Weblogbrief 14.11, 8 januari 2019
Queridos amigos y familia, is mijn vorige brief te bestemder plekke aangekomen, ook nog op de veronderstelde juiste tijd? Laat ik deze keer beginnen met jullie het verhaal erachter te vertellen. Afgelopen woensdag 2 januari hoefde ik niet met de bus naar de universiteit, want daar was niks te halen en te brengen. Wel werd ik om half 11 ‘s ochtends welkom geheten in hotel Cantur, door moeder en dochter de Groot, voorheen Knipschild. Eva en Dalí lagen in badpak de zonnen op de bovenste, achtste etage van het hotel, waar twee mini-zwembaden en een bubbelbad zijn. Ik ben er vanuit mijn woning heen gegaan met mijn USB-stick, met daarop in
schrift mijn vorige brief aan jullie (de
’s om de alinea-indeling te bewaren).
Laat ik overstappen op de tegenwoordige tijd. Eva haalt haar laptopje uit, koppelt de stick eraan en de rest is kinderspel. Ik ga naar “www.paul-brief701.blogspot.com” en zet de brief op zijn plek en klaar is kees. Zo simpel is het kennelijk, als je de weg weet. Dalí zit vervolgens paraat om met mij en Eva “de tien verschillen” te zoeken tussen een tweetal plaatjes in het puzzelboekje dat vóór haar op het bedje ligt.
Om half 1 kopen we in de Ripoche bij Granier bruin stokbrood en bij de Spar Express avocado’s en iets wat op Hüttenkäse lijkt. Dan kan er bij mij thuis geluncht worden. (Voor alle duidelijkheid: de dames hebben een paar uur eerder wel al aan een zelfbedieningsontbijt gezeten.) Buikje vol, dan kunnen ze naar het strand. Ik ben voor 4 uur weer besteld om met hun bij Gelizia een ijsje te gaan eten.
Tussendoor – zo gaat dat als je hoog bezoek hebt – kies ik in aller ijl voor deze brief een cd, als achtergrondmuziek. Ik kom uit bij een zangeres bij een of meer prima orkesten, bijna honderd jaar gelegen. Ik heb het over (de blanke) Annette Hanshaw, geboren in 1901 in Manhattan, New York en daar 84 jaar later ook overleden. Het enige album dat ik van haar heb, is getiteld “The Twenties Sweetheart” uit 2011 en heeft opnames uit de periode 1926-28. Op de plaat staan 21 nummers, die ze terzijde allemaal stuk voor stuk afsluit met de verzuchting: “That’s all”. Om het niet te gek te maken ga ik het aantal hier van 21 terugbrengen tot een acceptabeler 12. Hier zijn ze:
01. Black bottom
02. Six feet of papa
03. Don’t take that black bottom away
06. Wistful and blue
08. Nuthin’
09. I’m somebody’s somebody to love
10. I like what you like
11. Ain’t that a grand and glorious feeling
16. The song is ended
17. Thinking of you
18. Mine, al mine
21. We love it
Vraag me niet naar nog weer uitschieters binnen deze ingekorte lijst. Het inkrimpen heeft me al moeite zat gekost. Wat knap trouwens, hoe de een of andere technicus er kennelijk alle ruis uit weten uit te halen. Annette Hanshaw lijkt me echt een aanwinst voor liefhebbers van rustige “Roaring Twenties” muziek.
Mag ik dan nu weer terug naar mijn bezoek? Na het ijsje gaan de dames douchen en zich optutten in het hotel. Ik krijg zo waar een uurtje rust en wie doet me wat in het zonnetje op een bank bij hotel Cristina. Om 6 uur tref ik ze weer bij La Oliva voor drank en later ook spijs. Eva zet zich aan een mooie fles Rioja. (Voor Jan Willem: ze kost op het terras hier de helft van wat je er in een Amsterdamse winkel voor zou neertellen.) Als ik met Dalí de menukaart doorneem, valt haar keuze op eerst inktvisringen en dan kip met frieten. Eva, die toch echt eerder mijn tonijn thuis afwees, omdat die niet in de olie mag liggen, kiest bij La Oliva als hoofdgerecht wel een tonijnsalade.
Tussendoor: ik vergeet altijd dat zowel Harry als Eva een eetprobleem hebben. Harry is volgens zijn zeggen al heel lang allergisch voor komkommer en Eva heeft iets tegen uien. Daar krijgt ze een opgezette buik van. Wel valt dezelfde Eva eerder in de middag aan op mijn van een Koreaans restaurant meegebrachte sambal.
Naast ons op het terras zit een aardige Canadese vrouw met haar dochtertje van net vijf. In een mum van tijd hebben het meisje, Isidora, en Dalí elkaar gevonden en hebben Eva, de moeder en ik alle tijd voor een praatje voor de vaak. Voor de jeugd is het op de boulevard voor La Oliva vooral giebelen en balletten. Af en toe komt Dalí ons vragen hoe iets in het Engels heet, dat ze dan prompt in haar “conversatie” gebruikt. Dan probeert ze Isidora de kunst van yahtzeeën uit te leggen. Als dat niet echt lukt, wordt er zo maar met de vijf dobbelstenen gegooid, steeds wilder, ook tot op het strand onder ons. Ik ben blij dat Eva de stenen op het eind nog alle vijf “op een rijtje” heeft om in haar tas te stoppen. Eva en Dalí spreken af om het Canadese duo (dat vlak bij Toronto in Ontario woont, maar niet in Hamilton) morgenvroeg nog eens te zien.
Onderweg terug naar het hotel moet en zal ik wel nog eerst met Dalí de “belén de arena” bewonderen, waar ze met Eva vóór 6 uur ook al geweest is. Mijn jaarlijkse favoriet: de drie koningen, staat op een centrale plek in het strandzand. Dalí’s voorkeur gaat uit naar statie “el naciemento”, de geboorte. Eigenlijk is het een tafereel van vlak na de geboorte: (voedster)vader Jozef heeft het kindeke Jezus in zijn armen, terwijl moeder Maria op de achtergrond aan het bijkomen is van de bevallingsperikelen. Eva schiet met haar telefoon een foto van Dalí en mij. Dan mogen we door naar enkele andere taferelen in het zand, o.a. van een kerstman in een grote auto, om te eindigen bij hun hotel.
Terug in mijn woning ben ik enigszins afgepeigerd. Ik zie mezelf niet nog weer een paar uur op het balkon zitten met mijn boek. Dus doe ik een greep in mijn rijtje nog te bekijken dvd’s en kom uit bij “Revolutionary Road”. Dat is een film van regisseur San Mendes uit 2008 met in de schijnwerper Leo(nardo) DiCaprio en Kate Winslet. Ze zijn in de film een doorsnee echtpaar, Frank en April Wheeler uit Connecticut, hij met een saaie baan bij Knox Business Machines in New York en zij huisvrouw, met twee kinderen. Dan ontstaat het plan, vooral bij April, om te verhuizen naar Parijs. Alle voorbereidingen daartoe worden door hen getroffen, maar dan ineens wil Frank toch liever in hun forensenplaats blijven, mede omdat hem een financieel veel voordeligere functie op het werk wordt aangeboden. April raakt intussen in verwachting van het derde kind, maar is met haar hoofd wel nog steeds bij de verhuizing naar Parijs. Hoe het verhaal daarna verder gaat, ga ik hier niet verklappen.
Ik vind “Revolutionary Road” een acceptabele film, maar wat wil je met twee van de beste filmspelers ter wereld. Terzijde: de titel slaat op de straat waar ze hun mooie, witte huis hebben (op nummer 115, met ook nog eens prima buren: Shep en Milly). Of ik hem zo goed vind dat ik hem mee terug naar Maastricht wil nemen, weet ik nog niet. Op de dvd-hoes staat dat het een schokkende film is, “una pelicula conmovedora”, maar dat vind ik iets te veel van het goede.
Dan is het al weer donderdag, als ik tot half 1 rust heb, zelfs mijn boek kan lezen en deze brief bijwerken. Dan staan Eva & Dalí weer op de stoep. Er wordt uitgebreid geluncht, waar bij Dalí nu ook de roomboter aanspreekt. Eva blijft vooral hangen aan de “integral” crackers. Daarna taaien ze weer de trappen af, allereerst op weg naar de Muelle.
Om 6 uur zie ik ze weer bij “Tipico Español”, waar ze fris gewassen aan het door mij al bezette tafeltje verschijnen. Deze keer gaat Eva vooraf voor een soort van champions, terwijl Dalí en ik ons aan kroketjes en mini-stukjes inktvis (pulpitos) te goed doen. Daarna volgt voor Eva een grote vis en voor Dalí en mij gegrilde kip. We drinken er respectievelijk rode wijn (El Coto), appelsap en bier bij. Twee uur later lever ik ze weer af bij hun hotel in de Sagasta.
De vrijdag is een herhaling van zetten, wel zonnige zetten. De dames zijn eerst aan het ontbijten in het hotel, doen daarna het strand nogmaals aan en om half 1 mag ik ze weer verwelkomen voor de lunch. Ze hebben avocado, Hüttenkäse en verse broodjes bij zich en ik voeg daar van alles aan toe waar ze (helaas) hun neus voor ophalen. Niettemin maken we er gedrieën een klein feest van. Na het eten zie ik ze weer de trap afgaan om mijn stuk Las Palmas opnieuw te bekijken. Een idee van mij om bijv. eens naar Triana/Vegueta te gaan, wordt afgewezen. Ze hebben het prima naar hun zin zoals het nu is.
Als ik ze om 6 uur tref bij La Oliva, kennelijk hun favoriete plek, wordt er van alles uitgepakt dat ze gekocht hebben in een van de parfumeriezaken bij mij beneden en in winkels, vooral de Carrefour, in Las Arenas, waar ze in stukjes en beetjes heen gelopen zijn. Dalí zit onderweg nog eens in een draaimolen bij mijn bibliotheekje aan de boulevard. Voor de terugweg later op de middag wordt een taxi ingezet.
Dan krijgt Eva van mij alvast mijn verjaardagscadeautje, in plaats van a.s. woensdag, als ze 42 wordt: een doos lekkere crème. Dalí is door Eva opgezadeld met allerlei nieuwe truitjes en leggings en zowel zij als Lux hebben eindelijk ook hun eerste (kinder-)horloge te pakken. Voor Jan Willem is Eva helaas niet kunnen slagen, maar er liggen nog kansen morgen op het vliegveld hier en anders op Schiphol. Dalí krijgt bij La Oliva haar Fanta, Eva haar fles rode rioja (bestaat er ook witte?) en ik mijn Tropical “jarra de cerveza”. Als eten zet Eva zich opnieuw aan een voorafje van gemengde groente en daarna een salade met tonijn en Dalí is deze keer content met alleen haar inktvisringen en frieten. Ik kies deze vrijdagavond voor eerst een vissoep en daarna een hamburger met toebehoren. Om 8 uur lopen we op ons gemak terug naar het hotel, waar ik afscheid mag nemen van het duo. Morgenvroeg nemen ze de taxi naar het vliegveld en dan komt Amsterdam al weer in the picture.
In zijn algemeenheid is mijn relatie met Eva oké. De afgelopen dagen waren voor haar en mij best de moeite waard. Haar laatste woorden op zaterdagmorgen per SMS zijn: “Wij zijn op het vliegveld. Dank voor de heel gezellige dagen! Veel liefs, Dalí en Eva.”
Op dezelfde zaterdagmorgen ben ik intussen in afwachting van Sonia. Ze komt om 10 uur net aanzetten, als ik maar eens vanaf het balkon naar beneden ga kijken. Daarvóór heb ik me niet alleen al gedoucht, maar ook al een was gedraaid. Die heb ik nog net op tijd kunnen ophangen op de waslijnen van mijn plat. Bij mij is alle was bonte was en mijn wasmachine doet steevast bij een temperatuur van 40 graden zijn werk. Ik moet er niet aan denken dat ik een en ander op een schrobbord zou moeten doen. Het scheiden van bont en wit dan wel uitwijken naar andere temperaturen is mij vreemd. Daaraan heb ik me al vele jaren niet meer gewaagd.
Dan vind ik dat ik jullie, als de drie koningen hier om de hoek om 12 uur op separate boten gaan arriveren, met nieuwe muziek moet opfleuren. Mijn eerdere muziek van Annette Hanshaw heb ik in de afgelopen zomer uit de Rotterdamse cd-theek “Muziekweb” geleend, nadat Harry me een vooroorlogse hit van haar als clipje had voorgezet. In de jaren zeventig heeft Harry zijn best gedaan om de Heerlense muzikant Richard Neal (in het echt Frans Bronzwaer) in Nederland en daarbuiten populair te maken, te beginnen met diens beoogde hit “Take me to the water”. Hoewel diens muziek alles weg heeft van iemand als Paul McCartney, lukt dat voor geen meter, helaas, ondanks de inspanningen van Harry zelf, van Frans en diverse anderen. Is in die periode popmuziek van Limburgse groepen meer georiënteerd op de Euregio dan op de Randstad? Pas in 2015 krijgt singer-songwriter Richard Neal alsnog enige erkenning, als muziekcriticus Leo Blokhuis zich ook voor hem gaat interesseren en een filmpje over hem tijdens de presentatie van de top 2000 vertoont. Dan wordt door een platenmaatschappij zelfs de compilatie van zijn jaren zeventig muziek: “Song on the shelf”, op de plaat uitgebracht: 22 nummers uit de periode 1971-76.
Harry blijft contact houden met Frans Bronzwaer. Als hij in 2018 een nieuwe cd van hem cadeau krijgt, getiteld “40” uit 2017, bedeelt hij mij desgevraagd met een kopietje ervan. Mijn commentaar op de cd stuurt hij wel door aan de Heerlenaar. Hier zijn de veertien liedjes van de recente cd van Frans Bronzwaer, netjes bij elkaar gespeeld en op de plaat gezet in de eigen studio van de intussen “pensionista”:
01. Dear messenger
02. Make my days be fine
03. All right for us
04. A change will do you good
05. Gonna love you
06. Green eyes
07. Homebound (+ Gran Canary)
08. Soldiers from nowhere
09. Killing time
10. The interlude
11. Wise man
12. Nowhere-houses street
13. This tree’s leaves
14. 40
Ik vind het een mooie cd, een vol uur lang. En wat is ze foutloos opgenomen in de Heerlense studio, misschien wel iets te foutloos. Eerder heb ik aan Harry en Frans Bronzwaer mijn favoriete nummers op “40” al eens doorgegeven, maar die mail heb ik al lang en breed gedeletet. Los daarvan: mag een mens misschien ook eens een beetje van mening veranderen op zijn tijd? Op dit moment zijn mijn bovengemiddelde punten voor liedjes 1, 2, 3, 7, 9, 10 en 14. Frans Bronzwaer lijdt m.i. een beetje aan het bekende euvel vooral een goede gitarist te zijn, maar er hoort nou eenmaal ook bij gezongen te worden. Toch geef ik de nog weer extra punten deze keer voor de instrumentale nummers 10 en 14.
Terug naar de zondag hier in Las Palmas hoor ik om 12 uur de schoorstenen van de drie boten fluiten, waarmee Melchor (spreek uit: Melsjor), Gaspar en de zwarte Baltasar op Santa Catalina worden aangemeerd. Dan is het 1000 keer handjes schudden en om half 1 wordt het kleine grut getrakteerd op vijf minuten vuurwerk. Dan, om 1 uur, geeft ook Sonia bij mij thuis er de brui aan en keert eindelijk de rust weer.
Om even voor 6 “en las tardes” haast ik mij de deur uit, naar het plein om met een massa mensen naar de “cabalgata” te kijken die met op het eind “Los Reyes Magos” vanaf het “Castillo de la Luz” naar het zuiden van de stad trekt. Het is een stoet zoals in eerdere jaren, alleen zitten de drie wijzen niet meer op een kameel of dromedaris, maar op een vastgeklonken klapstoeltje midden in een (staart-)ster. Daarachter komen wel nog enkele losse dromedarissen beladen met pakjes.
Er wordt op verscheidene plaatsen in de optocht overigens veel werk van gemaakt om het kopen van “spray”-flessen de komende tijd zwaar te ontmoedigen. Ik vermoed dat die “spray”, net als in Maastricht, met carnaval een plaag aan het worden is. Ik heb daar vrede mee, wil t.z.t. ook niet graag volgespoten worden met het slijmerige spul. Verder doe ik kijkend naar de optocht alvast enkele ideeën op hoe ik me met carnaval eventueel anders kan verkleden dan in mijn gebruikelijke geelgroene outfit met een gezicht “negro como el carbón”, zo zwart als roet.
Zo’n driekoningenkoek – een “roscon”, ze worden na de optocht grif verkocht - zie ik mezelf in mijn eentje nog niet opeten. Ik loop wel met de meute mee naar de boulevard, waar het nu hier in dit deel van de stad te doen is. Vanavond laat is het vooral in Triana/Vegueta een gekrioel van mensen, tot in de kleine uurtjes, als ik iemand als Sonia mag geloven.
Als ik op de boulevard mijn e-mails en appjes bekijk, zie ik een foto die Eva me net toegestuurd heeft. Als afsluiting van een kamp van Lux deze week over hoe je een website maakt, is er een presentatie op het eind, met Lux op de voorste rij. Het wordt nog wat met die meid!
Dan kies ik ervoor om nog weer eens een dvd-tje op te zetten. Het wordt “FAIL SAVE” van regisseur Stephen Frears uit 2000, een “remake” van een eerdere film met bijbehorend boek over de “koude oorlog” uit 1964. De nieuwe film, expres in zwart-wit, is één grote waarschuwing tegen de dreiging van een kernoorlog, een onderwerp waar ook ik me best wel eens zorg over maak. Amerika en Rusland maken elkaar het leven zuur in de film met hun schijnaanvallen tot aan de grens. Dan gaat er – door een technisch foutje – iets mis met het Amerikaanse beveiligingssysteem. Als gevolg daarvan gaan er onvermijdelijk een bommenwerper met twee bommen van 20 megaton op Moskou vallen. De stad en zijn inwoners zal compleet in het niets verdwijnen. Om het evenwicht te herstellen stelt de Amerikaanse president aan zijn Russische collega voor om ook New York dan met een zelfde nucleaire kracht van de aardbol te vegen.
Aan deze (het lijkt wel) documentaire doen veel bekende acteurs mee. Willen jullie enkele namen? George Clooney speelt kolonel Grady die zijn kernbommen op Moskou gaat gooien en Harvey Keitel als Blackie met eenzelfde kracht op New York. Richard Dreyfuss speelt de president van Amerika die de wederzijdse ramp nog probeert te voorkómen, Brian Dennehy is commandant generaal Bogan van de Amerikaanse strijdkracht met John Diehl als kolonel Cascio, die het anders ziet dan hij. Mag ik het daarbij laten? Komt het zien, komt het zien!
In 2000, het jaar van de film, beschikken de Verenigde Staten, Rusland, Groot-Brittannië, Frankrijk, China, Israël, India, Pakistan en misschien ook al Noord-Korea over kernbommen, de eerste twee zelfs met vele malen een overkill. In de twintig jaar daarna tot nu toe is het over en weer “met vuur spelen” bepaald niet minder geworden. Dat we elkaar in de komende vijftig jaar nog eens een keer compleet van de aardbodem wegblazen, vind ik een alleszins redelijk scenario.
Op de zondag - de zevende verjaardag van Anoek, proficiat! – is het ‘s ochtends extra rustig in de straat, bijna uitgestorven. Als ik om 11 uur naar de rommelmarkt loop om mijn collectie films op peil te brengen, staat daar maar een beperkt aantal kramen op. Vooral de locale marktkooplui laten het vandaag afweten. Toch vind ik nog probleemloos in rij 3 van de rastro vier nieuwe films van mijn gading. Daarvoor krijg ik vandaag van de verkoper een “regalo”: ik mag gratis vanwege het hoogfeest van de drie koningen nog een vijfde meenemen.
Thuis herinner ik me dat de wijzen voor de boreling goud, wierook en mirre bij zich hebben. Met goud en wierook ben ik bekend, maar wat is ook al weer mirre? Ik haal mijn digitale van Dale erbij en kom uit op “welriekend, maar bitter smakend mengsel van gomhars en vluchtige olie”. Een beertje of een rompertje zou ik als zuigeling een stuk leuker gevonden hebben.
Het kan met mijn “nietas” dit weekend niet op. ‘s Avonds verneem ik, alweer via de moppentrommel, dat Dalí haat zwemdiploma A “in the pocket” heeft. Ze staat echt te pronken op de foto bij het zwembad in Amsterdam.
Dan is het maandagmorgen net zo stil als op zondag, misschien nog wel stiller. Alle winkels zijn dicht en zullen dat de hele dag blijven. Van de cafés is alleen “De Francesco” open, en dan nog alleen ‘s middags.
Voor mijn bijdrage aan deze brief kan ik niet anders dan terugvallen op een algemeenheid. Tot aan dit jaar heb ik voor mezelf altijd ‘s ochtends een grote pot koffie gezet, van ik denk bijna een liter. Het apparaat is niet meer je dat, als Eva’s secretaresse en haar vriend in mijn woning zijn. Dus gaat het geval de prullenbak in en daarvoor in de plaats kopen ze, ook voor mijn gemoedsrust, een kleiner, prima functionerend koffiezetapparaatje. Ik zal er zeker blij mee zijn, is hun gedachte. In november, als ik weer hier ben, besef ik dat er maar twee kopjes tegelijk mee gezet worden, geen drie. Dat geeft een probleem: ik ben binnen een uur, anderhalf uur, in plaats van twee, door mijn koffie heen.
Nu ben ik al jaren gewend om het bed minstens twee uur open te leggen, nadat ik opgestaan ben. 1½ versus 2, moet het gat van (minstens) een half uur niet worden gedicht? Ik heb al van alles bedacht, maar ben er nog niet helemaal uit. Vooralsnog behelp ik me met de laptop iedere morgen, nadat ik mijn koffiemok heb omgespoeld, alvast aan te zetten en eventueel al een stukje muziek te draaien of iets aan mijn weblogbrief te verfraaien. Als extra compensatie zet ik me ertoe om steeds ‘s middags een groot glas (halve liter) perziksap te drinken. Want – Lluis met zijn hydratie of niet – een mens dient wel dagelijks van voldoende vocht te worden voorzien. Ik ben nog geen debiele bejaarde!
De kinderen hebben vandaag alle tijd om de van de wijzen uit het oosten (maar is Baltasar niet uit Afrika?) gekregen spullen uit te proberen. Ik zie ‘s avonds op de boulevard hel wat speelgoed voorbij komen en zo hoort het ook. Lang leve ons 5 januari alternatief van Sinterklaas.
Dan is het eindelijk 8 januari. Ik heb mijn twee bakjes koffie op en nog voordat ik mijn beddengoed weer in orde breng, kan ik de computer aanzetten om mijn brief aan jullie persklaar maken. Het leven hier is vanmorgen weer terug bij normaal en ik ben blij toe. Op de bank tegenover mijn woning zie ik aan de riem van de moeder van een schoolkind het blaffende witte hondje weer. Ik heb hem (?) intussen al Bobby gedoopt, naar een soortgelijk exemplaar in de boeken van Kuifje. Vanmiddag ga ik de mensen van Public Health (voor zo ver aanwezig) een zalig nieuwjaar wensen en dan gaat mijn brief naar jullie uit. Sla alvast maar in je hoofd op dat mijn volgende over zes dagen de elektronische brievenbus ingaat, op maandag 14 januari, 2019 wel te verstaan.
Van Trudie heb ik begrepen dat het in Nederland waterkoud is, met motregen en een temperatuur overdag net boven nul. Dat wordt dan meer binnen zitten dan eens een flinke wandeling maken of een heel eind fietsen. Die weken tussen nieuwjaar, hier driekoningen, tot aan de eerste tekenen van het naderende carnaval zijn niet de leukste van het jaar, mopper ik maar eens voor me uit. Het gaat dit jaar tot niet eerder dan 3 februari duren, echt laat, voordat in Maastricht prins carnaval wordt uitgeroepen. Het is niet anders. Laat ik er maar uit gaan met een welgemeend aju, paraplu, “adios paraguos” of is het “adias paraguas” - en tot ziens maar weer, hasta luego, PaulK.
BOEKENBIJLAGE
Hoe is er bij kom, is mij onduidelijk, maar als leesvoer kies ik deze keer voor “Silent Joe” van Jefferson Parker. De titel verwijst naar hoofdpersoon Joe die door het leven gaat als “mouth shut, eyes open”. Het boek is uitgekomen in 2002 en speelt in Orange County, onder Los Angeles. (Ik ben er wel eens geweest op een reis met een iets te hoog reclamegehalte, vooral in het teken van de vermeende voordelen van het gebruik van knoflook en een markt voor alternatieve geneeskunde.)
Joe Trona’s gezicht is als kind door zijn vader overgoten met zwavelzuur en van de littekens die hem dat heeft opgeleverd, is hij als inmiddels 24-jarige nog steeds niet helemaal bekomen. Zijn geluk destijds is dat een rijke politicus, ex-politieman Will Trona, zich toen over hem ontfermd heeft, hem zelfs geadopteerd heeft. Joe is nu gevangenisbewaarder en in zijn vrije tijd Will Trona’s chauffeur. Will staat in zijn omgeving bekend als iemand die aan veel touwtjes tegelijk trekt en ook graag onder vrouwen verkeert. Dan wordt hij bij een nachtelijke transactie doodgeschoten en Joe ziet het als zijn taak om de daders op te sporen.
Al snel wordt duidelijk dat John Gaylen van de Cobra Kings bende de uiteindelijke moordenaar is, maar wie heeft hem betaald, wie zit erachter? Een heel rijtje bekende mensen passeert de revue, zoals dominee Daniel Alter, diens verzekeringsman Bo Warren, Will’s collega supervisor Dana Milbrae, zakenman Carl Rupaski van de Orange County Transportation Authority en niet te vergeten de wat louche multimiljonair Jack Blazar. Intussen is ook huishoudster Luria Blas van Jack Blazar vermoord en vlak daarop haar broer Miguel, en daarbovenop komt dat Crazy Alex, zoon van Jack Blazar zijn 11-jarige zus Samantha heeft gekidnapt en nu losgeld vraagt. Bij zijn speurtocht naar de dader krijgt Joe Trona de hulp van allerlei politie. Laat ik tenslotte nog opmerken dat radiopresentatrice June Dauer het met Joe Trona heel prima kan vinden (The Unknown Thing). Ingewikkeld wordt het allemaal wel.
