier van de nummers uit 1970-71 komt ook Buck’s beschermelinge Susan Raye aan bod. Daar gaan we:
01.My heart skipt a beat
02.Foolin’ around
03.I don’t care (just as long as you love me)
04.Only you
05.Act naturally
06.Down on the corner of love (DY)
07.Cryin’ time (& Susan Raye)
08.Above andbeyond
09.Love’s gonna live here
10.Close upthehonkytonks
11.Under yourspellagain
12.Your tender lovin‘ care (& Susan Raye)
13.Excuse me (I think I’ve got a heartache)
14.Think of me (& Susan Raye)
15.Together again (& Susan Raye)
Uiteraard komen op de plaat heel wat hits voorbij, waarvan ik de laatste, “Together again”, dat hij met Susan Raye zingt, misschien wel de mooiste vind. (Voor wie dat interesseert, kan ik het nummer ook laten horen in bijv. de versie van Chris Hillman, Dean Martin, Emmylou Harris, Gram Parsons, RayCharles en Rod Stewart.). Een pareltje van een eigen compilatie vind ik het!

Eerder heb ik hier een reclame van vliegtuigmaatschappij Binter eens de ruimte gegeven, de regionale vliegmaatschappij, die sinds een paar jaar voorzichtig ook uitstapjes naar het buitenland maakt. Eerlijk gezegd vind ik die uitstapjes hiervandaan naar bijv. Lissabon en Agadir aan de dure kant.
In dezelfde sfeer, maar wel goedkoper, dient zich nu ook in Spanje Iberia Express aan. Via die dochter van Iberia, neem ik maar aan, kun je nu kennelijk goedkoop naar Madrid vliegen en vandaaruit verder de wijde wereld in. Aan de andere kant, het zijn m.i. allemaal pogingen van het establishment om echte prijsvechters zoals Ryanair bij te benen. Als je met de laatste minder comfortabel en soms op een fout tijdstip, maar wel heel goedkoop kunt vliegen, dan kiezen de meeste mensen niet langer voor een reguliere maatschappij zoals KLM, Iberia of zelfs Condor, ook al krijg je daar nog je bakje koffie en broodje inclusief. Het is niet anders.

Bij de Everly Brothers weet ik niet of ik ze onder Country of onder Pop moet rangschikken, maar mooi waren ze en blijven ze. De eerste single van Don & Phil is geloof ik niet “Bye bye love” (met het wonderschone “I Wonder if I care as much” op de B-kant), maar net daarvóór nog “Keep a’lovin’ me” met “Don’t let our love die”. Bij mijn weten deed die plaat niks, in ieder geval niet landelijk. Met “Bye bye love” kwamen de diverse wereldhits bij Cadence records - zie de Cd “Cadence classics” van het duo, 20 nummers. Interessant is ook Harry’s recente artikel over de kleine platenmaatschappij, waarbij ik hier speciaal nog Vaughn Meader’sLp “First family” uit 1962 moet noemen.
Vanaf begin jaren zestig gingen de Everlys met een vet nieuw contract over naar Warner. Hun carrière liep ergens dood eind jaren zestig. Dan, eerst in 1988 en daarna in 1990, kwamenuit het niets twee nieuwe Cd’s van ze uit, die me na aan het hart gaanen die ik hier met enige trots aan jullie noem. Ik moet kiezen tussen “I want you to know”en “Sweet memories” en de laatste wordt het. Kennen jullie de nummers daarvan (nog):
01.Sweet memories
02.The brandnew Tennessee waltz
03.Somebody nobodyknows
04.Breakdown
05.Not fade away
06.Mandolin wind
07.The airthat I breathe
08.Lay it down
09.Stories we couldtell
10.Paradise
11.Watching itgo
12.Husbands andwives
13.Rocky top
14.Our song
15.Up in Mabel’s room
16.Woman, don’t try to tie me down
Over de Everly brothers wil ik van niemand een kwaad woord horen, ook niet over de decennia na hun grote hits, toen ze solo nog wat probeerden. Wat is het jammer dat Phil met zijn prachtige tweede stem dood is, maar zo gaat dat helaas. Op de Cd “Sweet memories” heb ik uiteraard iets met het titelnummer, prachtig is het woord, maar ook met bijv. “Somebody nobody knows”, “Mandolin wind” (de eerdere hit van Rod Stewart), “Stories that we could tell” en “Our song”. En de oude hit van The Hollies “The air that I breathe” is in het jasje van de Everly brothers een klassieker om nooit meer te vergeten. Bij dat nummer heeft Trudie me wel eens aan het meezingen gekregen en dat wil wat zeggen: bovenaardse klasse!

In Nederland wil het nog wel eens de hele dag door regenen. Hier is het omgekeerde aan de hand. Het kan weken achter elkaar echt kurkdroog blijven, ook in de winter, en dan niet alleen tot schande van de boeren, maar ook van de Palmezen. Die snakken ook af en toe naar een mals buitje. Als dat omlaag komt, zie je de stadse meute opleven.
Afgelopen dinsdagmiddag was het eindelijk zo ver, en niet één keer, maar bij herhaling. Toen ik om kwart over 5 op het punt stond om op Santa Catalina naar de Driekoningenoptocht te gaan kijken, viel het met bakken uit de hemel. Gelukkig voor mij en de drie koningen was het even later weer over en kon ik me zonder paraplu en poncho – die heb ik hier niet - tussen het Canarische volksdeel opstellen. Ik keek uit op een woud van poncho’s; Trudie zou ervan gesmuld hebben. Een aardig deel van de mensen, van ongeveer baby’s nog tot stokoude opa’s en oma’s, was gehuld in iets van plastic, in alle kleuren van de regenboog, zowel preventief als nu ook om het hemelwater tegen te houden. Even later - de eerste “carroza”, praalwagen, kwam net aanzetten - begon het opnieuw te plenzen. Nu werden ook honderden, wat zeg ik: duizenden paraplu’s tegelijkertijd de lucht in gestoken. Ik was blij dat ik een overdekt plekje vond net voor het gebouwtje van de “guaguasmunicipales”.
De optocht bestond uit twee delen. Eerst kwamen er in de stromende regen ongeveer 15 a 20 “carrozas” voorbij. Omdat ze in kolonne kwamen en gingen, liep de muziek van de ene wagen zonder mankeren over in de andere. Dat is met het meeblèren wel eens hinderlijk, ja. De zanglustige toeschouwers zetten net in op het ene deuntje, komt er alweer andere muziek uit andere luidsprekers. Alles is hier “industry driven”: Kalise, Tirma, Caser, het bekende rijtje. El Corte Inglés had misschien wel de toepasselijkste “carrozo”, die ik ook nog met carnaval goed wil keuren: een Aladin-wagen met oliekannetje, die nu nog “Jingle bells rock” speelde, twee weken na kerstmis, dat weer wel. En de leukste wagen - ik kan het niet helpen - was ook deze keer van Hiperdino met zijn dansende vooraardse monsters. Zij deinden mee op iets Spaans dat mij onbekend was, maar het publiek om mij heen grote lol bezorgde.
Vervolgens viel er “e look” van wel tien minuten, het lijkt wel “de groeten optoch in Mestreech”, maar toen was het wel droog. Het begon pas weer opnieuw te gieten, toen het tweede deel van de “cabalgata”, de glorieuze intocht, in zicht kwam. Vanonder mijn afdak, opnieuw, zag ik eerst een harmonie doedelzakspelers (op zijn Galicisch?) voorbij komen met pal daarachter een hele meute Romeinen –“olé, olé, de Romeine zien oké”, maar dan op zijn Spaans.Tenslotte denderden de drie wijzen uit het oosten met hun bedienden en dromedarissen in marstempo langsin rood, blauw en groen. Volgens mij waren Melchor, Gaspar en Baltasar dezelfde drie hotemetoten die in de vorige jaren ook al naar mij en vooral naar de kleintjes van LasPalmas gezwaaid hadden, maar leuk blijft het. Er werden nog de nodige laatste moment brieven aan het drietal overhandigd, intussen aardig nat, voordat we terug naar haard en huis mochten. Een triomfantelijke mars over de boulevard zat er vanwege de weersomstandigheid voor mij niet in, deze keer.Ik was nog net voor het donker weer op mijn appartement.

Op de feestdag zelf zit ik ’s ochtendseen beetje beteuterd voor me uit te kijken. Is het omdat ik geen kadootje van het drietal heb gekregen, zelfs niet in aanmerking kom voor een portie “carbón”? Of omdat ik in toenemende mate gemengde gevoelens bij mijn (Ierse) boek heb? In ieder geval regent het niet en lijkter ook geen regen op komst. Het is op Driekoningen hier nog rustiger dan het hier doorgaans op een zondagochtend is. Pas om 11 uur zie ik de eerste kinderen met hun speelgoed op straat verschijnen. Een jongetje van lagere school leeftijd loopt om zich heen te schieten met een kalasjnikov. Even later zie ik een ander jongetje, meer van kleuterschoolleeftijd, met een rode trapauto voor bij komen. Het apparaat heeft alles weg had van een rode sportwagen (en ik denk aan “Little red Corvette” van Prince). Zijn vader duwt hem voorzichtig over de Luis Morote bij mij onder langs in de richting van Santa Catalina.

Dit jaar - nieuw ten opzichte van eerdere jaren - is dat de stadsbussen gewoon over Santa Catalina blijven rijden. Er wordt druk gewerkt aan het opzetten van het carnavalspodium, alleen staan de stoelen nog opgestapeld en zie ik nog steeds geen tribunes. Dus kunnen we tot vandaag nog steeds gewoon op Santa Catalina opstappen op onze favoriete bus. Pas morgen, heb ik begrepen, is het plein pas voor bussen taboe en moeten ze onder het plein door.

Juli verklaarde mij onlangs dat hij helemaal niets ziet in vegetarisme. “Als je daaraan gaat toegeven, dat je alleen nog maar groente en dergelijke mag eten…”, was zijn ongezouten mening hierover. Hij en ik believen graag een stukje vlees op zijn tijd en dat laten wij ons liever niet afnemen door mensen die zich in sojabonen en foute rijst moeten. Juli kiept liever een kalfsruggetje, een lamspoot of een volledige zeebaars in de pan.
Stel dat binnenkort een of andere wetenschapper onomstotelijk aantoont dat watermeloenen, bloemkolen en aardappelen ook gevoelens hebben, zelfs pijn kunnen lijden. En dat de bond van vegetariërs die uitkomst wil doortrekken naar steeds meer “frutas y verduras”. Zou dat dan betekenen dat er nog minder overblijft om met een gerust hart bij een stukje stokbrood weg te werken? Vegetariërs hebben m.i. volkomen gelijk, als ze beweren dat wij rijkaards te veel koeien, varkens en dergelijke eerst vet laten mestenom ze vervolgens met huid en haar te consumeren. Hier zie ik persoonlijk een mooi voorbeeld van iets waarbij ietsje minder een stuk beter is. Maar lekker blijft het, zo’n halve gegrilde kip of een portie zuurvlees, daar is niets aan af te dingen. Aan de andere kant, de massale bio-industrie mag wat mij betreft best verboden worden. Laten we terugkeren naar eenvoudige (landbouw en) veeteelt dichtbij huis en haard.De overheid zou zich daar best voor mogen inzetten.

Het is woensdagmiddag en dan is het mij toegestaan om weer voor een nieuwe muzikant kiezen. Kennen jullie de Texaanse Nanci Griffith al? De dame is van 1953, dus maar ietsje jonger dan Ton, bijna aan de AOW toe. Wat heeft ze me de afgelopen decennia al met Country van de bovenste klas bestookt. Haar hit “From a distance” is wellicht een “eye opener”, zelfs voor de mindere liefhebbers onder jullie. Ongelukkigerwijs heb ik nog maar weinig muziek van haar in mijn bezit, van haar studiocd’s moet ik vooralsnog genoegen nemen met een recent drietal: “Winter marquee” uit 2002, “The loving kind” uit 2009 en “Intersection” uit 2012. Echter, Nanci Griffith maakt al platen vanaf 1978 en van de zomer ga ik er zeker nog meer van haar bemachtigen, meer het oudere werk. Gelukkig heb ik wel nog twee verzamelplaten van haar: “The MCA years, a retrospective” uit 1993 en “From a distance” uit 2002 en daarbij gaf ik denk Peter me met een live Cd uit 1992 (Cambridge, U.K.) “ter lering ende vermaak”.
Kiezen welke Cd ik voor jullie ga opzetten, is een klus. Laat ik eens niet voor iets recents kiezen, maar haar “Retrospective” uit 1993 bij jullie uitproberen. Hier zijn achttien nummers uit haar MCA jaren:
01.Trouble in the fields
02.From a distance
03.I don’t wanna talk about love
04.Deadwood, South Dakota
05.Love at the Five andDime
06.Listen to the radio
07.Gulf coast highway
08.I wishitwouldrain
09.Ford Ecoline
10.So longago
11.If wisheswerechanges
13.Late night Grande Hotel
14.It’s just anothermorninghere
15.Drive-in moviesanddashboardlights
16.There’s a light beyond these woods (Mary Margaret)
17.Outbound plane
18.It’s a hard life whereveryougo
Als ik jullie eens de naam van een rijpe vrouw met een kinderstem moet noemen, komt Nanci Griffith daarvoor in aanmerking (zelfs op haar Cd van 2012). Voor wie haar eens op YouTube wil aanschouwen, doe dat zeg ik, luister en kijk eens naar “Spanish boots of Spanish leather”(geschreven door Bob Dylan), “Across the great divide”samen met Emmylou Harris of Buddy Holly’s “Well, all right” dat ze een keer samen met The Crickets deed in de David Lettermanshow. De “tribute to Buddy Holly” Cd “Not Fade Away” van Nanci Griffith met The Crickets behoort tot de albums die ik nog niet heb; die moet ik zeker nog eens te pakken zien te krijgen.
Maar goed, op de verzamelcd “The MCA years - A Retrospective” zijn er nog weer nummers die boven de andere uitsteken, hoewel ik moeite heb om ze te benoemen (“het beste van het beste”). Ik beperk me hier tot “I don’t wanna talk about love”, “I wish it would rain”, “If wishes were changes”, “It’s just another morning here” en “It’s a hard life wherever you go”. Laat ik bovenal het beste paard van de stal niet vergeten: “Love at the Five and Dime”, een waar feest van een C&W-nummer met een lengte van meer dan zeven minuten. Op dat liedje kom ik terzijde te weten dat een lift in het Engels ook een “lift” is, maar in de Verenigde Staten een “elevator”. En dat de deur van de Woolworth winkellift een ping in zich heeft, voordat ze omhoog of omlaag gaat.

Op Driekoningenavond is het ook op Las Canteras niet druk. Ik zie een “Elsa” voorbijkomen met haar moeder, in een lichtblauwe lange jurk. Charmanter vind ik een iets oudere jongen, die rondrijdt op een plank van twee stukken met aan de uiteinden kleine wielen. Zijn voertuig doet mij denken aan een Segway zonder stuur en stuurstang. Het hangt wel van flitsende lampjes aan elkaar.
Dan zijn er, toch weer, twee piepjonge meisjes, allebei in het roze enmet helm, die hun eerste metalen step, met zijwieltjes, op de boulevard mogen uitproberen. Het ene meisje heeft de dubbele wieltjes aan de voorkant zitten en de andere aan de achterkant. Welke van de twee (“Op een step, op een step, ik ben zo blij dat ik hem heb” van Wim Sonneveld) zou ongevaarlijker zijn? Later komt ook een lagere schooljongen met een V-vormige step voorbij; door je benen op de twee zijstukken te bewegen krijg je hem vooruit. Mag dat wel hier? Echt fietsen is uiteraard helemaal taboe op Las Canteras (behalve voor de politie); vanaf welke leeftijd is ook het steppen niet meer toegestaan?
Los daarvan: waar blijft de tijd, toen een kleine step nog iets raars was en wij, Maastrichtse kinderen een grote autoped als voertuig hadden, met banden die je moest oppompen, een “roller” om het eens op zijn ouderwets te zeggen.
Zoals haast iedere avond probeert de ijverigeman van de loterijen mij onder het luidkeels roepen van “Suerte” een lot te verkopen. Die maakt wat kilometers op een middag en avond; Trudie met haar geocaching is er niks bij! Lieve lezers, als je de gigantische Kerstmis-loterij (El Gordo) zonder dat je prijs hebt, net achter de rug hebt, ook bij de Nieuwsjaars-loterij alleen maar nieten hebtgetrokken en tot overmaat niet eens je eigen geld hebt terugverdiendin de Driekoningen-loterij, waarom zou je dan monter weer een vers lot gaan kopen voor een trekking aanstaand weekend? Zelfs een kraslot is aan mij nooit besteed geweest.

Donderdagavond7 januariis de heilige zandhoop hier, ook wel de “belén de Arena” geheten, eindelijk opgeruimd.Ik ben blij dat de feestdagen nu echt voorbij zijn en we met een gerust hart aan de voorpret van carnaval kunnen beginnen. Hier is het nog even wachten, maar in Maastricht is het a.s. zondag al prijs, als “’t benkelik momint” de nieuwe prins carnaval tevoorschijn tovert. Ik wil al te graag van jullie horen wie dit jaar de eer tebeurt is gevallen. Prins carnaval worden in Maastricht, het blijft “iets” hebben, ondanks de Tempeleers zeg ik erbij, net als hier de uitverkiezing van de carnavalskoningin.
Wat ik helaas ook ga missen, is de nieuwe uitvoering van het illustere “Veldeke kabberèt”. Trudie gaat er met Marij de komende zondagavond heen, geloof ik. Ze mogen allebei één iemand meenemen en jammer is en blijft het dat Trudie voor die avond een andere compagnon in gedachte heeft. Over een goeie week zit ze wel weer hier in Las Palmas, samen met Marcel, Damaris & Yves.

Het is echt een week van verjaardagen. Zondag was Greetje jarig, woensdag Anoek en op 9 januari, morgen dus, is Eva aan de beurt.¡Cumpleaños feliz, muchachas! Intussen word ik er ook niet jonger op.Met carnaval, als ik in Maastricht ben, zal ik proberen mijn rimpels met schmink weg te werken. En als dat niet lukt, is het voor mij botoxen geblazen, of natuurlijk met een maske(s) oplopen van iemand die gebotoxt is.
En daar laat ik het bij voor deze week. Ik zie jullie hopelijk terug over een week, waarschijnlijk op donderdag 14 of vrijdag 15 januari. Maastrichtenaren, beloof me dat jullie wel in de Grote Staat staan, als de Groeten Oonbekinde voorbij komt op weg naar de Spilstraat (“Spèlstraot”?) en dan langs McDonalds naar de Markt afdaalt. Het is nog maar een maand en dan kunnen we er weer vol tegenaan. Ik ook, laat er zelfs de “gran cabalgata” hier voor schieten. Tot ziens maar weer, hastaluego, PaulK.

BOEKENBIJLAGE

Hier is mijn eerste boek van deze door-de-week. Het is er een van de Engelsman R.J. Ellory, van wie ik er in deze rubriek al vele in positieve zin heb mogen bespreken. Deze keer is “Een ongenode gast” uit 2014 aan de beurt. In het Engels heet het “Ghostheart”, maar ik had de Nederlandse vertaling op weg naar Las Palmas in mijn koffer zitten, dus moet die er hier aan geloven.
Het is het verhaal van de New Yorkse Annie O’Neill. Ze is 30 en woont drie hoog in een flat met als overbuurman Jack Sullivan, een dronkenlap van 55 jaar, met wie ze het heel goed kan vinden. Haar spaarzame geld verdient ze met het runnen van een tweedehands boekwinkel in de buurt, The Reader’s Rest (hoek West107th en Duke Ellington in Manhattan). Naast het vasthouden van een handje vaste klanten plus enkele toevallige bezoekersheeft ze niet veel omhanden. Dan verschijnt de bejaarde (Robert) Forrester ten tonele, die iets over haar lang geleden overleden vader weet en haar een deel van een niet uitgegeven manuscript ter lezing achterlaat. Dat gaat over het turbulente leven van ene Haim Kolzac of Rosen, die zich in New York Harry Rose is gaan noemen. Die wordt de “partner in crime” van Johnnie Redbird, ook al een aanvankelijk onbenullig boefje, maar later worden ze echte boeven. Er gebeurt van alles, dat ik hier niet ga vertellen. Veel later, als ze in de veertig zijn, worden de twee voor een moord opgepakt; Johnnie neemt de schuld op zich en draait de bak in, Rikers Island, tot hij – hoe kan het anders - zeven jaar later weet te ontsnappen. Dan zoekt hij zijn vroegere maat Harry Rose op om de helft van de poen van de twee alsnog terug te krijgen.
Intussen wordt Annie in de werkelijkheid smoorverliefd op ene David Quinn, met wie ze stante pede een gepassioneerde verhouding begint. Echter, na een paar wekengeeft hij er alweer de brui aan en laat Annie uiterst beteuterd achter. Gelukkig is haar buurman Jack Sullivan dan present om haar weer op te peppen.
Daar laat ik het voor de samenvatting bij. Ik heb het boek, bijna 400 bladzijden, in één ruk uitgelezen en spannend is het en blijft het. Ellory maakt van “Ghostheart” een novelle - het hele verhaal speelt zich af in maar een paar maanden – waarbij je je (ik dus) geregeld afvraagt waar het heen zal gaan. Ik beken dat ik het me allemaal ietsje te uitgesponnen voorkwam, maar bij de les bleef ik wel. Ik geef als recensiecijfer een 8 voor het boek, eerlijk verdiend. Alle andere boeken van R.J. Ellory die ik nog niet heb gelezen, krijgen bij dezen ook een toekomstige beurt, besluit ik.

