dinsdag 11 februari 2020

Weblogbrief 15.14, 4 februari 2020,

Weblogbrief 15.14, 4 februarin 2020

Queridos amigos y familia, hier ben ik weer met mijn strapatzen.vanuit Las Palmas de Gran Canaria. Laat ik beginnen met Lux, die op 27 januari 10 is geworden, nog een keer te feliciteren met haar verjaardag. Ik hen haar proberen te bellen op de dag zelf, uiteraard, maar dat lukte niet echt. Begint mijn telefoon net als ikzelf ok al kuren te krijgen? Vervolgens heb ik har een mailtje gestuurd, maar is dat wel ter plekke in Amsterdam-Zuid aangekomen? Dit is mijn derde kans om haar alsnog te feliciteren. Nou maar hopen dat Eva deze blog leest.

Ik ga weer net doen of het nog 27 januari is, als ik op de universiteit ben. Harry heetft weer de nodige clipjes voor me. Bijzonder vind ik "Got my mojo working" van de Cyril All Stars uit 1963, omdat daarop Long John Baldry een nummertje op zijn mondharmonica weggeeft zoals je het zelden nog tegenkomt. Ook val ik een beetje voor Shirley and Company met "Shame, Shame, shame" uit 1975. Nou maar hopen dat iemand me eens vertellen kan welke jongeman naast de al te doosnee dame zijn danspasjes oefent. Terzijde, Ik vind het nummer "Shame, shame, shame" veel beter met Tina Turner aan het roer, zoals ze het zeven jaar later voor de Willem Ruis show van de VARA brengt.

In één moeite door heeft Harry ook nog een popartikel in de aanbieding over Grace Slick (geboren in 1939) die in 1966 tot de Jefferson Airplane toetreedt. Met de groep heeft ze legio hits, o.a. "Somebody to love" en het door haarzelf geschreven "White Rabbit". We hebben het vooral over de jaren 1967-68 en Woodstock het jaar daarna.
(Ook andere dames zijn intussen toegevoegd aan een mannengroep, heel vroeg al "Zola Taylor" bij de Platters, en wat vinden jullie van Janis Joplin, Linda Ronstedt, Gladys Knight en Mama Cass. In Nederland gebeurt hetzelfde met bijv. Mariska Verus bij Shocking Blue en Jerney Kaagman bij Earth and Fire.)
In 1974 Maakt Grace Slick een soloplaat, "Manhole", mar dat wordt geen succes. De Jefferson Arirplane gaat door als Jefferson Starship en later Starship. De nummers, opnieuw hits, zijn nu veel melodieuzer.
Grace Slick leeft bij mijn weten nog steeds, al is nu wel een echte oma. In een interview in 2010, bij een tentoonselling van haar schilderijen, vertelt ze openhartig over het drugsgebruik van de groep. Haar favoriete muzikanten heden ten dage zijn dan Eminem en de Gipsy Kings.
Bij de clips onderaan het popartikel van Harry vind ik helaas nier veel extra's. Zo'n nummer als "We built this city" van Starship uit 1985 kan mijn goedkeuring niet wegdragen.

Dan zoek ik of "Zondag Met Lubach" alweer op de buis is geweest. Dat blijkt niet het geval te zijn. Hebben Arjen en/of zijn tekstschrijvers een black-out?

Op de maadagavond laat word ik grieperig. Ik kruip mijn bed in en voel me echt rillerig voordat ik onder zeil ga. Ik zal toch niet ziek worden net nu ik Marc & René op bezoek ga krijgen?
Op de dinsdag is het vooral "kuime". Ik eet niet en beweeg me maar moeizaam, vooral tussen het bed en het balkon. Een of meer sterke verhalen over mijn leventje hier moeten jullie helaas ontberen. Vooral mijn linker onderbeen en voet doen niet meer precies waarvoor ze aangesteld zijn. Het been is daar ook extra dik en rood, maar koorts heb ik niet. Is het een voorbijgaande lichte ontsteking van de zenuw die daar loopt? Of – wat ik veel waarschijnlijker vind – is mijn linker onderbeen en voet om onbekende reden extra gevuld met water door de backward failure van mijn hart? 's Avonds kruip ik om 7 uur al in bed, met mijn fleece-trui aan.