Jefferson Parker’s boek “Silent Joe” heb ik met plezier gelezen, 440 bladzijden lang. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik het niet echt spannend heb gevonden, wel onderhoudend. De ontknoping vind ik ook wel aardig. Met een 7 als recensiecijfer gaat Jefferson Palmer’s boek terug in de kast.
Boek 2 is (maar alles is relatief) een ouwetje. In het verleden heb ik met plezier een aantal boeken van Jonathan Kellerman gelezen, steevast met kinderpsycholoog Alex Delaware in een glansrol. Hebben jullie wel eens van die boeken gehoord, Rik & Paulien? In 1986 verschijnt “Blood Test”, in Nederlandse vertaling “Bloedband”. Het verhaal speelt aan de zuidkust van Californië, van Los Angeles tot aan de Mexicaanse grens.
Het boek begint met de veroordeling van Richard Moody die voorlopig niet langer in de buurt van zijn ex-vrouw, haar nieuwe vriend en de kinderen mag komen. In de rechtszaal heeft Alex Delaware moeten getuigen. Later wordt Richard Moody dood gevonden bij het huis van de kinderpsycholoog.
Dan begint het hoofdverhaal: de vijfjarige Woody Swope wordt behandeld voor zijn non-Hodgkin door het soort kankerspecialist dat meer oog heeft voor de ziekte dan voor de patiënt: Raoul Melendez-Lynch. Ook diens directe collega Augie Valcroix (hoewel die alternatief is en aan de coke) en verpleegkundige Beverly Lucas krijgen langzaam aan genoeg van diens strapatsen. Dan wordt het kind ontvoerd, uit het ziekenhuis gesmokkeld, waarschijnlijk door zijn ouders: Garland en Emma, maar wie weet zit zijn zus Nona, nu 20 jaar, erachter. Dat brengt Alex Delaware er wel toe om de auto te nemen naar het dorp La Vista, waar ze wonen. Daar is ook een alternatieve sekte gevestigd: de Touchers, met aan het hoofd ex-advocaat Norman Matthews, die zich nu Nobele Matthias laat noemen.
Als de ouders van Woody dood worden gevonden, gaat de politie zich er ook intensief mee bemoeien: vooral vriend Milo Sturgis van Alex Delaware en de lokale politieman Ray Houten. Dan blijkt dat Nona en Woody samen met porno-artiest Doug Carmichael in een caravan in de buurt zitten. Als Alex hen daar opzoekt, is de zaak nog verre van opgelost.
Ik herhaal hier nog maar eens wat ik eerder al eens geschreven heb: een psycholoog is geen dokter en moet zich dan ook niet zo laten noemen. Tegelijk vraag ik me serieus af, wat de rol van psychiaters in de geneeskunde is, als ze hun kennis van lichamelijke ziekten drastisch zien verwateren? Los daarvan, weten jullie wat een cherimoya is? Het is een plant, maar voor de details verwijs ik jullie naar een woordenboek of het internet.
Ik vind “Bloedband” van Jonathan Kellerman best een spannend boek, prima leesvoer voor een man alleen op een balkon. Echter, soms bekruipt me het gevoel dat de kinderpsycholoog wel erg zeker van zijn observaties is. Dat kost bij mij punten. Het recensiecijfer komt voor Jonathan Kellerman uit op een 7½, vooruit een 8-, omdat “bloedband” wel echt een handzaam boekje is.
dinsdag 8 januari 2019
woensdag 2 januari 2019
Weblogbrief 14.10, 2 januari 2019
Weblogbrief 14.10, 2 januari 2019 (!)
Queridos amigos y familia, 2019, een nieuw jaar, een nieuw geluid. Iets anders is of ik deze brief ook op 2 januari in jullie brievenbus krijg gestopt. De universiteit is dicht, dus daar kan ik niet terecht. Aan de hulp van kennissen hier heb ik wel gedacht, maar gevraagd heb ik het niet. Dan blijft alleen nog externe hulp over, zoals van Eva en hotel Cantur. Lukt het me niet om hem via die weg te versturen, dan krijgen jullie er op 8 januari twee. Ook leuk!>BR>
Afgelopen donderdag in het grote gebouw van de gezondheidsfaculteit ben ik op de tweede etage echt de enige in de gang waar naast bijv. kindergeneeskunde ook Public Heatlth zit, de schare van Lluis. In de gang aan de andere kant zie ik, als ik mijn uitdraai van de vorige brief ophaal, iemand lopen bij Fysiologie, maar als ik iets later nog eens voor twee fotoÆs terugga, is die gang ook zo leeg als wat.
Niet getreurd, ik heb vanaf 2 uur alle tijd om mijn mail te doen en daarna HarryÆs site te bezoeken. Bij zijn clips zit een heel mooie van John Hiatt uit 1988. Hij speelt û met een groepje blanken û het nummer ôSlow turningö voor een heel dorp zwarten. Die komen langzaam los en slaan dan wel aan het dansen op de muziek. Voor mij is het echt de omgekeerde wereld. Ik weet niet beter dan dat de zwarte sterren tot in de jaren zestig wel mogen optreden voor een publiek van jonge blanken, als ze zich maar niet onder de dansende blanken mengen. Ook in de hotels in het zuiden zijn het dan nog strikt gescheiden werelden. Zou het in de periode daarna eindelijk goed gekomen zijn met het ophouden van rassendiscriminatie in de Verenigde Staten, met als summum een zwarte president?
In twee bijdragen laat Harry me zien hoe overduidelijk de rhythm & blues van het noorden (Tamla-Motown) verschilt van die in het zuiden (Stax, Atlantic). In Detroit en zo is het vooral zoetheid dat de klok slaat, met de Miracles, de Supremes, Mary Wells en dergelijke. In een prima artikel over Gladys Horton (1945-2011) van de Marvelettes laat Harry zien, hoe de zangeres van ôPlease, Mister Postmanö in 1961 in Detroit maar moeilijk op kan tegen het soms ronduit agressieve gedoe van frontvrouw Diana Ross van de Supremes (voorheen de Primettes). Die vindt het maar niks dat ze in Gladys Horton een ômededingsterö heeft. Toch is bijv. ôToo hurt to cry, too much in love to say goodbyeö van de Marvelettes (die zich vanaf 1963 ineens de Darnells noemen) best een mooi nummer.
In het zuiden is de muziek veel meer ôfunkyö en ôdown to earthö. De muziek van mensen zoals Sam Cooke en Otis Redding, die daar de dienst uitmaken, klinkt heel anders. De prima begeleiding van het fameuze orkest van Booker T and the MGÆs, met Dick Dunn, Steve Cropper en Al Jackson, speelt daarin ook een grote rol (al vind ik het trompetgeschal af en toe te doordringend). In hun gevolg zit ook Arthur Conley, uit Georgia, die dweept met Sam Cooke en Otis Redding. Zelf is hij begonnen als zanger van ôArthur and the Carvettsö, maar daarna is zijn solocarriΦre van de grond gekomen. Bekende nummers zijn o.a. ôNothing can change this love I haveö, ôOb-la-di, ob-la-daö en vooral ôSweet soul musicö, waarmee hij een wereldhit heeft. öSweet soul musicö is geschreven door hemzelf samen met Otis Redding en het tweetal schrijft in die tijd nog veel meer mooie nummers (waarvoor Arthur Conley tot aan zijn dood royalties ontvangt).
Ik heb van Harry een interview van Eric Lieshout voor de VPRO uit 2001, waarin Arthur Conley o.a. van zijn zijn clip van ôSweet Soul Musicö uitlegt hoe die in Amsterdam is opgenomen, best indrukwekkend. De man verhuist later ook naar Nederland, vanwege een vriendin en omdat het bij ons veel minder turbulent zou zijn. Op oudere leeftijd neemt hij (onder de naam Lee Roberts and The Sweaters) zelfs nog een cd op in Nederland (ôLive in Bijlmermeerö) en zet hij zich in voor een aantal talenten uit het land.
Op de vrijdagmorgen presenteer ik jullie een cd die al vanaf gistermorgen door mijn woning schalt: ôLand Of Doubtö van Sam Baker uit 2017. Sam Baker, voor wie hem nog niet kent, is geboren in 1954 en afkomstig van een plaatsje vlakbij Dallas, Texas. Hij is dus nu met zijn 64 jaar nog net geen AOWÆer, zelfs niet als we die leeftijd weer terugzetten op 65 jaar. Ik heb behalve ôLand Of Doubtö nog vier andere cdÆs van Sam Baker plus een plaat van een live optreden in Nederland (met een intro van Jan Donkers). Ik neem aan dat MarijÆs neef Peter aan een en ander debet is.
Hier zijn de vijftien nummers van ôLand Of Doubtö, waarbij ik de min of meer tussenstukjes van minder dan een minuut van haakjes heb voorzien:
01. Summer wind
02. Some kind of blue
03. (The slivered moon)
04. Margaret
05. Love is patient
06. Leave
07. Pastures fit for thoroughbreds
08. (Song of sunrise birds)
09. The feast of Saint Valentine
10. Moses on the reeds
11. Say the right words
12. (The sunken city rises)
13. Peace out
14. When fallen angels dwell
15. Land of doubt
Mijn favoriete nummers op ôLand Of Doubtö zijn nummers 1, 4, 5, 9, 13 en het instrumentale 14. Bij de kleintjes opteer ik voor 3. Bovenal ôSummer windö en ôPeace outö krijgen van mij extra punten. (En laat ik in ΘΘn moeite door ook uit ôSay Graceö uit 2013 het Engels-Spaanse nummer ôMigrantsö naar voren schuiven, de migranten met hun ôestamos perdidosö.)
Na de donkere jaren v≤≤r kerstmis komen de al wat lichtere dagen v≤≤r nieuwjaar. Op de vrijdagavond begin ik met een bezoek aan het bibliotheekje bij het basketbalveld aan de zee. Ik word welkom geheten door de man die normaliter in mijn andere bibliotheekje aan het Castillo de la Luz de scepter zwaait.
In de kranten kan ik niet echt iets vinden dat ik jullie perse deelgenoot van wil maken. Vooruit, in het clubblad van Barcelona staat over twee paginaÆs een interview met Leo Messi. Als het om het aantrekken van nieuwe spelers gaat, vindt hij dat met name De Ligt en De Jong van Ajax echt een versterking zouden betekenen.
Op Nochevieja æs middags is de zeer in trek zijnde HPS San Silvestre loop door de straten van de stad. Hij wordt dit jaar voor de achttiende keer gehouden, te beginnen als sluitstuk van het jaar 2000. Terzijde, dat HPS voor San Silvestre is de naam van de hoofdsponsor: Hospital Perpetuo Socorro. De inschrijving voor deze van meer dan 11.000 lopers zou al binnen zijn. Nog 800 erbij en de magische maximumgrens van 12.000 is bereikt. Als ik een jaartje of 30, 40 jonger was, zou ik er voor hebben kunnen oefenen en dan meedoen (zoals bij een soortgelijke loop in Maastricht in juni). Nu sta ik op zijn best langs de kant om de deelnemers aan te moedigen. ôVAMOSö.
Dan is om 9 uur æs avonds mijn weerzien met NoΘ en zijn bende. We komen bij elkaar in restaurantje ôKimÆs Pojangmachaö bij mij om de hoek. Dat is een piepklein zaakje. We passen er met zijn veertienen plus de man van de zaak net in. Er kan echt geen hond meer bij. Juli is eerder een keer komen voorproeven en heeft het eten okΘ bevonden. Een aantal vrienden van NoΘ ken ik inmiddels redelijk goed. Naast hem en Juli zijn dat Agus en Nere, Luis en Tachela en Eduardo. Blijven er zes anderen over, die mij iets minder bekend tot nog vreemd voorkomen: Roberto, Carolina, Benjie, Cristina, Hugo en Carlos. Van mijn kennissen uit NoΘÆs kring bespeur ik alleen Rafaela en Lorena niet. Rafaela zit bij haar broer ergens in Afrika en Lorena is voor een aantal maanden naar het nu zomerse Argentiniδ.
We krijgen een maaltijd voorgeschoteld met het ene na het andere gerecht dat ik niet ken: tapasavond op zijn Zuid-Koreaans. Het opgediende eten heeft wel wat weg van Thais of Chinees, maar dan wel weer anders. Als we dat gewild hadden, hadden we zelf onze wijn kunnen meebrengen, maar het in de zaak geserveerde bier (Estrella Galicia) voldoet prima. Misschien kan ik de avond het beste omschrijven als een culinaire overval. Helemaal op het einde worden lappen spek geroosterd op een barbecue, die je vervolgens in een slablad moet eten met een half teentje knoflook, geraspte kaas en sambal. Tegen die tijd haak ik af; ik zit dan zoals dat heet aardig vol (en heb eieren met spek op het menu staan voor de zaterdagmiddag).
Aan Kim of hoe hij heet van het Koreaanse Pojangmacha vraag ik bij het weggaan wel een klein bakje Koreaanse sambal om mee naar huis te nemen voor als Eva en Dalφ op bezoek komen. Wat ik zelf heb met sterke mosterd, heeft mijn ôhijaö met sambal. Een boterham naar binnen werken doet Eva op zijn tijd best graag, maar er hoort voor haar wel steevast een snufje sambal bij.
In het Spaans zijn woorden die op -o eindigen mannelijk en op -a vrouwelijk. Voorbeeld: hermano (broer) en nieta (kleindochter) of suegro (schoonvader) en cu±ada (schoonzus). De overbekende uitzonderingen zijn ôla manoö en ôel aguaö. Gisterenmiddag, als ik zaterdagochtend een boodschap doe, hoor ik een moeder tegen haar dochtertje zeggen: geef me maar een handje, ôdame la manitaö. Dat ômanitaö vind ik prima passen bij dat ôlaö van ôla manoö. ôManitoö voor handje heb ik, hier althans, nog niet horen zeggen.
Zou hetzelfde met ôaguaö aan de hand zijn; is het verkleinwoord daarvan ôagⁿitoö? Ik haal er thuis mijn grote dictionaire bij, maar die heeft van zijn leven nog niet gehoord van ôagⁿitoö. Het woord ôagⁿitaö kent hij wel; dat is volgens het woordenboek een kruidenthee, een woord dat aardig in de buurt komt van watertje. Ik heb het æs avonds ook aan NoΘ gevraagd. Die vertelde me dat ôagⁿitaö het Spaanse equivalent van ôwowö is, de uitroep van verbazing of bewondering.
Een watertje in de zin van bronwater is hier overigens ôagua mineralö met prik (ôcon gasö) en ôagua naturalö zonder prik (ôsin gasö). Ik zou trouwens in Nederland liever rode en blauwe spa zeggen; dat vind ik iets eigens hebben.
Bij mijn middageten heb ik deze zaterdag als groente ôcoles de Bruselasö, spruitjes. Die zijn in verhouding tot andere groentes best prijzig hier. Een rare naam hebben ze ook nog, alsof spruitkool vooral in Brussel wil groeien. En ter onderscheid: Brussels lof (= witlof) is in het Spaans endibia (of achicoria de Bruselas).
Kennen jullie de namen van de verschillende koolsoorten in het Spaans? Je schrijft de soort in het Nederlands aan elkaar. Hier zijn er een aantal, alfabetisch:
bloemkool û coliflor
boerenkool û col rizada
rodekool û lombarda
spruitkool û coles de Bruselas
wittekool û repollo
Voor de liefhebbers doe ik er steenkool, hulla, bij, maar die hoort natuurlijk niet op tafel, maar in de kachel thuis. Als je het in de groentewinkel niet precies weet, kun je de kool of andere groente die je voor jezelf in gedachte had, natuurlijk ook aanwijzen. Dat verstaan ze met al die toeristen ook best.
Op de boulevard æs avonds zie ik een schoolmeisje lopen, springen eigenlijk, met op de voorkant van haar trui: ôUnpluggedö, losgekoppeld, uitgeschakeld. Even later kom ik een man tegen met op zijn blauwe shirt: ôAlcatraz, San Francisco. Penitentiary swim teamö. Vooral de laatste kan mijn goedkeuring echt wegdragen.
Het is erg druk aan de zee; dit is de tijd van het jaar dat hier op Las Canteras een overvloed aan mensen paradeert, autochtonen, Spanjaarden van de ôpeninsulaö en buitenlanders. Ook in mijn onvolprezen calle de Luis Morote is het op een avond als vanavond bovengemiddeld gezellig.
Op de zondagmorgen scoor ik op de rommelmarkt een cd, voor 50 eurocent, die ik jullie per direct wil laten horen. Het is een fadoplaat uit 2001 uit Coimbra. De titel is ôFados ╔ Guitarradas De Coimbraö en de zanger op de plaat is ene Frederico Vinagre. (Vinagre is Portugees voor azijn. Een azijnpisser is een ôamargadoö.) Zijn gitaarbegeleiders zijn Octavio SΘrgio en Manuel Mendes, terwijl ene Durval Moreirinhas op de viool een handje helpt. Hier zijn de vijftien nummers:
01. April in Portugal (Coimbra Θ uma licao de amor)
02. Solitßrio
03. Cancao vai e vem
04. Nasce na estrela o Mondego
05. Balada do Mondego
06. Menini dÆoiro
07. A sol anda lß no cΘu
08. Lß menor de Xabregas
09. Caminho perdido
10. Minha mae
11. Vou encher a bilha e trago-a
12. Fado do adeus
13. Doce entendimento
14. Igreja de Santa Cruz
15. Valsa em fa
Om te beginnen vind ik de drie instrumentale nummers: 5, 8 en 15 best goed. ôFadistoö (als dat woord bestaat) Frederico Vinagre is op de foto zo foeilelijk dat de fotograaf er een hele dobber aan gehad moet hebben om hem op de hoes nog ietsje van schwung te geven. Niettemin, zingen doet hij heel aardig. Luister eens naar bijv. de nummers 1, 4, 6, 11 en 14. Er zit helaas wel de nodige galm in zijn stem. (Als het om zangstemmen en fado gaat, krijgen de dames van mij vooraf al een puntje extra.) Alles bij elkaar genomen vind ik ôFados ╔ Guitarradas De Coimbraö van Frederico Vinagre best te pruimen.
Op zondagavond loop ik om half 7 in de Alfredo Jones langs de zaak van mijn ôpeluqueroö hier, een nog jonge Marokkaanse kapper. Zijn nering, ôLas Canterasö geheten, is op de hoek met de boulevard; hoe kan het anders. Eigenlijk een beetje tot mijn verbazing heeft hij vandaag zijn zaak open, maar er zijn geen klanten op het moment. Dan denk ik: dan is het nu tijd om mijn haar weer eens laten knippen, twee maanden na mijn vorige knipbeurt (door Trudie). De kapper zet zijn tondeuse op mijn verzoek op stand 2 en verwijdert haar van mijn hoofd dat het een aard heeft. Zelfs werkt hij ook mijn wenkbrauwen bij. Tien minuten later loop ik voldaan over de ôpaseoö, met mijn nagenoeg kale hoofd in de wind.
Later thuis bedenk ik wel dat ik mijn haar nu wel erg kort heb. Echter, het leed is weer geleden en wacht maar af, mensen: over een aantal weken heb ik weer een coupe soleil (met plukjes grijs haar). Alleen zullen Eva en Dalφ, die hier overmorgen aankomen om mij vijf dagen te amuseren en te kapittelen, er wel iets verkeerds over gaan zeggen.
Om 9 uur lijkt het me zondagavond tijd voor een mooie film op mijn computer. Het wordt ôThe American Presidentö uit 1995, van regisseur Rob Reiner. De rol van de president: Andy Shepherd, wordt gespeeld door Michael Douglas. Zijn vrouw is overleden en hij heeft een dochter, de twaalfjarige Lucy. Andy wordt in de film verliefd op een charmante lobbyiste van de milieubeweging: Sydney Wade (Annette Bening) en gelukkig is het wederzijds. Of het vervolgens langduriger wat wordt tussen de twee met hun relatie, is de vraag. De staf in het Witte Huis bestaat uit o.a. A.J. (Martin Sheen), Lewis (Michael J. Fox), , Robin (Anna Deavere Smith), Leon (David Paymer) en secretaresse Jamie (Samantha Mathis). President Andy Shepherd staat een jaar af van zijn herverkiezing als president, met Bob Rumson (Richard Dreyfuss) als zijn grote opponent. Dan daalt zijn populariteit drastisch (van 63 naar 41%), als zijn verhouding met Sydney breeduit in de pers gemeten wordt, terwijl belangrijke nieuwe wetten naar het congres moeten, zoals een anti-misdaadwet (maar wapens mag iedereen hebben) en een milieuwet voor een reductie van fossiele brandstoffen met 20%. Hoe moeilijk is het voor de president om zijn politieke ideeδn te scheiden van zijn privΘ-leven met Sydney?
Ik heb van de film genoten en neem hem met plezier mee terug naar Maastricht voor wie hem ook eens wil bekijken. Het is weer eens iets anders, na de strapatsen van presidenten als bijv. Richard Nixon, Bill Clinton en nu een man als Donald Trump die aan de touwtjes trekt.
Gisteren heeft de zoon van mijn overburen op het balkon een slinger opgehangen met ook nog eens een grote gele ster. De broer van zijn vader, die is komen logeren, helpt hem daarbij. Ik ben niet zo van de versieringen, maar als je eraan begint, waarom dan pas zo laat, zoveel dagen na kerstmis? Zou men net zo weinig ophebben met de stal bij Bethlehem als ondergetekende? Hoe dan ook, er kan nu echt weinig meer misgaan, voorspel ik jullie: 2019 is nakende.
In alle vroegte op de laatste dag van het jaar gaan mijn recente tijdelijke onderburen op ΘΘn hoog links: twee oudere mannen, terug naar hun huis. Als ik beredeneerd mag gokken, kies ik voor ergens in Ierland. Ze hebben in alle vroegte de woning nog een beetje gesoigneerd. Nu gaat een van de twee met het nodige brood en beleg naar beneden, waar enkele notoire zwervers en zuiplappen op de bank zitten. Hij heeft als klap op de vuurpijl behalve het voedsel ook ôuna bolsitaö met blikjes bier voor ze. Als hij de spullen uitgepakt heeft, hoeft hij niet lang te wachten. De daklozen laten zich de spijs en drank goed smaken. Ik moet het op het balkon intussen doen met alleen mijn potje koffie.
ôNocheviejaö is een beetje rare avond, voor een man alleen in Afrika. De meeste cafΘs hier zijn dicht, maar op de boulevard is wel nog enig leven in de brouwerij. Een van de best lopende restaurants hier is pizzatent Al Maccaroni. Daar zit het redelijk vol. De obers zijn voor de bijzondere gelegenheid toegerust met een smetteloos wit hemd op hun zwarte broek en een rood ônoondezjukeö. Voor de niet-Maastrichtenaren is dat een strikje, hier heet zoÆn ding een ôpajaritaö.
Even verderop zie ik dat je bij Balalaika niet zo maar op het terras kunt gaan zitten. Er is omstandig gedekt voor (kennelijk) allerlei gasten die later plaats zullen nemen. Dat blijkt ook bij La Oliva het geval te zijn.
Het NH-hotel bij mijn voorkeursbank is normaliter æs avonds in een blauwe kleur gehuld. Echter, niet nu: voor de variatie en vanwege de bijzondere gelegenheid branden vanavond overal rode en groene lampjes in plaats van blauwe. De grote elektrische kerstboom op de gevel van Club Victoria is in de nulstand gezet; zo hoort het ook na kerstmis. Bij mijn bank aan de calle de Ferreras kijkt de oprichter van voetbalclub Real Club Victoria, Pepe Concalves (1894-1934) nogal droevig voor zich uit.
Om onduidelijke reden is het cafΘ van Carlos bij mij beneden niet alleen dicht, ook heeft hij ook zijn Wifi uitgezet. Dat lijkt me een reden te meer om mijn mail dan maar op de bank bij La Oliva af te werken. Ik bericht Trudie, Eva c.s. en de Knipschildjes per gesproken app dat 2019 best een goed jaar gaat worden. Op nu.nl vind ik echt niks van mijn gading, alleen de nodige onzin.
Dit wordt de jaarwisseling van een vrijgezel met een leesboek. Ik neem er vanavond wel ôBandidoö bij, het speciale bier van Tropical, met een scheutje tequila. Voor de lekkere trek completeer ik mijn zitten op het balkon met chips en gebrande hazelnoten van El Corte InglΘs. De herrie in mijn straat valt mee, al krijg ik om 12 uur û dan is het bij jullie al 1 uur û wel een kwartier lang mijn portie mee. Het is tijd om tussen mijn hoeslaken en gekleurd laken van Zara Home te kruipen, met een dun dekentje eroverheen. Ik moet snel vertrokken zijn.
Op nieuwjaarsdag is mijn stuk straat æs morgens uitgestorven. Alle drie de cafΘs zijn dicht en de nachtzaak op nummertje 19 heeft er eerder laat in de nacht schoon genoeg van gekregen. Zelfs is het aantal honden met baasjes is aan de magere kant, als ik de straat afkijk. Alleen de zatlappen en hoogbejaarden zijn in ruime mate present.
Trudie stuurde me om middernacht een leuk filmpje van een strand. Eerst zie ik ôADIOS 2018ö in het zand staan en dan spoelt daar een golf overheen. Als de zee weer terugtrekt, verschijnt öFELIZ 2019ö.
Later op de dag loop ik mijn woning nog eens na om Eva & Dalφ morgen niet teleur te stellen. Om 6 uur ga ik erop uit om de verschillende soorten afval in de daarvoor bestemde bakken te deponeren. Dan volgt een wandelingetje op een nu tjokvolle boulevard. Ik bedenk dat mijn familie, als er niks raars gebeurt, om even over 7 op het vliegveld hier landt (volgens EvaÆs secretaresse). Dus dien ik voor 8 uur bij hotel Cantur te zijn. Ik heb nog een zee van tijd.