Min of meer zonder bijbedoeling had ik begin november ook het boek “The Sirius crossing” van John Creed in mijn koffer hierheen zitten. John Creed is een Ierse schrijver van thrillers en dit boek, met Jack Valentine in de hoofdrol, is van 2002. Hij won er een Ian Fleming Steel Dagger mee. Het speelt vooral op de grens tussen Ulster en Ierland.
Jack – pas op bladzijde 144 zie ik voor het eerst zijn “surname” Valentine staan– is een secret service agent die er door zijn bazen Sommerville en Curley op uit gestuurd wordt om ergens in Noord-Ierland een zeer dode Amerikaan op te sporen. Diens leven zou decennia terug in een grot (“souterrain”) geëindigd zijn. Zewaren destijds als parachutisten met hun tweeën, de ander kon zijn opdracht wel uitvoeren, maar de dode zou wel allerlei papieren bij zich hebben gehad die nog steeds niet openbaar mogen zijn. Jack Valentine komt op zijn missie in contact met diverse mensen aan de kant van de Britse oppressor, o.a. Ronnie Whitcraft en het koppel Marks & Canning. Eigenlijk heeft Jack Valentine minstens zo veel op met de tegenpartij, de IRA. Namen in dit boek van mensen uit die hoek zijn o.a. Liam Mellows, Paddy Regan en ene Eamon van een pub in Dundalk. Voor wie ook in namen van Amerikanengeïnteresseerd is, noem ik hier John Stone, een heel hoge ambtenaar, en Sirius van de US Special Forces, wiens ware identiteit pas op het einde van het boek bekend wordt. Nogal wat bladzijden in het boek spelen overigens niet in Noord-Ierland of op de Schotse kust, maar op Het Kanaal daartussen - het woord crossing staat voor de oversteek. Twee boten, de Castledawn van Jack Valentine en Quo Vadis van de Britse overheid, allebei in het boek aangesproken met “she”,komen daar uiteindelijk met elkaar en vooral met de woeste zee in aanvaring. De vrouwelijke rol gaat o.a. naar de zus van Liam, Deirdre, en verder naar ene Eva in Berlijn en Kate op een van de Shetland eilanden.
Ik heb John Creed’s boek “The Sirius crossing” in twee dagen helemaal uitgelezen, maar echt mooi kon en kan ik het niet vinden. Halverwege (woensdagmorgen) dacht ik erover om het maar te laten voor wat het was, maar dan had ik jullie maar een halve recensie kunnen bezorgen, grapje. Ik vind dit meer een boek voor bijv. botenliefhebbers dan dat me nu eens haarfijn wordt uitgelegd waarom de IRA het gelijk altijd aan zijn kant heeft gehad dan wel waarom spioneren in de grond een uiterst saaie bezigheid is. Als recensiecijfer kom ik niet verder dan een 6, een voldoende, maar niet meer dan dat. Voor mij hoeven andere boeken van John Creed niet meer. Weblogbrief 11.12, 8 januari 2016

Queridos Países Bajeros, beste Hollanders, hier is alweer mijn twaalfde brief in deze subtropische Palmese winter. Ik weet niet wanneer jullie de vorige hebben ontvangen, laat staan gelezen, maar afgelopen maandagmiddag heb ik hem met alles wat ik in me had, verstuurd vanaf de universiteit. Deze twaalfde keer is het mijn Driekoningenweek, ter ere van het hoogfeest voor de kinderen hier. El Corte Inglés zet zich in de kijker met “Felices Reyes” en op diverse plaatsten in de stad zie ik de speciale brievenbussen staan waarin het grut zijn liefde voor de “three wise men” alsmede zijn cadeauwensen schriftelijk kenbaar kan maken. De kinderfeestdagen zijn op 5 en 6 januari, maar als ik deze alinea schrijf, is het pas 3 januari.

Het leven hier, zeker dat van het overheidspersoneel, staat nog steeds op een laag pitje en dat blijft zo nog even. Het is druk op de boulevard, er is geen tafeltje onbezet in de cafés annex restaurants en werken, ho maar. Ik denk oprecht dat mensen van bijv. de universiteit betaald verlof hebben van zeg 23 december tot na Driekoningen. Dat is nog eens extra vakantietijd.
Bij mijn uitstaphalte zie ik een advertentie van een man in zijn onderbroek, zijn “geval”in de aanslag. “Si te gustó el primer agujero”, als je het eerste gat kon waarderen, staat erbij, dan vind je dit gat ook wel in orde. Laat ik maar vlug doorlopen naar de universiteit, denk ik dan, voordat ik een klacht wil indienen.

In mijn eerste boek, zie verder beneden, kom ik een paar keer de uitdrukking“Zo gewonnen, zo geronnen” tegen. Ik heb hier geen Grote Van Dale woordenboek hier bij de hand en de uitdrukking staat ook niet in mijn Nederlands-Spaanse woordenboek. Wel in het Nederlands-Engelse, dat het over: “Easy come, easy go”heeft, terwijl ik in het Nederlands-Franse als vertaling vind: “Ce qui vient de la flute, s’en retourne au tambour”. Ben ik nu helemaal bijgepraat? Eerlijk gezegd, nog steeds niet. Geronnen, “coagulado”?

“Zoals de ouden zongen, piepen de jongen”. Dat lijkt me een aardig begin voor mijn eerste muzikale uitstapje: nieuwe Country & Westernmuziek in een oud jasje, dat van Buck Owens (1929-2006). Het allereerste album dat ik van Buck Owens heb, dateert van 1961. Het heet “Buck Owens” en dan zal het ook wel in het echt diens eerste plaat zijn, samen met zijn begeleidingsgroep The Buckaroos. Daarna volgen er nog een heleboel, o.a. een achttal Cd’s over zijn periode 1969-1975, die ik in zijn totaliteit heb en zijn “The Buck Owens Collection” en “The Very Best Of Buck Owens”, waarvan ik een deel in mijn verzameling heb zitten.
Vergeleken met Buck Owens is Dwight Yoakam, geboren in 1956, een jong ventje. Diens eerste Cd dateert bij mijn weten van 1986, maar ik heb er nog veel meer van hem. Hier staan ze onder elkaar:
(1986) Guitars, Cadillacs, Etc., Etc.
(1987) Hillbilly Deluxe
(1988) Buenas Noches From A Lonely Room
(1990) If There Was A Way
(1993) This Time
(2007) Dwight Sings Buck
(2012) 3 Pears
(C2013) 21th Century Hits. Best Of 2000-2012
Waar het me in deze toevoeging vooral om te doen is, is Dwight Yoakam’s Cd uit 2007, een jaar na het overlijden van Buck Owens: “Dwight Sings Buck”. Ik vind dat een heel mooie plaat en dan begint deze jongen zich wel af te vragen hoe de vijftien oorspronkelijke nummers stuk voor stuk ook al weer waren. Ik heb er veertien van de vijftien op mijn harde schijf; alleen nummertje 6 ontbreekt. Hier is de hele serie nummers van Dwight Yoakam’s Cd, maar dan gezongen door Buck Owens zelf. Uiteraard zijn ook The Buckaroos van de partij en op vier van de nummers uit 1970-71 komt ook Buck’s beschermelinge Susan Raye aan bod. Daar gaan we:
01.My heart skipt a beat
02.Foolin’ around
03.I don’t care (just as long as you love me)
04.Only you
05.Act naturally
06.Down on the corner of love (DY)
07.Cryin’ time (& Susan Raye)
08.Above andbeyond
09.Love’s gonna live here
10.Close upthehonkytonks
11.Under yourspellagain
12.Your tender lovin‘ care (& Susan Raye)
13.Excuse me (I think I’ve got a heartache)
14.Think of me (& Susan Raye)
15.Together again (& Susan Raye)
Uiteraard komen op de plaat heel wat hits voorbij, waarvan ik de laatste, “Together again”, dat hij met Susan Raye zingt, misschien wel de mooiste vind. (Voor wie dat interesseert, kan ik het nummer ook laten horen in bijv. de versie van Chris Hillman, Dean Martin, Emmylou Harris, Gram Parsons, RayCharles en Rod Stewart.). Een pareltje van een eigen compilatie vind ik het!

Eerder heb ik hier een reclame van vliegtuigmaatschappij Binter eens de ruimte gegeven, de regionale vliegmaatschappij, die sinds een paar jaar voorzichtig ook uitstapjes naar het buitenland maakt. Eerlijk gezegd vind ik die uitstapjes hiervandaan naar bijv. Lissabon en Agadir aan de dure kant.
In dezelfde sfeer, maar wel goedkoper, dient zich nu ook in Spanje Iberia Express aan. Via die dochter van Iberia, neem ik maar aan, kun je nu kennelijk goedkoop naar Madrid vliegen en vandaaruit verder de wijde wereld in. Aan de andere kant, het zijn m.i. allemaal pogingen van het establishment om echte prijsvechters zoals Ryanair bij te benen. Als je met de laatste minder comfortabel en soms op een fout tijdstip, maar wel heel goedkoop kunt vliegen, dan kiezen de meeste mensen niet langer voor een reguliere maatschappij zoals KLM, Iberia of zelfs Condor, ook al krijg je daar nog je bakje koffie en broodje inclusief. Het is niet anders.

Bij de Everly Brothers weet ik niet of ik ze onder Country of onder Pop moet rangschikken, maar mooi waren ze en blijven ze. De eerste single van Don & Phil is geloof ik niet “Bye bye love” (met het wonderschone “I Wonder if I care as much” op de B-kant), maar net daarvóór nog “Keep a’lovin’ me” met “Don’t let our love die”. Bij mijn weten deed die plaat niks, in ieder geval niet landelijk. Met “Bye bye love” kwamen de diverse wereldhits bij Cadence records - zie de Cd “Cadence classics” van het duo, 20 nummers. Interessant is ook Harry’s recente artikel over de kleine platenmaatschappij, waarbij ik hier speciaal nog Vaughn Meader’sLp “First family” uit 1962 moet noemen.
Vanaf begin jaren zestig gingen de Everlys met een vet nieuw contract over naar Warner. Hun carrière liep ergens dood eind jaren zestig. Dan, eerst in 1988 en daarna in 1990, kwamenuit het niets twee nieuwe Cd’s van ze uit, die me na aan het hart gaanen die ik hier met enige trots aan jullie noem. Ik moet kiezen tussen “I want you to know”en “Sweet memories” en de laatste wordt het. Kennen jullie de nummers daarvan (nog):
01.Sweet memories
02.The brandnew Tennessee waltz
03.Somebody nobodyknows
04.Breakdown
05.Not fade away
06.Mandolin wind
07.The airthat I breathe
08.Lay it down
09.Stories we couldtell
10.Paradise
11.Watching itgo
12.Husbands andwives
13.Rocky top
14.Our song
15.Up in Mabel’s room
16.Woman, don’t try to tie me down
Over de Everly brothers wil ik van niemand een kwaad woord horen, ook niet over de decennia na hun grote hits, toen ze solo nog wat probeerden. Wat is het jammer dat Phil met zijn prachtige tweede stem dood is, maar zo gaat dat helaas. Op de Cd “Sweet memories” heb ik uiteraard iets met het titelnummer, prachtig is het woord, maar ook met bijv. “Somebody nobody knows”, “Mandolin wind” (de eerdere hit van Rod Stewart), “Stories that we could tell” en “Our song”. En de oude hit van The Hollies “The air that I breathe” is in het jasje van de Everly brothers een klassieker om nooit meer te vergeten. Bij dat nummer heeft Trudie me wel eens aan het meezingen gekregen en dat wil wat zeggen: bovenaardse klasse!

In Nederland wil het nog wel eens de hele dag door regenen. Hier is het omgekeerde aan de hand. Het kan weken achter elkaar echt kurkdroog blijven, ook in de winter, en dan niet alleen tot schande van de boeren, maar ook van de Palmezen. Die snakken ook af en toe naar een mals buitje. Als dat omlaag komt, zie je de stadse meute opleven.
Afgelopen dinsdagmiddag was het eindelijk zo ver, en niet één keer, maar bij herhaling. Toen ik om kwart over 5 op het punt stond om op Santa Catalina naar de Driekoningenoptocht te gaan kijken, viel het met bakken uit de hemel. Gelukkig voor mij en de drie koningen was het even later weer over en kon ik me zonder paraplu en poncho – die heb ik hier niet - tussen het Canarische volksdeel opstellen. Ik keek uit op een woud van poncho’s; Trudie zou ervan gesmuld hebben. Een aardig deel van de mensen, van ongeveer baby’s nog tot stokoude opa’s en oma’s, was gehuld in iets van plastic, in alle kleuren van de regenboog, zowel preventief als nu ook om het hemelwater tegen te houden. Even later - de eerste “carroza”, praalwagen, kwam net aanzetten - begon het opnieuw te plenzen. Nu werden ook honderden, wat zeg ik: duizenden paraplu’s tegelijkertijd de lucht in gestoken. Ik was blij dat ik een overdekt plekje vond net voor het gebouwtje van de “guaguasmunicipales”.
De optocht bestond uit twee delen. Eerst kwamen er in de stromende regen ongeveer 15 a 20 “carrozas” voorbij. Omdat ze in kolonne kwamen en gingen, liep de muziek van de ene wagen zonder mankeren over in de andere. Dat is met het meeblèren wel eens hinderlijk, ja. De zanglustige toeschouwers zetten net in op het ene deuntje, komt er alweer andere muziek uit andere luidsprekers. Alles is hier “industry driven”: Kalise, Tirma, Caser, het bekende rijtje. El Corte Inglés had misschien wel de toepasselijkste “carrozo”, die ik ook nog met carnaval goed wil keuren: een Aladin-wagen met oliekannetje, die nu nog “Jingle bells rock” speelde, twee weken na kerstmis, dat weer wel. En de leukste wagen - ik kan het niet helpen - was ook deze keer van Hiperdino met zijn dansende vooraardse monsters. Zij deinden mee op iets Spaans dat mij onbekend was, maar het publiek om mij heen grote lol bezorgde.
Vervolgens viel er “e look” van wel tien minuten, het lijkt wel “de groeten optoch in Mestreech”, maar toen was het wel droog. Het begon pas weer opnieuw te gieten, toen het tweede deel van de “cabalgata”, de glorieuze intocht, in zicht kwam. Vanonder mijn afdak, opnieuw, zag ik eerst een harmonie doedelzakspelers (op zijn Galicisch?) voorbij komen met pal daarachter een hele meute Romeinen –“olé, olé, de Romeine zien oké”, maar dan op zijn Spaans.Tenslotte denderden de drie wijzen uit het oosten met hun bedienden en dromedarissen in marstempo langsin rood, blauw en groen. Volgens mij waren Melchor, Gaspar en Baltasar dezelfde drie hotemetoten die in de vorige jaren ook al naar mij en vooral naar de kleintjes van LasPalmas gezwaaid hadden, maar leuk blijft het. Er werden nog de nodige laatste moment brieven aan het drietal overhandigd, intussen aardig nat, voordat we terug naar haard en huis mochten. Een triomfantelijke mars over de boulevard zat er vanwege de weersomstandigheid voor mij niet in, deze keer.Ik was nog net voor het donker weer op mijn appartement.

Op de feestdag zelf zit ik ’s ochtendseen beetje beteuterd voor me uit te kijken. Is het omdat ik geen kadootje van het drietal heb gekregen, zelfs niet in aanmerking kom voor een portie “carbón”? Of omdat ik in toenemende mate gemengde gevoelens bij mijn (Ierse) boek heb? In ieder geval regent het niet en lijkter ook geen regen op komst. Het is op Driekoningen hier nog rustiger dan het hier doorgaans op een zondagochtend is. Pas om 11 uur zie ik de eerste kinderen met hun speelgoed op straat verschijnen. Een jongetje van lagere school leeftijd loopt om zich heen te schieten met een kalasjnikov. Even later zie ik een ander jongetje, meer van kleuterschoolleeftijd, met een rode trapauto voor bij komen. Het apparaat heeft alles weg had van een rode sportwagen (en ik denk aan “Little red Corvette” van Prince). Zijn vader duwt hem voorzichtig over de Luis Morote bij mij onder langs in de richting van Santa Catalina.

Dit jaar - nieuw ten opzichte van eerdere jaren - is dat de stadsbussen gewoon over Santa Catalina blijven rijden. Er wordt druk gewerkt aan het opzetten van het carnavalspodium, alleen staan de stoelen nog opgestapeld en zie ik nog steeds geen tribunes. Dus kunnen we tot vandaag nog steeds gewoon op Santa Catalina opstappen op onze favoriete bus. Pas morgen, heb ik begrepen, is het plein pas voor bussen taboe en moeten ze onder het plein door.

Juli verklaarde mij onlangs dat hij helemaal niets ziet in vegetarisme. “Als je daaraan gaat toegeven, dat je alleen nog maar groente en dergelijke mag eten…”, was zijn ongezouten mening hierover. Hij en ik believen graag een stukje vlees op zijn tijd en dat laten wij ons liever niet afnemen door mensen die zich in sojabonen en foute rijst moeten. Juli kiept liever een kalfsruggetje, een lamspoot of een volledige zeebaars in de pan.
Stel dat binnenkort een of andere wetenschapper onomstotelijk aantoont dat watermeloenen, bloemkolen en aardappelen ook gevoelens hebben, zelfs pijn kunnen lijden. En dat de bond van vegetariërs die uitkomst wil doortrekken naar steeds meer “frutas y verduras”. Zou dat dan betekenen dat er nog minder overblijft om met een gerust hart bij een stukje stokbrood weg te werken? Vegetariërs hebben m.i. volkomen gelijk, als ze beweren dat wij rijkaards te veel koeien, varkens en dergelijke eerst vet laten mestenom ze vervolgens met huid en haar te consumeren. Hier zie ik persoonlijk een mooi voorbeeld van iets waarbij ietsje minder een stuk beter is. Maar lekker blijft het, zo’n halve gegrilde kip of een portie zuurvlees, daar is niets aan af te dingen. Aan de andere kant, de massale bio-industrie mag wat mij betreft best verboden worden. Laten we terugkeren naar eenvoudige (landbouw en) veeteelt dichtbij huis en haard.De overheid zou zich daar best voor mogen inzetten.

Het is woensdagmiddag en dan is het mij toegestaan om weer voor een nieuwe muzikant kiezen. Kennen jullie de Texaanse Nanci Griffith al? De dame is van 1953, dus maar ietsje jonger dan Ton, bijna aan de AOW toe. Wat heeft ze me de afgelopen decennia al met Country van de bovenste klas bestookt. Haar hit “From a distance” is wellicht een “eye opener”, zelfs voor de mindere liefhebbers onder jullie. Ongelukkigerwijs heb ik nog maar weinig muziek van haar in mijn bezit, van haar studiocd’s moet ik vooralsnog genoegen nemen met een recent drietal: “Winter marquee” uit 2002, “The loving kind” uit 2009 en “Intersection” uit 2012. Echter, Nanci Griffith maakt al platen vanaf 1978 en van de zomer ga ik er zeker nog meer van haar bemachtigen, meer het oudere werk. Gelukkig heb ik wel nog twee verzamelplaten van haar: “The MCA years, a retrospective” uit 1993 en “From a distance” uit 2002 en daarbij gaf ik denk Peter me met een live Cd uit 1992 (Cambridge, U.K.) “ter lering ende vermaak”.
Kiezen welke Cd ik voor jullie ga opzetten, is een klus. Laat ik eens niet voor iets recents kiezen, maar haar “Retrospective” uit 1993 bij jullie uitproberen. Hier zijn achttien nummers uit haar MCA jaren:
01.Trouble in the fields
02.From a distance
03.I don’t wanna talk about love
04.Deadwood, South Dakota
05.Love at the Five andDime
06.Listen to the radio
07.Gulf coast highway
08.I wishitwouldrain
09.Ford Ecoline
10.So longago
11.If wisheswerechanges
13.Late night Grande Hotel
14.It’s just anothermorninghere
15.Drive-in moviesanddashboardlights
16.There’s a light beyond these woods (Mary Margaret)
17.Outbound plane
18.It’s a hard life whereveryougo
Als ik jullie eens de naam van een rijpe vrouw met een kinderstem moet noemen, komt Nanci Griffith daarvoor in aanmerking (zelfs op haar Cd van 2012). Voor wie haar eens op YouTube wil aanschouwen, doe dat zeg ik, luister en kijk eens naar “Spanish boots of Spanish leather”(geschreven door Bob Dylan), “Across the great divide”samen met Emmylou Harris of Buddy Holly’s “Well, all right” dat ze een keer samen met The Crickets deed in de David Lettermanshow. De “tribute to Buddy Holly” Cd “Not Fade Away” van Nanci Griffith met The Crickets behoort tot de albums die ik nog niet heb; die moet ik zeker nog eens te pakken zien te krijgen.
Maar goed, op de verzamelcd “The MCA years - A Retrospective” zijn er nog weer nummers die boven de andere uitsteken, hoewel ik moeite heb om ze te benoemen (“het beste van het beste”). Ik beperk me hier tot “I don’t wanna talk about love”, “I wish it would rain”, “If wishes were changes”, “It’s just another morning here” en “It’s a hard life wherever you go”. Laat ik bovenal het beste paard van de stal niet vergeten: “Love at the Five and Dime”, een waar feest van een C&W-nummer met een lengte van meer dan zeven minuten. Op dat liedje kom ik terzijde te weten dat een lift in het Engels ook een “lift” is, maar in de Verenigde Staten een “elevator”. En dat de deur van de Woolworth winkellift een ping in zich heeft, voordat ze omhoog of omlaag gaat.

Op Driekoningenavond is het ook op Las Canteras niet druk. Ik zie een “Elsa” voorbijkomen met haar moeder, in een lichtblauwe lange jurk. Charmanter vind ik een iets oudere jongen, die rondrijdt op een plank van twee stukken met aan de uiteinden kleine wielen. Zijn voertuig doet mij denken aan een Segway zonder stuur en stuurstang. Het hangt wel van flitsende lampjes aan elkaar.
Dan zijn er, toch weer, twee piepjonge meisjes, allebei in het roze enmet helm, die hun eerste metalen step, met zijwieltjes, op de boulevard mogen uitproberen. Het ene meisje heeft de dubbele wieltjes aan de voorkant zitten en de andere aan de achterkant. Welke van de twee (“Op een step, op een step, ik ben zo blij dat ik hem heb” van Wim Sonneveld) zou ongevaarlijker zijn? Later komt ook een lagere schooljongen met een V-vormige step voorbij; door je benen op de twee zijstukken te bewegen krijg je hem vooruit. Mag dat wel hier? Echt fietsen is uiteraard helemaal taboe op Las Canteras (behalve voor de politie); vanaf welke leeftijd is ook het steppen niet meer toegestaan?
Los daarvan: waar blijft de tijd, toen een kleine step nog iets raars was en wij, Maastrichtse kinderen een grote autoped als voertuig hadden, met banden die je moest oppompen, een “roller” om het eens op zijn ouderwets te zeggen.
Zoals haast iedere avond probeert de ijverigeman van de loterijen mij onder het luidkeels roepen van “Suerte” een lot te verkopen. Die maakt wat kilometers op een middag en avond; Trudie met haar geocaching is er niks bij! Lieve lezers, als je de gigantische Kerstmis-loterij (El Gordo) zonder dat je prijs hebt, net achter de rug hebt, ook bij de Nieuwsjaars-loterij alleen maar nieten hebtgetrokken en tot overmaat niet eens je eigen geld hebt terugverdiendin de Driekoningen-loterij, waarom zou je dan monter weer een vers lot gaan kopen voor een trekking aanstaand weekend? Zelfs een kraslot is aan mij nooit besteed geweest.