Krijg ik van Eva een appje dat ze met Dalφ al op Gran Canaria geland is en in de taxi naar het hotel zit. Foutje, bedankt, maar niet van mij! Ik word even later gebeld dat ze bij mijn woning staan en zowaar moet ik me terug haasten naar de Luis Morote. Daar zit het tweetal op de bank tegenover Carlos. Er moet nog een kleinigheid gegeten worden, door de al wat slaperige Dalφ, terwijl Eva vannacht pas om 5 uur in haar Amsterdamse bed lag. Om 8 uur zet ik ze bij hotel Cantur af en dan mogen op tijd in hun tweepersoons bed kruipen vanavond. Morgen is weer een dag.
Van Eva heb ik begrepen dat ik deze brief zonder probleem vandaag 2 januari op de bus kan doen. Dan ga ik hem bij dezen persklaar maken. Mijn volgende weblogbrief, nummertje 11, verschijnt op 8 januari. Dan zal het leven hier weer hopelijk zijn normale gangetje gaan. De komende dagen heb ik eerst nog met Eva & Dalφ van doen en daarna zijn de drie wijzen uit het oosten aan de beurt. Bereiden jullie je als lezers daar alvast maar op voor.
Voor nu: doe normaal, dan doe je gek genoeg, ook in 2019. Vooruit, er zullen wel strenge weerweken aankomen, met kou en sneeuw, en daar moeten jullie je in de lage landen aan de zee wel op kleden. Mijn advies: haal je wanten uit, leg ze al eens op de centrale verwarming en vergeet ook je sjaal niet om te doen, als je op de fiets de deur uit gaat. Nou, tabee dan en tot ziens maar weer, hasta luego, PaulK.
BOEKHOEK
In mijn boekhoek heb ik deze keer maar ΘΘn boek en waar ik het vandaan heb, weet ik niet meer. Het is thriller van John T. Lescroart uit 1995. In het oorspronkelijke Amerikaans heeft het boek als titel ôA Certain Justiceö en in Nederlandse vertaling is daar ôDe kleur van gerechtigheidö van gemaakt: niet verkeerd. Ik heb wel eens slechtere vertalingen van boektitels voorbij zien komen. Het verhaal speelt in San Francisco aan de kust van Californiδ.
Hoofdinspecteur Abe Glinsky van de afdeling Moordzaken staat met zijn mensen (vooral Banks, Griffin en Lanier) voor de moeilijke taak om uit te zoeken wie verantwoordelijk is voor het lynchen van de zwarte advocaat Arthur Wade, midden in de stad. Een fotograaf ter plekke heeft twee fotoÆs van de ophanging gemaakt, waarop vooral de blanke Kevin Shea onder het slachtoffer is te zien. Volgens jan en alleman: de officier van justitie, de burgemeester, de pers, de mensen en ook de FBI heeft die het dus gedaan. Dus is het zaak om hem zo snel mogelijk op te pakken en op zijn minst levenslang in de gevangenis te stoppen. Tegen beter weten in vinden politieman Ab Glinsky cum suis echter geen enkel bewijs tegen Kevin Shea en denken ze in toenemende mate dat de daders mensen zijn van het cafΘ van Jamie OÆToole die Arthur Wade als autodief hebben betrapt. Op de lynchpartij volgen dagen dat de stad, en dan met name de zwarte bevolking, in rep en roer is. De groep rond de zwarte Philip Hohandes gooit nog verder olie op het vuur. Als daarna ook nog eens hoofdofficier van justitie Chris Locke vermoord wordt, zijn de rapen gaar.
Hoe de klopjacht op Kevin Shea eindigt, ga ik maar niet verklappen. Ook laat ik hier de aanleiding enigszins onvermeld: het van rechtvervolging ontslaan van boef Jerohm Reese wegen gebrek aan bewijs, die zwaar verdacht wordt van het ombrengen van Mike Mullen, omdat hij diens auto nodig heeft. Mooie bijrollen zijn er voor KevinÆs vriendin Melanie, zijn medestudent, drinkbroeder en ex-advocaat Wes Farrell en moeder en dochter Loretta en Elaine Wager, resp. senator en hulpofficier van justitie.
John T. Lescroart doet er maar liefst 475 bladzijden over om het op zichzelf best simpel verhaaltje te vertellen. Dat zou mij van zijn lang zal ze leven nooit lukken. Intussen ben ik wel de nodige dagen met dit boek bezig voordat ik de laatste bladzijde mag omslaan. Ik vind ôA Certain Justiceö best een spannend verhaal en op zijn tijd ook nog wel humoristisch, maar had het niet in wat minder bladzijden verteld kunnen worden? Ik kom voor John T. LescroartÆs boek uit op een 7 als recensiecijfer. Laat ik over een jaar of zo nog maar eens opnieuw een boek van hem proberen.
Queridos amigos y familia, 2019, een nieuw jaar, een nieuw geluid. Iets anders is of ik deze brief ook op 2 januari in jullie brievenbus krijg gestopt. De universiteit is dicht, dus daar kan ik niet terecht. Aan de hulp van kennissen hier heb ik wel gedacht, maar gevraagd heb ik het niet. Dan blijft alleen nog externe hulp over, zoals van Eva en hotel Cantur. Lukt het me niet om hem via die weg te versturen, dan krijgen jullie er op 8 januari twee. Ook leuk!>BR>
Afgelopen donderdag in het grote gebouw van de gezondheidsfaculteit ben ik op de tweede etage echt de enige in de gang waar naast bijv. kindergeneeskunde ook Public Heatlth zit, de schare van Lluis. In de gang aan de andere kant zie ik, als ik mijn uitdraai van de vorige brief ophaal, iemand lopen bij Fysiologie, maar als ik iets later nog eens voor twee fotoÆs terugga, is die gang ook zo leeg als wat.
Niet getreurd, ik heb vanaf 2 uur alle tijd om mijn mail te doen en daarna HarryÆs site te bezoeken. Bij zijn clips zit een heel mooie van John Hiatt uit 1988. Hij speelt û met een groepje blanken û het nummer ôSlow turningö voor een heel dorp zwarten. Die komen langzaam los en slaan dan wel aan het dansen op de muziek. Voor mij is het echt de omgekeerde wereld. Ik weet niet beter dan dat de zwarte sterren tot in de jaren zestig wel mogen optreden voor een publiek van jonge blanken, als ze zich maar niet onder de dansende blanken mengen. Ook in de hotels in het zuiden zijn het dan nog strikt gescheiden werelden. Zou het in de periode daarna eindelijk goed gekomen zijn met het ophouden van rassendiscriminatie in de Verenigde Staten, met als summum een zwarte president?
In twee bijdragen laat Harry me zien hoe overduidelijk de rhythm & blues van het noorden (Tamla-Motown) verschilt van die in het zuiden (Stax, Atlantic). In Detroit en zo is het vooral zoetheid dat de klok slaat, met de Miracles, de Supremes, Mary Wells en dergelijke. In een prima artikel over Gladys Horton (1945-2011) van de Marvelettes laat Harry zien, hoe de zangeres van ôPlease, Mister Postmanö in 1961 in Detroit maar moeilijk op kan tegen het soms ronduit agressieve gedoe van frontvrouw Diana Ross van de Supremes (voorheen de Primettes). Die vindt het maar niks dat ze in Gladys Horton een ômededingsterö heeft. Toch is bijv. ôToo hurt to cry, too much in love to say goodbyeö van de Marvelettes (die zich vanaf 1963 ineens de Darnells noemen) best een mooi nummer.
In het zuiden is de muziek veel meer ôfunkyö en ôdown to earthö. De muziek van mensen zoals Sam Cooke en Otis Redding, die daar de dienst uitmaken, klinkt heel anders. De prima begeleiding van het fameuze orkest van Booker T and the MGÆs, met Dick Dunn, Steve Cropper en Al Jackson, speelt daarin ook een grote rol (al vind ik het trompetgeschal af en toe te doordringend). In hun gevolg zit ook Arthur Conley, uit Georgia, die dweept met Sam Cooke en Otis Redding. Zelf is hij begonnen als zanger van ôArthur and the Carvettsö, maar daarna is zijn solocarriΦre van de grond gekomen. Bekende nummers zijn o.a. ôNothing can change this love I haveö, ôOb-la-di, ob-la-daö en vooral ôSweet soul musicö, waarmee hij een wereldhit heeft. öSweet soul musicö is geschreven door hemzelf samen met Otis Redding en het tweetal schrijft in die tijd nog veel meer mooie nummers (waarvoor Arthur Conley tot aan zijn dood royalties ontvangt).
Ik heb van Harry een interview van Eric Lieshout voor de VPRO uit 2001, waarin Arthur Conley o.a. van zijn zijn clip van ôSweet Soul Musicö uitlegt hoe die in Amsterdam is opgenomen, best indrukwekkend. De man verhuist later ook naar Nederland, vanwege een vriendin en omdat het bij ons veel minder turbulent zou zijn. Op oudere leeftijd neemt hij (onder de naam Lee Roberts and The Sweaters) zelfs nog een cd op in Nederland (ôLive in Bijlmermeerö) en zet hij zich in voor een aantal talenten uit het land.
Op de vrijdagmorgen presenteer ik jullie een cd die al vanaf gistermorgen door mijn woning schalt: ôLand Of Doubtö van Sam Baker uit 2017. Sam Baker, voor wie hem nog niet kent, is geboren in 1954 en afkomstig van een plaatsje vlakbij Dallas, Texas. Hij is dus nu met zijn 64 jaar nog net geen AOWÆer, zelfs niet als we die leeftijd weer terugzetten op 65 jaar. Ik heb behalve ôLand Of Doubtö nog vier andere cdÆs van Sam Baker plus een plaat van een live optreden in Nederland (met een intro van Jan Donkers). Ik neem aan dat MarijÆs neef Peter aan een en ander debet is.
Hier zijn de vijftien nummers van ôLand Of Doubtö, waarbij ik de min of meer tussenstukjes van minder dan een minuut van haakjes heb voorzien:
01. Summer wind
02. Some kind of blue
03. (The slivered moon)
04. Margaret
05. Love is patient
06. Leave
07. Pastures fit for thoroughbreds
08. (Song of sunrise birds)
09. The feast of Saint Valentine
10. Moses on the reeds
11. Say the right words
12. (The sunken city rises)
13. Peace out
14. When fallen angels dwell
15. Land of doubt
Mijn favoriete nummers op ôLand Of Doubtö zijn nummers 1, 4, 5, 9, 13 en het instrumentale 14. Bij de kleintjes opteer ik voor 3. Bovenal ôSummer windö en ôPeace outö krijgen van mij extra punten. (En laat ik in ΘΘn moeite door ook uit ôSay Graceö uit 2013 het Engels-Spaanse nummer ôMigrantsö naar voren schuiven, de migranten met hun ôestamos perdidosö.)
Na de donkere jaren v≤≤r kerstmis komen de al wat lichtere dagen v≤≤r nieuwjaar. Op de vrijdagavond begin ik met een bezoek aan het bibliotheekje bij het basketbalveld aan de zee. Ik word welkom geheten door de man die normaliter in mijn andere bibliotheekje aan het Castillo de la Luz de scepter zwaait.
In de kranten kan ik niet echt iets vinden dat ik jullie perse deelgenoot van wil maken. Vooruit, in het clubblad van Barcelona staat over twee paginaÆs een interview met Leo Messi. Als het om het aantrekken van nieuwe spelers gaat, vindt hij dat met name De Ligt en De Jong van Ajax echt een versterking zouden betekenen.
Op Nochevieja æs middags is de zeer in trek zijnde HPS San Silvestre loop door de straten van de stad. Hij wordt dit jaar voor de achttiende keer gehouden, te beginnen als sluitstuk van het jaar 2000. Terzijde, dat HPS voor San Silvestre is de naam van de hoofdsponsor: Hospital Perpetuo Socorro. De inschrijving voor deze van meer dan 11.000 lopers zou al binnen zijn. Nog 800 erbij en de magische maximumgrens van 12.000 is bereikt. Als ik een jaartje of 30, 40 jonger was, zou ik er voor hebben kunnen oefenen en dan meedoen (zoals bij een soortgelijke loop in Maastricht in juni). Nu sta ik op zijn best langs de kant om de deelnemers aan te moedigen. ôVAMOSö.
Dan is om 9 uur æs avonds mijn weerzien met NoΘ en zijn bende. We komen bij elkaar in restaurantje ôKimÆs Pojangmachaö bij mij om de hoek. Dat is een piepklein zaakje. We passen er met zijn veertienen plus de man van de zaak net in. Er kan echt geen hond meer bij. Juli is eerder een keer komen voorproeven en heeft het eten okΘ bevonden. Een aantal vrienden van NoΘ ken ik inmiddels redelijk goed. Naast hem en Juli zijn dat Agus en Nere, Luis en Tachela en Eduardo. Blijven er zes anderen over, die mij iets minder bekend tot nog vreemd voorkomen: Roberto, Carolina, Benjie, Cristina, Hugo en Carlos. Van mijn kennissen uit NoΘÆs kring bespeur ik alleen Rafaela en Lorena niet. Rafaela zit bij haar broer ergens in Afrika en Lorena is voor een aantal maanden naar het nu zomerse Argentiniδ.
We krijgen een maaltijd voorgeschoteld met het ene na het andere gerecht dat ik niet ken: tapasavond op zijn Zuid-Koreaans. Het opgediende eten heeft wel wat weg van Thais of Chinees, maar dan wel weer anders. Als we dat gewild hadden, hadden we zelf onze wijn kunnen meebrengen, maar het in de zaak geserveerde bier (Estrella Galicia) voldoet prima. Misschien kan ik de avond het beste omschrijven als een culinaire overval. Helemaal op het einde worden lappen spek geroosterd op een barbecue, die je vervolgens in een slablad moet eten met een half teentje knoflook, geraspte kaas en sambal. Tegen die tijd haak ik af; ik zit dan zoals dat heet aardig vol (en heb eieren met spek op het menu staan voor de zaterdagmiddag).
Aan Kim of hoe hij heet van het Koreaanse Pojangmacha vraag ik bij het weggaan wel een klein bakje Koreaanse sambal om mee naar huis te nemen voor als Eva en Dalφ op bezoek komen. Wat ik zelf heb met sterke mosterd, heeft mijn ôhijaö met sambal. Een boterham naar binnen werken doet Eva op zijn tijd best graag, maar er hoort voor haar wel steevast een snufje sambal bij.
In het Spaans zijn woorden die op -o eindigen mannelijk en op -a vrouwelijk. Voorbeeld: hermano (broer) en nieta (kleindochter) of suegro (schoonvader) en cu±ada (schoonzus). De overbekende uitzonderingen zijn ôla manoö en ôel aguaö. Gisterenmiddag, als ik zaterdagochtend een boodschap doe, hoor ik een moeder tegen haar dochtertje zeggen: geef me maar een handje, ôdame la manitaö. Dat ômanitaö vind ik prima passen bij dat ôlaö van ôla manoö. ôManitoö voor handje heb ik, hier althans, nog niet horen zeggen.
Zou hetzelfde met ôaguaö aan de hand zijn; is het verkleinwoord daarvan ôagⁿitoö? Ik haal er thuis mijn grote dictionaire bij, maar die heeft van zijn leven nog niet gehoord van ôagⁿitoö. Het woord ôagⁿitaö kent hij wel; dat is volgens het woordenboek een kruidenthee, een woord dat aardig in de buurt komt van watertje. Ik heb het æs avonds ook aan NoΘ gevraagd. Die vertelde me dat ôagⁿitaö het Spaanse equivalent van ôwowö is, de uitroep van verbazing of bewondering.
Een watertje in de zin van bronwater is hier overigens ôagua mineralö met prik (ôcon gasö) en ôagua naturalö zonder prik (ôsin gasö). Ik zou trouwens in Nederland liever rode en blauwe spa zeggen; dat vind ik iets eigens hebben.
Bij mijn middageten heb ik deze zaterdag als groente ôcoles de Bruselasö, spruitjes. Die zijn in verhouding tot andere groentes best prijzig hier. Een rare naam hebben ze ook nog, alsof spruitkool vooral in Brussel wil groeien. En ter onderscheid: Brussels lof (= witlof) is in het Spaans endibia (of achicoria de Bruselas).
Kennen jullie de namen van de verschillende koolsoorten in het Spaans? Je schrijft de soort in het Nederlands aan elkaar. Hier zijn er een aantal, alfabetisch:
bloemkool û coliflor
boerenkool û col rizada
rodekool û lombarda
spruitkool û coles de Bruselas
wittekool û repollo
Voor de liefhebbers doe ik er steenkool, hulla, bij, maar die hoort natuurlijk niet op tafel, maar in de kachel thuis. Als je het in de groentewinkel niet precies weet, kun je de kool of andere groente die je voor jezelf in gedachte had, natuurlijk ook aanwijzen. Dat verstaan ze met al die toeristen ook best.
Op de boulevard æs avonds zie ik een schoolmeisje lopen, springen eigenlijk, met op de voorkant van haar trui: ôUnpluggedö, losgekoppeld, uitgeschakeld. Even later kom ik een man tegen met op zijn blauwe shirt: ôAlcatraz, San Francisco. Penitentiary swim teamö. Vooral de laatste kan mijn goedkeuring echt wegdragen.
Het is erg druk aan de zee; dit is de tijd van het jaar dat hier op Las Canteras een overvloed aan mensen paradeert, autochtonen, Spanjaarden van de ôpeninsulaö en buitenlanders. Ook in mijn onvolprezen calle de Luis Morote is het op een avond als vanavond bovengemiddeld gezellig.
Op de zondagmorgen scoor ik op de rommelmarkt een cd, voor 50 eurocent, die ik jullie per direct wil laten horen. Het is een fadoplaat uit 2001 uit Coimbra. De titel is ôFados ╔ Guitarradas De Coimbraö en de zanger op de plaat is ene Frederico Vinagre. (Vinagre is Portugees voor azijn. Een azijnpisser is een ôamargadoö.) Zijn gitaarbegeleiders zijn Octavio SΘrgio en Manuel Mendes, terwijl ene Durval Moreirinhas op de viool een handje helpt. Hier zijn de vijftien nummers:
01. April in Portugal (Coimbra Θ uma licao de amor)
02. Solitßrio
03. Cancao vai e vem
04. Nasce na estrela o Mondego
05. Balada do Mondego
06. Menini dÆoiro
07. A sol anda lß no cΘu
08. Lß menor de Xabregas
09. Caminho perdido
10. Minha mae
11. Vou encher a bilha e trago-a
12. Fado do adeus
13. Doce entendimento
14. Igreja de Santa Cruz
15. Valsa em fa
Om te beginnen vind ik de drie instrumentale nummers: 5, 8 en 15 best goed. ôFadistoö (als dat woord bestaat) Frederico Vinagre is op de foto zo foeilelijk dat de fotograaf er een hele dobber aan gehad moet hebben om hem op de hoes nog ietsje van schwung te geven. Niettemin, zingen doet hij heel aardig. Luister eens naar bijv. de nummers 1, 4, 6, 11 en 14. Er zit helaas wel de nodige galm in zijn stem. (Als het om zangstemmen en fado gaat, krijgen de dames van mij vooraf al een puntje extra.) Alles bij elkaar genomen vind ik ôFados ╔ Guitarradas De Coimbraö van Frederico Vinagre best te pruimen.
Op zondagavond loop ik om half 7 in de Alfredo Jones langs de zaak van mijn ôpeluqueroö hier, een nog jonge Marokkaanse kapper. Zijn nering, ôLas Canterasö geheten, is op de hoek met de boulevard; hoe kan het anders. Eigenlijk een beetje tot mijn verbazing heeft hij vandaag zijn zaak open, maar er zijn geen klanten op het moment. Dan denk ik: dan is het nu tijd om mijn haar weer eens laten knippen, twee maanden na mijn vorige knipbeurt (door Trudie). De kapper zet zijn tondeuse op mijn verzoek op stand 2 en verwijdert haar van mijn hoofd dat het een aard heeft. Zelfs werkt hij ook mijn wenkbrauwen bij. Tien minuten later loop ik voldaan over de ôpaseoö, met mijn nagenoeg kale hoofd in de wind.
Later thuis bedenk ik wel dat ik mijn haar nu wel erg kort heb. Echter, het leed is weer geleden en wacht maar af, mensen: over een aantal weken heb ik weer een coupe soleil (met plukjes grijs haar). Alleen zullen Eva en Dalφ, die hier overmorgen aankomen om mij vijf dagen te amuseren en te kapittelen, er wel iets verkeerds over gaan zeggen.
Om 9 uur lijkt het me zondagavond tijd voor een mooie film op mijn computer. Het wordt ôThe American Presidentö uit 1995, van regisseur Rob Reiner. De rol van de president: Andy Shepherd, wordt gespeeld door Michael Douglas. Zijn vrouw is overleden en hij heeft een dochter, de twaalfjarige Lucy. Andy wordt in de film verliefd op een charmante lobbyiste van de milieubeweging: Sydney Wade (Annette Bening) en gelukkig is het wederzijds. Of het vervolgens langduriger wat wordt tussen de twee met hun relatie, is de vraag. De staf in het Witte Huis bestaat uit o.a. A.J. (Martin Sheen), Lewis (Michael J. Fox), , Robin (Anna Deavere Smith), Leon (David Paymer) en secretaresse Jamie (Samantha Mathis). President Andy Shepherd staat een jaar af van zijn herverkiezing als president, met Bob Rumson (Richard Dreyfuss) als zijn grote opponent. Dan daalt zijn populariteit drastisch (van 63 naar 41%), als zijn verhouding met Sydney breeduit in de pers gemeten wordt, terwijl belangrijke nieuwe wetten naar het congres moeten, zoals een anti-misdaadwet (maar wapens mag iedereen hebben) en een milieuwet voor een reductie van fossiele brandstoffen met 20%. Hoe moeilijk is het voor de president om zijn politieke ideeδn te scheiden van zijn privΘ-leven met Sydney?
Ik heb van de film genoten en neem hem met plezier mee terug naar Maastricht voor wie hem ook eens wil bekijken. Het is weer eens iets anders, na de strapatsen van presidenten als bijv. Richard Nixon, Bill Clinton en nu een man als Donald Trump die aan de touwtjes trekt.
Gisteren heeft de zoon van mijn overburen op het balkon een slinger opgehangen met ook nog eens een grote gele ster. De broer van zijn vader, die is komen logeren, helpt hem daarbij. Ik ben niet zo van de versieringen, maar als je eraan begint, waarom dan pas zo laat, zoveel dagen na kerstmis? Zou men net zo weinig ophebben met de stal bij Bethlehem als ondergetekende? Hoe dan ook, er kan nu echt weinig meer misgaan, voorspel ik jullie: 2019 is nakende.
In alle vroegte op de laatste dag van het jaar gaan mijn recente tijdelijke onderburen op ΘΘn hoog links: twee oudere mannen, terug naar hun huis. Als ik beredeneerd mag gokken, kies ik voor ergens in Ierland. Ze hebben in alle vroegte de woning nog een beetje gesoigneerd. Nu gaat een van de twee met het nodige brood en beleg naar beneden, waar enkele notoire zwervers en zuiplappen op de bank zitten. Hij heeft als klap op de vuurpijl behalve het voedsel ook ôuna bolsitaö met blikjes bier voor ze. Als hij de spullen uitgepakt heeft, hoeft hij niet lang te wachten. De daklozen laten zich de spijs en drank goed smaken. Ik moet het op het balkon intussen doen met alleen mijn potje koffie.
ôNocheviejaö is een beetje rare avond, voor een man alleen in Afrika. De meeste cafΘs hier zijn dicht, maar op de boulevard is wel nog enig leven in de brouwerij. Een van de best lopende restaurants hier is pizzatent Al Maccaroni. Daar zit het redelijk vol. De obers zijn voor de bijzondere gelegenheid toegerust met een smetteloos wit hemd op hun zwarte broek en een rood ônoondezjukeö. Voor de niet-Maastrichtenaren is dat een strikje, hier heet zoÆn ding een ôpajaritaö.
Even verderop zie ik dat je bij Balalaika niet zo maar op het terras kunt gaan zitten. Er is omstandig gedekt voor (kennelijk) allerlei gasten die later plaats zullen nemen. Dat blijkt ook bij La Oliva het geval te zijn.
Het NH-hotel bij mijn voorkeursbank is normaliter æs avonds in een blauwe kleur gehuld. Echter, niet nu: voor de variatie en vanwege de bijzondere gelegenheid branden vanavond overal rode en groene lampjes in plaats van blauwe. De grote elektrische kerstboom op de gevel van Club Victoria is in de nulstand gezet; zo hoort het ook na kerstmis. Bij mijn bank aan de calle de Ferreras kijkt de oprichter van voetbalclub Real Club Victoria, Pepe Concalves (1894-1934) nogal droevig voor zich uit.
Om onduidelijke reden is het cafΘ van Carlos bij mij beneden niet alleen dicht, ook heeft hij ook zijn Wifi uitgezet. Dat lijkt me een reden te meer om mijn mail dan maar op de bank bij La Oliva af te werken. Ik bericht Trudie, Eva c.s. en de Knipschildjes per gesproken app dat 2019 best een goed jaar gaat worden. Op nu.nl vind ik echt niks van mijn gading, alleen de nodige onzin.
Dit wordt de jaarwisseling van een vrijgezel met een leesboek. Ik neem er vanavond wel ôBandidoö bij, het speciale bier van Tropical, met een scheutje tequila. Voor de lekkere trek completeer ik mijn zitten op het balkon met chips en gebrande hazelnoten van El Corte InglΘs. De herrie in mijn straat valt mee, al krijg ik om 12 uur û dan is het bij jullie al 1 uur û wel een kwartier lang mijn portie mee. Het is tijd om tussen mijn hoeslaken en gekleurd laken van Zara Home te kruipen, met een dun dekentje eroverheen. Ik moet snel vertrokken zijn.
Op nieuwjaarsdag is mijn stuk straat æs morgens uitgestorven. Alle drie de cafΘs zijn dicht en de nachtzaak op nummertje 19 heeft er eerder laat in de nacht schoon genoeg van gekregen. Zelfs is het aantal honden met baasjes is aan de magere kant, als ik de straat afkijk. Alleen de zatlappen en hoogbejaarden zijn in ruime mate present.
Trudie stuurde me om middernacht een leuk filmpje van een strand. Eerst zie ik ôADIOS 2018ö in het zand staan en dan spoelt daar een golf overheen. Als de zee weer terugtrekt, verschijnt öFELIZ 2019ö.
Later op de dag loop ik mijn woning nog eens na om Eva & Dalφ morgen niet teleur te stellen. Om 6 uur ga ik erop uit om de verschillende soorten afval in de daarvoor bestemde bakken te deponeren. Dan volgt een wandelingetje op een nu tjokvolle boulevard. Ik bedenk dat mijn familie, als er niks raars gebeurt, om even over 7 op het vliegveld hier landt (volgens EvaÆs secretaresse). Dus dien ik voor 8 uur bij hotel Cantur te zijn. Ik heb nog een zee van tijd.
Krijg ik van Eva een appje dat ze met Dalφ al op Gran Canaria geland is en in de taxi naar het hotel zit. Foutje, bedankt, maar niet van mij! Ik word even later gebeld dat ze bij mijn woning staan en zowaar moet ik me terug haasten naar de Luis Morote. Daar zit het tweetal op de bank tegenover Carlos. Er moet nog een kleinigheid gegeten worden, door de al wat slaperige Dalφ, terwijl Eva vannacht pas om 5 uur in haar Amsterdamse bed lag. Om 8 uur zet ik ze bij hotel Cantur af en dan mogen op tijd in hun tweepersoons bed kruipen vanavond. Morgen is weer een dag.
Van Eva heb ik begrepen dat ik deze brief zonder probleem vandaag 2 januari op de bus kan doen. Dan ga ik hem bij dezen persklaar maken. Mijn volgende weblogbrief, nummertje 11, verschijnt op 8 januari. Dan zal het leven hier weer hopelijk zijn normale gangetje gaan. De komende dagen heb ik eerst nog met Eva & Dalφ van doen en daarna zijn de drie wijzen uit het oosten aan de beurt. Bereiden jullie je als lezers daar alvast maar op voor.
Voor nu: doe normaal, dan doe je gek genoeg, ook in 2019. Vooruit, er zullen wel strenge weerweken aankomen, met kou en sneeuw, en daar moeten jullie je in de lage landen aan de zee wel op kleden. Mijn advies: haal je wanten uit, leg ze al eens op de centrale verwarming en vergeet ook je sjaal niet om te doen, als je op de fiets de deur uit gaat. Nou, tabee dan en tot ziens maar weer, hasta luego, PaulK.
BOEKHOEK
In mijn boekhoek heb ik deze keer maar ΘΘn boek en waar ik het vandaan heb, weet ik niet meer. Het is thriller van John T. Lescroart uit 1995. In het oorspronkelijke Amerikaans heeft het boek als titel ôA Certain Justiceö en in Nederlandse vertaling is daar ôDe kleur van gerechtigheidö van gemaakt: niet verkeerd. Ik heb wel eens slechtere vertalingen van boektitels voorbij zien komen. Het verhaal speelt in San Francisco aan de kust van Californiδ.
Hoofdinspecteur Abe Glinsky van de afdeling Moordzaken staat met zijn mensen (vooral Banks, Griffin en Lanier) voor de moeilijke taak om uit te zoeken wie verantwoordelijk is voor het lynchen van de zwarte advocaat Arthur Wade, midden in de stad. Een fotograaf ter plekke heeft twee fotoÆs van de ophanging gemaakt, waarop vooral de blanke Kevin Shea onder het slachtoffer is te zien. Volgens jan en alleman: de officier van justitie, de burgemeester, de pers, de mensen en ook de FBI heeft die het dus gedaan. Dus is het zaak om hem zo snel mogelijk op te pakken en op zijn minst levenslang in de gevangenis te stoppen. Tegen beter weten in vinden politieman Ab Glinsky cum suis echter geen enkel bewijs tegen Kevin Shea en denken ze in toenemende mate dat de daders mensen zijn van het cafΘ van Jamie OÆToole die Arthur Wade als autodief hebben betrapt. Op de lynchpartij volgen dagen dat de stad, en dan met name de zwarte bevolking, in rep en roer is. De groep rond de zwarte Philip Hohandes gooit nog verder olie op het vuur. Als daarna ook nog eens hoofdofficier van justitie Chris Locke vermoord wordt, zijn de rapen gaar.
Hoe de klopjacht op Kevin Shea eindigt, ga ik maar niet verklappen. Ook laat ik hier de aanleiding enigszins onvermeld: het van rechtvervolging ontslaan van boef Jerohm Reese wegen gebrek aan bewijs, die zwaar verdacht wordt van het ombrengen van Mike Mullen, omdat hij diens auto nodig heeft. Mooie bijrollen zijn er voor KevinÆs vriendin Melanie, zijn medestudent, drinkbroeder en ex-advocaat Wes Farrell en moeder en dochter Loretta en Elaine Wager, resp. senator en hulpofficier van justitie.
John T. Lescroart doet er maar liefst 475 bladzijden over om het op zichzelf best simpel verhaaltje te vertellen. Dat zou mij van zijn lang zal ze leven nooit lukken. Intussen ben ik wel de nodige dagen met dit boek bezig voordat ik de laatste bladzijde mag omslaan. Ik vind ôA Certain Justiceö best een spannend verhaal en op zijn tijd ook nog wel humoristisch, maar had het niet in wat minder bladzijden verteld kunnen worden? Ik kom voor John T. LescroartÆs boek uit op een 7 als recensiecijfer. Laat ik over een jaar of zo nog maar eens opnieuw een boek van hem proberen.
donderdag 27 december 2018
Weblogbrief 14.09, 27 december 2018
Weblogbrief 14.08, 27 december 2018
Queridos amigos y familia, de datum 27 december 2018 heb ik enigszins provisorisch boven deze brief gezet, omdat het hier nu rare weken zijn. Ik heb meegekregen dat de universiteit in het nieuwe jaar tot en met 7 januari sowieso op slot zit, dus dan is het hierna afzien, tenzij ik elders onderdak vind om begin januari een brief te versturen. Of ik wel terecht kan vlak na de kerst, op derde kerstdag, is mij pas duidelijk, als ik vanmiddag zuidwaarts ga met stadsbus 12. Mochten jullie mijn brief nog te lezen krijgen in 2018, dan is het mij gelukt.
Laat ik intussen gewoon terug in de tijd gaan of er niks aan de hand is. Bij mijn bushalte op Santa Catalina zie ik een aparte reclame van Coca Cola, in de geest van de Heilige Geest. Het “Espiritu” springt eruit: ¨Comparte El Espiritu de la Navidad¨, deel met anderen de geest van kerstmis. Onderweg met de bus zie ik sommige passagiers een kruisje slaan, als ze voorbij een van de kerken komen die op de route liggen. Mijn zegen hebben ze, als ik maar niet mee hoef te doen.
Op de universiteit begin ik zoals steeds met mijn brief 14.07 te versturen en hem voor mijn archief uit te printen. Dan zijn de clips van Harry aan de beurt. Ik heb deze keer het meeste op met een nummer van Tony Joe White & Eric Clapton uit 2006: “Did somebody make a fool out of you?” Andere interessante clips komen van de Johnny Otis Show uit 1958 met “Willie and the hand jive” en ene mij onbekende jazzgitarist Alex Bourdon met “Delta blues” uit 2016.
Dan klik ik door naar Harry’s artikel over Frans Nienhuys: “Men vraagt en wij draaien”. Hij is van 1909 (gestorven in 1994) en actief als draaier van verzoekplaatjes bij de Vara vanaf 1935. Met een onderbreking van 1941 tot 1945 gaat hij daarmee door tot 1951. Waarom hij in dat jaar door de omroep aan de kant wordt gezet, blijft een beetje duister. In 1960, 1961 huurt piratenzender radio Veronica hem in om het familieprogramma voort te zetten, nog eens zo’n twaalf jaar lang.
Disc jockeys avant la lettre à la Frans Nienhuys presenteren in de tweede helft van de jaren dertig met name muziek die dan bij zijn publiek populair is: stukjes uit opera’s en operettes, genrestukjes en ook wel walsen en marsen. In de top 10 uit de periode 1935-1941 staat het nonnenkoor uit Casanova (van Anni Frind?) uit 1929 op 1. Joseph Schmidt komt maar liefst drie keer voor in de top 10, o.a. met: Ik hou van Holland” uit 1937. Ook de bekende bolero van Ravel uit 1930 is present.
In mijn nieuwe rubriek Astronomie voor de Universiteit van Nederland (grapje) laat ik deze keer een medewerker van Ralph Wijers aan het woord: Lucas Ellenbroek van dezelfde Universiteit van Amsterdam. Hij vraagt zich in een college af of er misschien buitenaards leven is in onze melkweg? Daarvoor gebruikt hij de trechter van Frank Drake, die begint met zich in te perken tot niet al te omvangrijke planeten met een vaste grond (daarmee valt bijv. de gasvormige Jupiter af). Blijven er een kleine 300 over, maar de toevoeging dat er wel vloeibaar water op de planeet moet vóórkomen (samenhangend met de afstand tot een zon) doet het aantal alweer fors dalen. Dan is bijv. ook nog de temperatuur samenhangend met onze atmosfeer van belang. Voor zo ver we het kunnen overzien, wordt het aantal potentieel interessante planeten daarmee echt teruggebracht tot een handje.
Met het opvangen en bekijken van radiostralen zou gekeken kunnen worden of er vanuit onze melkweg of verder weg in het heelal tekenen van leven zijn die ons bereiken (zoals van Proxima B). Tot dusver is er slechts eenmalig, in 1977, een “Wow”-signaal opgevangen, verder niet. Met planethunter.org en seti.nl zou iedere geïnteresseerde voor de nabije toekomst zijn radiostraling-bijdrage kunnen leveren. Lucas Ellenbroek ziet vooralsnog geen buitenaards leven verschijnen, maar wat niet is , kan nog komen.
Terug bij het Castillo de la Luz blijkt het bibliotheekje vanaf nu tot 15 januari ‘s avonds gesloten te zijn. Helaas, pindakaas. Dus loop ik vanavond om 7 uur vanaf het parkje door naar de boulevard om op zijn ouderwets nu.nl te bemonsteren op een bank tegenover La Oliva. Geen nieuws, goed nieuws, zal ik maar zeggen.
Op de vrijdagmorgen weet ik niet hoe snel ik mijn nieuwe cd bij jullie moet pushen. Tot de groepen die steevast jaar in jaar uit bovenaan staan in de top 2000 van Nederland, reken ik vlak achter Queen (met “Bohemian Rapsody”) en de Eagles (met “Hotel California”) Led Zeppelin met hun “Stairway to heaven” uit 1971. Eerder werd Led Zeppelin al bekend met o.a. “Whole lotta love” in 1969 en “Immigration Song” in 1970. Led Zeppelin is de groep van ex-Yardbirds gitarist Jimmy Page, die daarvoor naast andere muzikanten ook Robert Plant heeft aangetrokken. Van Jimmy en Robert, met hun tweeën, heb ik een cd uit 1998: “No Quarter” die ik jullie misschien ook nog wel eens ga voorzetten.
Hier en nu wil ik het eens kort over Robert Plant hebben. Hij is van 1948, dus nu 70 jaar, en komt uit het Engelse West-Bromwich (in de West Midlands). Na zijn carrière bij Led Zeppelin heeft hij op muzikaal terrein van alles gedaan, ook een aantal soloplaten gemaakt. De laatste daarvan, uit 2017, is “Carry Fire”. Die zie ik afgelopen zomer in Centre Ceramique liggen en dan is kopiëren snel gebeurd. Hier zijn voor jullie de elf nummers van “Carry Fire”:
01. The May queen
02. New world
03. Season’s song
04. Dance with you tonight
05. Carving up the world again. A wall and not a fence
06. A way with words
07. Carry fire
08. Bones of saints
09. Keep it hid
10. Bluebirds over the mountain (& Chrissie Hynde)
11. Heaven sent
Heel wat mensen blijven graag hangen bij de muziek en de artiesten die ze in hun jeugd mooi hebben gevonden. Dat geldt ook voor mij. Oudjes zoals Robert Plant kunnen mij nog van de denkbeeldige bank krijgen. Op deze best wel aimabele cd gaat mijn voorkeur – voor wie dat van me wil vernemen – vooral uit naar nummers 1, 2, 4, 7 en 9.
Vanmiddag heb ik helaas afscheid moeten nemen van mijn tijdelijke overburen op Luis Morote 19, een hoog. Zo zou je ze altijd willen hebben, meegaande types als dat tweetal. Daarvoor in de plaats zie ik even later een asociale familie op het balkon verschijnen, inclusief de nodige deugnieten van kinderen, batjakkers. Je kunt als min of meer verplichte overbuur niet altijd het geluk aan je kant hebben. Gelukkig heeft mijn onvolprezen potsvrow Sonia intussen wel mijn flat weer onder handen genomen. Die is om 6 uur weer “limpio a la plata”, brandschoon. Je kunt er weer van de vloer eten, “comer sopas”.
Op de vrijdagavond is het in de stad en ook bij mij in de straat echt gezellig. De diverse terrassen zitten vol en zelfs staan er de nodige mensen buiten te feesten. Kennelijk is men zijn vrijheid aan het vieren of doet men zijn best op een uitje met de collega’s of de familie en vrienden. Het hoogfeest is op de kalender pas over vier dagen, “nochebuena”, kerstavond een dag eerder, maar in de Luis Morote zijn de “felices fiestas” kennelijk al begonnen.
Laat ik eens naar buiten brengen dat dit het soort buiten-de-deur avonden zijn die mij bijzonder aanspreken, zelfs ook als de horeca hier er om een uur of 10 de brui aan geeft. Terzijde, bij don Manué aan de overkant zit de vaart er dan nog even in. Als ik hier nu gezelschap had – maar dat heb ik niet – zou ik me prima op een terras thuis voelen.
Op de zaterdag zie ik helaas te veel goedbedoelde kerstattributen om me heen. Vooruit, een schoolkind of nog jonger met een kerstmuts op, daar kan ik wel een paar dagen mee leven. Maar volwassenen, zelfs 50-plussers, die op hun hoofd een stuk elandgewei hebben vastgezet of enkele mini-sparretjes, dat zou toch van hoger hand zwaar afgeraden moeten worden. Een kerstman aan een touwtje aan de gevel die verwoed probeert om bij je door het raam naar binnen te klimmen, kan toch met goed fatsoen ook niet. Overigens, de Scandinavische toeristen schijnen zich veel meer dan autochtonen van deze onzin te bedienen.
Terzijde, bij mij in de straat mag ik ook al de eerste ontploffende rotjes constateren. Jongens, kunnen jullie daar misschien mee wachten tot oudejaarsavond laat, “nochevieja”? En op 1 januari na 1 uur moet voor mij het vuurwerk wel weer passé zijn.
Met enkele t-shirt-opschriften laat ik jullie merken dat ik er op mijn manier wel bij hoor. De minste van de twee van vanavond op de boulevard is voor mij: “The past is gone”, het verleden is voorbij. Zo kan ik het ook, bedenk ik dapper. Veel meer in de haak vind ik de voorgevel van een dame van middelbare leeftijd die mij verblijdt met het zinnetje: “Beyond perfect tonight”, meer dan perfect vanavond. Met zo’n slagzin kun je sier mee maken.
Terwijl het ook op zaterdagavond best gezellig is op de terrassen, kies ik voor de variatie eens voor een film op mijn laptop-buis. Het wordt er een van regisseur Andy Tennant, “Hitch” uit 2005. De film speelt in Manhattan in New York en begint met het nummer “What a wonderful world” van Sam Cooke, dus dan kan hij moeilijk meer stuk.
In de hoofdrol zie ik niemand minder dan dan troetelneger Will Smith. In de film heet hij : “Hitch”, voluit Alex Hitchens en verdient hij zijn geld als consultant in liefdeszaken, “date doctor”. Wie hem inhuurt, krijgt min of meer de toezegging dat diens potentiële liefde binnen drie afspraakjes voor de bijl zal gaan. Er komen in sneltreinvaart voorbeelden voorbij. Dan verschijnt ene Albert Brennaman (gespeeld door Kevin James) ten tonele die de sympathie probeert te winnen van celebrity Allegra Cole (gespeeld door Amber Valletta). Krijgt Hitch zijn zin en wordt het wat? Intussen heeft hij het zelf best wel moeilijk mee om New York Standard journaliste en uitgesproken vrijgezel Sara Melas (gepeeld door Eva Mendes) voor zich te winnen.
Laat ik het toegeven: ik vind de film leuker dan ik vooraf in gedachte had. Het is best een aardige komedie, eentje voor het hele gezin op de zaterdagavond.
Eerder heb ik jullie verteld dat ik een grote doos lucifers aan de dames van “De Francesco” gedoneerd heb, c.q. per ongeluk uit mijn keukenraam naar beneden heb laten vallen en daarna niet meer teruggevraagd heb. Dan blijkt dat de afstrijkrand van mijn enige overgebleven doosje “zwegele” het niet goed meer doet. Dat moet mij nou weer overkomen. Ik moet er dus op uit om nieuwe lucifers of een aansteker te kopen, als ik tenminste een acceptabele portie zuurvlees, die ik in de koelkast heb staan, wil opwarmen. Denk ik op de zondagmorgen: op de rommelmarkt moet ik toch zeker een aansteker op de kop kunnen tikken.
Ter plekke blijkt dat ik nu (naast de standaard volksmuziek op de zaterdagmorgen) ook op zondagochtend verplicht vergast wordt op onvervalste regionale muziek. Die komt deze keer van een twintigtal mannen in allemaal dezelfde Canarische klederdracht: ruime zwarte broek, los wit hemd en een zwart hoedje. Mijn vrienden zullen het niet worden, maar misschien is het deze keer eenmalig.
Op de terugweg naar huis, met een aansteker, kom ik erop dat ik mijn zuurvlees, als was het diepvriesgroente, net zo goed in de magnetron kan opwarmen. De aansteker blijft nog even buiten schot.
Ik heb niks in me van een snelwandelaar. Zoals mensen als Trudie zonder pardon 6, 7 km per uur lopen, en dat uren achter elkaar, dat is mij niet gegeven. Aan de andere kant, met een beetje doorlopen heb ik wel wat. Treuzelende meutes van een mannetje of 4, 5, 6 naast elkaar op Las Canteras hoeven voor mij niet. Die wil ik het liefste passeren, als ik mijn avondwandelingetje langs de zee maak.
Zo kom ik op een opschrift op een T-shirt dat ik zelf bedacht heb. Het is in het Spaans, zoals het hier hoort. Mijn bijdrage aan de feestvreugde voor vanavond is: “¡Dejame pasar!”, ga uit mijn weg. Zo nodig mag ik met mijn ellebogen nog enige kracht bijzetten.
Op de maandag begeef ik me naar de “mercado central” om mijn voorraad arabico koffie uit Kenia op peil te brengen. Onderweg erheen zie ik een metersgrote annonce die mij uit het hart gegrepen is. De “Servicio Canario de la Salud”, gezondheidsdienst van de provincie (“govierno”) beeldt een zorgzame dokter af, met stethoscoop, met erbij de tekst: “LO PRIMERO”, de eerste,”es acudir a urgencias de atención primaria: rapido, fácil y cerca de casa”, klop voor een urgent probleem eerst aan bij de eerstelijnszorg: snel, gemakkelijk en dicht bij huis. “Si lo nececitas , tienes un equipo de profesionales muy cerca de ti”, Als je het nodig hebt, vind je professionele zorg vlakbij.
De tekst is me uit het hart gegrepen. Hier en ook in Nederland wordt veel te snel een ambulance gebeld om een patiënt af te voeren naar de EHBO van een ziekenhuis dan wel naar een specialist gehold. Wat is er mis met de eerste lijn als poortwachter? Die is speciaal bedoeld om met kennis van zaken het vele kaf van het koren te scheiden, eventueel te helpen bij het kiezen van de juiste specialist. “Pluis of niet pluis”, hoor ik André Knottnerus al zo’n dertig jaar geleden aan me verkondigen. De makers van deze al te ware advertentie krijgen de “compleminte” van me.
Zo druk en gezellig het de afgelopen avonden was, zo rustig – is sereen het woord? - is het maandagavond, “nochebuena” bij mij in de straat. Om 8 uur zijn alleen de parfumzaken nog open om op de valreep nog een paar late klanten te kunnen bedienen.
Laat ik voor de variatie dan maar eens nu, ‘s avonds al eens een nieuw stukje muziek opzetten. Onlangs (zie boven) heeft de zwarte Rhythm & Blues coryfee Sam Cooke mij uit mijn tent gelokt met zijn “(What a) wonderful world”. Misschien is het tijd om hém eens een refill te geven.
Sam Cooke is van Clarksville, Mississippi, geboren in 1931. Zijn zangcarrière begint met gospel en loopt van 1951 tot aan zijn overlijden in 1964, als hij wordt doodgeschoten in de lobby van een hotel in Los Angeles (waar hij zich misdraagt). De jongeman is goed voor echt een hele vrachtwagen hits. Ik heb op mijn computer helaas maar weinig originele Lp’s van hem staan; vooral compilaties slaan de klok, maar daarop komt zijn veelzijdig singer-songwriterschap wel prima tot zijn recht. Laat ik eens de overzichtsplaat “Portrait of a legend 51-64” uit zijn hoes halen, waarop maar liefst 31 Sam Cooke nummers staan. Is dat wat veel van het goede om hier te presenteren? Vooruit, dan maak ik nog weer eens mijn eigen selectie daaruit van een zestiental nummers:
01. You send me
02. Only sixteen
03. For sentimental reasons (niet SC, Best, Watson)
04. I’ve come running back to you
05. Cupid
06. What a Wonderful world (SC, Adler, Alpert)
07. Chain gang
08. Bring it on home to me
09. Nothing can change this love
10. Ain’t that good news
11. Twistin’ the night away
12. Shake
13. Another Saturday night
14. Good times
15. Having a party
16. A change is gonna come
Het repertoire van Sam Cooke loopt van de vrolijkheid zelve, zoals in bijv. “(What a) wonderful world” en “Having a party” tot politiek getinte nummers als “Chain gang” en vooral “A change is gonna come”. Voor mij zijn sommige van Sam Cooke’s nummers als “For sentimental reasons” en “Good news” echte evergreens.
Als het maandagavond ietsje later echt uitgestorven is op straat, laat ik me (door mezelf) overhalen om binnen nog weer eens een film in mijn laptop te doen. Het wordt er deze keer een uit de oude doos: “Call Northside 777” van regisseur Henry Hathaway, uit 1948. Het is een beetje rare titel; ik prefereer het Spaanse “Yo Creo En Ti”, ik geloof in jou.
Hij speelt allereerst in 1932-33 in Chicago in de tijd van drooglegging, als twee Poolse mannen, Frank Wiezek (gespeeld door Richard Conte) en zijn vriend Tomek Zolesta, veroordeeld worden voor een winkelroof met de moord op agent John Bundy. Elf jaar later gaat Chicago Times journalist P.J. (Jim) MacNeal, Mac voor zijn vrienden, in het echt James Stewart, zich voor de zaak interesseren, samen met zijn baas bij de krant Kelly (gespeeld door Lee Cobb). Aanleiding: de arme moeder van Frank Wiezek looft met een annonce 5000 dollar als beloning uit voor wie kan aantonen dat haar zoon elf jaar eerder vrijuit gaat. Frank‘s vrouw is intussen opnieuw getrouwd met een ander en Wanda Skulnik, die destijds bij de moord aanwezig was, is zwaar aan lager wal geraakt. Mac twijfelt eerst nog erg aan Frank’s onschuld, maar gaat daar gaandeweg wel steeds meer in geloven. Komt het goed?
Ik vind het is een mooie film, al komt me de clou een beetje als een deus ex machina voor. Wel zet James Stewart een alleszins acceptabele journalist neer. Mede daardoor is de film me als recensiecijfer best een 7½ waard.
Een van de eerste zaken die ik gewaar word, als ik op (eerste) kerstdag op het balkon ga zitten, is een tweetal kerstmannen (kerstlui?), van kop tot teen in een roodwit kostuum. Ze komen over de Vientinueve de Abril voorbij sjezen op een grote motor. Dit is de morgen dat zo iets moet kunnen, vind ik.
Moet ik iets muzikaals met kerstmis doen? Dan vertel ik jullie dat ik op mijn computer “Jingle bells” heb staan in diverse maten en soorten. Natuurlijk is er de versie van ieder van het drietal van de Ratpack: Dean Martin, Frank Sinatra en Sammy Davis Jr. Daarnaast kan ik ook sier maken met vertolkingen van Diana Krall, Les Paul & Mary Ford, Freddie King, the Nitty Gritty band en Ricky Nelson. En laten we de bands van Count Basie en van Benny Goodman niet vergeten.
Jullie willen er nog eentje? “Rudolph the red-nosed reindeer” vind ik terug bij Dean Martin (alweer) en ook bij bijv. Bing Crosby & Ella Fitzgerald, Al Martino, Jack Johnson en Jewel. Chuck Berry komt met een interessante variant: “Run, Rudolph, run”.
Afspelen van de nummers is er voor mij niet bij.
Op de boulevard is het op (onze) kerstavond het tegenovergestelde van uitgestorven. Heet dat stampvol? Je kunt over de koppen lopen, zo druk. Bij de kerststal van zand staat een rij wachtenden van zeker dertig meter. Het wordt tijd dat ik mijn “dejame pasar” shirt uit de kast haal.