Donderdagavond7 januariis de heilige zandhoop hier, ook wel de “belén de Arena” geheten, eindelijk opgeruimd.Ik ben blij dat de feestdagen nu echt voorbij zijn en we met een gerust hart aan de voorpret van carnaval kunnen beginnen. Hier is het nog even wachten, maar in Maastricht is het a.s. zondag al prijs, als “’t benkelik momint” de nieuwe prins carnaval tevoorschijn tovert. Ik wil al te graag van jullie horen wie dit jaar de eer tebeurt is gevallen. Prins carnaval worden in Maastricht, het blijft “iets” hebben, ondanks de Tempeleers zeg ik erbij, net als hier de uitverkiezing van de carnavalskoningin.
Wat ik helaas ook ga missen, is de nieuwe uitvoering van het illustere “Veldeke kabberèt”. Trudie gaat er met Marij de komende zondagavond heen, geloof ik. Ze mogen allebei één iemand meenemen en jammer is en blijft het dat Trudie voor die avond een andere compagnon in gedachte heeft. Over een goeie week zit ze wel weer hier in Las Palmas, samen met Marcel, Damaris & Yves.

Het is echt een week van verjaardagen. Zondag was Greetje jarig, woensdag Anoek en op 9 januari, morgen dus, is Eva aan de beurt.¡Cumpleaños feliz, muchachas! Intussen word ik er ook niet jonger op.Met carnaval, als ik in Maastricht ben, zal ik proberen mijn rimpels met schmink weg te werken. En als dat niet lukt, is het voor mij botoxen geblazen, of natuurlijk met een maske(s) oplopen van iemand die gebotoxt is.
En daar laat ik het bij voor deze week. Ik zie jullie hopelijk terug over een week, waarschijnlijk op donderdag 14 of vrijdag 15 januari. Maastrichtenaren, beloof me dat jullie wel in de Grote Staat staan, als de Groeten Oonbekinde voorbij komt op weg naar de Spilstraat (“Spèlstraot”?) en dan langs McDonalds naar de Markt afdaalt. Het is nog maar een maand en dan kunnen we er weer vol tegenaan. Ik ook, laat er zelfs de “gran cabalgata” hier voor schieten. Tot ziens maar weer, hastaluego, PaulK.

BOEKENBIJLAGE

Hier is mijn eerste boek van deze door-de-week. Het is er een van de Engelsman R.J. Ellory, van wie ik er in deze rubriek al vele in positieve zin heb mogen bespreken. Deze keer is “Een ongenode gast” uit 2014 aan de beurt. In het Engels heet het “Ghostheart”, maar ik had de Nederlandse vertaling op weg naar Las Palmas in mijn koffer zitten, dus moet die er hier aan geloven.
Het is het verhaal van de New Yorkse Annie O’Neill. Ze is 30 en woont drie hoog in een flat met als overbuurman Jack Sullivan, een dronkenlap van 55 jaar, met wie ze het heel goed kan vinden. Haar spaarzame geld verdient ze met het runnen van een tweedehands boekwinkel in de buurt, The Reader’s Rest (hoek West107th en Duke Ellington in Manhattan). Naast het vasthouden van een handje vaste klanten plus enkele toevallige bezoekersheeft ze niet veel omhanden. Dan verschijnt de bejaarde (Robert) Forrester ten tonele, die iets over haar lang geleden overleden vader weet en haar een deel van een niet uitgegeven manuscript ter lezing achterlaat. Dat gaat over het turbulente leven van ene Haim Kolzac of Rosen, die zich in New York Harry Rose is gaan noemen. Die wordt de “partner in crime” van Johnnie Redbird, ook al een aanvankelijk onbenullig boefje, maar later worden ze echte boeven. Er gebeurt van alles, dat ik hier niet ga vertellen. Veel later, als ze in de veertig zijn, worden de twee voor een moord opgepakt; Johnnie neemt de schuld op zich en draait de bak in, Rikers Island, tot hij – hoe kan het anders - zeven jaar later weet te ontsnappen. Dan zoekt hij zijn vroegere maat Harry Rose op om de helft van de poen van de twee alsnog terug te krijgen.
Intussen wordt Annie in de werkelijkheid smoorverliefd op ene David Quinn, met wie ze stante pede een gepassioneerde verhouding begint. Echter, na een paar wekengeeft hij er alweer de brui aan en laat Annie uiterst beteuterd achter. Gelukkig is haar buurman Jack Sullivan dan present om haar weer op te peppen.
Daar laat ik het voor de samenvatting bij. Ik heb het boek, bijna 400 bladzijden, in één ruk uitgelezen en spannend is het en blijft het. Ellory maakt van “Ghostheart” een novelle - het hele verhaal speelt zich af in maar een paar maanden – waarbij je je (ik dus) geregeld afvraagt waar het heen zal gaan. Ik beken dat ik het me allemaal ietsje te uitgesponnen voorkwam, maar bij de les bleef ik wel. Ik geef als recensiecijfer een 8 voor het boek, eerlijk verdiend. Alle andere boeken van R.J. Ellory die ik nog niet heb gelezen, krijgen bij dezen ook een toekomstige beurt, besluit ik.

Min of meer zonder bijbedoeling had ik begin november ook het boek “The Sirius crossing” van John Creed in mijn koffer hierheen zitten. John Creed is een Ierse schrijver van thrillers en dit boek, met Jack Valentine in de hoofdrol, is van 2002. Hij won er een Ian Fleming Steel Dagger mee. Het speelt vooral op de grens tussen Ulster en Ierland.
Jack – pas op bladzijde 144 zie ik voor het eerst zijn “surname” Valentine staan– is een secret service agent die er door zijn bazen Sommerville en Curley op uit gestuurd wordt om ergens in Noord-Ierland een zeer dode Amerikaan op te sporen. Diens leven zou decennia terug in een grot (“souterrain”) geëindigd zijn. Zewaren destijds als parachutisten met hun tweeën, de ander kon zijn opdracht wel uitvoeren, maar de dode zou wel allerlei papieren bij zich hebben gehad die nog steeds niet openbaar mogen zijn. Jack Valentine komt op zijn missie in contact met diverse mensen aan de kant van de Britse oppressor, o.a. Ronnie Whitcraft en het koppel Marks & Canning. Eigenlijk heeft Jack Valentine minstens zo veel op met de tegenpartij, de IRA. Namen in dit boek van mensen uit die hoek zijn o.a. Liam Mellows, Paddy Regan en ene Eamon van een pub in Dundalk. Voor wie ook in namen van Amerikanengeïnteresseerd is, noem ik hier John Stone, een heel hoge ambtenaar, en Sirius van de US Special Forces, wiens ware identiteit pas op het einde van het boek bekend wordt. Nogal wat bladzijden in het boek spelen overigens niet in Noord-Ierland of op de Schotse kust, maar op Het Kanaal daartussen - het woord crossing staat voor de oversteek. Twee boten, de Castledawn van Jack Valentine en Quo Vadis van de Britse overheid, allebei in het boek aangesproken met “she”,komen daar uiteindelijk met elkaar en vooral met de woeste zee in aanvaring. De vrouwelijke rol gaat o.a. naar de zus van Liam, Deirdre, en verder naar ene Eva in Berlijn en Kate op een van de Shetland eilanden.
Ik heb John Creed’s boek “The Sirius crossing” in twee dagen helemaal uitgelezen, maar echt mooi kon en kan ik het niet vinden. Halverwege (woensdagmorgen) dacht ik erover om het maar te laten voor wat het was, maar dan had ik jullie maar een halve recensie kunnen bezorgen, grapje. Ik vind dit meer een boek voor bijv. botenliefhebbers dan dat me nu eens haarfijn wordt uitgelegd waarom de IRA het gelijk altijd aan zijn kant heeft gehad dan wel waarom spioneren in de grond een uiterst saaie bezigheid is. Als recensiecijfer kom ik niet verder dan een 6, een voldoende, maar niet meer dan dat. Voor mij hoeven andere boeken van John Creed niet meer. Weblogbrief 11.12, 8 januari 2016

Queridos Países Bajeros, beste Hollanders, hier is alweer mijn twaalfde brief in deze subtropische Palmese winter. Ik weet niet wanneer jullie de vorige hebben ontvangen, laat staan gelezen, maar afgelopen maandagmiddag heb ik hem met alles wat ik in me had, verstuurd vanaf de universiteit. Deze twaalfde keer is het mijn Driekoningenweek, ter ere van het hoogfeest voor de kinderen hier. El Corte Inglés zet zich in de kijker met “Felices Reyes” en op diverse plaatsten in de stad zie ik de speciale brievenbussen staan waarin het grut zijn liefde voor de “three wise men” alsmede zijn cadeauwensen schriftelijk kenbaar kan maken. De kinderfeestdagen zijn op 5 en 6 januari, maar als ik deze alinea schrijf, is het pas 3 januari.

Het leven hier, zeker dat van het overheidspersoneel, staat nog steeds op een laag pitje en dat blijft zo nog even. Het is druk op de boulevard, er is geen tafeltje onbezet in de cafés annex restaurants en werken, ho maar. Ik denk oprecht dat mensen van bijv. de universiteit betaald verlof hebben van zeg 23 december tot na Driekoningen. Dat is nog eens extra vakantietijd.
Bij mijn uitstaphalte zie ik een advertentie van een man in zijn onderbroek, zijn “geval”in de aanslag. “Si te gustó el primer agujero”, als je het eerste gat kon waarderen, staat erbij, dan vind je dit gat ook wel in orde. Laat ik maar vlug doorlopen naar de universiteit, denk ik dan, voordat ik een klacht wil indienen.

In mijn eerste boek, zie verder beneden, kom ik een paar keer de uitdrukking“Zo gewonnen, zo geronnen” tegen. Ik heb hier geen Grote Van Dale woordenboek hier bij de hand en de uitdrukking staat ook niet in mijn Nederlands-Spaanse woordenboek. Wel in het Nederlands-Engelse, dat het over: “Easy come, easy go”heeft, terwijl ik in het Nederlands-Franse als vertaling vind: “Ce qui vient de la flute, s’en retourne au tambour”. Ben ik nu helemaal bijgepraat? Eerlijk gezegd, nog steeds niet. Geronnen, “coagulado”?

“Zoals de ouden zongen, piepen de jongen”. Dat lijkt me een aardig begin voor mijn eerste muzikale uitstapje: nieuwe Country & Westernmuziek in een oud jasje, dat van Buck Owens (1929-2006). Het allereerste album dat ik van Buck Owens heb, dateert van 1961. Het heet “Buck Owens” en dan zal het ook wel in het echt diens eerste plaat zijn, samen met zijn begeleidingsgroep The Buckaroos. Daarna volgen er nog een heleboel, o.a. een achttal Cd’s over zijn periode 1969-1975, die ik in zijn totaliteit heb en zijn “The Buck Owens Collection” en “The Very Best Of Buck Owens”, waarvan ik een deel in mijn verzameling heb zitten.
Vergeleken met Buck Owens is Dwight Yoakam, geboren in 1956, een jong ventje. Diens eerste Cd dateert bij mijn weten van 1986, maar ik heb er nog veel meer van hem. Hier staan ze onder elkaar:
(1986) Guitars, Cadillacs, Etc., Etc.
(1987) Hillbilly Deluxe
(1988) Buenas Noches From A Lonely Room
(1990) If There Was A Way
(1993) This Time
(2007) Dwight Sings Buck
(2012) 3 Pears
(C2013) 21th Century Hits. Best Of 2000-2012
Waar het me in deze toevoeging vooral om te doen is, is Dwight Yoakam’s Cd uit 2007, een jaar na het overlijden van Buck Owens: “Dwight Sings Buck”. Ik vind dat een heel mooie plaat en dan begint deze jongen zich wel af te vragen hoe de vijftien oorspronkelijke nummers stuk voor stuk ook al weer waren. Ik heb er veertien van de vijftien op mijn harde schijf; alleen nummertje 6 ontbreekt. Hier is de hele serie nummers van Dwight Yoakam’s Cd, maar dan gezongen door Buck Owens zelf. Uiteraard zijn ook The Buckaroos van de partij en op vier van de nummers uit 1970-71 komt ook Buck’s beschermelinge Susan Raye aan bod. Daar gaan we:
01.My heart skipt a beat
02.Foolin’ around
03.I don’t care (just as long as you love me)
04.Only you
05.Act naturally
06.Down on the corner of love (DY)
07.Cryin’ time (& Susan Raye)
08.Above andbeyond
09.Love’s gonna live here
10.Close upthehonkytonks
11.Under yourspellagain
12.Your tender lovin‘ care (& Susan Raye)
13.Excuse me (I think I’ve got a heartache)
14.Think of me (& Susan Raye)
15.Together again (& Susan Raye)
Uiteraard komen op de plaat heel wat hits voorbij, waarvan ik de laatste, “Together again”, dat hij met Susan Raye zingt, misschien wel de mooiste vind. (Voor wie dat interesseert, kan ik het nummer ook laten horen in bijv. de versie van Chris Hillman, Dean Martin, Emmylou Harris, Gram Parsons, RayCharles en Rod Stewart.). Een pareltje van een eigen compilatie vind ik het!

Eerder heb ik hier een reclame van vliegtuigmaatschappij Binter eens de ruimte gegeven, de regionale vliegmaatschappij, die sinds een paar jaar voorzichtig ook uitstapjes naar het buitenland maakt. Eerlijk gezegd vind ik die uitstapjes hiervandaan naar bijv. Lissabon en Agadir aan de dure kant.
In dezelfde sfeer, maar wel goedkoper, dient zich nu ook in Spanje Iberia Express aan. Via die dochter van Iberia, neem ik maar aan, kun je nu kennelijk goedkoop naar Madrid vliegen en vandaaruit verder de wijde wereld in. Aan de andere kant, het zijn m.i. allemaal pogingen van het establishment om echte prijsvechters zoals Ryanair bij te benen. Als je met de laatste minder comfortabel en soms op een fout tijdstip, maar wel heel goedkoop kunt vliegen, dan kiezen de meeste mensen niet langer voor een reguliere maatschappij zoals KLM, Iberia of zelfs Condor, ook al krijg je daar nog je bakje koffie en broodje inclusief. Het is niet anders.

Bij de Everly Brothers weet ik niet of ik ze onder Country of onder Pop moet rangschikken, maar mooi waren ze en blijven ze. De eerste single van Don & Phil is geloof ik niet “Bye bye love” (met het wonderschone “I Wonder if I care as much” op de B-kant), maar net daarvóór nog “Keep a’lovin’ me” met “Don’t let our love die”. Bij mijn weten deed die plaat niks, in ieder geval niet landelijk. Met “Bye bye love” kwamen de diverse wereldhits bij Cadence records - zie de Cd “Cadence classics” van het duo, 20 nummers. Interessant is ook Harry’s recente artikel over de kleine platenmaatschappij, waarbij ik hier speciaal nog Vaughn Meader’sLp “First family” uit 1962 moet noemen.
Vanaf begin jaren zestig gingen de Everlys met een vet nieuw contract over naar Warner. Hun carrière liep ergens dood eind jaren zestig. Dan, eerst in 1988 en daarna in 1990, kwamenuit het niets twee nieuwe Cd’s van ze uit, die me na aan het hart gaanen die ik hier met enige trots aan jullie noem. Ik moet kiezen tussen “I want you to know”en “Sweet memories” en de laatste wordt het. Kennen jullie de nummers daarvan (nog):
01.Sweet memories
02.The brandnew Tennessee waltz
03.Somebody nobodyknows
04.Breakdown
05.Not fade away
06.Mandolin wind
07.The airthat I breathe
08.Lay it down
09.Stories we couldtell
10.Paradise
11.Watching itgo
12.Husbands andwives
13.Rocky top
14.Our song
15.Up in Mabel’s room
16.Woman, don’t try to tie me down
Over de Everly brothers wil ik van niemand een kwaad woord horen, ook niet over de decennia na hun grote hits, toen ze solo nog wat probeerden. Wat is het jammer dat Phil met zijn prachtige tweede stem dood is, maar zo gaat dat helaas. Op de Cd “Sweet memories” heb ik uiteraard iets met het titelnummer, prachtig is het woord, maar ook met bijv. “Somebody nobody knows”, “Mandolin wind” (de eerdere hit van Rod Stewart), “Stories that we could tell” en “Our song”. En de oude hit van The Hollies “The air that I breathe” is in het jasje van de Everly brothers een klassieker om nooit meer te vergeten. Bij dat nummer heeft Trudie me wel eens aan het meezingen gekregen en dat wil wat zeggen: bovenaardse klasse!

In Nederland wil het nog wel eens de hele dag door regenen. Hier is het omgekeerde aan de hand. Het kan weken achter elkaar echt kurkdroog blijven, ook in de winter, en dan niet alleen tot schande van de boeren, maar ook van de Palmezen. Die snakken ook af en toe naar een mals buitje. Als dat omlaag komt, zie je de stadse meute opleven.
Afgelopen dinsdagmiddag was het eindelijk zo ver, en niet één keer, maar bij herhaling. Toen ik om kwart over 5 op het punt stond om op Santa Catalina naar de Driekoningenoptocht te gaan kijken, viel het met bakken uit de hemel. Gelukkig voor mij en de drie koningen was het even later weer over en kon ik me zonder paraplu en poncho – die heb ik hier niet - tussen het Canarische volksdeel opstellen. Ik keek uit op een woud van poncho’s; Trudie zou ervan gesmuld hebben. Een aardig deel van de mensen, van ongeveer baby’s nog tot stokoude opa’s en oma’s, was gehuld in iets van plastic, in alle kleuren van de regenboog, zowel preventief als nu ook om het hemelwater tegen te houden. Even later - de eerste “carroza”, praalwagen, kwam net aanzetten - begon het opnieuw te plenzen. Nu werden ook honderden, wat zeg ik: duizenden paraplu’s tegelijkertijd de lucht in gestoken. Ik was blij dat ik een overdekt plekje vond net voor het gebouwtje van de “guaguasmunicipales”.
De optocht bestond uit twee delen. Eerst kwamen er in de stromende regen ongeveer 15 a 20 “carrozas” voorbij. Omdat ze in kolonne kwamen en gingen, liep de muziek van de ene wagen zonder mankeren over in de andere. Dat is met het meeblèren wel eens hinderlijk, ja. De zanglustige toeschouwers zetten net in op het ene deuntje, komt er alweer andere muziek uit andere luidsprekers. Alles is hier “industry driven”: Kalise, Tirma, Caser, het bekende rijtje. El Corte Inglés had misschien wel de toepasselijkste “carrozo”, die ik ook nog met carnaval goed wil keuren: een Aladin-wagen met oliekannetje, die nu nog “Jingle bells rock” speelde, twee weken na kerstmis, dat weer wel. En de leukste wagen - ik kan het niet helpen - was ook deze keer van Hiperdino met zijn dansende vooraardse monsters. Zij deinden mee op iets Spaans dat mij onbekend was, maar het publiek om mij heen grote lol bezorgde.
Vervolgens viel er “e look” van wel tien minuten, het lijkt wel “de groeten optoch in Mestreech”, maar toen was het wel droog. Het begon pas weer opnieuw te gieten, toen het tweede deel van de “cabalgata”, de glorieuze intocht, in zicht kwam. Vanonder mijn afdak, opnieuw, zag ik eerst een harmonie doedelzakspelers (op zijn Galicisch?) voorbij komen met pal daarachter een hele meute Romeinen –“olé, olé, de Romeine zien oké”, maar dan op zijn Spaans.Tenslotte denderden de drie wijzen uit het oosten met hun bedienden en dromedarissen in marstempo langsin rood, blauw en groen. Volgens mij waren Melchor, Gaspar en Baltasar dezelfde drie hotemetoten die in de vorige jaren ook al naar mij en vooral naar de kleintjes van LasPalmas gezwaaid hadden, maar leuk blijft het. Er werden nog de nodige laatste moment brieven aan het drietal overhandigd, intussen aardig nat, voordat we terug naar haard en huis mochten. Een triomfantelijke mars over de boulevard zat er vanwege de weersomstandigheid voor mij niet in, deze keer.Ik was nog net voor het donker weer op mijn appartement.

Op de feestdag zelf zit ik ’s ochtendseen beetje beteuterd voor me uit te kijken. Is het omdat ik geen kadootje van het drietal heb gekregen, zelfs niet in aanmerking kom voor een portie “carbón”? Of omdat ik in toenemende mate gemengde gevoelens bij mijn (Ierse) boek heb? In ieder geval regent het niet en lijkter ook geen regen op komst. Het is op Driekoningen hier nog rustiger dan het hier doorgaans op een zondagochtend is. Pas om 11 uur zie ik de eerste kinderen met hun speelgoed op straat verschijnen. Een jongetje van lagere school leeftijd loopt om zich heen te schieten met een kalasjnikov. Even later zie ik een ander jongetje, meer van kleuterschoolleeftijd, met een rode trapauto voor bij komen. Het apparaat heeft alles weg had van een rode sportwagen (en ik denk aan “Little red Corvette” van Prince). Zijn vader duwt hem voorzichtig over de Luis Morote bij mij onder langs in de richting van Santa Catalina.