Eva en Dalí komen mij van 1 tot 5 januari een bezoek brengen. Ze logeren in hotel Cantur, waar is dat nou weer? Het opzoeken op internet is een fluitje van een cent. Ik moet ervoor zijn op Sagasta 28, op zeg 100 meter van mijn huis. Dan bedenk ik dat René, vriend van Marc, daar een tijdje terug met zijn vriendin een week gelogeerd heeft. Ze waren best content over het hotel.
Woensdag is het alweer “Boxing Day”, als in Engeland een compleet voetbalprogramma wordt afgewerkt (en Manchester City voor de tweede keer op rij verliest). Dit lijkt me de dag om jullie weer eens onder rijmwoorden te bedelven. Ik heb er een: wat rijmt er op “tapa”, als we ons beperken tot twee lettergrepen. Terzijde: een “tapa” is een deksel zoals van de wc: “tapa de inodoro” of op een glaasje om de vliegen weg te houden.
Misschien zijn rijmwoorden “lapa”, “rapa” en “zapa” te moeilijk, dus die krijgen jullie nu alvast cadeau. Een “lapa”is een soort slak en “rapa” komt van het werkwoord “rapar”, scheren, heel kortknippen (maar een scheerapparaat is een “máchina de afeitar). Een “zapa” is een schop of loopgraaf. Hoeveel andere rijmwoorden op “tapa” hebben jullie kunnen bedenken?
Alfabetisch begin ik met “capa”, in goed Nederlands een cape en een laag. Ik zie het bijv. terug in “estar de capa caida”, op zijn retour zijn en drielaags wc-papier “papél higiénico de tres capas” (om ongerief aan je hand bij het kontvegen te vermijden). Dan heb ik “grapa” voor jullie. Dat is niet primair een Italiaanse likeur, maar een nietje. Tegen een nietmachine zeggen de Spanjaarden “grapadora”, dat jullie het maar weten.
Een ander rijmwoord is uiteraard “mapa”, landkaart. Iedereen die hier voor het eerst bij mij op bezoek komt, krijgt van mij een plattegrondje van Las Palmas, gehaald bij het toeristenbureautje op de boulevard. “Napa” staat vanzelf voor het Nederlandse nappa; alleen de medeklinkers c, r, l en n (Carolina) kunnen in het Spaans dubbel voorkomen, de p niet. Blijft voor mij “papa” over. Dat is Canarisch voor aardappel, zoals in “papas arrugadas”, aardappeltjes in de schil gekookt en voor de paus, “el papa”. “Ser más papista que el papa” is roomser zijn dan de paus. Als je echter de klemtoon op de tweede lettergreep legt, is het vader, zoals in “jugar a los papás”, vadertje en moedertje spelen. En wie staat er voor “Papá Noel”? Dat is niemand minder dan de kerstman, op zijn arreslee, “en su trineo”, met elanden ervoor, “con antes antes”.
Dan is het al weer briefverstuurdag. Vanmiddag gaat hij uit, “que Dios me asista”, God sta me bij. Ik heb een mini-hoop dat ik die hierna, mijn tiende, kan posten op 2 januari, bij Eva en Dalí in hotel Cantur. Als dat niet lukt, houden jullie hem maar tegoed tot 8 januari, als nummertje 11 jullie kant op gaat komen.
Voor nu: zet eens de bloemetjes buiten. Dit zijn de dagen dat we ons moeten nat houden, toch? En wat betreft de oliebollen op oudejaarsavond, een bol of vijf de man, “mèt vlege”, plus een of twee appelflappen is toch wel het minste, om alle drank een beetje bodem te geven. Tot ziens maar weer, hasta luego, tot in 2019, PaulK.
BOEKENBIJLAGE
Begin november mag ik een extra 10 kilo koffertje vol boeken meesjouwen naar Las Palmas, nog los van wat Trudie daarna nog voor mij mee wil nemen. Zo hoef ik mij niet te beperken tot een rijtje recente thrillers, maar kan ik met ook allerlei anders op de proppen komen. Hoe ik er vervolgens bij kom om ook een boek van beroepsschaker Jan Timman in mijn bagage te doen, vind ik vreemd. Aan de andere kant, pourquoi pas? In 2002 verschijnt zijn boek(je) “Een sprong in de Noordzee”, dat ik hier kort ga bespreken.
Sloddervos Jan Timman is als grootmeester en net geen wereldkampioen de hele wereld de nodige keren overgevlogen Van wat hij op sommige van zijn reizen heeft meegemaakt – en dan heb ik het niet primair over zijn schaken, maar de entourage ervan – doet hij verslag. Het boek telt 19 stukjes op bijna 200 bladzijden, geschreven over een periode van 31 jaar. (Zo kan ik het ook, denk ik dan. Als ik de aardigste stukjes weblogbrief over de afgelopen 14¼ jaar zou bundelen, zou ik zonder meer uitkomen op een veelvoud ervan.)
Veel wordt ik eerlijk gezegd niet wijzer van zijn ontboezemingen. Ze variëren van zijn korte bezoek aan de Argentijnse schrijver Borges en zijn aanhoren van Donner tot zijn kennismaking met Mulisch en (alweer maar een beetje) afkeer van Kasparov, die hij wel de beste schaker van de 20ste eeuw noemt. We krijgen ook korte beschrijvingen van bijv. de beperkte schaakwereld in de Verenigde Staten en ontmoetingen met inwoners van bijv. Bosnië en Honduras. Samengevat vind ik zijn verhaaltjes nooit echt spannend of komisch. Voor wie het wil weten, de titel van het boek slaat op de zelfmoord van de Nederlandse schaakjournalist Norman van Lennep meer dan honderd jaar geleden.
Mag ik het daarbij laten? Als recensiecijfer komt Jan Timman met zijn “Een sprong in de Noordzee” nog goed weg, als ik hem met een 6½ bedeel. Meer zit er voor dit werkje niet in.
Iedere winter kom ik in deze boekenrubriek weer opnieuw aanzetten met thrillerschrijver Michael Connelly. Van hem heb ik echt alles gelezen behalve zijn allerlaatste boeken. Deze week verblijd ik jullie met mijn recensie van “The Crossing” uit 2015. De titel verwijst ernaar dat een ex-politieman eigenlijk nooit de verdediging in een strafzaak zou helpen, altijd aan de kant van de aanklager hoort te staan. Uiteraard speelt het boek, zoals nagenoeg alle werk van Michael Connelly, in Los Angeles.
Harry Bosch, de eruit gebonjourde detective met pensioen, heeft weinig om handen, als diens halfbroer advocaat Mickey Haller, hem inhuurt om te helpen bij het proces tegen Da’Quan Foster. Dat is een ex-boef die al vele jaren uit de gevangenis is gebleven, maar nu wel is opgepakt en vastgezet vanwege de vermeende moord op de vrouw van een hoge politieman, Lexi Parks. Volgens Mickey Haller zou Foster compleet onschuldig zijn, zelfs nu er wel DNA-bewijs van hem (sperma) op het slachtoffer gevonden zou zijn. Harry Bosch heeft best wel moeite met zijn rol in de verdediging, “the crossing”, maar laat zich overhalen, mits hij maar ook de echte dader(s) kan helpen opsporen.
Dat lijken al snel twee mannen van de zedenpolitie zijn: Don Ellis en Kevin Long. Zij zouden ook achter enkele andere latere moorden zitten, zoals op travestiet James Allen die verklikker voor hen was en de tweeling Ngugen van een juwelierszaak, bij wie de man van Lexi Parks een dure horloge voor haar heeft gekocht. Die horloge komt van een plastisch chirurg, dr. Schubert, die zich door het tweetal politiemensen laat chanteren. Harry Bosch krijgt als P.I. de nodige tegenwerking van de politie, die het maar niks vindt dat hij overgelopen is, maar gelukkig is er ook hulp van enkele oud-collega’s. Op het einde van het verhaal ben ik als lezer zo waar getuige van enkele regelrechte schietpartijen.
Steeds als ik aan een boek van Michael Connelly begin, blijf ik geboeid en in een hoog tempo doorlezen tot ik het uit heb. De man houdt me echt van de straat; ook bij “The Crossing” is dat het geval. Het duurt deze keer nogal voordat ik helemaal door heb hoe de vork precies in de steel zit, maar wat is het allemaal weer spannend. Als recensiecijfer kom ik deze keer uit op een 8+, zoals het bij Michael Connelly hoort. Ik heb er nog een te gaan, “Two Kinds Of Truth” uit 2017, en ik kijk ernaar uit om ook dat boek ter hand te nemen.
Ik heb er nog een: “A Philosophical Investigation” van Philip Kerr uit 1992. Ik heb me eerder voorgenomen dat ik alles van deze dit jaar overleden schrijver ga lezen en zo kom ik ook op dit boek uit. Een paar keer bekruipt me al lezende het gevoel dat ik het al eens eerder in handen heb gehad, maar dan is het toch weer: nee, niet. Het verhaal speelt in Londen, in 2013 (ruim twintig jaar na de verschijningsdatum).
Isodora Jacowicz, kortweg Jake, wordt als politie-inspecteur gevraagd om zich te verdiepen in de moorden op positief testende deelnemers van het Lombroso programma. Daarmee worden de zeldzame mensen opgespoord die geen Ventro Medical Nucleas hebben. Zij zouden dan bij stress heel agressief kunnen worden, maar ook is mogelijk dat ze heel kunstzinnig zijn. Het is voor Jake niet eenvoudig om de bestaande politie en de bedenkers van het program op een zijspoor te zetten. En het moorden gaat intussen maar door. De ene na de andere personen, steeds mannen, in het programma aangeduid met de naam van een filosoof, krijgt een nekschot. Gaandeweg kom ik te weten kom dat de dader zelf ook VMN negatief is en de naam Ludwig Wittgenstein heeft. Jake en haar medewerkers Chung, Crawshaw en Jones met op de achtergrond professor Lang doen hun uiterste best. Het duurt tot slachtoffer twaalf, voordat Jake de moordenaar weet op te sporen. Terzijde lost ze ook nog de seriemoorden van de “lipstick killer” op.
Het verhaal speelt in de toekomst, als iedereen een pictafoon heeft en sommige mensen thuis een Reality Approximation outfit hebben voor bij hun (sexueel getinte) videogame. Na zijn veroordeling wordt de dader als straf in “punitive coma” gestopt voor heel lang. “Philosophical Investigations” is een boek van Ludwig Wittgenstein, waarin zijn eerdere fouten van “Tractatus” gecorrigeerd worden.
Het moet maar eens gezegd: ik vind dit boek ietsje minder dan allerlei andere boeken van Philip Kerr, de meeste met de Berlijnse politieman Bernie Gunther in en rond de Tweede Wereldoorlog. Natuurlijk, er zit best spanning in, maar o.a. de stukken van de moordenaar zelf (kijk eens op blz. 250-252 voor een voorbeeld) lezen niet echt prettig weg. Als recensiecijfer kom ik zodoende niet verder dan een 7-. Wellicht kan mijn Maastrichtse buurvrouw Jenny, filosofieprofessor in Tilburg, er haar voordeel mee doen.
Queridos amigos y familia, de datum 27 december 2018 heb ik enigszins provisorisch boven deze brief gezet, omdat het hier nu rare weken zijn. Ik heb meegekregen dat de universiteit in het nieuwe jaar tot en met 7 januari sowieso op slot zit, dus dan is het hierna afzien, tenzij ik elders onderdak vind om begin januari een brief te versturen. Of ik wel terecht kan vlak na de kerst, op derde kerstdag, is mij pas duidelijk, als ik vanmiddag zuidwaarts ga met stadsbus 12. Mochten jullie mijn brief nog te lezen krijgen in 2018, dan is het mij gelukt.
Laat ik intussen gewoon terug in de tijd gaan of er niks aan de hand is. Bij mijn bushalte op Santa Catalina zie ik een aparte reclame van Coca Cola, in de geest van de Heilige Geest. Het “Espiritu” springt eruit: ¨Comparte El Espiritu de la Navidad¨, deel met anderen de geest van kerstmis. Onderweg met de bus zie ik sommige passagiers een kruisje slaan, als ze voorbij een van de kerken komen die op de route liggen. Mijn zegen hebben ze, als ik maar niet mee hoef te doen.
Op de universiteit begin ik zoals steeds met mijn brief 14.07 te versturen en hem voor mijn archief uit te printen. Dan zijn de clips van Harry aan de beurt. Ik heb deze keer het meeste op met een nummer van Tony Joe White & Eric Clapton uit 2006: “Did somebody make a fool out of you?” Andere interessante clips komen van de Johnny Otis Show uit 1958 met “Willie and the hand jive” en ene mij onbekende jazzgitarist Alex Bourdon met “Delta blues” uit 2016.
Dan klik ik door naar Harry’s artikel over Frans Nienhuys: “Men vraagt en wij draaien”. Hij is van 1909 (gestorven in 1994) en actief als draaier van verzoekplaatjes bij de Vara vanaf 1935. Met een onderbreking van 1941 tot 1945 gaat hij daarmee door tot 1951. Waarom hij in dat jaar door de omroep aan de kant wordt gezet, blijft een beetje duister. In 1960, 1961 huurt piratenzender radio Veronica hem in om het familieprogramma voort te zetten, nog eens zo’n twaalf jaar lang.
Disc jockeys avant la lettre à la Frans Nienhuys presenteren in de tweede helft van de jaren dertig met name muziek die dan bij zijn publiek populair is: stukjes uit opera’s en operettes, genrestukjes en ook wel walsen en marsen. In de top 10 uit de periode 1935-1941 staat het nonnenkoor uit Casanova (van Anni Frind?) uit 1929 op 1. Joseph Schmidt komt maar liefst drie keer voor in de top 10, o.a. met: Ik hou van Holland” uit 1937. Ook de bekende bolero van Ravel uit 1930 is present.
In mijn nieuwe rubriek Astronomie voor de Universiteit van Nederland (grapje) laat ik deze keer een medewerker van Ralph Wijers aan het woord: Lucas Ellenbroek van dezelfde Universiteit van Amsterdam. Hij vraagt zich in een college af of er misschien buitenaards leven is in onze melkweg? Daarvoor gebruikt hij de trechter van Frank Drake, die begint met zich in te perken tot niet al te omvangrijke planeten met een vaste grond (daarmee valt bijv. de gasvormige Jupiter af). Blijven er een kleine 300 over, maar de toevoeging dat er wel vloeibaar water op de planeet moet vóórkomen (samenhangend met de afstand tot een zon) doet het aantal alweer fors dalen. Dan is bijv. ook nog de temperatuur samenhangend met onze atmosfeer van belang. Voor zo ver we het kunnen overzien, wordt het aantal potentieel interessante planeten daarmee echt teruggebracht tot een handje.
Met het opvangen en bekijken van radiostralen zou gekeken kunnen worden of er vanuit onze melkweg of verder weg in het heelal tekenen van leven zijn die ons bereiken (zoals van Proxima B). Tot dusver is er slechts eenmalig, in 1977, een “Wow”-signaal opgevangen, verder niet. Met planethunter.org en seti.nl zou iedere geïnteresseerde voor de nabije toekomst zijn radiostraling-bijdrage kunnen leveren. Lucas Ellenbroek ziet vooralsnog geen buitenaards leven verschijnen, maar wat niet is , kan nog komen.
Terug bij het Castillo de la Luz blijkt het bibliotheekje vanaf nu tot 15 januari ‘s avonds gesloten te zijn. Helaas, pindakaas. Dus loop ik vanavond om 7 uur vanaf het parkje door naar de boulevard om op zijn ouderwets nu.nl te bemonsteren op een bank tegenover La Oliva. Geen nieuws, goed nieuws, zal ik maar zeggen.
Op de vrijdagmorgen weet ik niet hoe snel ik mijn nieuwe cd bij jullie moet pushen. Tot de groepen die steevast jaar in jaar uit bovenaan staan in de top 2000 van Nederland, reken ik vlak achter Queen (met “Bohemian Rapsody”) en de Eagles (met “Hotel California”) Led Zeppelin met hun “Stairway to heaven” uit 1971. Eerder werd Led Zeppelin al bekend met o.a. “Whole lotta love” in 1969 en “Immigration Song” in 1970. Led Zeppelin is de groep van ex-Yardbirds gitarist Jimmy Page, die daarvoor naast andere muzikanten ook Robert Plant heeft aangetrokken. Van Jimmy en Robert, met hun tweeën, heb ik een cd uit 1998: “No Quarter” die ik jullie misschien ook nog wel eens ga voorzetten.
Hier en nu wil ik het eens kort over Robert Plant hebben. Hij is van 1948, dus nu 70 jaar, en komt uit het Engelse West-Bromwich (in de West Midlands). Na zijn carrière bij Led Zeppelin heeft hij op muzikaal terrein van alles gedaan, ook een aantal soloplaten gemaakt. De laatste daarvan, uit 2017, is “Carry Fire”. Die zie ik afgelopen zomer in Centre Ceramique liggen en dan is kopiëren snel gebeurd. Hier zijn voor jullie de elf nummers van “Carry Fire”:
01. The May queen
02. New world
03. Season’s song
04. Dance with you tonight
05. Carving up the world again. A wall and not a fence
06. A way with words
07. Carry fire
08. Bones of saints
09. Keep it hid
10. Bluebirds over the mountain (& Chrissie Hynde)
11. Heaven sent
Heel wat mensen blijven graag hangen bij de muziek en de artiesten die ze in hun jeugd mooi hebben gevonden. Dat geldt ook voor mij. Oudjes zoals Robert Plant kunnen mij nog van de denkbeeldige bank krijgen. Op deze best wel aimabele cd gaat mijn voorkeur – voor wie dat van me wil vernemen – vooral uit naar nummers 1, 2, 4, 7 en 9.
Vanmiddag heb ik helaas afscheid moeten nemen van mijn tijdelijke overburen op Luis Morote 19, een hoog. Zo zou je ze altijd willen hebben, meegaande types als dat tweetal. Daarvoor in de plaats zie ik even later een asociale familie op het balkon verschijnen, inclusief de nodige deugnieten van kinderen, batjakkers. Je kunt als min of meer verplichte overbuur niet altijd het geluk aan je kant hebben. Gelukkig heeft mijn onvolprezen potsvrow Sonia intussen wel mijn flat weer onder handen genomen. Die is om 6 uur weer “limpio a la plata”, brandschoon. Je kunt er weer van de vloer eten, “comer sopas”.
Op de vrijdagavond is het in de stad en ook bij mij in de straat echt gezellig. De diverse terrassen zitten vol en zelfs staan er de nodige mensen buiten te feesten. Kennelijk is men zijn vrijheid aan het vieren of doet men zijn best op een uitje met de collega’s of de familie en vrienden. Het hoogfeest is op de kalender pas over vier dagen, “nochebuena”, kerstavond een dag eerder, maar in de Luis Morote zijn de “felices fiestas” kennelijk al begonnen.
Laat ik eens naar buiten brengen dat dit het soort buiten-de-deur avonden zijn die mij bijzonder aanspreken, zelfs ook als de horeca hier er om een uur of 10 de brui aan geeft. Terzijde, bij don Manué aan de overkant zit de vaart er dan nog even in. Als ik hier nu gezelschap had – maar dat heb ik niet – zou ik me prima op een terras thuis voelen.
Op de zaterdag zie ik helaas te veel goedbedoelde kerstattributen om me heen. Vooruit, een schoolkind of nog jonger met een kerstmuts op, daar kan ik wel een paar dagen mee leven. Maar volwassenen, zelfs 50-plussers, die op hun hoofd een stuk elandgewei hebben vastgezet of enkele mini-sparretjes, dat zou toch van hoger hand zwaar afgeraden moeten worden. Een kerstman aan een touwtje aan de gevel die verwoed probeert om bij je door het raam naar binnen te klimmen, kan toch met goed fatsoen ook niet. Overigens, de Scandinavische toeristen schijnen zich veel meer dan autochtonen van deze onzin te bedienen.
Terzijde, bij mij in de straat mag ik ook al de eerste ontploffende rotjes constateren. Jongens, kunnen jullie daar misschien mee wachten tot oudejaarsavond laat, “nochevieja”? En op 1 januari na 1 uur moet voor mij het vuurwerk wel weer passé zijn.
Met enkele t-shirt-opschriften laat ik jullie merken dat ik er op mijn manier wel bij hoor. De minste van de twee van vanavond op de boulevard is voor mij: “The past is gone”, het verleden is voorbij. Zo kan ik het ook, bedenk ik dapper. Veel meer in de haak vind ik de voorgevel van een dame van middelbare leeftijd die mij verblijdt met het zinnetje: “Beyond perfect tonight”, meer dan perfect vanavond. Met zo’n slagzin kun je sier mee maken.
Terwijl het ook op zaterdagavond best gezellig is op de terrassen, kies ik voor de variatie eens voor een film op mijn laptop-buis. Het wordt er een van regisseur Andy Tennant, “Hitch” uit 2005. De film speelt in Manhattan in New York en begint met het nummer “What a wonderful world” van Sam Cooke, dus dan kan hij moeilijk meer stuk.
In de hoofdrol zie ik niemand minder dan dan troetelneger Will Smith. In de film heet hij : “Hitch”, voluit Alex Hitchens en verdient hij zijn geld als consultant in liefdeszaken, “date doctor”. Wie hem inhuurt, krijgt min of meer de toezegging dat diens potentiële liefde binnen drie afspraakjes voor de bijl zal gaan. Er komen in sneltreinvaart voorbeelden voorbij. Dan verschijnt ene Albert Brennaman (gespeeld door Kevin James) ten tonele die de sympathie probeert te winnen van celebrity Allegra Cole (gespeeld door Amber Valletta). Krijgt Hitch zijn zin en wordt het wat? Intussen heeft hij het zelf best wel moeilijk mee om New York Standard journaliste en uitgesproken vrijgezel Sara Melas (gepeeld door Eva Mendes) voor zich te winnen.
Laat ik het toegeven: ik vind de film leuker dan ik vooraf in gedachte had. Het is best een aardige komedie, eentje voor het hele gezin op de zaterdagavond.
Eerder heb ik jullie verteld dat ik een grote doos lucifers aan de dames van “De Francesco” gedoneerd heb, c.q. per ongeluk uit mijn keukenraam naar beneden heb laten vallen en daarna niet meer teruggevraagd heb. Dan blijkt dat de afstrijkrand van mijn enige overgebleven doosje “zwegele” het niet goed meer doet. Dat moet mij nou weer overkomen. Ik moet er dus op uit om nieuwe lucifers of een aansteker te kopen, als ik tenminste een acceptabele portie zuurvlees, die ik in de koelkast heb staan, wil opwarmen. Denk ik op de zondagmorgen: op de rommelmarkt moet ik toch zeker een aansteker op de kop kunnen tikken.
Ter plekke blijkt dat ik nu (naast de standaard volksmuziek op de zaterdagmorgen) ook op zondagochtend verplicht vergast wordt op onvervalste regionale muziek. Die komt deze keer van een twintigtal mannen in allemaal dezelfde Canarische klederdracht: ruime zwarte broek, los wit hemd en een zwart hoedje. Mijn vrienden zullen het niet worden, maar misschien is het deze keer eenmalig.
Op de terugweg naar huis, met een aansteker, kom ik erop dat ik mijn zuurvlees, als was het diepvriesgroente, net zo goed in de magnetron kan opwarmen. De aansteker blijft nog even buiten schot.
Ik heb niks in me van een snelwandelaar. Zoals mensen als Trudie zonder pardon 6, 7 km per uur lopen, en dat uren achter elkaar, dat is mij niet gegeven. Aan de andere kant, met een beetje doorlopen heb ik wel wat. Treuzelende meutes van een mannetje of 4, 5, 6 naast elkaar op Las Canteras hoeven voor mij niet. Die wil ik het liefste passeren, als ik mijn avondwandelingetje langs de zee maak.
Zo kom ik op een opschrift op een T-shirt dat ik zelf bedacht heb. Het is in het Spaans, zoals het hier hoort. Mijn bijdrage aan de feestvreugde voor vanavond is: “¡Dejame pasar!”, ga uit mijn weg. Zo nodig mag ik met mijn ellebogen nog enige kracht bijzetten.
Op de maandag begeef ik me naar de “mercado central” om mijn voorraad arabico koffie uit Kenia op peil te brengen. Onderweg erheen zie ik een metersgrote annonce die mij uit het hart gegrepen is. De “Servicio Canario de la Salud”, gezondheidsdienst van de provincie (“govierno”) beeldt een zorgzame dokter af, met stethoscoop, met erbij de tekst: “LO PRIMERO”, de eerste,”es acudir a urgencias de atención primaria: rapido, fácil y cerca de casa”, klop voor een urgent probleem eerst aan bij de eerstelijnszorg: snel, gemakkelijk en dicht bij huis. “Si lo nececitas , tienes un equipo de profesionales muy cerca de ti”, Als je het nodig hebt, vind je professionele zorg vlakbij.
De tekst is me uit het hart gegrepen. Hier en ook in Nederland wordt veel te snel een ambulance gebeld om een patiënt af te voeren naar de EHBO van een ziekenhuis dan wel naar een specialist gehold. Wat is er mis met de eerste lijn als poortwachter? Die is speciaal bedoeld om met kennis van zaken het vele kaf van het koren te scheiden, eventueel te helpen bij het kiezen van de juiste specialist. “Pluis of niet pluis”, hoor ik André Knottnerus al zo’n dertig jaar geleden aan me verkondigen. De makers van deze al te ware advertentie krijgen de “compleminte” van me.
Zo druk en gezellig het de afgelopen avonden was, zo rustig – is sereen het woord? - is het maandagavond, “nochebuena” bij mij in de straat. Om 8 uur zijn alleen de parfumzaken nog open om op de valreep nog een paar late klanten te kunnen bedienen.
Laat ik voor de variatie dan maar eens nu, ‘s avonds al eens een nieuw stukje muziek opzetten. Onlangs (zie boven) heeft de zwarte Rhythm & Blues coryfee Sam Cooke mij uit mijn tent gelokt met zijn “(What a) wonderful world”. Misschien is het tijd om hém eens een refill te geven.
Sam Cooke is van Clarksville, Mississippi, geboren in 1931. Zijn zangcarrière begint met gospel en loopt van 1951 tot aan zijn overlijden in 1964, als hij wordt doodgeschoten in de lobby van een hotel in Los Angeles (waar hij zich misdraagt). De jongeman is goed voor echt een hele vrachtwagen hits. Ik heb op mijn computer helaas maar weinig originele Lp’s van hem staan; vooral compilaties slaan de klok, maar daarop komt zijn veelzijdig singer-songwriterschap wel prima tot zijn recht. Laat ik eens de overzichtsplaat “Portrait of a legend 51-64” uit zijn hoes halen, waarop maar liefst 31 Sam Cooke nummers staan. Is dat wat veel van het goede om hier te presenteren? Vooruit, dan maak ik nog weer eens mijn eigen selectie daaruit van een zestiental nummers:
01. You send me
02. Only sixteen
03. For sentimental reasons (niet SC, Best, Watson)
04. I’ve come running back to you
05. Cupid
06. What a Wonderful world (SC, Adler, Alpert)
07. Chain gang
08. Bring it on home to me
09. Nothing can change this love
10. Ain’t that good news
11. Twistin’ the night away
12. Shake
13. Another Saturday night
14. Good times
15. Having a party
16. A change is gonna come
Het repertoire van Sam Cooke loopt van de vrolijkheid zelve, zoals in bijv. “(What a) wonderful world” en “Having a party” tot politiek getinte nummers als “Chain gang” en vooral “A change is gonna come”. Voor mij zijn sommige van Sam Cooke’s nummers als “For sentimental reasons” en “Good news” echte evergreens.
Als het maandagavond ietsje later echt uitgestorven is op straat, laat ik me (door mezelf) overhalen om binnen nog weer eens een film in mijn laptop te doen. Het wordt er deze keer een uit de oude doos: “Call Northside 777” van regisseur Henry Hathaway, uit 1948. Het is een beetje rare titel; ik prefereer het Spaanse “Yo Creo En Ti”, ik geloof in jou.
Hij speelt allereerst in 1932-33 in Chicago in de tijd van drooglegging, als twee Poolse mannen, Frank Wiezek (gespeeld door Richard Conte) en zijn vriend Tomek Zolesta, veroordeeld worden voor een winkelroof met de moord op agent John Bundy. Elf jaar later gaat Chicago Times journalist P.J. (Jim) MacNeal, Mac voor zijn vrienden, in het echt James Stewart, zich voor de zaak interesseren, samen met zijn baas bij de krant Kelly (gespeeld door Lee Cobb). Aanleiding: de arme moeder van Frank Wiezek looft met een annonce 5000 dollar als beloning uit voor wie kan aantonen dat haar zoon elf jaar eerder vrijuit gaat. Frank‘s vrouw is intussen opnieuw getrouwd met een ander en Wanda Skulnik, die destijds bij de moord aanwezig was, is zwaar aan lager wal geraakt. Mac twijfelt eerst nog erg aan Frank’s onschuld, maar gaat daar gaandeweg wel steeds meer in geloven. Komt het goed?
Ik vind het is een mooie film, al komt me de clou een beetje als een deus ex machina voor. Wel zet James Stewart een alleszins acceptabele journalist neer. Mede daardoor is de film me als recensiecijfer best een 7½ waard.
Een van de eerste zaken die ik gewaar word, als ik op (eerste) kerstdag op het balkon ga zitten, is een tweetal kerstmannen (kerstlui?), van kop tot teen in een roodwit kostuum. Ze komen over de Vientinueve de Abril voorbij sjezen op een grote motor. Dit is de morgen dat zo iets moet kunnen, vind ik.
Moet ik iets muzikaals met kerstmis doen? Dan vertel ik jullie dat ik op mijn computer “Jingle bells” heb staan in diverse maten en soorten. Natuurlijk is er de versie van ieder van het drietal van de Ratpack: Dean Martin, Frank Sinatra en Sammy Davis Jr. Daarnaast kan ik ook sier maken met vertolkingen van Diana Krall, Les Paul & Mary Ford, Freddie King, the Nitty Gritty band en Ricky Nelson. En laten we de bands van Count Basie en van Benny Goodman niet vergeten.
Jullie willen er nog eentje? “Rudolph the red-nosed reindeer” vind ik terug bij Dean Martin (alweer) en ook bij bijv. Bing Crosby & Ella Fitzgerald, Al Martino, Jack Johnson en Jewel. Chuck Berry komt met een interessante variant: “Run, Rudolph, run”.
Afspelen van de nummers is er voor mij niet bij.
Op de boulevard is het op (onze) kerstavond het tegenovergestelde van uitgestorven. Heet dat stampvol? Je kunt over de koppen lopen, zo druk. Bij de kerststal van zand staat een rij wachtenden van zeker dertig meter. Het wordt tijd dat ik mijn “dejame pasar” shirt uit de kast haal.
Eva en Dalí komen mij van 1 tot 5 januari een bezoek brengen. Ze logeren in hotel Cantur, waar is dat nou weer? Het opzoeken op internet is een fluitje van een cent. Ik moet ervoor zijn op Sagasta 28, op zeg 100 meter van mijn huis. Dan bedenk ik dat René, vriend van Marc, daar een tijdje terug met zijn vriendin een week gelogeerd heeft. Ze waren best content over het hotel.
Woensdag is het alweer “Boxing Day”, als in Engeland een compleet voetbalprogramma wordt afgewerkt (en Manchester City voor de tweede keer op rij verliest). Dit lijkt me de dag om jullie weer eens onder rijmwoorden te bedelven. Ik heb er een: wat rijmt er op “tapa”, als we ons beperken tot twee lettergrepen. Terzijde: een “tapa” is een deksel zoals van de wc: “tapa de inodoro” of op een glaasje om de vliegen weg te houden.
Misschien zijn rijmwoorden “lapa”, “rapa” en “zapa” te moeilijk, dus die krijgen jullie nu alvast cadeau. Een “lapa”is een soort slak en “rapa” komt van het werkwoord “rapar”, scheren, heel kortknippen (maar een scheerapparaat is een “máchina de afeitar). Een “zapa” is een schop of loopgraaf. Hoeveel andere rijmwoorden op “tapa” hebben jullie kunnen bedenken?
Alfabetisch begin ik met “capa”, in goed Nederlands een cape en een laag. Ik zie het bijv. terug in “estar de capa caida”, op zijn retour zijn en drielaags wc-papier “papél higiénico de tres capas” (om ongerief aan je hand bij het kontvegen te vermijden). Dan heb ik “grapa” voor jullie. Dat is niet primair een Italiaanse likeur, maar een nietje. Tegen een nietmachine zeggen de Spanjaarden “grapadora”, dat jullie het maar weten.
Een ander rijmwoord is uiteraard “mapa”, landkaart. Iedereen die hier voor het eerst bij mij op bezoek komt, krijgt van mij een plattegrondje van Las Palmas, gehaald bij het toeristenbureautje op de boulevard. “Napa” staat vanzelf voor het Nederlandse nappa; alleen de medeklinkers c, r, l en n (Carolina) kunnen in het Spaans dubbel voorkomen, de p niet. Blijft voor mij “papa” over. Dat is Canarisch voor aardappel, zoals in “papas arrugadas”, aardappeltjes in de schil gekookt en voor de paus, “el papa”. “Ser más papista que el papa” is roomser zijn dan de paus. Als je echter de klemtoon op de tweede lettergreep legt, is het vader, zoals in “jugar a los papás”, vadertje en moedertje spelen. En wie staat er voor “Papá Noel”? Dat is niemand minder dan de kerstman, op zijn arreslee, “en su trineo”, met elanden ervoor, “con antes antes”.
Dan is het al weer briefverstuurdag. Vanmiddag gaat hij uit, “que Dios me asista”, God sta me bij. Ik heb een mini-hoop dat ik die hierna, mijn tiende, kan posten op 2 januari, bij Eva en Dalí in hotel Cantur. Als dat niet lukt, houden jullie hem maar tegoed tot 8 januari, als nummertje 11 jullie kant op gaat komen.
Voor nu: zet eens de bloemetjes buiten. Dit zijn de dagen dat we ons moeten nat houden, toch? En wat betreft de oliebollen op oudejaarsavond, een bol of vijf de man, “mèt vlege”, plus een of twee appelflappen is toch wel het minste, om alle drank een beetje bodem te geven. Tot ziens maar weer, hasta luego, tot in 2019, PaulK.
BOEKENBIJLAGE
Begin november mag ik een extra 10 kilo koffertje vol boeken meesjouwen naar Las Palmas, nog los van wat Trudie daarna nog voor mij mee wil nemen. Zo hoef ik mij niet te beperken tot een rijtje recente thrillers, maar kan ik met ook allerlei anders op de proppen komen. Hoe ik er vervolgens bij kom om ook een boek van beroepsschaker Jan Timman in mijn bagage te doen, vind ik vreemd. Aan de andere kant, pourquoi pas? In 2002 verschijnt zijn boek(je) “Een sprong in de Noordzee”, dat ik hier kort ga bespreken.
Sloddervos Jan Timman is als grootmeester en net geen wereldkampioen de hele wereld de nodige keren overgevlogen Van wat hij op sommige van zijn reizen heeft meegemaakt – en dan heb ik het niet primair over zijn schaken, maar de entourage ervan – doet hij verslag. Het boek telt 19 stukjes op bijna 200 bladzijden, geschreven over een periode van 31 jaar. (Zo kan ik het ook, denk ik dan. Als ik de aardigste stukjes weblogbrief over de afgelopen 14¼ jaar zou bundelen, zou ik zonder meer uitkomen op een veelvoud ervan.)
Veel wordt ik eerlijk gezegd niet wijzer van zijn ontboezemingen. Ze variëren van zijn korte bezoek aan de Argentijnse schrijver Borges en zijn aanhoren van Donner tot zijn kennismaking met Mulisch en (alweer maar een beetje) afkeer van Kasparov, die hij wel de beste schaker van de 20ste eeuw noemt. We krijgen ook korte beschrijvingen van bijv. de beperkte schaakwereld in de Verenigde Staten en ontmoetingen met inwoners van bijv. Bosnië en Honduras. Samengevat vind ik zijn verhaaltjes nooit echt spannend of komisch. Voor wie het wil weten, de titel van het boek slaat op de zelfmoord van de Nederlandse schaakjournalist Norman van Lennep meer dan honderd jaar geleden.
Mag ik het daarbij laten? Als recensiecijfer komt Jan Timman met zijn “Een sprong in de Noordzee” nog goed weg, als ik hem met een 6½ bedeel. Meer zit er voor dit werkje niet in.
Iedere winter kom ik in deze boekenrubriek weer opnieuw aanzetten met thrillerschrijver Michael Connelly. Van hem heb ik echt alles gelezen behalve zijn allerlaatste boeken. Deze week verblijd ik jullie met mijn recensie van “The Crossing” uit 2015. De titel verwijst ernaar dat een ex-politieman eigenlijk nooit de verdediging in een strafzaak zou helpen, altijd aan de kant van de aanklager hoort te staan. Uiteraard speelt het boek, zoals nagenoeg alle werk van Michael Connelly, in Los Angeles.
Harry Bosch, de eruit gebonjourde detective met pensioen, heeft weinig om handen, als diens halfbroer advocaat Mickey Haller, hem inhuurt om te helpen bij het proces tegen Da’Quan Foster. Dat is een ex-boef die al vele jaren uit de gevangenis is gebleven, maar nu wel is opgepakt en vastgezet vanwege de vermeende moord op de vrouw van een hoge politieman, Lexi Parks. Volgens Mickey Haller zou Foster compleet onschuldig zijn, zelfs nu er wel DNA-bewijs van hem (sperma) op het slachtoffer gevonden zou zijn. Harry Bosch heeft best wel moeite met zijn rol in de verdediging, “the crossing”, maar laat zich overhalen, mits hij maar ook de echte dader(s) kan helpen opsporen.
Dat lijken al snel twee mannen van de zedenpolitie zijn: Don Ellis en Kevin Long. Zij zouden ook achter enkele andere latere moorden zitten, zoals op travestiet James Allen die verklikker voor hen was en de tweeling Ngugen van een juwelierszaak, bij wie de man van Lexi Parks een dure horloge voor haar heeft gekocht. Die horloge komt van een plastisch chirurg, dr. Schubert, die zich door het tweetal politiemensen laat chanteren. Harry Bosch krijgt als P.I. de nodige tegenwerking van de politie, die het maar niks vindt dat hij overgelopen is, maar gelukkig is er ook hulp van enkele oud-collega’s. Op het einde van het verhaal ben ik als lezer zo waar getuige van enkele regelrechte schietpartijen.
Steeds als ik aan een boek van Michael Connelly begin, blijf ik geboeid en in een hoog tempo doorlezen tot ik het uit heb. De man houdt me echt van de straat; ook bij “The Crossing” is dat het geval. Het duurt deze keer nogal voordat ik helemaal door heb hoe de vork precies in de steel zit, maar wat is het allemaal weer spannend. Als recensiecijfer kom ik deze keer uit op een 8+, zoals het bij Michael Connelly hoort. Ik heb er nog een te gaan, “Two Kinds Of Truth” uit 2017, en ik kijk ernaar uit om ook dat boek ter hand te nemen.
Ik heb er nog een: “A Philosophical Investigation” van Philip Kerr uit 1992. Ik heb me eerder voorgenomen dat ik alles van deze dit jaar overleden schrijver ga lezen en zo kom ik ook op dit boek uit. Een paar keer bekruipt me al lezende het gevoel dat ik het al eens eerder in handen heb gehad, maar dan is het toch weer: nee, niet. Het verhaal speelt in Londen, in 2013 (ruim twintig jaar na de verschijningsdatum).
Isodora Jacowicz, kortweg Jake, wordt als politie-inspecteur gevraagd om zich te verdiepen in de moorden op positief testende deelnemers van het Lombroso programma. Daarmee worden de zeldzame mensen opgespoord die geen Ventro Medical Nucleas hebben. Zij zouden dan bij stress heel agressief kunnen worden, maar ook is mogelijk dat ze heel kunstzinnig zijn. Het is voor Jake niet eenvoudig om de bestaande politie en de bedenkers van het program op een zijspoor te zetten. En het moorden gaat intussen maar door. De ene na de andere personen, steeds mannen, in het programma aangeduid met de naam van een filosoof, krijgt een nekschot. Gaandeweg kom ik te weten kom dat de dader zelf ook VMN negatief is en de naam Ludwig Wittgenstein heeft. Jake en haar medewerkers Chung, Crawshaw en Jones met op de achtergrond professor Lang doen hun uiterste best. Het duurt tot slachtoffer twaalf, voordat Jake de moordenaar weet op te sporen. Terzijde lost ze ook nog de seriemoorden van de “lipstick killer” op.
Het verhaal speelt in de toekomst, als iedereen een pictafoon heeft en sommige mensen thuis een Reality Approximation outfit hebben voor bij hun (sexueel getinte) videogame. Na zijn veroordeling wordt de dader als straf in “punitive coma” gestopt voor heel lang. “Philosophical Investigations” is een boek van Ludwig Wittgenstein, waarin zijn eerdere fouten van “Tractatus” gecorrigeerd worden.
Het moet maar eens gezegd: ik vind dit boek ietsje minder dan allerlei andere boeken van Philip Kerr, de meeste met de Berlijnse politieman Bernie Gunther in en rond de Tweede Wereldoorlog. Natuurlijk, er zit best spanning in, maar o.a. de stukken van de moordenaar zelf (kijk eens op blz. 250-252 voor een voorbeeld) lezen niet echt prettig weg. Als recensiecijfer kom ik zodoende niet verder dan een 7-. Wellicht kan mijn Maastrichtse buurvrouw Jenny, filosofieprofessor in Tilburg, er haar voordeel mee doen.
donderdag 20 december 2018
Weblogbrief 14.08, 20 december 2018
Weblogbrief 14.08, 20 december 2018
Querid@s amig@s y familia, geloof het of niet, 2018 is bijna op. Over anderhalve week al schieten we het volgende jaar weer in. Niettemin, zal ik nog even teruggaan naar halve december? Bij dezen dan, te beginnen bij 14 december, als ik mijzelf om even over 2 uur aandien op de gezondheidsfaculteit, meer precies de afdeling Sociale Geneeskunde of hoe we het stukje tweede etage willen noemen, waar Lluis en zijn troepen kantoor houden. Ik ben wat laat; mijn bus 12 erheen heeft “panne” (maar geen motorpech) gehad. De lage instap vooraan in de bus wilde ineens niet meer uitklappen. De chauffeur is erover gaan bellen, er zou een andere bus komen, maar die liet best even op zich wachten.
Hoe het ook zij, op de afdeling ben ik de enige. Ben ik helaas, pindakaas vergeten dat we voor deze vrijdagmiddag een uitje gepland staat? Ik dacht het niet. Ik houd het erop dat de kleine meute al huiswaarts is of met bezigheden buitenshuis doende is. Niet getreurd: ik kan mijn kamer in voor het versturen van mijn weblogbrief 14.07 en dat maakt me een tevreden mens.
Dan begin ik dapper aan Harry’s clips van de afgelopen dagen. Met hem breek ik allereerst een lans voor het orkest van mambokoning Perez Prado (1916-89) met zijn wereldhit “Patricia” uit 1958. Het blijft een super nummer, hoewel ikzelf de voorkeur blijf geven aan zijn “Mambo #8”. Uno, dos, tres, cuatro, cinco, seis, siete, ocho, aaaah. Ik bekijk, als extraatje na “Patricia”, twee “Mambo #8” clips van hem. De orkestleider doet er nog een vrolijk mambo dansje bij ook. Van de andere clips wijs ik jullie hier nog op die van Mary Wells met haar “My guy”, ook niet te versmaden.
Het stuk van Harry over Stevie Nicks had ik al eens gelezen. De toegevoegde clips bij dat artikel voegen weinig toe, vind ik. Ik zie wel nog een mooi interview met journalist Mick Brown over fenomeen Phil Spector, de man die volgens Mick Brown van popmuziek een kunstvorm heeft gemaakt. En ik beloof mezelf dat ik de eerste plaat van Lindsay Buckingham en Stevie Nicks uit 1973 van de zomer ga aanvragen in Rotterdam.
Hans Rosling – zie mijn vorige brief – blijft mij interesseren. Zijn jullie ermee bekend dat hij een paar jaar terug bij Arjen Lubach en zijn club gezeten heeft om zijn nieuwe wereldbeeld te promoten?
Ook astroloog, sorry astronoom Ralph Wijers van de Universiteit van Amsterdam is nog niet helemaal van me af. Van hem bekijk ik na zijn vijfluik over de oerknal nog een paar andere praatjes. Leuk: de snelheid van het licht is 300.000 km per seconde en de aarde staat 150 miljoen jaar van ons af (overigens een flinke bol versus een erwtje). Dat betekent bijv. dat ik, als ik hier naar een mooie zonsondergang kijk, die al acht minuten eerder geweest is (60x0.3x8=bijna 150). Er zijn inderdaad volgens Ralph Wijers zo’n 100 miljard melkwegen en iedere melkweg zou weer goed zijn voor zo’n 100 miljard zonnen met aanhang. Dat geeft je wel te denken over de echt minuscule positie van de aarde en zon in onze melkweg en het heelal.
Als er op YouTube zo iets bestaat als de Universiteit van Nederland, zal er wel iets soortgelijks in België zijn. Op de Universiteit van Vlaanderen kijk ik naar een lezing van Hans Geijbels over de vraag of Jezus wel bestaan heeft. Als oorspronkelijke bronnen noemt hij allereerst de brieven van Paulus, dan de vier evangeliën en tenslotte de verscheidene apocriefe. De laatste zijn bijbelboeken die niet officieel erkend zijn, zoals van Judas en Thomas, en waarin – althans volgens Hans Geijbels - ook de nodige onzin in zou staan. Het Jezus-onderzoek is pas halverwege in de vorige eeuw goed op gang gekomen, eerst via ene Kezeman die wijst op een aantal uitzonderlijkheden aan de figuur van Jezus (over de gelijkwaardigheid van vrouwen, ontrouw aan bestaande Joodse wetten en het idee van vergiffenis). Echter, pas sinds de tachtiger jaren (30-40 jaar terug) worden in ieder geval de laatste drie jaren in het leven van Jezus Christus iets duidelijker, vanaf zijn doop door Johannes in de Jordaan en daarna zijn rol als rondtrekkende genezer. Zijn kruisiging op de berg Golgotha bij Jeruzalem is op 6 april in het jaar 30 (volgens onze jaartelling); dat is tot op de dag nauwkeurig bekend. De komende zesde april valt overigens op een zaterdag (en niet op een vrijdag).
Ik heb in navolging van de onderzoekers niet het minste idee van de precieze geboorte van Jezus. Ik sluit haast uit dat de bevalling op een 25 december is geweest. Is dat niet een reden om nou eens eindelijk al die flauwekul van Bethlehem en de kribbe te staken?
Na zoveel neergepend huiswerk over mijn afgelopen vrijdagmiddag ga ik energiek door met de zaterdag. Laat ik eerst beginnen met een apart plaatje. Neil Young reken ik tot de oudgedienden die langzaam toe zijn aan verdiende rust. En toch, de Canadees van origine kan het niet laten en komt steeds weer met een nieuwe cd aanzetten. Bovendien is hij niet te beroerd om op zijn tijd ook nog eens een film te voorzien van muziek.
In het voorjaar van 2018 verschijnt zijn soundtrack van de film Paradox. Hij heeft de muziek samen met de groep Promise Of The Real gemaakt. En voor wie het niet weet (zoals ik): Promise Of The Real is de band van Lukas Nelson, de zoon van country legende Willie Nelson. Hier zijn de nummers van de duo-productie, een beetje gehershuffeld om het niet te gek te maken. Van de oorspronkelijke 21 maak ik er hier 15, waarbij jullie ook nog eens de korte stukjes tussen haakjes voor mij mogen overslaan. Hier zijn vooral de elf echte nummers:
01. (Many moons ago in the future)
02. Show me
03. Paradox passage 1-6
04. Hey
05. Diggin’ in the dirt (+ reprise)
06. Peace trail
07. Pocahontes (live)
08. Cowgirl jam
09. Angel flying too close to the ground
10. Running to the silver eagle
11. (Baby, what you want me to do?)
12. (Offerings)
13. How long
14. (Happy together)
15. Tumbleweed
Geloof het of niet, maar tussen het kaf zit op deze soundtrack ook best koren. Wat vinden jullie van liedjes 5, 6, 9 en 15? Die kunnen mijn goedkeuring alleszins wegdragen. Vooral “Diggin’ in the dirt”, met hulp van Lukas Nelson, zie ik als Neil Young’s zoveelste klassieker. Diens recente cd “The Visitor”, ook samen met de zoon van monument Willie Nelson, staat nog op mijn verlanglijstje.
Ik had vrijdagavond al in mijn achterhoofd dat ik weer eens een bezoek moet brengen aan hotel Madrid en aanverwante gebouwen in Triana. Vandaag kan ik het mooi combineren met mijn jaarlijkse bezoek aan Telde, aan de (bijna) oostkust van Gran Canaria halverwege, ongeveer ter hoogte van het vliegveld. Om kwart over 10 sta ik beneden op Santa Catalina gereed om af te reizen. De chauffeur van mijn Telde-bus, een doodgoeie man, komt vijf minuten te laat aanrennen. Hij moest eerst nog even naar de wc en dat legt hij ons eerlijk uit. Moet kunnen!
In Telde aangekomen constateer ik dat slager Guillermo nog steeds geen opvolger heeft gevonden. De omvangrijke “belén de San Gregorio” bij de kerk staat wel mooi te zijn. Ik zie er een apart bordje bij staan: “Todas las casas son réplicas originales de Canarias”. Kan dat wel: oorspronkelijke replica’s? Om 11 uur heeft café “Habla de ti” het terras nog niet uit staan, maar de (koperen) betunero, schoenpoetser, is wel al in de weer. (En verwar hem niet met een “butanero, dat is een gasmannetje die butagasflessen rondbrengt.) Als ik de Avenida de la Constitución afloop in de richting van de markt, blijken diverse andere terrassen wel al open te zijn.
Beneden constateer ik met spijt dat de Daily Price voor tweedehands cd’s en dvd’s in Telde het nu ook begeven heeft. En dan komt de klapper op de vuurpijl: de overdekte markt van het stadje is gesloten, tijdelijk, maar even goed voor mij stomvervelend. Normaliter is die op de zaterdagen tot 2 uur open, maar nu: “Las instalaciones del mercado municipal de abastos se encuentra cerrada, hasta nueva orden”. Ik weet eerlijk gezegd niet of deze zin – ik heb hem letterlijk overgepend – wel vlekkeloos Spaans is, maar “abasto” staat voor levering, bevoorrading. Vooral met dat “tot nader order” weet ik niet goed raad; het lijkt me vooralsnog een dooddoener.
(Het Spaanse woord “orden” kan zowel mannelijk als vrouwelijk zijn. Bij het mannelijke “el orden” denk ik aan orde, zoals in goed orde, “en buen orden” en “restablecer el orden”, de orde herstellen. “La orden” is een order, bevel zoals in “a la orden”, tot uw order en “hasta nueva orden”, (zie boven) tot nader order.
Ook het café op het pleintje voor de ingang naar de markt, waar ik al jaren lang als lunch een broodje kaas pleeg weg te werken, is gesloten, “cerrado por reforma”. Er zijn wel twee mannen druk aan het werk. Op de rand van de zebra naar de overkant lees ik: “paso a paso por la igualdad”, stap voor stap naar gelijkheid. Is dat niet een iets te communistische kreet?
Op de rommelmarkt van Telde, achter de markt, is het nog steeds tien keer niks, bijna alleen spullen die ik nog niet gratis zou willen hebben. De enige kraam naar mijn gading staat achteraan opzij, met een overvloed aan vooral gereedschap dat mij zo goed als onbekend is. In no time ben ik weer terug op een van de banken bij de echte markt en heb ik niet veel meer te doen dan de vele passerende personenauto’s en vrachtwagens en bussen te bemonsteren. Daar zit ik dan, uitgezakt, ten prooi aan je reinste bermtoerisme! Ik ben blij als streekbus 12 me even later (via Jinámar) weer naar de echte stadswereld wil brengen.