Dit jaar - nieuw ten opzichte van eerdere jaren - is dat de stadsbussen gewoon over Santa Catalina blijven rijden. Er wordt druk gewerkt aan het opzetten van het carnavalspodium, alleen staan de stoelen nog opgestapeld en zie ik nog steeds geen tribunes. Dus kunnen we tot vandaag nog steeds gewoon op Santa Catalina opstappen op onze favoriete bus. Pas morgen, heb ik begrepen, is het plein pas voor bussen taboe en moeten ze onder het plein door.

Juli verklaarde mij onlangs dat hij helemaal niets ziet in vegetarisme. “Als je daaraan gaat toegeven, dat je alleen nog maar groente en dergelijke mag eten…”, was zijn ongezouten mening hierover. Hij en ik believen graag een stukje vlees op zijn tijd en dat laten wij ons liever niet afnemen door mensen die zich in sojabonen en foute rijst moeten. Juli kiept liever een kalfsruggetje, een lamspoot of een volledige zeebaars in de pan.
Stel dat binnenkort een of andere wetenschapper onomstotelijk aantoont dat watermeloenen, bloemkolen en aardappelen ook gevoelens hebben, zelfs pijn kunnen lijden. En dat de bond van vegetariërs die uitkomst wil doortrekken naar steeds meer “frutas y verduras”. Zou dat dan betekenen dat er nog minder overblijft om met een gerust hart bij een stukje stokbrood weg te werken? Vegetariërs hebben m.i. volkomen gelijk, als ze beweren dat wij rijkaards te veel koeien, varkens en dergelijke eerst vet laten mestenom ze vervolgens met huid en haar te consumeren. Hier zie ik persoonlijk een mooi voorbeeld van iets waarbij ietsje minder een stuk beter is. Maar lekker blijft het, zo’n halve gegrilde kip of een portie zuurvlees, daar is niets aan af te dingen. Aan de andere kant, de massale bio-industrie mag wat mij betreft best verboden worden. Laten we terugkeren naar eenvoudige (landbouw en) veeteelt dichtbij huis en haard.De overheid zou zich daar best voor mogen inzetten.

Het is woensdagmiddag en dan is het mij toegestaan om weer voor een nieuwe muzikant kiezen. Kennen jullie de Texaanse Nanci Griffith al? De dame is van 1953, dus maar ietsje jonger dan Ton, bijna aan de AOW toe. Wat heeft ze me de afgelopen decennia al met Country van de bovenste klas bestookt. Haar hit “From a distance” is wellicht een “eye opener”, zelfs voor de mindere liefhebbers onder jullie. Ongelukkigerwijs heb ik nog maar weinig muziek van haar in mijn bezit, van haar studiocd’s moet ik vooralsnog genoegen nemen met een recent drietal: “Winter marquee” uit 2002, “The loving kind” uit 2009 en “Intersection” uit 2012. Echter, Nanci Griffith maakt al platen vanaf 1978 en van de zomer ga ik er zeker nog meer van haar bemachtigen, meer het oudere werk. Gelukkig heb ik wel nog twee verzamelplaten van haar: “The MCA years, a retrospective” uit 1993 en “From a distance” uit 2002 en daarbij gaf ik denk Peter me met een live Cd uit 1992 (Cambridge, U.K.) “ter lering ende vermaak”.
Kiezen welke Cd ik voor jullie ga opzetten, is een klus. Laat ik eens niet voor iets recents kiezen, maar haar “Retrospective” uit 1993 bij jullie uitproberen. Hier zijn achttien nummers uit haar MCA jaren:
01.Trouble in the fields
02.From a distance
03.I don’t wanna talk about love
04.Deadwood, South Dakota
05.Love at the Five andDime
06.Listen to the radio
07.Gulf coast highway
08.I wishitwouldrain
09.Ford Ecoline
10.So longago
11.If wisheswerechanges
13.Late night Grande Hotel
14.It’s just anothermorninghere
15.Drive-in moviesanddashboardlights
16.There’s a light beyond these woods (Mary Margaret)
17.Outbound plane
18.It’s a hard life whereveryougo
Als ik jullie eens de naam van een rijpe vrouw met een kinderstem moet noemen, komt Nanci Griffith daarvoor in aanmerking (zelfs op haar Cd van 2012). Voor wie haar eens op YouTube wil aanschouwen, doe dat zeg ik, luister en kijk eens naar “Spanish boots of Spanish leather”(geschreven door Bob Dylan), “Across the great divide”samen met Emmylou Harris of Buddy Holly’s “Well, all right” dat ze een keer samen met The Crickets deed in de David Lettermanshow. De “tribute to Buddy Holly” Cd “Not Fade Away” van Nanci Griffith met The Crickets behoort tot de albums die ik nog niet heb; die moet ik zeker nog eens te pakken zien te krijgen.
Maar goed, op de verzamelcd “The MCA years - A Retrospective” zijn er nog weer nummers die boven de andere uitsteken, hoewel ik moeite heb om ze te benoemen (“het beste van het beste”). Ik beperk me hier tot “I don’t wanna talk about love”, “I wish it would rain”, “If wishes were changes”, “It’s just another morning here” en “It’s a hard life wherever you go”. Laat ik bovenal het beste paard van de stal niet vergeten: “Love at the Five and Dime”, een waar feest van een C&W-nummer met een lengte van meer dan zeven minuten. Op dat liedje kom ik terzijde te weten dat een lift in het Engels ook een “lift” is, maar in de Verenigde Staten een “elevator”. En dat de deur van de Woolworth winkellift een ping in zich heeft, voordat ze omhoog of omlaag gaat.

Op Driekoningenavond is het ook op Las Canteras niet druk. Ik zie een “Elsa” voorbijkomen met haar moeder, in een lichtblauwe lange jurk. Charmanter vind ik een iets oudere jongen, die rondrijdt op een plank van twee stukken met aan de uiteinden kleine wielen. Zijn voertuig doet mij denken aan een Segway zonder stuur en stuurstang. Het hangt wel van flitsende lampjes aan elkaar.
Dan zijn er, toch weer, twee piepjonge meisjes, allebei in het roze enmet helm, die hun eerste metalen step, met zijwieltjes, op de boulevard mogen uitproberen. Het ene meisje heeft de dubbele wieltjes aan de voorkant zitten en de andere aan de achterkant. Welke van de twee (“Op een step, op een step, ik ben zo blij dat ik hem heb” van Wim Sonneveld) zou ongevaarlijker zijn? Later komt ook een lagere schooljongen met een V-vormige step voorbij; door je benen op de twee zijstukken te bewegen krijg je hem vooruit. Mag dat wel hier? Echt fietsen is uiteraard helemaal taboe op Las Canteras (behalve voor de politie); vanaf welke leeftijd is ook het steppen niet meer toegestaan?
Los daarvan: waar blijft de tijd, toen een kleine step nog iets raars was en wij, Maastrichtse kinderen een grote autoped als voertuig hadden, met banden die je moest oppompen, een “roller” om het eens op zijn ouderwets te zeggen.
Zoals haast iedere avond probeert de ijverigeman van de loterijen mij onder het luidkeels roepen van “Suerte” een lot te verkopen. Die maakt wat kilometers op een middag en avond; Trudie met haar geocaching is er niks bij! Lieve lezers, als je de gigantische Kerstmis-loterij (El Gordo) zonder dat je prijs hebt, net achter de rug hebt, ook bij de Nieuwsjaars-loterij alleen maar nieten hebtgetrokken en tot overmaat niet eens je eigen geld hebt terugverdiendin de Driekoningen-loterij, waarom zou je dan monter weer een vers lot gaan kopen voor een trekking aanstaand weekend? Zelfs een kraslot is aan mij nooit besteed geweest.

Donderdagavond7 januariis de heilige zandhoop hier, ook wel de “belén de Arena” geheten, eindelijk opgeruimd.Ik ben blij dat de feestdagen nu echt voorbij zijn en we met een gerust hart aan de voorpret van carnaval kunnen beginnen. Hier is het nog even wachten, maar in Maastricht is het a.s. zondag al prijs, als “’t benkelik momint” de nieuwe prins carnaval tevoorschijn tovert. Ik wil al te graag van jullie horen wie dit jaar de eer tebeurt is gevallen. Prins carnaval worden in Maastricht, het blijft “iets” hebben, ondanks de Tempeleers zeg ik erbij, net als hier de uitverkiezing van de carnavalskoningin.
Wat ik helaas ook ga missen, is de nieuwe uitvoering van het illustere “Veldeke kabberèt”. Trudie gaat er met Marij de komende zondagavond heen, geloof ik. Ze mogen allebei één iemand meenemen en jammer is en blijft het dat Trudie voor die avond een andere compagnon in gedachte heeft. Over een goeie week zit ze wel weer hier in Las Palmas, samen met Marcel, Damaris & Yves.

Het is echt een week van verjaardagen. Zondag was Greetje jarig, woensdag Anoek en op 9 januari, morgen dus, is Eva aan de beurt.¡Cumpleaños feliz, muchachas! Intussen word ik er ook niet jonger op.Met carnaval, als ik in Maastricht ben, zal ik proberen mijn rimpels met schmink weg te werken. En als dat niet lukt, is het voor mij botoxen geblazen, of natuurlijk met een maske(s) oplopen van iemand die gebotoxt is.
En daar laat ik het bij voor deze week. Ik zie jullie hopelijk terug over een week, waarschijnlijk op donderdag 14 of vrijdag 15 januari. Maastrichtenaren, beloof me dat jullie wel in de Grote Staat staan, als de Groeten Oonbekinde voorbij komt op weg naar de Spilstraat (“Spèlstraot”?) en dan langs McDonalds naar de Markt afdaalt. Het is nog maar een maand en dan kunnen we er weer vol tegenaan. Ik ook, laat er zelfs de “gran cabalgata” hier voor schieten. Tot ziens maar weer, hastaluego, PaulK.

BOEKENBIJLAGE

Hier is mijn eerste boek van deze door-de-week. Het is er een van de Engelsman R.J. Ellory, van wie ik er in deze rubriek al vele in positieve zin heb mogen bespreken. Deze keer is “Een ongenode gast” uit 2014 aan de beurt. In het Engels heet het “Ghostheart”, maar ik had de Nederlandse vertaling op weg naar Las Palmas in mijn koffer zitten, dus moet die er hier aan geloven.
Het is het verhaal van de New Yorkse Annie O’Neill. Ze is 30 en woont drie hoog in een flat met als overbuurman Jack Sullivan, een dronkenlap van 55 jaar, met wie ze het heel goed kan vinden. Haar spaarzame geld verdient ze met het runnen van een tweedehands boekwinkel in de buurt, The Reader’s Rest (hoek West107th en Duke Ellington in Manhattan). Naast het vasthouden van een handje vaste klanten plus enkele toevallige bezoekersheeft ze niet veel omhanden. Dan verschijnt de bejaarde (Robert) Forrester ten tonele, die iets over haar lang geleden overleden vader weet en haar een deel van een niet uitgegeven manuscript ter lezing achterlaat. Dat gaat over het turbulente leven van ene Haim Kolzac of Rosen, die zich in New York Harry Rose is gaan noemen. Die wordt de “partner in crime” van Johnnie Redbird, ook al een aanvankelijk onbenullig boefje, maar later worden ze echte boeven. Er gebeurt van alles, dat ik hier niet ga vertellen. Veel later, als ze in de veertig zijn, worden de twee voor een moord opgepakt; Johnnie neemt de schuld op zich en draait de bak in, Rikers Island, tot hij – hoe kan het anders - zeven jaar later weet te ontsnappen. Dan zoekt hij zijn vroegere maat Harry Rose op om de helft van de poen van de twee alsnog terug te krijgen.
Intussen wordt Annie in de werkelijkheid smoorverliefd op ene David Quinn, met wie ze stante pede een gepassioneerde verhouding begint. Echter, na een paar wekengeeft hij er alweer de brui aan en laat Annie uiterst beteuterd achter. Gelukkig is haar buurman Jack Sullivan dan present om haar weer op te peppen.
Daar laat ik het voor de samenvatting bij. Ik heb het boek, bijna 400 bladzijden, in één ruk uitgelezen en spannend is het en blijft het. Ellory maakt van “Ghostheart” een novelle - het hele verhaal speelt zich af in maar een paar maanden – waarbij je je (ik dus) geregeld afvraagt waar het heen zal gaan. Ik beken dat ik het me allemaal ietsje te uitgesponnen voorkwam, maar bij de les bleef ik wel. Ik geef als recensiecijfer een 8 voor het boek, eerlijk verdiend. Alle andere boeken van R.J. Ellory die ik nog niet heb gelezen, krijgen bij dezen ook een toekomstige beurt, besluit ik.

Min of meer zonder bijbedoeling had ik begin november ook het boek “The Sirius crossing” van John Creed in mijn koffer hierheen zitten. John Creed is een Ierse schrijver van thrillers en dit boek, met Jack Valentine in de hoofdrol, is van 2002. Hij won er een Ian Fleming Steel Dagger mee. Het speelt vooral op de grens tussen Ulster en Ierland.
Jack – pas op bladzijde 144 zie ik voor het eerst zijn “surname” Valentine staan– is een secret service agent die er door zijn bazen Sommerville en Curley op uit gestuurd wordt om ergens in Noord-Ierland een zeer dode Amerikaan op te sporen. Diens leven zou decennia terug in een grot (“souterrain”) geëindigd zijn. Zewaren destijds als parachutisten met hun tweeën, de ander kon zijn opdracht wel uitvoeren, maar de dode zou wel allerlei papieren bij zich hebben gehad die nog steeds niet openbaar mogen zijn. Jack Valentine komt op zijn missie in contact met diverse mensen aan de kant van de Britse oppressor, o.a. Ronnie Whitcraft en het koppel Marks & Canning. Eigenlijk heeft Jack Valentine minstens zo veel op met de tegenpartij, de IRA. Namen in dit boek van mensen uit die hoek zijn o.a. Liam Mellows, Paddy Regan en ene Eamon van een pub in Dundalk. Voor wie ook in namen van Amerikanengeïnteresseerd is, noem ik hier John Stone, een heel hoge ambtenaar, en Sirius van de US Special Forces, wiens ware identiteit pas op het einde van het boek bekend wordt. Nogal wat bladzijden in het boek spelen overigens niet in Noord-Ierland of op de Schotse kust, maar op Het Kanaal daartussen - het woord crossing staat voor de oversteek. Twee boten, de Castledawn van Jack Valentine en Quo Vadis van de Britse overheid, allebei in het boek aangesproken met “she”,komen daar uiteindelijk met elkaar en vooral met de woeste zee in aanvaring. De vrouwelijke rol gaat o.a. naar de zus van Liam, Deirdre, en verder naar ene Eva in Berlijn en Kate op een van de Shetland eilanden.
Ik heb John Creed’s boek “The Sirius crossing” in twee dagen helemaal uitgelezen, maar echt mooi kon en kan ik het niet vinden. Halverwege (woensdagmorgen) dacht ik erover om het maar te laten voor wat het was, maar dan had ik jullie maar een halve recensie kunnen bezorgen, grapje. Ik vind dit meer een boek voor bijv. botenliefhebbers dan dat me nu eens haarfijn wordt uitgelegd waarom de IRA het gelijk altijd aan zijn kant heeft gehad dan wel waarom spioneren in de grond een uiterst saaie bezigheid is. Als recensiecijfer kom ik niet verder dan een 6, een voldoende, maar niet meer dan dat. Voor mij hoeven andere boeken van John Creed niet meer. Weblogbrief 11.12, 8 januari 2016

Queridos Países Bajeros, beste Hollanders, hier is alweer mijn twaalfde brief in deze subtropische Palmese winter. Ik weet niet wanneer jullie de vorige hebben ontvangen, laat staan gelezen, maar afgelopen maandagmiddag heb ik hem met alles wat ik in me had, verstuurd vanaf de universiteit. Deze twaalfde keer is het mijn Driekoningenweek, ter ere van het hoogfeest voor de kinderen hier. El Corte Inglés zet zich in de kijker met “Felices Reyes” en op diverse plaatsten in de stad zie ik de speciale brievenbussen staan waarin het grut zijn liefde voor de “three wise men” alsmede zijn cadeauwensen schriftelijk kenbaar kan maken. De kinderfeestdagen zijn op 5 en 6 januari, maar als ik deze alinea schrijf, is het pas 3 januari.

Het leven hier, zeker dat van het overheidspersoneel, staat nog steeds op een laag pitje en dat blijft zo nog even. Het is druk op de boulevard, er is geen tafeltje onbezet in de cafés annex restaurants en werken, ho maar. Ik denk oprecht dat mensen van bijv. de universiteit betaald verlof hebben van zeg 23 december tot na Driekoningen. Dat is nog eens extra vakantietijd.
Bij mijn uitstaphalte zie ik een advertentie van een man in zijn onderbroek, zijn “geval”in de aanslag. “Si te gustó el primer agujero”, als je het eerste gat kon waarderen, staat erbij, dan vind je dit gat ook wel in orde. Laat ik maar vlug doorlopen naar de universiteit, denk ik dan, voordat ik een klacht wil indienen.

In mijn eerste boek, zie verder beneden, kom ik een paar keer de uitdrukking“Zo gewonnen, zo geronnen” tegen. Ik heb hier geen Grote Van Dale woordenboek hier bij de hand en de uitdrukking staat ook niet in mijn Nederlands-Spaanse woordenboek. Wel in het Nederlands-Engelse, dat het over: “Easy come, easy go”heeft, terwijl ik in het Nederlands-Franse als vertaling vind: “Ce qui vient de la flute, s’en retourne au tambour”. Ben ik nu helemaal bijgepraat? Eerlijk gezegd, nog steeds niet. Geronnen, “coagulado”?

“Zoals de ouden zongen, piepen de jongen”. Dat lijkt me een aardig begin voor mijn eerste muzikale uitstapje: nieuwe Country & Westernmuziek in een oud jasje, dat van Buck Owens (1929-2006). Het allereerste album dat ik van Buck Owens heb, dateert van 1961. Het heet “Buck Owens” en dan zal het ook wel in het echt diens eerste plaat zijn, samen met zijn begeleidingsgroep The Buckaroos. Daarna volgen er nog een heleboel, o.a. een achttal Cd’s over zijn periode 1969-1975, die ik in zijn totaliteit heb en zijn “The Buck Owens Collection” en “The Very Best Of Buck Owens”, waarvan ik een deel in mijn verzameling heb zitten.
Vergeleken met Buck Owens is Dwight Yoakam, geboren in 1956, een jong ventje. Diens eerste Cd dateert bij mijn weten van 1986, maar ik heb er nog veel meer van hem. Hier staan ze onder elkaar:
(1986) Guitars, Cadillacs, Etc., Etc.
(1987) Hillbilly Deluxe
(1988) Buenas Noches From A Lonely Room
(1990) If There Was A Way
(1993) This Time
(2007) Dwight Sings Buck
(2012) 3 Pears
(C2013) 21th Century Hits. Best Of 2000-2012
Waar het me in deze toevoeging vooral om te doen is, is Dwight Yoakam’s Cd uit 2007, een jaar na het overlijden van Buck Owens: “Dwight Sings Buck”. Ik vind dat een heel mooie plaat en dan begint deze jongen zich wel af te vragen hoe de vijftien oorspronkelijke nummers stuk voor stuk ook al weer waren. Ik heb er veertien van de vijftien op mijn harde schijf; alleen nummertje 6 ontbreekt. Hier is de hele serie nummers van Dwight Yoakam’s Cd, maar dan gezongen door Buck Owens zelf. Uiteraard zijn ook The Buckaroos van de partij en op vier van de nummers uit 1970-71 komt ook Buck’s beschermelinge Susan Raye aan bod. Daar gaan we:
01.My heart skipt a beat
02.Foolin’ around
03.I don’t care (just as long as you love me)
04.Only you
05.Act naturally
06.Down on the corner of love (DY)
07.Cryin’ time (& Susan Raye)
08.Above andbeyond
09.Love’s gonna live here
10.Close upthehonkytonks
11.Under yourspellagain
12.Your tender lovin‘ care (& Susan Raye)
13.Excuse me (I think I’ve got a heartache)
14.Think of me (& Susan Raye)
15.Together again (& Susan Raye)
Uiteraard komen op de plaat heel wat hits voorbij, waarvan ik de laatste, “Together again”, dat hij met Susan Raye zingt, misschien wel de mooiste vind. (Voor wie dat interesseert, kan ik het nummer ook laten horen in bijv. de versie van Chris Hillman, Dean Martin, Emmylou Harris, Gram Parsons, RayCharles en Rod Stewart.). Een pareltje van een eigen compilatie vind ik het!

Eerder heb ik hier een reclame van vliegtuigmaatschappij Binter eens de ruimte gegeven, de regionale vliegmaatschappij, die sinds een paar jaar voorzichtig ook uitstapjes naar het buitenland maakt. Eerlijk gezegd vind ik die uitstapjes hiervandaan naar bijv. Lissabon en Agadir aan de dure kant.
In dezelfde sfeer, maar wel goedkoper, dient zich nu ook in Spanje Iberia Express aan. Via die dochter van Iberia, neem ik maar aan, kun je nu kennelijk goedkoop naar Madrid vliegen en vandaaruit verder de wijde wereld in. Aan de andere kant, het zijn m.i. allemaal pogingen van het establishment om echte prijsvechters zoals Ryanair bij te benen. Als je met de laatste minder comfortabel en soms op een fout tijdstip, maar wel heel goedkoop kunt vliegen, dan kiezen de meeste mensen niet langer voor een reguliere maatschappij zoals KLM, Iberia of zelfs Condor, ook al krijg je daar nog je bakje koffie en broodje inclusief. Het is niet anders.