Las Palmas blijft een aimabele stad, ook het oude centrum van Vegueta en Triana. Ik koop eerst in de “mercado de Vegueta” twee (iets te royaal uitgevallen) broodjes en krijg voor daarop van een aardige kaasboer (“quesero”) twee keer twee behoorlijke “lonchas”, plakken, oude kaas aangereikt. Dat wordt smikkelen, als ik mijn verworvenheden even later aan de achterkant van de kathedraal op een bank uitpak. Het duurt even voordat ik langs de kerk naar de plaza de Santa Ana loop om daar op een bank een behoorlijke hap in mijn leesboek te nemen.
Om 5 uur of zo wandel ik naar de Burger King op het kikkerplein, de plaza de las Ranas, voor een grote chocolade milkshake. Die kan helaas niet tippen aan wat ik in Maastricht en elders bij McDonald’s gewend ben. Dan gaat het richting hotel Madrid. Het terras van het hotel op de plaza de Cairasco blijft een aanrader. Later bij McCarthy’s bespeur ik dat de sigarettenzaak annex verkoop van loten ernaast gesneuveld is. Nu is daar een zaak genaamd Sensation, waar vooral kettinkjes en armbandjes van niks aan de man en vooral vrouw gebracht worden.
Het is alweer op half 8, als ik naar het busstation op San Telmo loop. De grote kerststal daar sla ik over. Eentje vandaag, in Telde, lijkt me wel genoeg. Met stadsbus 12 ga ik terug naar Santa Catalina, waar een twintigtal of zo tentjes de specialiteiten op het gebied van voeding brengen: vooral uit Midden- en Zuid-Amerika, ook enkele uit Afrika. Mede omdat ik nodig naar de wc moet, ga ik vrij snel huiswaarts. Om ongeveer half 9 zit ik weer op mijn balkon, met een drankje en een hapje, en in mijn boek verdiept.
Dan vind ik op zondagmorgen dat ik het met jullie best eens kan hebben over mijn onkunde betreffende de magnetron. In mijn inbouwkeuken in Maastricht is er uiteraard een geïnstalleerd, maar wat ik er precies allemaal mee aan kan, is me nog steeds grotendeels een raadsel. Ik heb het instructieboekje erbij uiteraard helemaal doorgenomen, dat wel. Er blijkt dat voor ongeveer voor alles en nog wat is mijn apparaat een ware uitkomst is, maar wat ik gelezen heb, ben ik intussen weer even snel vergeten. Over sommige dingen moet je niet (alleen) lezen, die moet je gewoon eens uitproberen en dan, als het tot je tevredenheid is, onthouden en vaker toepassen. Hier wreekt zich weer eens dat ik net zo lief aan een broodmaaltijd vast houd, zeker als ik elders enkele keren per week elders aan mijn warme trekken kom. Soms heb ik thuis zelf iets te verwarmen of te koken, maar dan val ik nog altijd graag terug op het verhitten ervan in een pannetje of koekenpan. En dan is er ook nog mijn friteuse, die ik voor van alles kan inzetten.
Piet heeft mij eens gevraagd hoe je een glas melk in de magnetron moet warmen? Dan denk ik vooral twee dingen: (1) als het glas maar niet breekt en (2) ik warm nooit een glas melk. Hij weet het gelukkig ook niet, maar rust niet, voordat hij dan mijn uitgebreide handleiding heeft bestudeerd, Dan zet hij het glas melk in de magnetron en draait aan knoppen. Het is binnen een minuut op temperatuur (maar ik zou niet meer weten hoe).
Sinds deze winter – of stond hij er vorige winter al – prijkt op mijn ijskastje hier ook een kleine magnetron. Ik neem maar aan dat Lluis hem er voor mij heeft neergezet. Een paar weken terug – ik sta net op het punt om een diepvrieszak erwten in een pannetje te gaan opwarmen en tot pap te koken op mijn fornuis – is Trudie hier. Zij legt me uit dat je de erwten beter in een plastic bakje kunt doen en dat in de magnetron in een minuut of zeven op stand 1 (?) kunt warmen. Dan heb je de hele bups ook opgewarmd, maar zonder dat het puree geworden is. Dat ga ik dan maar eens proberen! Even later staat de groente op tafel te dampen, erwtje naast erwtje. (Een volleerde magnetronprinces is Trudie overigens nog niet. Peter van Susanne heeft haar het trucje onlangs verteld, toen ze in de keuken stond te koken.)
Voor mijn zondaglunch heb ik – met brood, dat weer wel – een royale hoeveelheid tonijn met rode ui tot mijn beschikking. Als groente voor erbij heb ik een “Salteado de verduras”, een mix van allerlei groentes. Het gaat om “judias verdes”, : cebollas”, “pimientos rojos”, champiñones” en “brócoli”. In vertaling zijn dat boontjes, uien, rode paprika’s, champignons en broccoli. En nou komt het! Er valt deze keer niks kapot te koken of anderszins te “verzawele”. Ik pak een leeg bakje uit de kast, doe er het diepvriesmengsel in en zet het een kleine tien minuten in de magnetron op stand 1. Als het apparaat er weer mee ophoudt, zet ik de “salteado” op tafel – lekker!
Met mijn tijdelijke overburen op één hoog, direct onder het onderkomen (met de klemtoon op de eerste o) van vader en zoon, ben ik intussen op goede voet. De man in huis is intussen al zo ver dat hij mij iedere morgen een goede morgen wenst vanaf zijn balkon. Zoals hij zijn hand ter begroeting in de lucht steekt, kan ik niet achterblijven. Dat wordt nog wat, als hij en zijn vrouw niet binnenkort weer op huis aan moeten in Verwegnistan. Daarbij, ik weet geeneens waar hun Verwegnistan is.
Net als ik draagt mijn overbuurman thuis een korte broek. Ik ga daarmee, althans overdag, ook best naar De Spar of zo, maar hij – is het op verzoek van vrouwlief? – trekt ook voor een boodschapje overdag wel een lange broek aan, “pantalones”, in het meervoud vanwege de twee pijpen. De kleuren bruin voor zijn trui en donker beige voor zijn bijpassende broek zie ik vanmorgen terug in het straatbeeld, met zij aan zijn zijde. De vijftigers houden even halt bij schoenenwinkel Abril op de hoek, waar ze haar zinnen heeft gezet om een paar sandalen. Dan lopen ze door in de richting van Las Canteras.
Terzijde, de zoon van vader en zoon heb ik gisteren zien lopen met zo’n hoedje van niks op, ook nog eens een blauw geval. Dat zou ik me zelfs met carnaval niet aan wagen. Decorum, het is en blijft een groot goed.
Jullie kennen ongetwijfeld Dijon en Lyon. Dat zijn twee grote Franse steden, die je passeert, als je vanuit Maastricht met de auto naar de Rivièra afreist. Klinkt de naam Nyon jullie ook bekend in de oren? Dat is heel ergens anders, ergens in Zwitserland. Daar was de loting voor de achtste finales van de Champions League, de voetbalwedstrijden tussen de zestien beste Europese topclubs. Voor hoeveel geld er per club op het veld staat, zal ik jullie maar niet schatten. Over alle clubs samen gaat het ongetwijfeld om de nodige miljarden euro’s. Ik tel vier Engelse clubs, drie Spaanse en Duitse, twee Franse en Italiaanse en dan nog ter completering Porto uit Portugal en ons aller Ajax Amsterdam.
Hier zijn de acht wedstrijden. Ik heb ze gewoon gekopieerd van nu.nl, mijn rots in de branding hier, als het om het laatste nieuws gaat. Daar gaan we:
Schalke – Manchester City
Atletico – Juventus
Manchester United – Paris Saint Germain
Tottenham – Borussia Dortmund
Olympique Lyon – Barcelona
AS Roma – Porto
Ajax – Real Madrid
Liverpool – Bayern München
Ajax speelt dus tegen de winnaar van de afgelopen drie Champions League competities: Real Madrid. Op 13 februari is de thuiswedstrijd in de Arena en op 5 maart is de return in het Bernabeu. Barcelona heeft het met Lyon redelijk getroffen en Atletico krijgt een heel zware dobber aan de Italiaanse kampioen Juventus.
Is dat genoeg voetbal? Of zal ik jullie ook nog vertellen dat in de Spaanse Liga alle vier de bovenste clubs hebben gewonnen, Barcelona zelfs met 0-5? Mijn favoriete Spaanse club staat nog steeds drie punten los van Sevilla en Atletico en vijf van Real Madrid.
Uit de krant haal ik verder nog het bericht dat van de popartiesten Ed Sheeran in 2018 het meeste geld met optredens heeft binnengehaald: 432 miljoen dollar (380 miljoen euro). Hij wordt op enige afstand gevolgd door Taylor Swift met 345 en Beyonce/Jay-Z met 254 miljoen dollar. Het zijn bedragen waar zelfs de crème de la crème van de voetbalwereld niet aan kan tippen.
Dan op dinsdag zit ik al zo kort bij de verjaardag van Damaris dat ik het roer omgooi voor een Fransosen-plaatje. Ook op sommige plekken in Afrika wordt dat taaltje wel gesproken, bijv. in muziekland Mali. En zo kom ik vandaag uit bij een stelletje blinden, het koppel Amadou & Mariam. Het is voor mij het Malinese equivalent van bijv. Juul de Korte in Nederland en mensen als Ray Charles, Stevie Wonder en vooruit ook Blind Willie McTell in de VS. Een blinde muzikant uit België, Frankrijk of Spanje kan ik me niet zo vlug voor de geest halen.
De meest recente plaat van Amadou & Mariam is uit 2017 en heet “La Confusion” (uitgesproken op zijn Frans). Ik heb hem van de zomer uit Centre Ceramique ontvreemd, met de kennelijke bedoeling om hem aan jullie voor te leggen. Hier zijn de twaalf nummers:
01. Bofou safou
02. C’est chaud
03. Filaou bessame
04. Ta promesse
05. La confusion
06, Femmes du monde
07. Fari mandilla
08. Diarra
09. Mokou mokou
10. Yiki yassa
11. Massa Allah
12. Mokou mokou blues
De eerlijkheid gebiedt me om te zeggen dat ik de muziek en zang best kan waarderen, maar dat die voor mij vooral anders is dan wat ik gewend ben. Mijn waardering neemt toe, als ik de cd een aantal keren gedraaid heb. Erbovenuit stekende nummers zijn voor mij (met enige moeite) de nummertjes 1, 5, 7 en 10. Mokou, mokou! Hoe Waals is dat nog? Ik kan er geen touw aan vast knopen.
Op muziekgebied hebben we allemaal zo onze voorkeuren. Mijn broer Harry is vanaf zijn jonge jaren al fan van Duane Eddy, een gitarist die in de jaren vijftig en zestig de nodige instrumentele hits had. Later is hij nog een hele tijd de manager of zo van de Everly Brothers op leeftijd geweest.
Duane Eddy’s grootste hit, uit zijn begintijd, is “Rebel Rouser”. Zelf ben ik meer begaan met diens rock ‘n’ roll versie van Peter Gunn (van Henri Mancini). Ik denk intussen dat het “rebel” in “Rebel Rouser” fout is en mag ik er hier eens op wijzen. Volgens mij had het niet “rebel”, maar ”rabble”, warboel moeten zijn. En een “rabble rouser”, hoe rebels ook, is wat de Engelstaligen een opruier, onruststoker, herrieschopper noemen. Of is “rebel rouser” een woordgrapje? Ik moet het toch ook eens aan een echte Amerikaan vragen.
Op Las Canteras is het niet druk. Heeft het iets met de tijd van de week te maken? Is de dinsdagavond minder geschikt voor een stukje wandelen langs de zee? Op een reclamebord lees ik over de “banda municipal de musica de Las Palmas”. Daar moet ik weer eens een gratis concert bij gaan wonen. Ik heb de club, een dertigtal muzikanten, al weer een hele tijd niet meer zien spelen en eerlijk is eerlijk, ze hebben toch wel wat. Tegenwoordig staat niet meer aangekondigd wanneer ze waar spelen, wel is er een telefoonnummer voor meer informatie. Ik ben ervan overtuigd dat ik tijdstippen en plaatsen ook op het internet zal kunnen vinden. Dat lijkt me een mooi klusje voor morgen, donderdagmiddag op de universiteit. Dan kan ik in een moeite door kijken of er al iets bekend is over het carnaval hier in 2019 (“una noche en Río”).
In het min of meer clubblad van Barcelona wordt enigszins badinerend gedaan over de recente verkiezing van de voetballer van het jaar. Hoe kan het dat Lionel Messi ver is teruggezakt? Intussen is hij is wel weer – voor de vijfde keer – de man van de gouden schoen, die in het afgelopen voetbalseizoen de meeste doelpunten voor zijn club in Europa heeft gemaakt: 34. Dit jaar zit hij, ondanks dat hij een aantal wedstrijden niet gespeeld heeft, ook alweer op 14, terwijl de competitie nog niet halverwege is.
En wie is het grootste talent onder de 21 jaar van het afgelopen jaar? Daarvoor moeten we bij niemand minder dan Matthijs de Ligt van (nu nog) Ajax zijn. Hij – NB een verdediger – mag zich koesteren in het illustere rijtje van voetballers als Messi, Pogba en vorig jaar Kylian Mbappé.
Verder valt me op nu.nl vooral de val op van het Belgische kabinet. President Charles Michel heeft net zijn ontslag aangeboden (bij de koning, hoe zo?), nu een van de regeringspartijen, de N-VA, hem heeft laten vallen en zijn overgebleven kabinet van liberalen en christenen geen meerderheid meer heeft. Het kabinet heeft een migratiepact van de Verenigde Naties heeft gesteund en daar is de N-VA het absoluut niet mee eens.
Ik heb er twee opmerkingen bij: (1) wat is er zo vanzelfsprekend aan dat een kabinet op een meerderheid in de Kamer hoort te steunen? Is het niet beter om meerderheden direct in de Kamer te verwerven op basis van goede argumenten? (2) Een paar jaren terug duurde het echt jarenlang voordat er een nieuwe Belgische regering geformeerd kon worden (zelfs nog veel langer dan bij kabinet Rutte 3 in Nederland). Bij mijn weten ging het in die kabinetsloze periode best goed met het land. Hoe belangrijk is het dan eigenlijk om een met een (meerderheids-)regering perse aan allerlei politieke touwtjes te willen trekken? Zijn trouwens andere zaken zoals de toenemende macht van de grote bedrijven en van de Europese Unie niet veel belangrijker?
Op de donderdag heb ik eindelijk weer een jarige. Damaris, bon anniversaire! Hier is het, als ik om 8 uur mijn hoofd op het balkon steek, nog 17 graden (beneden zelfs 15, denk ik er dan bij). Gelukkig warmt de stad snel op. Als ik om 10 uur nog eens op mijn buitenthermometertje kijk, is de magische grens van 20 graden alweer bereikt. Waaien doet het niet en er schijnt ook nog eens een aangenaam zonnetje. Ik vertel jullie goedlachs dat het vanmiddag weer prima weer zal zijn en dat de temperatuur vanavond laat pas weer onder de 20 gaat duiken.
Brieven zijn er om te versturen. Deze gaat vanmiddag op de universiteit uit. Over mijn volgende, de negende, moet ik noodgedwongen vaag zijn. Als het zo gaat zoals vorig jaar, kan ik eind volgende week, bijv. donderdag 27 december, gewoon op de gezondheidsfaculteit terecht voor het intikken (zoals bij voetbal) van die brief. Zo niet, dan houden jullie hem maar tegoed. In de week van Driekoningen ligt sowieso het dagelijkse leven stil. Mijn volgende op de universiteit komt niet eerder dan op dinsdag 8 januari.
Kan het al? Langs deze mij sympathieke weg wens ik jullie alvast “felices fiestas”, prettige feestdagen. Eerlijk gezegd denk ik daarbij meer aan een gelukkig nieuwjaar (“próspero año”) dan aan een nachtmis, “misa del gallo”, of een baby in een bak stro (“bebé en un pesebre de paja”. Terzijde, stro is gedroogd koren en hooi, “heno”, is gedroogd gras. Ongelovig of niet, het ga jullie voor de wind, in het Spaans “con viento en popa”, en van je hela, hola, houd er de moed maar in, “¡buen ánimo!”. Tot ziens maar weer, “hasta luego”, vanuit den vreemde, “desde el forastero”, Paul.
BOEKENBIJLAGE
Mijn eerste boek van deze week is er een van Tom Rob Smith: “Agent 6”. Mij staat bij dat ik eerder eens een boek van de thrillerschrijver heb gelezen, dat ik best goed vond. Hij is nog jong, uit 1979 en is ingezetene van Londen. Zijn “Agent 6” is uit 2011 en speelt in Moskou, New York, Kabul en ten oosten daarvan, Peshawar om weer te eindigen in New York en Moskou.
Het boek vertelt het leven van Leo Demidov “door de jaren heen”, eerst in 1950 als geheim agent in Moskou, dan vijftien jaar later gaan zijn vrouw en dochters naar New York voor een muziekuitvoering, die dramatisch afloopt. Nog weer eens vijftien jaar verder, in 1980, zit Leo al weer zeven jaar als adviseur van de communisten in Kabul, zwaar aan de opium, maar dan neemt hij toch de benen naar Jalalabad en het Pakistaanse Peshawar. Het jaar erop lost hij eerst het mysterie van de dood van zijn vrouw in 1965 op in New York (en New Jersey) om dan terug te keren naar waar hij vandaan komt. Ik ga hier natuurlijk niet allerlei spannende details verklappen, maar wil gezegd hebben dat zowel de Russische als de Amerikaanse geheime dienst er een potje van maken.
Belangrijke bijfiguren zijn Raisa, Zoya en Elena (familie), KGB-collega Mikael Ivanov, big red voice Jesse Austin en diens vrouw Anna en FBI-man Jim Yates. In Afganistan komen daar o.a. bij kapitein Anton Vashchenko, van de broers Mohammad vooral Farad, Leo’s leerlinge als geheim agent Sara Mir en de zevenjarige Zabi. Dat zijn bij elkaar een heleboel namen, maar wat wil je, als je een boek van bijna 550 bladzijden door te nemen hebt. Terzijde, voor een bord lekker eten kan ik jullie Nelson’s restaurant in het New Yorkse Harlem aanbevelen.
De titel van het boek: “Agent 6” vind ik fout, in ieder geval ongelukkig gekozen. Los daarvan heb ik bovenal lof voor de nog jonge Tom Rob Smith. Zijn schrijverij over spionnen heeft wel wat weg van dat van John leCarré in diens beste dagen. Wat een spanning en hoe goed gebracht! Als recensiecijfer kom ik uit op een 8+ voor dit boek. Het wordt hoog tijd dat ik Tom Rob Smith op mijn lijstje zet van auteurs van wie ik geen boek wil missen. Zijn “Child 44” en “The Secret Speech”, die achterin het boek genoemd worden, ga ik me zeker ook aanschaffen.
Ik heb er twee. Hier is mijn bespreking van Terreur, in het Zweeds Terror, van de thrillerschrijver Håkan Östlundh. Ik heb hem hier al eerder pluimen op zijn hoed gestoken met andere boeken. Terreur is uit 2017, maar speelt in de zomer van 2004, uiteraard in Gotland in de Baltisch Zee.
Wie zal ik eens tot hoofdpersoon bombarderen? Ik denk rechercheur Fredrik Broman die een liefdesaffaire met collega Eva Karlén heeft en verder zijn werk doet in het team van Göran Eide, samen met o.a. Gustav Wallin, Sara Oskarsson en Ove Gahnström. Het echtpaar Josef Thomasson & Saleh Habib wordt vermoord en hun gast Said Habib, biochemiestudent en broer van Saleh, weet maar net te ontsnappen. Later wordt hij vanwege zijn zogenaamde sympathie met de extreme islam, wel teruggestuurd naar Egypte. Wie zullen we het eens aanrekenen? Daarbij speelt ook nog een aanslag met een kneedbom op de veerboot M/S Visby, waarbij negen doden te betreuren zijn. In het boek kom ik uit bij de familie Johansson: de werkloze Tommy, zijn zus Anna-Karin e.a., Tommy’s vrienden Krister Asp, Tobias Sundin en Gert Fält en de nodige andere gegadigden. Een deel van de oplossing zie ik pas op de laatste bladzijden.
Ik ga in herhaling vallen. Håkan Östlundh heeft met dit boek een bovenste beste thriller afgeleverd. Ik heb het verhaal in anderhalve dag uitgelezen en ben gaandeweg de nodige keren op het verkeerde been gezet. De perikelen in enkele gezinnen zie ik als aangename afleidingen van de hoofdzaak. Als recensiecijfer heb ik een 8½ voor “Terreur” over. Dit verhaal moeten de thrillerlezers onder jullie zeker lezen.
Querid@s amig@s y familia, geloof het of niet, 2018 is bijna op. Over anderhalve week al schieten we het volgende jaar weer in. Niettemin, zal ik nog even teruggaan naar halve december? Bij dezen dan, te beginnen bij 14 december, als ik mijzelf om even over 2 uur aandien op de gezondheidsfaculteit, meer precies de afdeling Sociale Geneeskunde of hoe we het stukje tweede etage willen noemen, waar Lluis en zijn troepen kantoor houden. Ik ben wat laat; mijn bus 12 erheen heeft “panne” (maar geen motorpech) gehad. De lage instap vooraan in de bus wilde ineens niet meer uitklappen. De chauffeur is erover gaan bellen, er zou een andere bus komen, maar die liet best even op zich wachten.
Hoe het ook zij, op de afdeling ben ik de enige. Ben ik helaas, pindakaas vergeten dat we voor deze vrijdagmiddag een uitje gepland staat? Ik dacht het niet. Ik houd het erop dat de kleine meute al huiswaarts is of met bezigheden buitenshuis doende is. Niet getreurd: ik kan mijn kamer in voor het versturen van mijn weblogbrief 14.07 en dat maakt me een tevreden mens.
Dan begin ik dapper aan Harry’s clips van de afgelopen dagen. Met hem breek ik allereerst een lans voor het orkest van mambokoning Perez Prado (1916-89) met zijn wereldhit “Patricia” uit 1958. Het blijft een super nummer, hoewel ikzelf de voorkeur blijf geven aan zijn “Mambo #8”. Uno, dos, tres, cuatro, cinco, seis, siete, ocho, aaaah. Ik bekijk, als extraatje na “Patricia”, twee “Mambo #8” clips van hem. De orkestleider doet er nog een vrolijk mambo dansje bij ook. Van de andere clips wijs ik jullie hier nog op die van Mary Wells met haar “My guy”, ook niet te versmaden.
Het stuk van Harry over Stevie Nicks had ik al eens gelezen. De toegevoegde clips bij dat artikel voegen weinig toe, vind ik. Ik zie wel nog een mooi interview met journalist Mick Brown over fenomeen Phil Spector, de man die volgens Mick Brown van popmuziek een kunstvorm heeft gemaakt. En ik beloof mezelf dat ik de eerste plaat van Lindsay Buckingham en Stevie Nicks uit 1973 van de zomer ga aanvragen in Rotterdam.
Hans Rosling – zie mijn vorige brief – blijft mij interesseren. Zijn jullie ermee bekend dat hij een paar jaar terug bij Arjen Lubach en zijn club gezeten heeft om zijn nieuwe wereldbeeld te promoten?
Ook astroloog, sorry astronoom Ralph Wijers van de Universiteit van Amsterdam is nog niet helemaal van me af. Van hem bekijk ik na zijn vijfluik over de oerknal nog een paar andere praatjes. Leuk: de snelheid van het licht is 300.000 km per seconde en de aarde staat 150 miljoen jaar van ons af (overigens een flinke bol versus een erwtje). Dat betekent bijv. dat ik, als ik hier naar een mooie zonsondergang kijk, die al acht minuten eerder geweest is (60x0.3x8=bijna 150). Er zijn inderdaad volgens Ralph Wijers zo’n 100 miljard melkwegen en iedere melkweg zou weer goed zijn voor zo’n 100 miljard zonnen met aanhang. Dat geeft je wel te denken over de echt minuscule positie van de aarde en zon in onze melkweg en het heelal.
Als er op YouTube zo iets bestaat als de Universiteit van Nederland, zal er wel iets soortgelijks in België zijn. Op de Universiteit van Vlaanderen kijk ik naar een lezing van Hans Geijbels over de vraag of Jezus wel bestaan heeft. Als oorspronkelijke bronnen noemt hij allereerst de brieven van Paulus, dan de vier evangeliën en tenslotte de verscheidene apocriefe. De laatste zijn bijbelboeken die niet officieel erkend zijn, zoals van Judas en Thomas, en waarin – althans volgens Hans Geijbels - ook de nodige onzin in zou staan. Het Jezus-onderzoek is pas halverwege in de vorige eeuw goed op gang gekomen, eerst via ene Kezeman die wijst op een aantal uitzonderlijkheden aan de figuur van Jezus (over de gelijkwaardigheid van vrouwen, ontrouw aan bestaande Joodse wetten en het idee van vergiffenis). Echter, pas sinds de tachtiger jaren (30-40 jaar terug) worden in ieder geval de laatste drie jaren in het leven van Jezus Christus iets duidelijker, vanaf zijn doop door Johannes in de Jordaan en daarna zijn rol als rondtrekkende genezer. Zijn kruisiging op de berg Golgotha bij Jeruzalem is op 6 april in het jaar 30 (volgens onze jaartelling); dat is tot op de dag nauwkeurig bekend. De komende zesde april valt overigens op een zaterdag (en niet op een vrijdag).
Ik heb in navolging van de onderzoekers niet het minste idee van de precieze geboorte van Jezus. Ik sluit haast uit dat de bevalling op een 25 december is geweest. Is dat niet een reden om nou eens eindelijk al die flauwekul van Bethlehem en de kribbe te staken?