Bij de Everly Brothers weet ik niet of ik ze onder Country of onder Pop moet rangschikken, maar mooi waren ze en blijven ze. De eerste single van Don & Phil is geloof ik niet “Bye bye love” (met het wonderschone “I Wonder if I care as much” op de B-kant), maar net daarvóór nog “Keep a’lovin’ me” met “Don’t let our love die”. Bij mijn weten deed die plaat niks, in ieder geval niet landelijk. Met “Bye bye love” kwamen de diverse wereldhits bij Cadence records - zie de Cd “Cadence classics” van het duo, 20 nummers. Interessant is ook Harry’s recente artikel over de kleine platenmaatschappij, waarbij ik hier speciaal nog Vaughn Meader’sLp “First family” uit 1962 moet noemen.
Vanaf begin jaren zestig gingen de Everlys met een vet nieuw contract over naar Warner. Hun carrière liep ergens dood eind jaren zestig. Dan, eerst in 1988 en daarna in 1990, kwamenuit het niets twee nieuwe Cd’s van ze uit, die me na aan het hart gaanen die ik hier met enige trots aan jullie noem. Ik moet kiezen tussen “I want you to know”en “Sweet memories” en de laatste wordt het. Kennen jullie de nummers daarvan (nog):
01.Sweet memories
02.The brandnew Tennessee waltz
03.Somebody nobodyknows
04.Breakdown
05.Not fade away
06.Mandolin wind
07.The airthat I breathe
08.Lay it down
09.Stories we couldtell
10.Paradise
11.Watching itgo
12.Husbands andwives
13.Rocky top
14.Our song
15.Up in Mabel’s room
16.Woman, don’t try to tie me down
Over de Everly brothers wil ik van niemand een kwaad woord horen, ook niet over de decennia na hun grote hits, toen ze solo nog wat probeerden. Wat is het jammer dat Phil met zijn prachtige tweede stem dood is, maar zo gaat dat helaas. Op de Cd “Sweet memories” heb ik uiteraard iets met het titelnummer, prachtig is het woord, maar ook met bijv. “Somebody nobody knows”, “Mandolin wind” (de eerdere hit van Rod Stewart), “Stories that we could tell” en “Our song”. En de oude hit van The Hollies “The air that I breathe” is in het jasje van de Everly brothers een klassieker om nooit meer te vergeten. Bij dat nummer heeft Trudie me wel eens aan het meezingen gekregen en dat wil wat zeggen: bovenaardse klasse!

In Nederland wil het nog wel eens de hele dag door regenen. Hier is het omgekeerde aan de hand. Het kan weken achter elkaar echt kurkdroog blijven, ook in de winter, en dan niet alleen tot schande van de boeren, maar ook van de Palmezen. Die snakken ook af en toe naar een mals buitje. Als dat omlaag komt, zie je de stadse meute opleven.
Afgelopen dinsdagmiddag was het eindelijk zo ver, en niet één keer, maar bij herhaling. Toen ik om kwart over 5 op het punt stond om op Santa Catalina naar de Driekoningenoptocht te gaan kijken, viel het met bakken uit de hemel. Gelukkig voor mij en de drie koningen was het even later weer over en kon ik me zonder paraplu en poncho – die heb ik hier niet - tussen het Canarische volksdeel opstellen. Ik keek uit op een woud van poncho’s; Trudie zou ervan gesmuld hebben. Een aardig deel van de mensen, van ongeveer baby’s nog tot stokoude opa’s en oma’s, was gehuld in iets van plastic, in alle kleuren van de regenboog, zowel preventief als nu ook om het hemelwater tegen te houden. Even later - de eerste “carroza”, praalwagen, kwam net aanzetten - begon het opnieuw te plenzen. Nu werden ook honderden, wat zeg ik: duizenden paraplu’s tegelijkertijd de lucht in gestoken. Ik was blij dat ik een overdekt plekje vond net voor het gebouwtje van de “guaguasmunicipales”.
De optocht bestond uit twee delen. Eerst kwamen er in de stromende regen ongeveer 15 a 20 “carrozas” voorbij. Omdat ze in kolonne kwamen en gingen, liep de muziek van de ene wagen zonder mankeren over in de andere. Dat is met het meeblèren wel eens hinderlijk, ja. De zanglustige toeschouwers zetten net in op het ene deuntje, komt er alweer andere muziek uit andere luidsprekers. Alles is hier “industry driven”: Kalise, Tirma, Caser, het bekende rijtje. El Corte Inglés had misschien wel de toepasselijkste “carrozo”, die ik ook nog met carnaval goed wil keuren: een Aladin-wagen met oliekannetje, die nu nog “Jingle bells rock” speelde, twee weken na kerstmis, dat weer wel. En de leukste wagen - ik kan het niet helpen - was ook deze keer van Hiperdino met zijn dansende vooraardse monsters. Zij deinden mee op iets Spaans dat mij onbekend was, maar het publiek om mij heen grote lol bezorgde.
Vervolgens viel er “e look” van wel tien minuten, het lijkt wel “de groeten optoch in Mestreech”, maar toen was het wel droog. Het begon pas weer opnieuw te gieten, toen het tweede deel van de “cabalgata”, de glorieuze intocht, in zicht kwam. Vanonder mijn afdak, opnieuw, zag ik eerst een harmonie doedelzakspelers (op zijn Galicisch?) voorbij komen met pal daarachter een hele meute Romeinen –“olé, olé, de Romeine zien oké”, maar dan op zijn Spaans.Tenslotte denderden de drie wijzen uit het oosten met hun bedienden en dromedarissen in marstempo langsin rood, blauw en groen. Volgens mij waren Melchor, Gaspar en Baltasar dezelfde drie hotemetoten die in de vorige jaren ook al naar mij en vooral naar de kleintjes van LasPalmas gezwaaid hadden, maar leuk blijft het. Er werden nog de nodige laatste moment brieven aan het drietal overhandigd, intussen aardig nat, voordat we terug naar haard en huis mochten. Een triomfantelijke mars over de boulevard zat er vanwege de weersomstandigheid voor mij niet in, deze keer.Ik was nog net voor het donker weer op mijn appartement.

Op de feestdag zelf zit ik ’s ochtendseen beetje beteuterd voor me uit te kijken. Is het omdat ik geen kadootje van het drietal heb gekregen, zelfs niet in aanmerking kom voor een portie “carbón”? Of omdat ik in toenemende mate gemengde gevoelens bij mijn (Ierse) boek heb? In ieder geval regent het niet en lijkter ook geen regen op komst. Het is op Driekoningen hier nog rustiger dan het hier doorgaans op een zondagochtend is. Pas om 11 uur zie ik de eerste kinderen met hun speelgoed op straat verschijnen. Een jongetje van lagere school leeftijd loopt om zich heen te schieten met een kalasjnikov. Even later zie ik een ander jongetje, meer van kleuterschoolleeftijd, met een rode trapauto voor bij komen. Het apparaat heeft alles weg had van een rode sportwagen (en ik denk aan “Little red Corvette” van Prince). Zijn vader duwt hem voorzichtig over de Luis Morote bij mij onder langs in de richting van Santa Catalina.

Dit jaar - nieuw ten opzichte van eerdere jaren - is dat de stadsbussen gewoon over Santa Catalina blijven rijden. Er wordt druk gewerkt aan het opzetten van het carnavalspodium, alleen staan de stoelen nog opgestapeld en zie ik nog steeds geen tribunes. Dus kunnen we tot vandaag nog steeds gewoon op Santa Catalina opstappen op onze favoriete bus. Pas morgen, heb ik begrepen, is het plein pas voor bussen taboe en moeten ze onder het plein door.

Juli verklaarde mij onlangs dat hij helemaal niets ziet in vegetarisme. “Als je daaraan gaat toegeven, dat je alleen nog maar groente en dergelijke mag eten…”, was zijn ongezouten mening hierover. Hij en ik believen graag een stukje vlees op zijn tijd en dat laten wij ons liever niet afnemen door mensen die zich in sojabonen en foute rijst moeten. Juli kiept liever een kalfsruggetje, een lamspoot of een volledige zeebaars in de pan.
Stel dat binnenkort een of andere wetenschapper onomstotelijk aantoont dat watermeloenen, bloemkolen en aardappelen ook gevoelens hebben, zelfs pijn kunnen lijden. En dat de bond van vegetariërs die uitkomst wil doortrekken naar steeds meer “frutas y verduras”. Zou dat dan betekenen dat er nog minder overblijft om met een gerust hart bij een stukje stokbrood weg te werken? Vegetariërs hebben m.i. volkomen gelijk, als ze beweren dat wij rijkaards te veel koeien, varkens en dergelijke eerst vet laten mestenom ze vervolgens met huid en haar te consumeren. Hier zie ik persoonlijk een mooi voorbeeld van iets waarbij ietsje minder een stuk beter is. Maar lekker blijft het, zo’n halve gegrilde kip of een portie zuurvlees, daar is niets aan af te dingen. Aan de andere kant, de massale bio-industrie mag wat mij betreft best verboden worden. Laten we terugkeren naar eenvoudige (landbouw en) veeteelt dichtbij huis en haard.De overheid zou zich daar best voor mogen inzetten.

Het is woensdagmiddag en dan is het mij toegestaan om weer voor een nieuwe muzikant kiezen. Kennen jullie de Texaanse Nanci Griffith al? De dame is van 1953, dus maar ietsje jonger dan Ton, bijna aan de AOW toe. Wat heeft ze me de afgelopen decennia al met Country van de bovenste klas bestookt. Haar hit “From a distance” is wellicht een “eye opener”, zelfs voor de mindere liefhebbers onder jullie. Ongelukkigerwijs heb ik nog maar weinig muziek van haar in mijn bezit, van haar studiocd’s moet ik vooralsnog genoegen nemen met een recent drietal: “Winter marquee” uit 2002, “The loving kind” uit 2009 en “Intersection” uit 2012. Echter, Nanci Griffith maakt al platen vanaf 1978 en van de zomer ga ik er zeker nog meer van haar bemachtigen, meer het oudere werk. Gelukkig heb ik wel nog twee verzamelplaten van haar: “The MCA years, a retrospective” uit 1993 en “From a distance” uit 2002 en daarbij gaf ik denk Peter me met een live Cd uit 1992 (Cambridge, U.K.) “ter lering ende vermaak”.
Kiezen welke Cd ik voor jullie ga opzetten, is een klus. Laat ik eens niet voor iets recents kiezen, maar haar “Retrospective” uit 1993 bij jullie uitproberen. Hier zijn achttien nummers uit haar MCA jaren:
01.Trouble in the fields
02.From a distance
03.I don’t wanna talk about love
04.Deadwood, South Dakota
05.Love at the Five andDime
06.Listen to the radio
07.Gulf coast highway
08.I wishitwouldrain
09.Ford Ecoline
10.So longago
11.If wisheswerechanges
13.Late night Grande Hotel
14.It’s just anothermorninghere
15.Drive-in moviesanddashboardlights
16.There’s a light beyond these woods (Mary Margaret)
17.Outbound plane
18.It’s a hard life whereveryougo
Als ik jullie eens de naam van een rijpe vrouw met een kinderstem moet noemen, komt Nanci Griffith daarvoor in aanmerking (zelfs op haar Cd van 2012). Voor wie haar eens op YouTube wil aanschouwen, doe dat zeg ik, luister en kijk eens naar “Spanish boots of Spanish leather”(geschreven door Bob Dylan), “Across the great divide”samen met Emmylou Harris of Buddy Holly’s “Well, all right” dat ze een keer samen met The Crickets deed in de David Lettermanshow. De “tribute to Buddy Holly” Cd “Not Fade Away” van Nanci Griffith met The Crickets behoort tot de albums die ik nog niet heb; die moet ik zeker nog eens te pakken zien te krijgen.
Maar goed, op de verzamelcd “The MCA years - A Retrospective” zijn er nog weer nummers die boven de andere uitsteken, hoewel ik moeite heb om ze te benoemen (“het beste van het beste”). Ik beperk me hier tot “I don’t wanna talk about love”, “I wish it would rain”, “If wishes were changes”, “It’s just another morning here” en “It’s a hard life wherever you go”. Laat ik bovenal het beste paard van de stal niet vergeten: “Love at the Five and Dime”, een waar feest van een C&W-nummer met een lengte van meer dan zeven minuten. Op dat liedje kom ik terzijde te weten dat een lift in het Engels ook een “lift” is, maar in de Verenigde Staten een “elevator”. En dat de deur van de Woolworth winkellift een ping in zich heeft, voordat ze omhoog of omlaag gaat.

Op Driekoningenavond is het ook op Las Canteras niet druk. Ik zie een “Elsa” voorbijkomen met haar moeder, in een lichtblauwe lange jurk. Charmanter vind ik een iets oudere jongen, die rondrijdt op een plank van twee stukken met aan de uiteinden kleine wielen. Zijn voertuig doet mij denken aan een Segway zonder stuur en stuurstang. Het hangt wel van flitsende lampjes aan elkaar.
Dan zijn er, toch weer, twee piepjonge meisjes, allebei in het roze enmet helm, die hun eerste metalen step, met zijwieltjes, op de boulevard mogen uitproberen. Het ene meisje heeft de dubbele wieltjes aan de voorkant zitten en de andere aan de achterkant. Welke van de twee (“Op een step, op een step, ik ben zo blij dat ik hem heb” van Wim Sonneveld) zou ongevaarlijker zijn? Later komt ook een lagere schooljongen met een V-vormige step voorbij; door je benen op de twee zijstukken te bewegen krijg je hem vooruit. Mag dat wel hier? Echt fietsen is uiteraard helemaal taboe op Las Canteras (behalve voor de politie); vanaf welke leeftijd is ook het steppen niet meer toegestaan?
Los daarvan: waar blijft de tijd, toen een kleine step nog iets raars was en wij, Maastrichtse kinderen een grote autoped als voertuig hadden, met banden die je moest oppompen, een “roller” om het eens op zijn ouderwets te zeggen.
Zoals haast iedere avond probeert de ijverigeman van de loterijen mij onder het luidkeels roepen van “Suerte” een lot te verkopen. Die maakt wat kilometers op een middag en avond; Trudie met haar geocaching is er niks bij! Lieve lezers, als je de gigantische Kerstmis-loterij (El Gordo) zonder dat je prijs hebt, net achter de rug hebt, ook bij de Nieuwsjaars-loterij alleen maar nieten hebtgetrokken en tot overmaat niet eens je eigen geld hebt terugverdiendin de Driekoningen-loterij, waarom zou je dan monter weer een vers lot gaan kopen voor een trekking aanstaand weekend? Zelfs een kraslot is aan mij nooit besteed geweest.

Donderdagavond7 januariis de heilige zandhoop hier, ook wel de “belén de Arena” geheten, eindelijk opgeruimd.Ik ben blij dat de feestdagen nu echt voorbij zijn en we met een gerust hart aan de voorpret van carnaval kunnen beginnen. Hier is het nog even wachten, maar in Maastricht is het a.s. zondag al prijs, als “’t benkelik momint” de nieuwe prins carnaval tevoorschijn tovert. Ik wil al te graag van jullie horen wie dit jaar de eer tebeurt is gevallen. Prins carnaval worden in Maastricht, het blijft “iets” hebben, ondanks de Tempeleers zeg ik erbij, net als hier de uitverkiezing van de carnavalskoningin.
Wat ik helaas ook ga missen, is de nieuwe uitvoering van het illustere “Veldeke kabberèt”. Trudie gaat er met Marij de komende zondagavond heen, geloof ik. Ze mogen allebei één iemand meenemen en jammer is en blijft het dat Trudie voor die avond een andere compagnon in gedachte heeft. Over een goeie week zit ze wel weer hier in Las Palmas, samen met Marcel, Damaris & Yves.

Het is echt een week van verjaardagen. Zondag was Greetje jarig, woensdag Anoek en op 9 januari, morgen dus, is Eva aan de beurt.¡Cumpleaños feliz, muchachas! Intussen word ik er ook niet jonger op.Met carnaval, als ik in Maastricht ben, zal ik proberen mijn rimpels met schmink weg te werken. En als dat niet lukt, is het voor mij botoxen geblazen, of natuurlijk met een maske(s) oplopen van iemand die gebotoxt is.
En daar laat ik het bij voor deze week. Ik zie jullie hopelijk terug over een week, waarschijnlijk op donderdag 14 of vrijdag 15 januari. Maastrichtenaren, beloof me dat jullie wel in de Grote Staat staan, als de Groeten Oonbekinde voorbij komt op weg naar de Spilstraat (“Spèlstraot”?) en dan langs McDonalds naar de Markt afdaalt. Het is nog maar een maand en dan kunnen we er weer vol tegenaan. Ik ook, laat er zelfs de “gran cabalgata” hier voor schieten. Tot ziens maar weer, hastaluego, PaulK.

BOEKENBIJLAGE

Hier is mijn eerste boek van deze door-de-week. Het is er een van de Engelsman R.J. Ellory, van wie ik er in deze rubriek al vele in positieve zin heb mogen bespreken. Deze keer is “Een ongenode gast” uit 2014 aan de beurt. In het Engels heet het “Ghostheart”, maar ik had de Nederlandse vertaling op weg naar Las Palmas in mijn koffer zitten, dus moet die er hier aan geloven.
Het is het verhaal van de New Yorkse Annie O’Neill. Ze is 30 en woont drie hoog in een flat met als overbuurman Jack Sullivan, een dronkenlap van 55 jaar, met wie ze het heel goed kan vinden. Haar spaarzame geld verdient ze met het runnen van een tweedehands boekwinkel in de buurt, The Reader’s Rest (hoek West107th en Duke Ellington in Manhattan). Naast het vasthouden van een handje vaste klanten plus enkele toevallige bezoekersheeft ze niet veel omhanden. Dan verschijnt de bejaarde (Robert) Forrester ten tonele, die iets over haar lang geleden overleden vader weet en haar een deel van een niet uitgegeven manuscript ter lezing achterlaat. Dat gaat over het turbulente leven van ene Haim Kolzac of Rosen, die zich in New York Harry Rose is gaan noemen. Die wordt de “partner in crime” van Johnnie Redbird, ook al een aanvankelijk onbenullig boefje, maar later worden ze echte boeven. Er gebeurt van alles, dat ik hier niet ga vertellen. Veel later, als ze in de veertig zijn, worden de twee voor een moord opgepakt; Johnnie neemt de schuld op zich en draait de bak in, Rikers Island, tot hij – hoe kan het anders - zeven jaar later weet te ontsnappen. Dan zoekt hij zijn vroegere maat Harry Rose op om de helft van de poen van de twee alsnog terug te krijgen.
Intussen wordt Annie in de werkelijkheid smoorverliefd op ene David Quinn, met wie ze stante pede een gepassioneerde verhouding begint. Echter, na een paar wekengeeft hij er alweer de brui aan en laat Annie uiterst beteuterd achter. Gelukkig is haar buurman Jack Sullivan dan present om haar weer op te peppen.
Daar laat ik het voor de samenvatting bij. Ik heb het boek, bijna 400 bladzijden, in één ruk uitgelezen en spannend is het en blijft het. Ellory maakt van “Ghostheart” een novelle - het hele verhaal speelt zich af in maar een paar maanden – waarbij je je (ik dus) geregeld afvraagt waar het heen zal gaan. Ik beken dat ik het me allemaal ietsje te uitgesponnen voorkwam, maar bij de les bleef ik wel. Ik geef als recensiecijfer een 8 voor het boek, eerlijk verdiend. Alle andere boeken van R.J. Ellory die ik nog niet heb gelezen, krijgen bij dezen ook een toekomstige beurt, besluit ik.

Min of meer zonder bijbedoeling had ik begin november ook het boek “The Sirius crossing” van John Creed in mijn koffer hierheen zitten. John Creed is een Ierse schrijver van thrillers en dit boek, met Jack Valentine in de hoofdrol, is van 2002. Hij won er een Ian Fleming Steel Dagger mee. Het speelt vooral op de grens tussen Ulster en Ierland.
Jack – pas op bladzijde 144 zie ik voor het eerst zijn “surname” Valentine staan– is een secret service agent die er door zijn bazen Sommerville en Curley op uit gestuurd wordt om ergens in Noord-Ierland een zeer dode Amerikaan op te sporen. Diens leven zou decennia terug in een grot (“souterrain”) geëindigd zijn. Zewaren destijds als parachutisten met hun tweeën, de ander kon zijn opdracht wel uitvoeren, maar de dode zou wel allerlei papieren bij zich hebben gehad die nog steeds niet openbaar mogen zijn. Jack Valentine komt op zijn missie in contact met diverse mensen aan de kant van de Britse oppressor, o.a. Ronnie Whitcraft en het koppel Marks & Canning. Eigenlijk heeft Jack Valentine minstens zo veel op met de tegenpartij, de IRA. Namen in dit boek van mensen uit die hoek zijn o.a. Liam Mellows, Paddy Regan en ene Eamon van een pub in Dundalk. Voor wie ook in namen van Amerikanengeïnteresseerd is, noem ik hier John Stone, een heel hoge ambtenaar, en Sirius van de US Special Forces, wiens ware identiteit pas op het einde van het boek bekend wordt. Nogal wat bladzijden in het boek spelen overigens niet in Noord-Ierland of op de Schotse kust, maar op Het Kanaal daartussen - het woord crossing staat voor de oversteek. Twee boten, de Castledawn van Jack Valentine en Quo Vadis van de Britse overheid, allebei in het boek aangesproken met “she”,komen daar uiteindelijk met elkaar en vooral met de woeste zee in aanvaring. De vrouwelijke rol gaat o.a. naar de zus van Liam, Deirdre, en verder naar ene Eva in Berlijn en Kate op een van de Shetland eilanden.
Ik heb John Creed’s boek “The Sirius crossing” in twee dagen helemaal uitgelezen, maar echt mooi kon en kan ik het niet vinden. Halverwege (woensdagmorgen) dacht ik erover om het maar te laten voor wat het was, maar dan had ik jullie maar een halve recensie kunnen bezorgen, grapje. Ik vind dit meer een boek voor bijv. botenliefhebbers dan dat me nu eens haarfijn wordt uitgelegd waarom de IRA het gelijk altijd aan zijn kant heeft gehad dan wel waarom spioneren in de grond een uiterst saaie bezigheid is. Als recensiecijfer kom ik niet verder dan een 6, een voldoende, maar niet meer dan dat. Voor mij hoeven andere boeken van John Creed niet meer. Weblogbrief 11.12, 8 januari 2016

Queridos Países Bajeros, beste Hollanders, hier is alweer mijn twaalfde brief in deze subtropische Palmese winter. Ik weet niet wanneer jullie de vorige hebben ontvangen, laat staan gelezen, maar afgelopen maandagmiddag heb ik hem met alles wat ik in me had, verstuurd vanaf de universiteit. Deze twaalfde keer is het mijn Driekoningenweek, ter ere van het hoogfeest voor de kinderen hier. El Corte Inglés zet zich in de kijker met “Felices Reyes” en op diverse plaatsten in de stad zie ik de speciale brievenbussen staan waarin het grut zijn liefde voor de “three wise men” alsmede zijn cadeauwensen schriftelijk kenbaar kan maken. De kinderfeestdagen zijn op 5 en 6 januari, maar als ik deze alinea schrijf, is het pas 3 januari.

Het leven hier, zeker dat van het overheidspersoneel, staat nog steeds op een laag pitje en dat blijft zo nog even. Het is druk op de boulevard, er is geen tafeltje onbezet in de cafés annex restaurants en werken, ho maar. Ik denk oprecht dat mensen van bijv. de universiteit betaald verlof hebben van zeg 23 december tot na Driekoningen. Dat is nog eens extra vakantietijd.
Bij mijn uitstaphalte zie ik een advertentie van een man in zijn onderbroek, zijn “geval”in de aanslag. “Si te gustó el primer agujero”, als je het eerste gat kon waarderen, staat erbij, dan vind je dit gat ook wel in orde. Laat ik maar vlug doorlopen naar de universiteit, denk ik dan, voordat ik een klacht wil indienen.

In mijn eerste boek, zie verder beneden, kom ik een paar keer de uitdrukking“Zo gewonnen, zo geronnen” tegen. Ik heb hier geen Grote Van Dale woordenboek hier bij de hand en de uitdrukking staat ook niet in mijn Nederlands-Spaanse woordenboek. Wel in het Nederlands-Engelse, dat het over: “Easy come, easy go”heeft, terwijl ik in het Nederlands-Franse als vertaling vind: “Ce qui vient de la flute, s’en retourne au tambour”. Ben ik nu helemaal bijgepraat? Eerlijk gezegd, nog steeds niet. Geronnen, “coagulado”?

“Zoals de ouden zongen, piepen de jongen”. Dat lijkt me een aardig begin voor mijn eerste muzikale uitstapje: nieuwe Country & Westernmuziek in een oud jasje, dat van Buck Owens (1929-2006). Het allereerste album dat ik van Buck Owens heb, dateert van 1961. Het heet “Buck Owens” en dan zal het ook wel in het echt diens eerste plaat zijn, samen met zijn begeleidingsgroep The Buckaroos. Daarna volgen er nog een heleboel, o.a. een achttal Cd’s over zijn periode 1969-1975, die ik in zijn totaliteit heb en zijn “The Buck Owens Collection” en “The Very Best Of Buck Owens”, waarvan ik een deel in mijn verzameling heb zitten.
Vergeleken met Buck Owens is Dwight Yoakam, geboren in 1956, een jong ventje. Diens eerste Cd dateert bij mijn weten van 1986, maar ik heb er nog veel meer van hem. Hier staan ze onder elkaar:
(1986) Guitars, Cadillacs, Etc., Etc.
(1987) Hillbilly Deluxe
(1988) Buenas Noches From A Lonely Room
(1990) If There Was A Way
(1993) This Time
(2007) Dwight Sings Buck
(2012) 3 Pears
(C2013) 21th Century Hits. Best Of 2000-2012
Waar het me in deze toevoeging vooral om te doen is, is Dwight Yoakam’s Cd uit 2007, een jaar na het overlijden van Buck Owens: “Dwight Sings Buck”. Ik vind dat een heel mooie plaat en dan begint deze jongen zich wel af te vragen hoe de vijftien oorspronkelijke nummers stuk voor stuk ook al weer waren. Ik heb er veertien van de vijftien op mijn harde schijf; alleen nummertje 6 ontbreekt. Hier is de hele serie nummers van Dwight Yoakam’s Cd, maar dan gezongen door Buck Owens zelf. Uiteraard zijn ook The Buckaroos van de partij en op vier van de nummers uit 1970-71 komt ook Buck’s beschermelinge Susan Raye aan bod. Daar gaan we:
01.My heart skipt a beat
02.Foolin’ around
03.I don’t care (just as long as you love me)
04.Only you
05.Act naturally
06.Down on the corner of love (DY)
07.Cryin’ time (& Susan Raye)
08.Above andbeyond
09.Love’s gonna live here
10.Close upthehonkytonks
11.Under yourspellagain
12.Your tender lovin‘ care (& Susan Raye)
13.Excuse me (I think I’ve got a heartache)
14.Think of me (& Susan Raye)
15.Together again (& Susan Raye)
Uiteraard komen op de plaat heel wat hits voorbij, waarvan ik de laatste, “Together again”, dat hij met Susan Raye zingt, misschien wel de mooiste vind. (Voor wie dat interesseert, kan ik het nummer ook laten horen in bijv. de versie van Chris Hillman, Dean Martin, Emmylou Harris, Gram Parsons, RayCharles en Rod Stewart.). Een pareltje van een eigen compilatie vind ik het!

Eerder heb ik hier een reclame van vliegtuigmaatschappij Binter eens de ruimte gegeven, de regionale vliegmaatschappij, die sinds een paar jaar voorzichtig ook uitstapjes naar het buitenland maakt. Eerlijk gezegd vind ik die uitstapjes hiervandaan naar bijv. Lissabon en Agadir aan de dure kant.
In dezelfde sfeer, maar wel goedkoper, dient zich nu ook in Spanje Iberia Express aan. Via die dochter van Iberia, neem ik maar aan, kun je nu kennelijk goedkoop naar Madrid vliegen en vandaaruit verder de wijde wereld in. Aan de andere kant, het zijn m.i. allemaal pogingen van het establishment om echte prijsvechters zoals Ryanair bij te benen. Als je met de laatste minder comfortabel en soms op een fout tijdstip, maar wel heel goedkoop kunt vliegen, dan kiezen de meeste mensen niet langer voor een reguliere maatschappij zoals KLM, Iberia of zelfs Condor, ook al krijg je daar nog je bakje koffie en broodje inclusief. Het is niet anders.

Bij de Everly Brothers weet ik niet of ik ze onder Country of onder Pop moet rangschikken, maar mooi waren ze en blijven ze. De eerste single van Don & Phil is geloof ik niet “Bye bye love” (met het wonderschone “I Wonder if I care as much” op de B-kant), maar net daarvóór nog “Keep a’lovin’ me” met “Don’t let our love die”. Bij mijn weten deed die plaat niks, in ieder geval niet landelijk. Met “Bye bye love” kwamen de diverse wereldhits bij Cadence records - zie de Cd “Cadence classics” van het duo, 20 nummers. Interessant is ook Harry’s recente artikel over de kleine platenmaatschappij, waarbij ik hier speciaal nog Vaughn Meader’sLp “First family” uit 1962 moet noemen.
Vanaf begin jaren zestig gingen de Everlys met een vet nieuw contract over naar Warner. Hun carrière liep ergens dood eind jaren zestig. Dan, eerst in 1988 en daarna in 1990, kwamenuit het niets twee nieuwe Cd’s van ze uit, die me na aan het hart gaanen die ik hier met enige trots aan jullie noem. Ik moet kiezen tussen “I want you to know”en “Sweet memories” en de laatste wordt het. Kennen jullie de nummers daarvan (nog):
01.Sweet memories
02.The brandnew Tennessee waltz
03.Somebody nobodyknows
04.Breakdown
05.Not fade away
06.Mandolin wind
07.The airthat I breathe
08.Lay it down
09.Stories we couldtell
10.Paradise
11.Watching itgo
12.Husbands andwives
13.Rocky top
14.Our song
15.Up in Mabel’s room
16.Woman, don’t try to tie me down
Over de Everly brothers wil ik van niemand een kwaad woord horen, ook niet over de decennia na hun grote hits, toen ze solo nog wat probeerden. Wat is het jammer dat Phil met zijn prachtige tweede stem dood is, maar zo gaat dat helaas. Op de Cd “Sweet memories” heb ik uiteraard iets met het titelnummer, prachtig is het woord, maar ook met bijv. “Somebody nobody knows”, “Mandolin wind” (de eerdere hit van Rod Stewart), “Stories that we could tell” en “Our song”. En de oude hit van The Hollies “The air that I breathe” is in het jasje van de Everly brothers een klassieker om nooit meer te vergeten. Bij dat nummer heeft Trudie me wel eens aan het meezingen gekregen en dat wil wat zeggen: bovenaardse klasse!

In Nederland wil het nog wel eens de hele dag door regenen. Hier is het omgekeerde aan de hand. Het kan weken achter elkaar echt kurkdroog blijven, ook in de winter, en dan niet alleen tot schande van de boeren, maar ook van de Palmezen. Die snakken ook af en toe naar een mals buitje. Als dat omlaag komt, zie je de stadse meute opleven.
Afgelopen dinsdagmiddag was het eindelijk zo ver, en niet één keer, maar bij herhaling. Toen ik om kwart over 5 op het punt stond om op Santa Catalina naar de Driekoningenoptocht te gaan kijken, viel het met bakken uit de hemel. Gelukkig voor mij en de drie koningen was het even later weer over en kon ik me zonder paraplu en poncho – die heb ik hier niet - tussen het Canarische volksdeel opstellen. Ik keek uit op een woud van poncho’s; Trudie zou ervan gesmuld hebben. Een aardig deel van de mensen, van ongeveer baby’s nog tot stokoude opa’s en oma’s, was gehuld in iets van plastic, in alle kleuren van de regenboog, zowel preventief als nu ook om het hemelwater tegen te houden. Even later - de eerste “carroza”, praalwagen, kwam net aanzetten - begon het opnieuw te plenzen. Nu werden ook honderden, wat zeg ik: duizenden paraplu’s tegelijkertijd de lucht in gestoken. Ik was blij dat ik een overdekt plekje vond net voor het gebouwtje van de “guaguasmunicipales”.
De optocht bestond uit twee delen. Eerst kwamen er in de stromende regen ongeveer 15 a 20 “carrozas” voorbij. Omdat ze in kolonne kwamen en gingen, liep de muziek van de ene wagen zonder mankeren over in de andere. Dat is met het meeblèren wel eens hinderlijk, ja. De zanglustige toeschouwers zetten net in op het ene deuntje, komt er alweer andere muziek uit andere luidsprekers. Alles is hier “industry driven”: Kalise, Tirma, Caser, het bekende rijtje. El Corte Inglés had misschien wel de toepasselijkste “carrozo”, die ik ook nog met carnaval goed wil keuren: een Aladin-wagen met oliekannetje, die nu nog “Jingle bells rock” speelde, twee weken na kerstmis, dat weer wel. En de leukste wagen - ik kan het niet helpen - was ook deze keer van Hiperdino met zijn dansende vooraardse monsters. Zij deinden mee op iets Spaans dat mij onbekend was, maar het publiek om mij heen grote lol bezorgde.
Vervolgens viel er “e look” van wel tien minuten, het lijkt wel “de groeten optoch in Mestreech”, maar toen was het wel droog. Het begon pas weer opnieuw te gieten, toen het tweede deel van de “cabalgata”, de glorieuze intocht, in zicht kwam. Vanonder mijn afdak, opnieuw, zag ik eerst een harmonie doedelzakspelers (op zijn Galicisch?) voorbij komen met pal daarachter een hele meute Romeinen –“olé, olé, de Romeine zien oké”, maar dan op zijn Spaans.Tenslotte denderden de drie wijzen uit het oosten met hun bedienden en dromedarissen in marstempo langsin rood, blauw en groen. Volgens mij waren Melchor, Gaspar en Baltasar dezelfde drie hotemetoten die in de vorige jaren ook al naar mij en vooral naar de kleintjes van LasPalmas gezwaaid hadden, maar leuk blijft het. Er werden nog de nodige laatste moment brieven aan het drietal overhandigd, intussen aardig nat, voordat we terug naar haard en huis mochten. Een triomfantelijke mars over de boulevard zat er vanwege de weersomstandigheid voor mij niet in, deze keer.Ik was nog net voor het donker weer op mijn appartement.

Op de feestdag zelf zit ik ’s ochtendseen beetje beteuterd voor me uit te kijken. Is het omdat ik geen kadootje van het drietal heb gekregen, zelfs niet in aanmerking kom voor een portie “carbón”? Of omdat ik in toenemende mate gemengde gevoelens bij mijn (Ierse) boek heb? In ieder geval regent het niet en lijkter ook geen regen op komst. Het is op Driekoningen hier nog rustiger dan het hier doorgaans op een zondagochtend is. Pas om 11 uur zie ik de eerste kinderen met hun speelgoed op straat verschijnen. Een jongetje van lagere school leeftijd loopt om zich heen te schieten met een kalasjnikov. Even later zie ik een ander jongetje, meer van kleuterschoolleeftijd, met een rode trapauto voor bij komen. Het apparaat heeft alles weg had van een rode sportwagen (en ik denk aan “Little red Corvette” van Prince). Zijn vader duwt hem voorzichtig over de Luis Morote bij mij onder langs in de richting van Santa Catalina.

Dit jaar - nieuw ten opzichte van eerdere jaren - is dat de stadsbussen gewoon over Santa Catalina blijven rijden. Er wordt druk gewerkt aan het opzetten van het carnavalspodium, alleen staan de stoelen nog opgestapeld en zie ik nog steeds geen tribunes. Dus kunnen we tot vandaag nog steeds gewoon op Santa Catalina opstappen op onze favoriete bus. Pas morgen, heb ik begrepen, is het plein pas voor bussen taboe en moeten ze onder het plein door.

Juli verklaarde mij onlangs dat hij helemaal niets ziet in vegetarisme. “Als je daaraan gaat toegeven, dat je alleen nog maar groente en dergelijke mag eten…”, was zijn ongezouten mening hierover. Hij en ik believen graag een stukje vlees op zijn tijd en dat laten wij ons liever niet afnemen door mensen die zich in sojabonen en foute rijst moeten. Juli kiept liever een kalfsruggetje, een lamspoot of een volledige zeebaars in de pan.
Stel dat binnenkort een of andere wetenschapper onomstotelijk aantoont dat watermeloenen, bloemkolen en aardappelen ook gevoelens hebben, zelfs pijn kunnen lijden. En dat de bond van vegetariërs die uitkomst wil doortrekken naar steeds meer “frutas y verduras”. Zou dat dan betekenen dat er nog minder overblijft om met een gerust hart bij een stukje stokbrood weg te werken? Vegetariërs hebben m.i. volkomen gelijk, als ze beweren dat wij rijkaards te veel koeien, varkens en dergelijke eerst vet laten mestenom ze vervolgens met huid en haar te consumeren. Hier zie ik persoonlijk een mooi voorbeeld van iets waarbij ietsje minder een stuk beter is. Maar lekker blijft het, zo’n halve gegrilde kip of een portie zuurvlees, daar is niets aan af te dingen. Aan de andere kant, de massale bio-industrie mag wat mij betreft best verboden worden. Laten we terugkeren naar eenvoudige (landbouw en) veeteelt dichtbij huis en haard.De overheid zou zich daar best voor mogen inzetten.

Het is woensdagmiddag en dan is het mij toegestaan om weer voor een nieuwe muzikant kiezen. Kennen jullie de Texaanse Nanci Griffith al? De dame is van 1953, dus maar ietsje jonger dan Ton, bijna aan de AOW toe. Wat heeft ze me de afgelopen decennia al met Country van de bovenste klas bestookt. Haar hit “From a distance” is wellicht een “eye opener”, zelfs voor de mindere liefhebbers onder jullie. Ongelukkigerwijs heb ik nog maar weinig muziek van haar in mijn bezit, van haar studiocd’s moet ik vooralsnog genoegen nemen met een recent drietal: “Winter marquee” uit 2002, “The loving kind” uit 2009 en “Intersection” uit 2012. Echter, Nanci Griffith maakt al platen vanaf 1978 en van de zomer ga ik er zeker nog meer van haar bemachtigen, meer het oudere werk. Gelukkig heb ik wel nog twee verzamelplaten van haar: “The MCA years, a retrospective” uit 1993 en “From a distance” uit 2002 en daarbij gaf ik denk Peter me met een live Cd uit 1992 (Cambridge, U.K.) “ter lering ende vermaak”.
Kiezen welke Cd ik voor jullie ga opzetten, is een klus. Laat ik eens niet voor iets recents kiezen, maar haar “Retrospective” uit 1993 bij jullie uitproberen. Hier zijn achttien nummers uit haar MCA jaren:
01.Trouble in the fields
02.From a distance
03.I don’t wanna talk about love
04.Deadwood, South Dakota
05.Love at the Five andDime
06.Listen to the radio
07.Gulf coast highway
08.I wishitwouldrain
09.Ford Ecoline
10.So longago
11.If wisheswerechanges
13.Late night Grande Hotel
14.It’s just anothermorninghere
15.Drive-in moviesanddashboardlights
16.There’s a light beyond these woods (Mary Margaret)
17.Outbound plane
18.It’s a hard life whereveryougo
Als ik jullie eens de naam van een rijpe vrouw met een kinderstem moet noemen, komt Nanci Griffith daarvoor in aanmerking (zelfs op haar Cd van 2012). Voor wie haar eens op YouTube wil aanschouwen, doe dat zeg ik, luister en kijk eens naar “Spanish boots of Spanish leather”(geschreven door Bob Dylan), “Across the great divide”samen met Emmylou Harris of Buddy Holly’s “Well, all right” dat ze een keer samen met The Crickets deed in de David Lettermanshow. De “tribute to Buddy Holly” Cd “Not Fade Away” van Nanci Griffith met The Crickets behoort tot de albums die ik nog niet heb; die moet ik zeker nog eens te pakken zien te krijgen.
Maar goed, op de verzamelcd “The MCA years - A Retrospective” zijn er nog weer nummers die boven de andere uitsteken, hoewel ik moeite heb om ze te benoemen (“het beste van het beste”). Ik beperk me hier tot “I don’t wanna talk about love”, “I wish it would rain”, “If wishes were changes”, “It’s just another morning here” en “It’s a hard life wherever you go”. Laat ik bovenal het beste paard van de stal niet vergeten: “Love at the Five and Dime”, een waar feest van een C&W-nummer met een lengte van meer dan zeven minuten. Op dat liedje kom ik terzijde te weten dat een lift in het Engels ook een “lift” is, maar in de Verenigde Staten een “elevator”. En dat de deur van de Woolworth winkellift een ping in zich heeft, voordat ze omhoog of omlaag gaat.

Op Driekoningenavond is het ook op Las Canteras niet druk. Ik zie een “Elsa” voorbijkomen met haar moeder, in een lichtblauwe lange jurk. Charmanter vind ik een iets oudere jongen, die rondrijdt op een plank van twee stukken met aan de uiteinden kleine wielen. Zijn voertuig doet mij denken aan een Segway zonder stuur en stuurstang. Het hangt wel van flitsende lampjes aan elkaar.
Dan zijn er, toch weer, twee piepjonge meisjes, allebei in het roze enmet helm, die hun eerste metalen step, met zijwieltjes, op de boulevard mogen uitproberen. Het ene meisje heeft de dubbele wieltjes aan de voorkant zitten en de andere aan de achterkant. Welke van de twee (“Op een step, op een step, ik ben zo blij dat ik hem heb” van Wim Sonneveld) zou ongevaarlijker zijn? Later komt ook een lagere schooljongen met een V-vormige step voorbij; door je benen op de twee zijstukken te bewegen krijg je hem vooruit. Mag dat wel hier? Echt fietsen is uiteraard helemaal taboe op Las Canteras (behalve voor de politie); vanaf welke leeftijd is ook het steppen niet meer toegestaan?
Los daarvan: waar blijft de tijd, toen een kleine step nog iets raars was en wij, Maastrichtse kinderen een grote autoped als voertuig hadden, met banden die je moest oppompen, een “roller” om het eens op zijn ouderwets te zeggen.
Zoals haast iedere avond probeert de ijverigeman van de loterijen mij onder het luidkeels roepen van “Suerte” een lot te verkopen. Die maakt wat kilometers op een middag en avond; Trudie met haar geocaching is er niks bij! Lieve lezers, als je de gigantische Kerstmis-loterij (El Gordo) zonder dat je prijs hebt, net achter de rug hebt, ook bij de Nieuwsjaars-loterij alleen maar nieten hebtgetrokken en tot overmaat niet eens je eigen geld hebt terugverdiendin de Driekoningen-loterij, waarom zou je dan monter weer een vers lot gaan kopen voor een trekking aanstaand weekend? Zelfs een kraslot is aan mij nooit besteed geweest.

Donderdagavond7 januariis de heilige zandhoop hier, ook wel de “belén de Arena” geheten, eindelijk opgeruimd.Ik ben blij dat de feestdagen nu echt voorbij zijn en we met een gerust hart aan de voorpret van carnaval kunnen beginnen. Hier is het nog even wachten, maar in Maastricht is het a.s. zondag al prijs, als “’t benkelik momint” de nieuwe prins carnaval tevoorschijn tovert. Ik wil al te graag van jullie horen wie dit jaar de eer tebeurt is gevallen. Prins carnaval worden in Maastricht, het blijft “iets” hebben, ondanks de Tempeleers zeg ik erbij, net als hier de uitverkiezing van de carnavalskoningin.
Wat ik helaas ook ga missen, is de nieuwe uitvoering van het illustere “Veldeke kabberèt”. Trudie gaat er met Marij de komende zondagavond heen, geloof ik. Ze mogen allebei één iemand meenemen en jammer is en blijft het dat Trudie voor die avond een andere compagnon in gedachte heeft. Over een goeie week zit ze wel weer hier in Las Palmas, samen met Marcel, Damaris & Yves.