Na zoveel neergepend huiswerk over mijn afgelopen vrijdagmiddag ga ik energiek door met de zaterdag. Laat ik eerst beginnen met een apart plaatje. Neil Young reken ik tot de oudgedienden die langzaam toe zijn aan verdiende rust. En toch, de Canadees van origine kan het niet laten en komt steeds weer met een nieuwe cd aanzetten. Bovendien is hij niet te beroerd om op zijn tijd ook nog eens een film te voorzien van muziek.
In het voorjaar van 2018 verschijnt zijn soundtrack van de film Paradox. Hij heeft de muziek samen met de groep Promise Of The Real gemaakt. En voor wie het niet weet (zoals ik): Promise Of The Real is de band van Lukas Nelson, de zoon van country legende Willie Nelson. Hier zijn de nummers van de duo-productie, een beetje gehershuffeld om het niet te gek te maken. Van de oorspronkelijke 21 maak ik er hier 15, waarbij jullie ook nog eens de korte stukjes tussen haakjes voor mij mogen overslaan. Hier zijn vooral de elf echte nummers:
01. (Many moons ago in the future)
02. Show me
03. Paradox passage 1-6
04. Hey
05. Diggin’ in the dirt (+ reprise)
06. Peace trail
07. Pocahontes (live)
08. Cowgirl jam
09. Angel flying too close to the ground
10. Running to the silver eagle
11. (Baby, what you want me to do?)
12. (Offerings)
13. How long
14. (Happy together)
15. Tumbleweed
Geloof het of niet, maar tussen het kaf zit op deze soundtrack ook best koren. Wat vinden jullie van liedjes 5, 6, 9 en 15? Die kunnen mijn goedkeuring alleszins wegdragen. Vooral “Diggin’ in the dirt”, met hulp van Lukas Nelson, zie ik als Neil Young’s zoveelste klassieker. Diens recente cd “The Visitor”, ook samen met de zoon van monument Willie Nelson, staat nog op mijn verlanglijstje.
Ik had vrijdagavond al in mijn achterhoofd dat ik weer eens een bezoek moet brengen aan hotel Madrid en aanverwante gebouwen in Triana. Vandaag kan ik het mooi combineren met mijn jaarlijkse bezoek aan Telde, aan de (bijna) oostkust van Gran Canaria halverwege, ongeveer ter hoogte van het vliegveld. Om kwart over 10 sta ik beneden op Santa Catalina gereed om af te reizen. De chauffeur van mijn Telde-bus, een doodgoeie man, komt vijf minuten te laat aanrennen. Hij moest eerst nog even naar de wc en dat legt hij ons eerlijk uit. Moet kunnen!
In Telde aangekomen constateer ik dat slager Guillermo nog steeds geen opvolger heeft gevonden. De omvangrijke “belén de San Gregorio” bij de kerk staat wel mooi te zijn. Ik zie er een apart bordje bij staan: “Todas las casas son réplicas originales de Canarias”. Kan dat wel: oorspronkelijke replica’s? Om 11 uur heeft café “Habla de ti” het terras nog niet uit staan, maar de (koperen) betunero, schoenpoetser, is wel al in de weer. (En verwar hem niet met een “butanero, dat is een gasmannetje die butagasflessen rondbrengt.) Als ik de Avenida de la Constitución afloop in de richting van de markt, blijken diverse andere terrassen wel al open te zijn.
Beneden constateer ik met spijt dat de Daily Price voor tweedehands cd’s en dvd’s in Telde het nu ook begeven heeft. En dan komt de klapper op de vuurpijl: de overdekte markt van het stadje is gesloten, tijdelijk, maar even goed voor mij stomvervelend. Normaliter is die op de zaterdagen tot 2 uur open, maar nu: “Las instalaciones del mercado municipal de abastos se encuentra cerrada, hasta nueva orden”. Ik weet eerlijk gezegd niet of deze zin – ik heb hem letterlijk overgepend – wel vlekkeloos Spaans is, maar “abasto” staat voor levering, bevoorrading. Vooral met dat “tot nader order” weet ik niet goed raad; het lijkt me vooralsnog een dooddoener.
(Het Spaanse woord “orden” kan zowel mannelijk als vrouwelijk zijn. Bij het mannelijke “el orden” denk ik aan orde, zoals in goed orde, “en buen orden” en “restablecer el orden”, de orde herstellen. “La orden” is een order, bevel zoals in “a la orden”, tot uw order en “hasta nueva orden”, (zie boven) tot nader order.
Ook het café op het pleintje voor de ingang naar de markt, waar ik al jaren lang als lunch een broodje kaas pleeg weg te werken, is gesloten, “cerrado por reforma”. Er zijn wel twee mannen druk aan het werk. Op de rand van de zebra naar de overkant lees ik: “paso a paso por la igualdad”, stap voor stap naar gelijkheid. Is dat niet een iets te communistische kreet?
Op de rommelmarkt van Telde, achter de markt, is het nog steeds tien keer niks, bijna alleen spullen die ik nog niet gratis zou willen hebben. De enige kraam naar mijn gading staat achteraan opzij, met een overvloed aan vooral gereedschap dat mij zo goed als onbekend is. In no time ben ik weer terug op een van de banken bij de echte markt en heb ik niet veel meer te doen dan de vele passerende personenauto’s en vrachtwagens en bussen te bemonsteren. Daar zit ik dan, uitgezakt, ten prooi aan je reinste bermtoerisme! Ik ben blij als streekbus 12 me even later (via Jinámar) weer naar de echte stadswereld wil brengen.
Las Palmas blijft een aimabele stad, ook het oude centrum van Vegueta en Triana. Ik koop eerst in de “mercado de Vegueta” twee (iets te royaal uitgevallen) broodjes en krijg voor daarop van een aardige kaasboer (“quesero”) twee keer twee behoorlijke “lonchas”, plakken, oude kaas aangereikt. Dat wordt smikkelen, als ik mijn verworvenheden even later aan de achterkant van de kathedraal op een bank uitpak. Het duurt even voordat ik langs de kerk naar de plaza de Santa Ana loop om daar op een bank een behoorlijke hap in mijn leesboek te nemen.
Om 5 uur of zo wandel ik naar de Burger King op het kikkerplein, de plaza de las Ranas, voor een grote chocolade milkshake. Die kan helaas niet tippen aan wat ik in Maastricht en elders bij McDonald’s gewend ben. Dan gaat het richting hotel Madrid. Het terras van het hotel op de plaza de Cairasco blijft een aanrader. Later bij McCarthy’s bespeur ik dat de sigarettenzaak annex verkoop van loten ernaast gesneuveld is. Nu is daar een zaak genaamd Sensation, waar vooral kettinkjes en armbandjes van niks aan de man en vooral vrouw gebracht worden.
Het is alweer op half 8, als ik naar het busstation op San Telmo loop. De grote kerststal daar sla ik over. Eentje vandaag, in Telde, lijkt me wel genoeg. Met stadsbus 12 ga ik terug naar Santa Catalina, waar een twintigtal of zo tentjes de specialiteiten op het gebied van voeding brengen: vooral uit Midden- en Zuid-Amerika, ook enkele uit Afrika. Mede omdat ik nodig naar de wc moet, ga ik vrij snel huiswaarts. Om ongeveer half 9 zit ik weer op mijn balkon, met een drankje en een hapje, en in mijn boek verdiept.
Dan vind ik op zondagmorgen dat ik het met jullie best eens kan hebben over mijn onkunde betreffende de magnetron. In mijn inbouwkeuken in Maastricht is er uiteraard een geïnstalleerd, maar wat ik er precies allemaal mee aan kan, is me nog steeds grotendeels een raadsel. Ik heb het instructieboekje erbij uiteraard helemaal doorgenomen, dat wel. Er blijkt dat voor ongeveer voor alles en nog wat is mijn apparaat een ware uitkomst is, maar wat ik gelezen heb, ben ik intussen weer even snel vergeten. Over sommige dingen moet je niet (alleen) lezen, die moet je gewoon eens uitproberen en dan, als het tot je tevredenheid is, onthouden en vaker toepassen. Hier wreekt zich weer eens dat ik net zo lief aan een broodmaaltijd vast houd, zeker als ik elders enkele keren per week elders aan mijn warme trekken kom. Soms heb ik thuis zelf iets te verwarmen of te koken, maar dan val ik nog altijd graag terug op het verhitten ervan in een pannetje of koekenpan. En dan is er ook nog mijn friteuse, die ik voor van alles kan inzetten.
Piet heeft mij eens gevraagd hoe je een glas melk in de magnetron moet warmen? Dan denk ik vooral twee dingen: (1) als het glas maar niet breekt en (2) ik warm nooit een glas melk. Hij weet het gelukkig ook niet, maar rust niet, voordat hij dan mijn uitgebreide handleiding heeft bestudeerd, Dan zet hij het glas melk in de magnetron en draait aan knoppen. Het is binnen een minuut op temperatuur (maar ik zou niet meer weten hoe).
Sinds deze winter – of stond hij er vorige winter al – prijkt op mijn ijskastje hier ook een kleine magnetron. Ik neem maar aan dat Lluis hem er voor mij heeft neergezet. Een paar weken terug – ik sta net op het punt om een diepvrieszak erwten in een pannetje te gaan opwarmen en tot pap te koken op mijn fornuis – is Trudie hier. Zij legt me uit dat je de erwten beter in een plastic bakje kunt doen en dat in de magnetron in een minuut of zeven op stand 1 (?) kunt warmen. Dan heb je de hele bups ook opgewarmd, maar zonder dat het puree geworden is. Dat ga ik dan maar eens proberen! Even later staat de groente op tafel te dampen, erwtje naast erwtje. (Een volleerde magnetronprinces is Trudie overigens nog niet. Peter van Susanne heeft haar het trucje onlangs verteld, toen ze in de keuken stond te koken.)
Voor mijn zondaglunch heb ik – met brood, dat weer wel – een royale hoeveelheid tonijn met rode ui tot mijn beschikking. Als groente voor erbij heb ik een “Salteado de verduras”, een mix van allerlei groentes. Het gaat om “judias verdes”, : cebollas”, “pimientos rojos”, champiñones” en “brócoli”. In vertaling zijn dat boontjes, uien, rode paprika’s, champignons en broccoli. En nou komt het! Er valt deze keer niks kapot te koken of anderszins te “verzawele”. Ik pak een leeg bakje uit de kast, doe er het diepvriesmengsel in en zet het een kleine tien minuten in de magnetron op stand 1. Als het apparaat er weer mee ophoudt, zet ik de “salteado” op tafel – lekker!
Met mijn tijdelijke overburen op één hoog, direct onder het onderkomen (met de klemtoon op de eerste o) van vader en zoon, ben ik intussen op goede voet. De man in huis is intussen al zo ver dat hij mij iedere morgen een goede morgen wenst vanaf zijn balkon. Zoals hij zijn hand ter begroeting in de lucht steekt, kan ik niet achterblijven. Dat wordt nog wat, als hij en zijn vrouw niet binnenkort weer op huis aan moeten in Verwegnistan. Daarbij, ik weet geeneens waar hun Verwegnistan is.
Net als ik draagt mijn overbuurman thuis een korte broek. Ik ga daarmee, althans overdag, ook best naar De Spar of zo, maar hij – is het op verzoek van vrouwlief? – trekt ook voor een boodschapje overdag wel een lange broek aan, “pantalones”, in het meervoud vanwege de twee pijpen. De kleuren bruin voor zijn trui en donker beige voor zijn bijpassende broek zie ik vanmorgen terug in het straatbeeld, met zij aan zijn zijde. De vijftigers houden even halt bij schoenenwinkel Abril op de hoek, waar ze haar zinnen heeft gezet om een paar sandalen. Dan lopen ze door in de richting van Las Canteras.
Terzijde, de zoon van vader en zoon heb ik gisteren zien lopen met zo’n hoedje van niks op, ook nog eens een blauw geval. Dat zou ik me zelfs met carnaval niet aan wagen. Decorum, het is en blijft een groot goed.
Jullie kennen ongetwijfeld Dijon en Lyon. Dat zijn twee grote Franse steden, die je passeert, als je vanuit Maastricht met de auto naar de Rivièra afreist. Klinkt de naam Nyon jullie ook bekend in de oren? Dat is heel ergens anders, ergens in Zwitserland. Daar was de loting voor de achtste finales van de Champions League, de voetbalwedstrijden tussen de zestien beste Europese topclubs. Voor hoeveel geld er per club op het veld staat, zal ik jullie maar niet schatten. Over alle clubs samen gaat het ongetwijfeld om de nodige miljarden euro’s. Ik tel vier Engelse clubs, drie Spaanse en Duitse, twee Franse en Italiaanse en dan nog ter completering Porto uit Portugal en ons aller Ajax Amsterdam.
Hier zijn de acht wedstrijden. Ik heb ze gewoon gekopieerd van nu.nl, mijn rots in de branding hier, als het om het laatste nieuws gaat. Daar gaan we:
Schalke – Manchester City
Atletico – Juventus
Manchester United – Paris Saint Germain
Tottenham – Borussia Dortmund
Olympique Lyon – Barcelona
AS Roma – Porto
Ajax – Real Madrid
Liverpool – Bayern München
Ajax speelt dus tegen de winnaar van de afgelopen drie Champions League competities: Real Madrid. Op 13 februari is de thuiswedstrijd in de Arena en op 5 maart is de return in het Bernabeu. Barcelona heeft het met Lyon redelijk getroffen en Atletico krijgt een heel zware dobber aan de Italiaanse kampioen Juventus.
Is dat genoeg voetbal? Of zal ik jullie ook nog vertellen dat in de Spaanse Liga alle vier de bovenste clubs hebben gewonnen, Barcelona zelfs met 0-5? Mijn favoriete Spaanse club staat nog steeds drie punten los van Sevilla en Atletico en vijf van Real Madrid.
Uit de krant haal ik verder nog het bericht dat van de popartiesten Ed Sheeran in 2018 het meeste geld met optredens heeft binnengehaald: 432 miljoen dollar (380 miljoen euro). Hij wordt op enige afstand gevolgd door Taylor Swift met 345 en Beyonce/Jay-Z met 254 miljoen dollar. Het zijn bedragen waar zelfs de crème de la crème van de voetbalwereld niet aan kan tippen.
Dan op dinsdag zit ik al zo kort bij de verjaardag van Damaris dat ik het roer omgooi voor een Fransosen-plaatje. Ook op sommige plekken in Afrika wordt dat taaltje wel gesproken, bijv. in muziekland Mali. En zo kom ik vandaag uit bij een stelletje blinden, het koppel Amadou & Mariam. Het is voor mij het Malinese equivalent van bijv. Juul de Korte in Nederland en mensen als Ray Charles, Stevie Wonder en vooruit ook Blind Willie McTell in de VS. Een blinde muzikant uit België, Frankrijk of Spanje kan ik me niet zo vlug voor de geest halen.
De meest recente plaat van Amadou & Mariam is uit 2017 en heet “La Confusion” (uitgesproken op zijn Frans). Ik heb hem van de zomer uit Centre Ceramique ontvreemd, met de kennelijke bedoeling om hem aan jullie voor te leggen. Hier zijn de twaalf nummers:
01. Bofou safou
02. C’est chaud
03. Filaou bessame
04. Ta promesse
05. La confusion
06, Femmes du monde
07. Fari mandilla
08. Diarra
09. Mokou mokou
10. Yiki yassa
11. Massa Allah
12. Mokou mokou blues
De eerlijkheid gebiedt me om te zeggen dat ik de muziek en zang best kan waarderen, maar dat die voor mij vooral anders is dan wat ik gewend ben. Mijn waardering neemt toe, als ik de cd een aantal keren gedraaid heb. Erbovenuit stekende nummers zijn voor mij (met enige moeite) de nummertjes 1, 5, 7 en 10. Mokou, mokou! Hoe Waals is dat nog? Ik kan er geen touw aan vast knopen.
Op muziekgebied hebben we allemaal zo onze voorkeuren. Mijn broer Harry is vanaf zijn jonge jaren al fan van Duane Eddy, een gitarist die in de jaren vijftig en zestig de nodige instrumentele hits had. Later is hij nog een hele tijd de manager of zo van de Everly Brothers op leeftijd geweest.
Duane Eddy’s grootste hit, uit zijn begintijd, is “Rebel Rouser”. Zelf ben ik meer begaan met diens rock ‘n’ roll versie van Peter Gunn (van Henri Mancini). Ik denk intussen dat het “rebel” in “Rebel Rouser” fout is en mag ik er hier eens op wijzen. Volgens mij had het niet “rebel”, maar ”rabble”, warboel moeten zijn. En een “rabble rouser”, hoe rebels ook, is wat de Engelstaligen een opruier, onruststoker, herrieschopper noemen. Of is “rebel rouser” een woordgrapje? Ik moet het toch ook eens aan een echte Amerikaan vragen.
Op Las Canteras is het niet druk. Heeft het iets met de tijd van de week te maken? Is de dinsdagavond minder geschikt voor een stukje wandelen langs de zee? Op een reclamebord lees ik over de “banda municipal de musica de Las Palmas”. Daar moet ik weer eens een gratis concert bij gaan wonen. Ik heb de club, een dertigtal muzikanten, al weer een hele tijd niet meer zien spelen en eerlijk is eerlijk, ze hebben toch wel wat. Tegenwoordig staat niet meer aangekondigd wanneer ze waar spelen, wel is er een telefoonnummer voor meer informatie. Ik ben ervan overtuigd dat ik tijdstippen en plaatsen ook op het internet zal kunnen vinden. Dat lijkt me een mooi klusje voor morgen, donderdagmiddag op de universiteit. Dan kan ik in een moeite door kijken of er al iets bekend is over het carnaval hier in 2019 (“una noche en Río”).
In het min of meer clubblad van Barcelona wordt enigszins badinerend gedaan over de recente verkiezing van de voetballer van het jaar. Hoe kan het dat Lionel Messi ver is teruggezakt? Intussen is hij is wel weer – voor de vijfde keer – de man van de gouden schoen, die in het afgelopen voetbalseizoen de meeste doelpunten voor zijn club in Europa heeft gemaakt: 34. Dit jaar zit hij, ondanks dat hij een aantal wedstrijden niet gespeeld heeft, ook alweer op 14, terwijl de competitie nog niet halverwege is.
En wie is het grootste talent onder de 21 jaar van het afgelopen jaar? Daarvoor moeten we bij niemand minder dan Matthijs de Ligt van (nu nog) Ajax zijn. Hij – NB een verdediger – mag zich koesteren in het illustere rijtje van voetballers als Messi, Pogba en vorig jaar Kylian Mbappé.
Verder valt me op nu.nl vooral de val op van het Belgische kabinet. President Charles Michel heeft net zijn ontslag aangeboden (bij de koning, hoe zo?), nu een van de regeringspartijen, de N-VA, hem heeft laten vallen en zijn overgebleven kabinet van liberalen en christenen geen meerderheid meer heeft. Het kabinet heeft een migratiepact van de Verenigde Naties heeft gesteund en daar is de N-VA het absoluut niet mee eens.
Ik heb er twee opmerkingen bij: (1) wat is er zo vanzelfsprekend aan dat een kabinet op een meerderheid in de Kamer hoort te steunen? Is het niet beter om meerderheden direct in de Kamer te verwerven op basis van goede argumenten? (2) Een paar jaren terug duurde het echt jarenlang voordat er een nieuwe Belgische regering geformeerd kon worden (zelfs nog veel langer dan bij kabinet Rutte 3 in Nederland). Bij mijn weten ging het in die kabinetsloze periode best goed met het land. Hoe belangrijk is het dan eigenlijk om een met een (meerderheids-)regering perse aan allerlei politieke touwtjes te willen trekken? Zijn trouwens andere zaken zoals de toenemende macht van de grote bedrijven en van de Europese Unie niet veel belangrijker?
Op de donderdag heb ik eindelijk weer een jarige. Damaris, bon anniversaire! Hier is het, als ik om 8 uur mijn hoofd op het balkon steek, nog 17 graden (beneden zelfs 15, denk ik er dan bij). Gelukkig warmt de stad snel op. Als ik om 10 uur nog eens op mijn buitenthermometertje kijk, is de magische grens van 20 graden alweer bereikt. Waaien doet het niet en er schijnt ook nog eens een aangenaam zonnetje. Ik vertel jullie goedlachs dat het vanmiddag weer prima weer zal zijn en dat de temperatuur vanavond laat pas weer onder de 20 gaat duiken.
Brieven zijn er om te versturen. Deze gaat vanmiddag op de universiteit uit. Over mijn volgende, de negende, moet ik noodgedwongen vaag zijn. Als het zo gaat zoals vorig jaar, kan ik eind volgende week, bijv. donderdag 27 december, gewoon op de gezondheidsfaculteit terecht voor het intikken (zoals bij voetbal) van die brief. Zo niet, dan houden jullie hem maar tegoed. In de week van Driekoningen ligt sowieso het dagelijkse leven stil. Mijn volgende op de universiteit komt niet eerder dan op dinsdag 8 januari.
Kan het al? Langs deze mij sympathieke weg wens ik jullie alvast “felices fiestas”, prettige feestdagen. Eerlijk gezegd denk ik daarbij meer aan een gelukkig nieuwjaar (“próspero año”) dan aan een nachtmis, “misa del gallo”, of een baby in een bak stro (“bebé en un pesebre de paja”. Terzijde, stro is gedroogd koren en hooi, “heno”, is gedroogd gras. Ongelovig of niet, het ga jullie voor de wind, in het Spaans “con viento en popa”, en van je hela, hola, houd er de moed maar in, “¡buen ánimo!”. Tot ziens maar weer, “hasta luego”, vanuit den vreemde, “desde el forastero”, Paul.
BOEKENBIJLAGE
Mijn eerste boek van deze week is er een van Tom Rob Smith: “Agent 6”. Mij staat bij dat ik eerder eens een boek van de thrillerschrijver heb gelezen, dat ik best goed vond. Hij is nog jong, uit 1979 en is ingezetene van Londen. Zijn “Agent 6” is uit 2011 en speelt in Moskou, New York, Kabul en ten oosten daarvan, Peshawar om weer te eindigen in New York en Moskou.
Het boek vertelt het leven van Leo Demidov “door de jaren heen”, eerst in 1950 als geheim agent in Moskou, dan vijftien jaar later gaan zijn vrouw en dochters naar New York voor een muziekuitvoering, die dramatisch afloopt. Nog weer eens vijftien jaar verder, in 1980, zit Leo al weer zeven jaar als adviseur van de communisten in Kabul, zwaar aan de opium, maar dan neemt hij toch de benen naar Jalalabad en het Pakistaanse Peshawar. Het jaar erop lost hij eerst het mysterie van de dood van zijn vrouw in 1965 op in New York (en New Jersey) om dan terug te keren naar waar hij vandaan komt. Ik ga hier natuurlijk niet allerlei spannende details verklappen, maar wil gezegd hebben dat zowel de Russische als de Amerikaanse geheime dienst er een potje van maken.
Belangrijke bijfiguren zijn Raisa, Zoya en Elena (familie), KGB-collega Mikael Ivanov, big red voice Jesse Austin en diens vrouw Anna en FBI-man Jim Yates. In Afganistan komen daar o.a. bij kapitein Anton Vashchenko, van de broers Mohammad vooral Farad, Leo’s leerlinge als geheim agent Sara Mir en de zevenjarige Zabi. Dat zijn bij elkaar een heleboel namen, maar wat wil je, als je een boek van bijna 550 bladzijden door te nemen hebt. Terzijde, voor een bord lekker eten kan ik jullie Nelson’s restaurant in het New Yorkse Harlem aanbevelen.
De titel van het boek: “Agent 6” vind ik fout, in ieder geval ongelukkig gekozen. Los daarvan heb ik bovenal lof voor de nog jonge Tom Rob Smith. Zijn schrijverij over spionnen heeft wel wat weg van dat van John leCarré in diens beste dagen. Wat een spanning en hoe goed gebracht! Als recensiecijfer kom ik uit op een 8+ voor dit boek. Het wordt hoog tijd dat ik Tom Rob Smith op mijn lijstje zet van auteurs van wie ik geen boek wil missen. Zijn “Child 44” en “The Secret Speech”, die achterin het boek genoemd worden, ga ik me zeker ook aanschaffen.
Ik heb er twee. Hier is mijn bespreking van Terreur, in het Zweeds Terror, van de thrillerschrijver Håkan Östlundh. Ik heb hem hier al eerder pluimen op zijn hoed gestoken met andere boeken. Terreur is uit 2017, maar speelt in de zomer van 2004, uiteraard in Gotland in de Baltisch Zee.
Wie zal ik eens tot hoofdpersoon bombarderen? Ik denk rechercheur Fredrik Broman die een liefdesaffaire met collega Eva Karlén heeft en verder zijn werk doet in het team van Göran Eide, samen met o.a. Gustav Wallin, Sara Oskarsson en Ove Gahnström. Het echtpaar Josef Thomasson & Saleh Habib wordt vermoord en hun gast Said Habib, biochemiestudent en broer van Saleh, weet maar net te ontsnappen. Later wordt hij vanwege zijn zogenaamde sympathie met de extreme islam, wel teruggestuurd naar Egypte. Wie zullen we het eens aanrekenen? Daarbij speelt ook nog een aanslag met een kneedbom op de veerboot M/S Visby, waarbij negen doden te betreuren zijn. In het boek kom ik uit bij de familie Johansson: de werkloze Tommy, zijn zus Anna-Karin e.a., Tommy’s vrienden Krister Asp, Tobias Sundin en Gert Fält en de nodige andere gegadigden. Een deel van de oplossing zie ik pas op de laatste bladzijden.
Ik ga in herhaling vallen. Håkan Östlundh heeft met dit boek een bovenste beste thriller afgeleverd. Ik heb het verhaal in anderhalve dag uitgelezen en ben gaandeweg de nodige keren op het verkeerde been gezet. De perikelen in enkele gezinnen zie ik als aangename afleidingen van de hoofdzaak. Als recensiecijfer heb ik een 8½ voor “Terreur” over. Dit verhaal moeten de thrillerlezers onder jullie zeker lezen.
Abonneren op:
Posts (Atom)