Het is echt een week van verjaardagen. Zondag was Greetje jarig, woensdag Anoek en op 9 januari, morgen dus, is Eva aan de beurt.¡Cumpleaños feliz, muchachas! Intussen word ik er ook niet jonger op.Met carnaval, als ik in Maastricht ben, zal ik proberen mijn rimpels met schmink weg te werken. En als dat niet lukt, is het voor mij botoxen geblazen, of natuurlijk met een maske(s) oplopen van iemand die gebotoxt is.
En daar laat ik het bij voor deze week. Ik zie jullie hopelijk terug over een week, waarschijnlijk op donderdag 14 of vrijdag 15 januari. Maastrichtenaren, beloof me dat jullie wel in de Grote Staat staan, als de Groeten Oonbekinde voorbij komt op weg naar de Spilstraat (“Spèlstraot”?) en dan langs McDonalds naar de Markt afdaalt. Het is nog maar een maand en dan kunnen we er weer vol tegenaan. Ik ook, laat er zelfs de “gran cabalgata” hier voor schieten. Tot ziens maar weer, hastaluego, PaulK.

BOEKENBIJLAGE

Hier is mijn eerste boek van deze door-de-week. Het is er een van de Engelsman R.J. Ellory, van wie ik er in deze rubriek al vele in positieve zin heb mogen bespreken. Deze keer is “Een ongenode gast” uit 2014 aan de beurt. In het Engels heet het “Ghostheart”, maar ik had de Nederlandse vertaling op weg naar Las Palmas in mijn koffer zitten, dus moet die er hier aan geloven.
Het is het verhaal van de New Yorkse Annie O’Neill. Ze is 30 en woont drie hoog in een flat met als overbuurman Jack Sullivan, een dronkenlap van 55 jaar, met wie ze het heel goed kan vinden. Haar spaarzame geld verdient ze met het runnen van een tweedehands boekwinkel in de buurt, The Reader’s Rest (hoek West107th en Duke Ellington in Manhattan). Naast het vasthouden van een handje vaste klanten plus enkele toevallige bezoekersheeft ze niet veel omhanden. Dan verschijnt de bejaarde (Robert) Forrester ten tonele, die iets over haar lang geleden overleden vader weet en haar een deel van een niet uitgegeven manuscript ter lezing achterlaat. Dat gaat over het turbulente leven van ene Haim Kolzac of Rosen, die zich in New York Harry Rose is gaan noemen. Die wordt de “partner in crime” van Johnnie Redbird, ook al een aanvankelijk onbenullig boefje, maar later worden ze echte boeven. Er gebeurt van alles, dat ik hier niet ga vertellen. Veel later, als ze in de veertig zijn, worden de twee voor een moord opgepakt; Johnnie neemt de schuld op zich en draait de bak in, Rikers Island, tot hij – hoe kan het anders - zeven jaar later weet te ontsnappen. Dan zoekt hij zijn vroegere maat Harry Rose op om de helft van de poen van de twee alsnog terug te krijgen.
Intussen wordt Annie in de werkelijkheid smoorverliefd op ene David Quinn, met wie ze stante pede een gepassioneerde verhouding begint. Echter, na een paar wekengeeft hij er alweer de brui aan en laat Annie uiterst beteuterd achter. Gelukkig is haar buurman Jack Sullivan dan present om haar weer op te peppen.
Daar laat ik het voor de samenvatting bij. Ik heb het boek, bijna 400 bladzijden, in één ruk uitgelezen en spannend is het en blijft het. Ellory maakt van “Ghostheart” een novelle - het hele verhaal speelt zich af in maar een paar maanden – waarbij je je (ik dus) geregeld afvraagt waar het heen zal gaan. Ik beken dat ik het me allemaal ietsje te uitgesponnen voorkwam, maar bij de les bleef ik wel. Ik geef als recensiecijfer een 8 voor het boek, eerlijk verdiend. Alle andere boeken van R.J. Ellory die ik nog niet heb gelezen, krijgen bij dezen ook een toekomstige beurt, besluit ik.

Min of meer zonder bijbedoeling had ik begin november ook het boek “The Sirius crossing” van John Creed in mijn koffer hierheen zitten. John Creed is een Ierse schrijver van thrillers en dit boek, met Jack Valentine in de hoofdrol, is van 2002. Hij won er een Ian Fleming Steel Dagger mee. Het speelt vooral op de grens tussen Ulster en Ierland.
Jack – pas op bladzijde 144 zie ik voor het eerst zijn “surname” Valentine staan– is een secret service agent die er door zijn bazen Sommerville en Curley op uit gestuurd wordt om ergens in Noord-Ierland een zeer dode Amerikaan op te sporen. Diens leven zou decennia terug in een grot (“souterrain”) geëindigd zijn. Zewaren destijds als parachutisten met hun tweeën, de ander kon zijn opdracht wel uitvoeren, maar de dode zou wel allerlei papieren bij zich hebben gehad die nog steeds niet openbaar mogen zijn. Jack Valentine komt op zijn missie in contact met diverse mensen aan de kant van de Britse oppressor, o.a. Ronnie Whitcraft en het koppel Marks & Canning. Eigenlijk heeft Jack Valentine minstens zo veel op met de tegenpartij, de IRA. Namen in dit boek van mensen uit die hoek zijn o.a. Liam Mellows, Paddy Regan en ene Eamon van een pub in Dundalk. Voor wie ook in namen van Amerikanengeïnteresseerd is, noem ik hier John Stone, een heel hoge ambtenaar, en Sirius van de US Special Forces, wiens ware identiteit pas op het einde van het boek bekend wordt. Nogal wat bladzijden in het boek spelen overigens niet in Noord-Ierland of op de Schotse kust, maar op Het Kanaal daartussen - het woord crossing staat voor de oversteek. Twee boten, de Castledawn van Jack Valentine en Quo Vadis van de Britse overheid, allebei in het boek aangesproken met “she”,komen daar uiteindelijk met elkaar en vooral met de woeste zee in aanvaring. De vrouwelijke rol gaat o.a. naar de zus van Liam, Deirdre, en verder naar ene Eva in Berlijn en Kate op een van de Shetland eilanden.
Ik heb John Creed’s boek “The Sirius crossing” in twee dagen helemaal uitgelezen, maar echt mooi kon en kan ik het niet vinden. Halverwege (woensdagmorgen) dacht ik erover om het maar te laten voor wat het was, maar dan had ik jullie maar een halve recensie kunnen bezorgen, grapje. Ik vind dit meer een boek voor bijv. botenliefhebbers dan dat me nu eens haarfijn wordt uitgelegd waarom de IRA het gelijk altijd aan zijn kant heeft gehad dan wel waarom spioneren in de grond een uiterst saaie bezigheid is. Als recensiecijfer kom ik niet verder dan een 6, een voldoende, maar niet meer dan dat. Voor mij hoeven andere boeken van John Creed niet meer.

maandag 4 januari 2016

Weblogbrief 11.11, 2 januari 2016

Weblogbrief 11.11, 2 januari 2016

Tweeduizendzestien, “compañeros inseparables”, gezworen kameraden, ik zeg het goed, we zitten in een nieuw jaar. Heel vaag heb ik in (het onderbewuste deel van) mijn hoofd verankerd zitten dat ik in het jaar des heren 2022 zal komen te overlijden. In dat geval heb ik nog zes jaar te gaan. Hoe waren de afgelopen dagen? Hebben jullie voldoende feest kunnen vieren de afgelopen dagen, vooral van de donderdag op de vrijdag? En zit er voor sommigen van jullie nog een ambtenarencarnaval in het vat? Hier sleep ik jullie met terugwerkende kracht door mijn Nochevieja en Nuevo Añoheen. Daar gaat-ie, mijn elfde van de elfde brief.
Laat ik die beginnen met te vertellen dat mensen elkaar niet speciaal voor de gek houden op 1 april. De dag waarop je elkaar geestelijk mag pootje lappen (Noé, je veter zit los. Grapje!), is in Las Palmas op 28 december. Ik hoop maar dat ik vandaag niet in het spreekwoordelijke ootje word genomen.

Als muziekopener heb ik een Cd voor jullie met orkestmuziek uit de periode 1924-1930, dat is lang geleden. Op mijn computer staat ze vooralsnog aangekondigd als een Cd van Bix Beiderbecke (“Young man with a golden horn”), maar dat klopt niet. De Cd is een verzameling losse nummers; er prijken er zes op van het orkest van Paul Whiteman, ook zes van dat van Frank Trumbauer en vier van dat van Bix Beiderbecke. Verder vind ik drie nummers van het Wolverine Orchestra plus nog eentje van Jean Goldkette en van Hoagy Carmichael. Even optellen, dan komt deze koopman op 21 in totaal. Hier zijn ze:
Paul Whiteman: San / From Monday on / Louisiana /
You took advantage of me / China boy
There ain’t no sweet man that’s worth the salt of mytears
Frank Trumbauer: Clarinet marmalade / Singin’theblues
I’m coming / Virginia / Borneo
Way down yonder in New Orleans
Bix Beiderbecke: Royal garden blues / Davenport blues
In a mist / I’ll befriendwithpleasure
Wolverine: Jazz me blues ? Riverboat shuffle / Big boy
Jean Goldkette: Clementine (from New Orleans)
Hoagy Carmichael: Georgia on my mind
Wat mij boven alles opvalt, is dat op acht van de eenentwintig nummers ook een zanger actief is, maar dat die in die tijd nog gezien wordt als niet meer dan één van de instrumenten van het orkest. Het idee dat de zanger of zangeres een aparte vermelding verdient, is van latere tijd.
De orkestmuziek van negentig jaar terug blijft nog steeds te pruimen, met en zonder zang erbij. Uitschieters naar boven op deze Cd zijn voor mij (voor elk wat wils): “San” van millionseller Paul Whiteman; zie het artikel daarover van Harry, “Way down yonder in New Orleans”van Frank Trumbauer, “Royal garden blues” van Bix Beiderbecke en “Jazz me blues”van Wolverine. En uiteraard ga ik Hoagy Carmichael, de man van Stardust, niet vergeten met zijn nummer met eigen zang “Georgia on my mind”.

Maandagavond ben ik weer eens naar de kapper geweest. Vorig jaar om dezelfde tijd was ik heel content geweest over de knipkunst van een jonge Marokkaan in de Alfredo Jones (spreek uit: “chones”) bij de boulevard en dus mocht hij ook nu aan de slag. Mijn “muy corto” nam hij ter harte. In één moeite door nam hij ook mijn wenkbrauwen en de haren in mijn oren en neus mee met iets wat op een babytondeuse leek, prima. Misschien moet ik me in Maastricht ook eens zo’n ding aanschaffen. Hij was in totaal een kwartier of daaromtrent met mijn hoofd bezig, daarna zag ik er weer als nieuw uit.>BR>
Vervolgens mocht ik mijn opwachting maken bij Lorena, die mij een paar uur eerder ge-sms’t had dat ik om 7 uur verwacht werd. Haar laptop met internetaansluiting had ze in de woonkamer al voor me in gereedheid gebracht en daarmee kon ik mijn vorige brief die maandag aan jullie versturen.
Ter plekke was ook David – het blijft een aparte- en wie hing, al toen ik aanbelde, bij Lorena uit het raam om mij te verwelkomen: Noé. Hij was net gearriveerd in Las Palmas en ging hier tot na Nieuwjaar blijven. Een half uur later zat ik met Noé op een boulevardterrasvoorbij la Oliva aan de “cerveza”; David was intussen per fiets met helm huiswaarts gekeerd. Zoals dat hoort, begonnen we getweeën met ons wederzijds leed en geluk op tafel te leggen, steeds tot vermaak van de ander. Noé zit sinds bijna een jaar bij een overheidsinstelling in Santa Cruz die zich met publiek geld net als met zeven andere Spaanse instellingen in de peninsula bezig houdt met het schrijven van overzichtsartikelen op de wijze van de Cochrane Collaboration. Hij doet dat vanuit zijn werk in de buurt van Sana Cruz de Tererife als één van de dertig medewerkers. In dat kader gaat hij komend jaar ook een tijdschriftartikel proberen te publiceren. Zijn animo vorig jaar voor Maria is helaas al weer finito; ze is intussen wederom van de lesbische liefde.
Lorena kwam niet met ons mee. Ze ging eerst samen met amateurkok Juli (van de hortus botanicus) vlees kopen voor een gezamenlijke oudejaarsavondmaaltijd bij Juli thuis. Daarvoor gingen ze naar een “carniceria”, voor het grote werk, niet te verwarren met een “charcuteria” voor de fijne vleeswaren. Pas nadat die klus geklaard was, voegde het duo zich bij Noé en mij op ons terras. Dat gaat in de tegenwoordige tijd niet door ergens met elkaar af te speken, maar door elkaar te bellen per mobieltje. “¿Donde estás?” Ik moet er kennelijk nog aan wennen, nog steeds.
Het werd ook met zijn vieren een gezellig onderonsje. Terzijde werden mij door de Spanjolen diverse tips aangereikt hoe ik mijn kennissenkring hier met mensen van mijn leeftijd kon uitbreiden. Of die tips me gaan helpen, staat te bezien. Om half 11 vertrokken we moe gezeten in de richting van onze bedden. Ik lag er tot mijn verrassing op tijd in.

Noé, altijd trek, bestelde bij het bier maandagavond een bak pindanootjes. Die heten in Spanje “cacahuetes”, maar hier op zijn Canarisch “manices”. Hij verwees mij daarbij naar een mooie evergreen uit Cuba: “El manicero”, de pindaverkoper. Ik heb op mijn computer twee Cubaanse versies ervan, van het Cuarteto Patria (met Elíades Ochoa) met Manu Dibango en van Omara Portuondo met Martin Rojasen daarnaast heb ik nog een derde Spaanse van polyglot Caterina Valente. In de Engelse vertaling, “The peanut vendor”, is het nummer intussen minstens zo bekend, o.a. in de versie van Al Bollry (uit 1931), Dean Martin, Anita O’Day en instrumentaal Django Reinhardt.
(Het Nederlandse nummer “Pinda, pinda, lekka, lekka” van Willy Derby is weer heel andere kost. Dat gaat over een Chinese pindaverkoper in Nederland die in de dertiger jaren op straat pinda’s verkoopt voor een stuiver. Het was een favoriet deuntje van mijn oma Mai zaliger, maar op “El manicero” lijkt het in de verste verte niet.)

Dinsdag is de dag van de t-shirtopschriften en reclames, bedenk ik die dag. Op weg naar El Corte Inglés is het even speuren voordat ik een t-shirt vind waarvan ik het opschrift aardig genoeg vind om jullie mee lastig te vallen. Deze keer is het (voor de tweede keer) een Frans zinnetje: “SI JE DIRIGEAIS LE MONDE…”, als ik de baas van de wereld was… Op de maandagavond al had ik daar met name met Juli woorden over, in het nette. Hij vond dat ik te veel wil verbieden. Ik kwam erop toen ik rondvertelde dat het gebruik van mobieltjes op diverse plekken aan banden gelegd zou moeten worden en ik in één moeite door piercings door je neustussenschot wilde verbieden, de verkoop van het meeste vuurwerkonmogelijk ging maken alsmede het oeverloze gebruik van skateboards - “monopatines”, “tablas” heten ze hier - aan banden wilde leggen, die lawaaiige ondingen waarmee je de diverse gewrichten in je benen geweldige opdonders kunt verkopen.
Het daarnaast door mij verdedigde voorstel om particuliere auto’s in steden uit te bannen (en het openbaar vervoer uit de algemene middelen te betalen) vond hij echt de grootste farce. Net terug uit de Verenigde Staten vertelde hij me dat de meeste Amerikaanse steden (met wellicht New York en San Francisco als uitzondering) helemaal gebouwd zijn op het privé-verkeer met de auto. Bijv. in Saint Louis waar hij voor zijn werk was - een uiterst saaie stad volgens hem –zou het leven zonder auto’s een nog grotere helzijn dan daar wonen nu al was. Als jij de baas van de wereld wordt en eigen auto’s van mensen in een stad als Saint Louis gaat verbieden, zei hij, breekt er een complete opstand uit die zijn gelijke niet kent. Ook of zelfs in Las Palmas zou je de mensen hun eigen auto niet mogen afnemen, betoogde hij (maar ik gelukkig nog steeds niet).
Op weg naar El Corte Inglés kwam ik dinsdagavond ook langs een manshoge advertentie van biermerk Cruzcampo. De aanprijzing was: “PORQUE SOMOS DE BARRA”. Wat is dat nou weer? Is Cruzcampo speciaal een voorstander van mensen aan de toog van een café, de krukzitters zogezegd? Of is het algemener bedoeld en heeft de bierfirma iets positiefs met barbezoekers?

Música! Voor de variatie wijk ik op de woensdag eens uit naar Argentinië en dan vooral naar de tangomuziek uit dat land. Van een fanaat op dat terrein uit Cadier en Keer kreeg ik, alweer anderhalf jaar terug, van allerlei bekende tango-orkesten één Cd aangereikt, geen overmaat, maar toch wel uit een goed hart. Bekende orkestleiders als Anibal Troilo, Juan D’Arienzo en Osvaldo Pugiese kennen jullie intussen misschien wel en ook Astor Piazzolla, neem ik voorzichtig aan. Echter, er zijn nog een heleboel andere maestro’s van de tangomuziek. Eentje van die ga ik hier aan jullie voorstellen: Alfredo de Angelis. In 1996 kwam een Cd uit met twintig van zijn nummers, getiteld “From Argentina to the world”, niet bepaald een Spaanse titel. Ik neem maar blind aandat de nummers veel eerder zijn opgenomen, zo te horen in de jaren 40 of 50, denk ik. Hier zijn ze op een rijtje:
01.El piaf (I)
02.La brisa (C)
03.Jirón porteño (J)
04.Soñar y nada más (C+J)
05.Como se muere de amor (F)
06.La cumparsita (I)
07.Para qué te quiero tanto (C)
08.Misa de once (J)
09.Marioneta (F)
10.Pastora ((C+J)
11.Pavadita (I)
12.Ya estamos iguales (C)
13.Altar sin luz (J)
14.Pobre flor (C+J)
15.Mi novia de ayer (F)
16.Guardia vieja (I)
17.Carnaval (C)
18.Bajo Belgrano (J)
19.Bajo el cono azul (F)
20.Pregonera (C+J)
Achter alle nummers heb ik de letters I, C, J en/of F geschreven. I staat voor instrumentaal, C voor zanger Carlos Dante, J voor zanger Julio Martel en F voor zanger Floreal Ruiz. Op vier na wordt op alle nummers van de CD gezongen, naast het bekende geluid van bandoneon, piano, viool en cello. Hier ga ik niet vertellen dat ik Carlos Dante verkies boven Julio Martel of dat Floreal Ruiz toch ietsje minder is dan beroemdheid Carlos Gardel. Dezelfde Floreal Ruiz zie ik overigens terug op diverse hier niet genoemde Cd’s van Anibal Troilo. Op mijn overzicht van tien Cd’s, getiteld “El tango – pasión y emoción”, kom ik Alfredo de Angelis nog eens met acht andere nummers tegen.
Alfredo de Angelis brengt over de breedte best mooie dansmuziek, ook voor muurbloempjes, en het is weer eens iets anders. Speciale nummers waarom ik deze Cd voor jullie opzet, noem ik niet. Nou vooruit, eentje dan: “Pobre flor”, nummertje 14, de melodie heeft wat van “Padam, padam” van Edith Piaf en probeer de tekst ervan maar eens op te lepelen: een hele klus.

Op woensdagavond zat ik in mijn bibliotheekje op een computer met internet mijn e-mail door te nemen en waar wenselijk te beantwoorden. Daarna kon ik het niet laten om in de kranten te kijken. El País had een verhaal over de mislukte wens van ex-president Mariano Rajoy om een “gobierno de amplio espectro” te vormen, samen met de PSOE en Ciudadanos. Zijn eerste beurt om een regering te smeden is echter voorbij. Nu is Pedro Sánchez aan zet, die een linkse coalitie samen met Podemos en klein links voorstaat. Het laatste woord daarover is uiteraard ook nog niet gesproken.
De regionale kranten kondigde nog een ander onderwerp aan dat ik aardig voor mijn brief vind. Op 1 januari, ’s middags om 12 uur, worden wij verondersteld met zijn allen, op de plek naast de Belén de Arena, een duik in de zee te gaan nemen, “un chapuzón colectivo en el mar”. Voor wie van de hoed en de rand wil weten: de gebeurtenis heeft ook een naam meegekregen:“1er baño del año”, dat is nog eens rijmen. Het schijnt ook in Las Palmas om een oud gebruik van vroeger te gaan, dat nieuw leven wordt ingeblazen, met de hulp van Danone’s Actimel. Uiteraard is het hier een stuk gemakkelijker om op 1 januari de zee in te duiken dan in bijv. Scheveningen, al was het maar omdat het water hier nog steeds op Jekerbad-temperatuur is. Ik kan me jaren herinneren dat de watertemperatuur in Schevingen niet veel boven het vriespunt uitkwam.
Het lijkt me wel de gelegenheid bij uitstekom jullie alvast een “zaolig nuijaor” te wensen, “un felizaño nuevo” (and many happy returns of the year). Tegelijkertijd denk ik dan: “baño del año”, zijn er behalve “baño” nog meer woorden die mooi rijmen op “año”? Wel echte rijmwoorden graag, iets als “mano” is uit den boze. Omdat ik nog steeds geen Spaans rijmwoordenboekheb, maar wel een Spaans woordenboek, ga ik me hier bovendien beperken tot de rijmwoorden van maar twee lettergrepen. Año-woorden van drie lettergrepen of meer kan ik zelfs niet bedenken. Donderdagavond was ik de eerste gast bij Juli, zie verder daar, maar ik had wel tijd om hem ernaar te vragen. Hij kwam zonder probleem op een drietal: “antaño”, lang geleden, “estaño”, tin en “rebaño”, kudde.>BR> Er staan twee tweelettergrepige rijmwoorden in mijn woordenboek waar ik nog niet van gehoord heb: “maño" met een ñ, dat Aragoneesbetekent, ook een inwoner van Zaragoza, en een “raño” is een schorpioenvis in het Spaans.Dat “raño”was overigens ook Juli onbekend. Hier komen vier andere die ik wel zelf al in mijn hoofd had zitten. Allereerst is er uiteraard “baño”, zoals in “primer baño del año”, Spaans voor bad, badkamer en wc. Als je in Spanje naar “el baño” gaat, kan dat zijn om een bad wilt nemen, bijv. in de zee, maar ook omdat je naar de wc moet. Dan is er “caño”, dat is een korte pijp, zoals in het Argentijnse “caño de escape”, uitlaatpijp. Verwar het niet met “caña”, dat staat voor (suiker)riet en voor een pilsje. Gaan we naar nummertje drie: “daño”, dat schade en pijn betekent, bijv. in “hacer daño”, schade doen, pijn doen. Door schade en schande wijs worden heet hier wel “dolorosa experiencia es la mejor sciencia”; daarin zie ik het woord “daño” helaas niet terug. Tenslotte heb ik nog “paño” voor jullie, een doek, zoals in “pañito de cocina”, keukendoekje en “paño higienico”, ouderwets maandverband. Een doekje voor het bloeden is overigens een “dedada de miel”, een likje honing. Tevreden?

Voor oudejaarsdag hebben ze in Las Palmas geen goed Spaans woord; de hele dag is het “Nochevieja”, ons oudejaarsavond. Om 8 uur ’s ochtends zat ik net op mijn balkon, toen ik iemand beneden tegen een ander hoorde zeggen: “pasa lo bien”, amuseer je.Vanwege het “pasar” in de uitdrukking heeft het wel iets van ons “’n goje roetsj”. Het was de morgen vóór nieuwjaar voor het eerst deze winter op mijn balkon net nog geen 20 graden, 19 komma zoveel. Gelukkig was dat probleem een kwartier later al verholpen.En nou ik toch met het weerbericht bezig ben: de straatlantaarns gaan hier nu ’s ochtends om half 8 uit en ’s avonds om half 7 aan. Inderdaad, het is hier in de winter veel langer licht dan in Nederland.

Afgelopen jaar, ergens in juni geloof ik, vroeg Jos Kleijnen, sinds vorig jaar een beetje hoogleraar aan de Universiteit Maastricht, mijn hulp. Voor de promotie van zijn eerste promovendus, een Duitser van middelbare leeftijd, kwam hij mensen tekort in de corona. Hij e-mailde me, of ik daarom wellicht acte de présence wou geven. Ik vond het proefschrift bepaald niet erg goed, net aan, maar zegde wel toe. Wie weet mede om die reden werd ik door hem uitgenodigd om op een maandag met hem te gaan uit eten. In een restaurant in de Rechtstraat in Maastricht vertelde hij mij over twee boeken die de farmaceutische industrie op de pijnbank hadden gelegd, eentje van de Engelsman Ben Goldacre - dat las ik afgelopen zomer; zie mijn weblogbrief 11.01 -en eentje van de Deen Peter C. Gøtsche, dat er de afgelopen maanden hier in Las Palmas aan moest geloven. Terzijde, dat van Ben Goldacre vond ik zo mooi dat ik het Susanne nog heb aangeraden.
Het boek dat ik hier behandel, is nog veel feller van toon. Gøtzsche heeft geen goed woord meer over voor de immense industrietak, die hij doodleuk vergelijkt met de maffia.Ik las het boek in Nederlandse vertaling uit 2015: Dodelijke medicijnen, een georganiseerde misdaad, met als ondertitel: Achter de schermen van de farmaceutische industrie. De oorspronkelijke Engelse formulering, uit 2014, vind ik persoonlijk iets beter: Deadly medicine and organised crime. How Big Pharma has corrupted health care.
Letterlijk zegt Gøtssche in de inleiding van zijn boek dat het “niet over de ontegenzeggelijke voordelen van geneesmiddelen gaat, die blijken uit de grote successen bij de behandeling van infecties, hartziekten, bepaalde vormen van kanker en hormoondeficiënties als diabetes type 1”. Zijn boek, ruim 500 bladzijden dik, “richt zich tegen de algemene tekortkoming in het systeem”. En vanaf daar trekt hij onafgebroken van leer, zonder haast zijn gelijke te kennen. Zelfs mensen als Ben Goldacre en ook ondergetekende zijn er niks bij. Peter Gøtzsche doet dat overigens wel met een fabelachtige kennis van zaken.
Hij begint met sprekende voorbeelden, aan de hand waarvan hij diverse misdaden van de industrie alleszins aannemelijk maakt (hoofdstuk 2, 3). Terwijl er maar weinig patiënten baat hebben bij allerlei medicamenten, wordt het klinische onderzoek ernaar corrupt uitgevoerd, misleidend gepresenteerd, of natuurlijk in een geheime la opgeborgen (hoofdstuk 4, 5) en vervolgens de medische tijdschriften door de strot geduwd (hoofdstuk 6). De dokters laten zich met geld steeds opnieuw paaien, zowel als het om deelname aan onderzoek gaat (inclusief veel zogenaamd onderzoek, seeding trials) als bij de verkoop van de middelen (hoofdstuk 7, 8). Voor zover er al toezicht is op wat er gebeurt, bakt de toezichthouder er vaak bedroevend weinig van (hoofdstuk 9-11).
Er volgt klinkend bewijs aan de hand van voorbeelden uit diverse vakgebieden (hoofdstuk 12-16). Het bontste maakt volgens de schrijver de psychiatrische wereld het wel met zijn antidepressiva en antipsychotica en laten we ook de farmaceutische aandacht voor het hyperactieve kind niet vergeten (hoofdstuk 17, 18). Ik ben intussen op bladzijde 363, waar hoofdstuk 19 gaat over “intimidatie, bedreiging en geweld” tegen mensen die het tegen Big Pharma durven op te nemen.De mythes worden opnieuw doorgeprikt, waarna door de schrijver een ware revolutie wordt voorgesteld om het mislukte systeemvan geneesmiddelen beoordelen weer in orde te maken (hoofdstuk 20, 21).
In alle ernst heb ik tegen de beoordeeltrant van Peter Gøtzsche weinig of niks in te brengen. Ik ken hem als een nogal nors, saai mens, maar denk dat hij eenvoudigweg wel het gelijk aan zijn kant heeft. Dat hij nu de onaangenaamste klokkenluider tegen de farmaceutische wereld is, getuigt inderdaad van grote moed. Natuurlijk, je kunt, m.i., niet allerlei belangrijke bijwerkingen van geneesmiddelen zo maar op één hoop gooien, en dat zou ik ook niet doen bij de sterfte aan hart- en vaatziekten en alle kankers samen. Voor veel ziektes waarvoor mensen behandeling zoeken, zijn er intussen al goede middelen met naar verhouding weinig bijwerkingen beschikbaar, die daarbij niet te duur zijn. Is er in dat geval is nog wel behoefte aan nog weer andere, veel duurdere middelen, waarvan we de bijwerkingen vaak onvoldoende kennen? Waar er nog wel voldoende ruimte is voor nieuwe medicamenteuze therapieën, zou het onderzoek daarnaar in de toekomst echt nog van de farmaceutische industrie mogen komen, die er al decennia lang een potje van gemaakt heeft?Datzelfde geldt in minstens zo sterke mate voor het behandelen van allerlei halve en hele risicofactoren bij mensen die in de grond niets mankeren. Moeten die wel volgestopt worden met medicamenten, die patiënten van hen maken? Bijscholing van artsen zie ook ik eerder als een primaire taak van de overheid en beroepsgroepen zonder sponsoring en zeker niet als een bezigheid van farmaceutische firma’s die vooral een marketingstrategie hanteren en steeds meer mensen aan hun dure middelen willen binden.
Ik ga Peter Gøtzsche en ook Ben Goldacre maar eens een brief schrijven, waarin ik me tot medestander van hun aanpak van de farmaceutische industrie verklaar. Tegelijkertijd hoop ik dat hun kritische beoordeling van de geneesmiddelenindustrie gevolgd gaar worden door een even scherpe vinger aan de pols van andere diagnostiek en therapieën, zoals fysiotherapie, de snijdende medische vakken, tandheelkunde en de psychotherapieën.

Donderdagavond om 8 uur was ik de eerste bezoeker bij Juli om met in totaal acht mensen de avond (en nacht) op gepaste wijze door te komen. Na mij kwamen achtereenvolgens Marina, David, een vriend van Lorena, Rafaela en tenslotte om half 10, 10 uur Lorena en Noé. Iedereen van de aanwezigen had eten en/of drank bij zich, mijn inbreng was een fles whisky. Juli en Lorena hadden eerder al twee hoofdgerechten voorbereid, die hun tijd nodig hadden, maar nu alleen nog even gebakken moesten worden en daarna in de oven gezet. Ik heb het over uiteindelijk een grote schaal kalfsvlees en een nog grotere schaal schapenpoot met een chutneysaus erover heen. Als nagerecht kwam een sorbet op tafel van citroenijs (van De Spar) met “cava”.
Heb ik het voorgerecht overgeslagen. Ik denk dat vooral daarin een groot verschil met eten in Nederland te constateren is. Waar in Maastricht en de randstad het begin meestal niet meer dan een soepje is, als het echt uitgebreid moet zijn nog gevolgd door een klein pasteitje en/of een kreeftcocktail of zo, pakt men hier voor het voorgerecht veel en veel royaler uit. Ik telde bij Juli thuis uiteindelijk zes verschillende soorten kaas van het eiland, foie gras (van Française Rafaela), opgewarmde sobresada (a la chorizo) uit Majorcain een tomatenmengsel, royaal zalm met een groen Argentijns gemengd sausje en voor de noodzakelijke vitaminen een grote kom gemende salade met van alles erin. Voor erbij was er een bak met stukjes stokbrood en tot mijn verrassing Wasa knäckebröd (uit Zweden, hoewel daar een ander, rond knäckebröd populairder is). Uiteraard vloeide de drank voor, tijdens en na het eten rijkelijk, van spa, coca cola via bier en wijn tot gin, rum en (mijn) whisky. Om klokslag twaalf uur moesten we (per klokslag) een van onze twaalf druiven wegwerken, waarna een lekkere “cava” op tafel kwam. Het eten en drinken was top.
Nou hoor ik hier ook te zeggen dat we het vervolgens tot in de vroege morgen ontzettend naar onze zin hadden, maar dat kan ik er helaas niet van maken. Eigenlijk vielen de gesprekken na middernacht voor mij een beetje dood. Toen de muziek van het begin van de avond, o.a. “Highway 61 revisited” van Bob Dylan, ook nog werd ingewisseld voor een soort hoempamuziek, hield ik het als verreweg de oudste van de aanwezigen voor gezien. Misschien fout, maar tegenwoordig ben ik meer een man van overdag dan een nachtbraker. Juli woont niet ver van mij flat vandaan en om een uur lag ik weer in mijn bed.

Eerder in de middag van Nochevieja hadden weer vele duizenden mensen hier meegedaan met de San Silvestre, een stratenloop die dit jaar zijn veertiende editie inging. ’s Avonds op weg naar Juli zag ik de nodige deelnemers met hun gele deelnemersshirt met opdruk voorbijkomen. Bij mijn weten is dat San je reinste flauwekul, zo iets als Sint Kerfitsel in het Maastrichts en Sint Juttemis in het Hollands. In mijn woordenboek staat “silvestere” voor iets dat in het wild groeit en is er niet ook silvesterbier in de dagen voor Nieuwjaar? Een speciale heilige voor oudejaarsdag kan ik me bij San Silvestre niet echt voor de geest halen. Maar Noé’s mobiel met internet hielp me voor de zoveelste keer uit de brand: Silvester was een paus uit de begintijd van het christendom en hij gedroeg zich tijdens zijn leven meer dan voorbeeldig. Hij overleed op Nochevieja Anno Domini335 en zodoende.

Intussen is het wel Nieuwjaar en daar hoort een opgewekt nieuw muziekje bij. Na de Amerikaanse orkesten en dat van Alfredo de Angelis kom ik terug op het honk met weer eens een Nederlandse bijdrage, oorspronkelijk uit 1939. Toen zetten de Ramblers van de VARA met als dirigent Jacky Bulterman (of was het Theo Uden Marsman) de “Zuiderzee blues” op de plaat plus nog vijftien andere nummers. Helaas, ik kom maar tot in totaal dertien, maar beter een glas dat bijna vol is dan een half glas, zal ik maar zeggen. Op zes van de dertien wordt ook gezongen, maar alweer is het even zoeken van wie de zangpartijen dan wel afkomstig zijn. Twee blijken van Hal Yatesen eentje van Freddy Johnson te zijn, de andere drie zijn voor rekening van Wim Poppink, Marcel Thielemans en het Tonette Trio. Hier zijn de dertien nummers die ik heb:
01.Swinging the fiddles
02.Zuiderzee blues (FJ)
03.South of the border (HY)
04.Heaven canwait (HY)
06.Beale street blues
07.Darktown Struutersball
08.Flip de fluiter (Tonette Trio)
09.Wie is Loesje (Wim Poppink)
12.Jitterbur’s nightmare
13.Pork andbeans
14.Could be
15.Liza likes nobody (Marcel Thielemans)
16.Avalon
Laat ik vooral de zangers maar weer in het zonnetje zetten en dan met name die van eigen bodem. “Flip de Fluiter” met het Tonette Trio in de aanslag, wie kent het niet? Dan is er Marcel Thielemans met zijn in het buitenlands gezongen “Liza likes nobody”, is dat niet wonderbaar? Echter, de hoofdprijs van duizend gulden gaat naar Wim Poppink met zijn meezinger “Wie is Loesje” (het snoesje van de drummer)? Blijft de vraag of er tussen de drie nummers die ik nog niet heb, nog grof zanggeschut zit? Ik ga er t.z.t. zeker naar op expeditie.

Verder is het rustig op de eerste dag van het nieuwe jaar. ’s Avonds zit ik nog weer eens op het terras met Noé, waar hij mij in detail vertelt over de oogziekten waarover hij een review schrijft: de “Hereditary retinal dystrophies”. Ik heb er eerlijk gezegd nog nooit van gehoord. Belangrijke ziekten binnen deze serie zouden retinitis pigmentosa (die staat me vaag bij) en de ziekte van Best zijn. Het gaat zelfs als je de frequentie van de verscheidene ziekten bij elkaar optelt, nog steeds over iets zeldzaams. Maar omdat er nog helemaal geen goede therapie beschikbaar is, vond de Spaanse overheid het toch raadzaam om er eens een paar methodologen en oogartsen naar te laten kijken.

Dan is het zaterdag en doe ik een poging om mijn weblogbrief aan jullie te versturen via Lorena. Dat lijkt te lukken vanavond.
Gedraag je en houd ook in het nieuwe jaar de moed erin. Volgende week zondag 10 januari is op de markt in Maastricht al weer de uitroeping van een nieuwe prins carnaval “vaan Groet Mestreech”. Mijn brief nummertje 11.12 verwacht ik volgende week vrijdag te versturen, twee dagen vóór “’t benkelik momint”. Voor nu: blijf “as snug as a bug in a rug”, zo behaaglijk als een beestje in een tapijt, ofwel neem het ervan, om Philip Kerr te citeren en tot ziens maar weer, hastaluego, PaulK.

BOEKENBIJLAGE
Mijn eerste boek had ik best zelf kunnen kopen of lenen in de bibliotheek, maar als Rocky het mij voor op mijn e-reader paraat heeft, wie ben ik dan om het te weigeren. Ik heb het over “Millennium 4, Wat me (ons) niet zal doden” (maakt me sterker, een citaat van Nietsche).De erven (vader en broer) zullen aan de eerdere Millennium-trilogie – de boeken en de films - van de te vroeg overleden Stieg Larsson een behoorlijke duit verdiend hebben. Vervolgens gaven ze David Lagercrantz permissie om deel 4 te schrijven. Hier is mijn recensie. Het speelt vooral in Stockholm.
Naast journalist Michael Blomkvist en punker, hacker Lisbeth Salander gaat de hoofdrol in dit boek naar schooljongetje August. Hij is autistisch, kan ook niet praten, maar wat blijkt hij als “savant”een talent te hebben voor tekenen en wiskunde (elliptische curven, priemgetallenfactorisatie). Zijn vader Frans Balder is topexpert in het terrein van kunstmatige intelligentie en komt de smerige verkoop van zijn kennis aan criminelen op het spoor. Vervolgens wordt hij geliquideerd, maar zijn zoon August weet met de hulp van Lisbeth Salander te ontsnappen. Bij de handel in kunstmatige intelligentie zijn diverse mensen betrokken, van het Amerikaanse bedrijf computerbedrijf Solifon, vande Amerikaanse veiligheidsdienst NSA, een Russisch parlementslid en een boevenclubje Spider Society met o.a. moordenaar Jan Holtser en aan het hoofd Lisbeth’s zus Camilla. In Zweden zijn bovendien belangrijke rollen weggelegd voor de veiligheidsdienst daar (de Säpo, vooral Gabriella Grane) en de politie (Jan Bullanski, Sonja Modig), terwijl Michael Blomkvist en zijn helper Andrei Zander van het blad Millennium er met hun neus bovenop staan.Mooie bijfiguren in het boek zijn o.a. Edwin Needham (Ed the Ned) van de beveiliging van NSA, moeder Hanna en haar nieuwe vriend Lasse van Augusten autismedeskundigen Forsberg, Lindén en Edelman. Ik kan, als ik dat zou willen, het verhaal hier nog veel ingewikkelder maken, maar dan komen jullie er zonder uitgebreide namenlijst niet meer uit. Er lopen trouwens overal de nodige mensen rond die tegen een forse beloning best voor verklikker willen spelen.
Als binnenkomer bij mijn oordeel over het boek begin ik met de vermelding dat een identieke tweeling (Camilla en Lisbeth) er identiek uitziet en ook qua intelligentie niet echt verschilt. Het moet dus zus Camilla zijn. Het boek doet helaas anders vermoeden. Ook stoort het mij dat Frans Balder een kwartier voordat hij wordt overrompeld en doodgeschoten, zonder duidelijke reden zijn harde schijf van de computer wist (control C, kennen jullie dat commando nog?). Daarbij moge August autistisch zijn, maar dat Lisbeth door de wiskundige kennis van August de complete NSA-computer kan kraken, inclusief allerlei bestanden van de tweede man van het bedrijf, is mij te vergezocht.
En toch, ik heb “Wat ons niet zal doden” in eenpaar dagen uitgelezen, alle 450 bladzijden. Schrijver David Lagercrantz moge dan een belangrijk deel van zijn honorarium aan de erven moeten afdragen (denk ik), maar zijn boek is een prima vervolg op de eerdere drie Millenniumboeken van Stieg Larsson. Het verhaal is ondanks genoemde tekortkomingen spannend genoeg en goed genoeg geschreven om er een 8 voor uit mijn recensiekast te halen. Komt er nog een deel 5 over Michael en Lisbeth? Dan ga ik dat t.z.t. graag weer lezen.

Ik heb er in de dagen rond Nieuwjaar nog eentje voor jullie mogen doornemen: Philip Kerr’s “The one from the other” uit 2007. Dat boek speelt vooral in 1949, vlak voordat Bernie Gunther met hulp van “The comradeship” (Alte Kameraden? De broederschap?) afreist naar Argentinië. Hij zit in dit boek nog in Dachau en München, Garmisch Partenkirchen (Zuid-Duitsland) en Wenen.
De entree in het boek is een uitstapje van Bernie Gunther naar Palestina en Egypte in 1937. Hij gaat daarheen samen met Adolf Eichmann en nog een andere Duitser, voor gesprekken met de joodse, vooral anti-BritseHaganah, Nakam en in Cairo met mufti Haj Amin, die zich tot doel heeft gesteld het joods volk volledig te willen uitroeien. Dan verplaatst het verhaal zich naar tien jaar later. Eerst runt Bernie Gunther nog een hotelletje in Dachau, vlakbij het voormalige concentratiekamp, maar als dat van geen kant loopt, begint hij in het naburige München een solobedrijfje als privédetective. Zijn krankzinnige ex-vrouw Kisten overlijdt in die tijd aan wat een longontsteking genoemd wordt. Gunther krijgt o.a. Britta Warzok als klant, die op zoek is naar haar overleden man om als katholieke vrouw met een ander te kunnen trouwen (?).
Dan wordt hij zelf ziek en dat brengt hem in contact met dokter Heinrich Henkell, die naast zijn gewone werk een malaria-expert blijkt te zijn. Henkell neemt Gunther vervolgens mee naar het skidorpje, waar ook collega dokter Eric Gruen en diens verpleegster Engelbertina Zehrer verkeren. In hun huis komt Bernie Gunther CIA-man Jonathan Jacobs opnieuw tegen, met wie hij eerder een rare ontmoeting had in zijn hotel in Dachau. Het verhaal verplaatst zich vervolgens naar Wenen, waar Gunther net mag doen of hij Eric Gruen is, om de erfenis van Gruen’s moeder op te halen, met allerlei complicaties van dien. Voor wie dat leuk vindt: er vallen in het boek links en rechts genoeg doden. Daarbij laat de Rooms-Katholieke Kerk zich niet onbetuigd, ten tijde van paus Pius XII, ook als het om weglozen van Nazi’s en Bernie Gunther naar het verre buitenland gaat.
Het valt me in dit boek op hoe vaak, m.i. ietsje te vaak, Philip Kerr gebruik maakt van toevoegingen bij zinnen om zijn punt nog duidelijker te maken. Ik geef hier een tweetal voorbeelden. Op blz 209 vind ik de zin: “The room was big but I still felt as cozy as a slice of bread in an electric toaster”. Op blz. 304 staat: “I felt like a very small picture by an old master, surrounded by an enormous and ornate gilt frame“. Op zijn tijd zijn toevoegingen zoals deze heel leuk, maar laat het alsjeblieft niet te gek worden.
In het begin van “The one from the other” hoopte ik dat in dit boek ook het ontstaan van de nieuwe joodse staat Israël uitgebreid ter sprake zou komen, midden in de Arabische wereld en Palestina, maar nee. Naar een goed boek over die misser van jewelste moet ik nog eens op zoek gaan. Niettemin vind ik Philip Kerr’s verhaal over Bernie Gunther’s tijd in Duitsland en Oostenrijk enkele jaren na de Tweede Wereldoorlog zeer de moeite waard. Zijn diverse boeken met detective Bernie Gunther in de hoofdrol die ik eerder las, konden er royaal mee door en ook dit boek vind ik gewoon “goed”. Ik geef er als recensiecijfer een volle 8 voor. Philip Kerr als schrijver blijft me steeds opnieuw weer boeien en ik ga met het doornemen van zijn epos door tot ik het helemaal uit heb.