Op de woensdag kom ik pas om half 9 mijn bed uit. Dat betekent dat ik meer dan dertien uren geslapen heb, prima geslapen, daar niet van. Niettemin, echt beter voel ik mij niet, hooguit ietsje beter. Ik voel me patiënt, met een krakkemiggige gang. Een bezoek aan het huisartspraktijkje aan Las Canteras stel ik uit. Daarme wacht ik nog eventjes. Misschien is mijn griep of wat het voorstelt binnekort alweer over. Ik zie wel mij linker voet en onderbeen steeds verder in omvang toenemen.

Overdag vind ik nog maar net tijd om jullie eens een klein stukje ouderwetse rock 'n' roll te laten horen. Eind jaren vijftig – ik zit nog op de Sint Martinus lagere school in Wiek, nog niet op de middelbare school helemaal aan de overkant van de Maas - luister ik graag naar muzieknummers van de Johnny Otis Show. Ik heb jullie hier al eens voorzichtig iets verteld over de bijdrage daarin van de kogelronde Marie Adams, alleen of als onderdeel van de Three Tons Of Joy. Destijds kon ik geen serie platen van haar vinden, alleen het beroemde "Mama etc.", maar nu heb ik dan toch "The Greatest Johnny Otis Show" in huis, waarop maar liefst acht nummers van haar staan. Hier zijn ze:
01.Mama, he's making eyes at me 1957
02.Romance in the dark
03.Bye bye baby (+ Johnny Otis)
04.Loop de loop
05.All I want is your love
06.The light still shines on my window 1958
07.A fool in love
08.What do you want to make thos eyes at me for
Enig krediet gaat in dezen uiteraard ook naar orkestleider Johnny Otis zelf, die haar op de plaat toch maar laat floreren. Marie Adams zingt intussen voor mij de bloemen uit het behang.

Vanaf de avond komen Marc & René mij vervelen. Niet waar, ik heb gewoon prachtig bezoek te verwachten tot zondagmorgen. Ik hoop ze om kwart voor 7 op het Global busstation op Santa Catalina te treffen. De weg erheen is niet mijn favoriete uitstapje, helaas. Dan komt bus 60 de hoek om en draait voor mijn bank de busruimte in. Blijken ze er niet in te zitten. Zal ik maar weer terug"kretse" naar mijn flat? Even later zijn ze er toch, met de taxi gekomen, omdat het vliegtuig twintig minuten te laat is aangekomen en dan mis je de bus op een haartje.
We lopen gedrieën naar de Luis Morote, ik nogal stroef, en ik ben wat blij, als ik bij Carlos beneden op het terras kan gaan zitten. Over en weer worden roddeltjes uitgewisseld, terwijl het bier rijkelijk vloeit. Zelfs ik bezondig me aan twee "jarras", zij aan drie. Vergeleken met de Hierezitting in Amsterdam is geen geweldige sloot bier, maar zelfs voor Carlos kan het er mee door. Daarna is er boven in mijn woning tomatengroentesoep met ballen. Die soep had ik eerder gemaakt, voordat ik ziek werd, en vervolgens ingevroren. We laten ons de "maaltijdsoep" goed welgevallen.
Om kwart over 10 geef ik de "strijd" op en kondig aan dat ik naar bed wil. Marc & René maken dan nog een rondje over de boulevard rechts, in de richting van La Oliva. Maar niet echt veel later gaan zij ook maar slapen. Ik ben dan al lang onder zeil.

Op de donderdag heb ik nog steeds overlast van mijn linker voet en onderbeen. Het ziet er ter plekke ook best rood en dik genoeg uit. Daarom niet getreurd, denk ik er maar bij. Eerst gaat Marc zich soigneren, dan René. Als Marc daarop enkele boodschappen gaat doen, heeft René de tijd om op zijn gemak wat spullen in de keuken af te wassen. Dan komen er eieren met spek op tafel. Ik zit intussen braafjes op het balkon met een mij door Marc aangereikte beker rode Firgas (Spa). Om half 11 of daaaromtrent gaan ze strandwaarts en heb ik weer even het rijk alleen, tot 1 uur.

Laat ik jullie dan nu het verhaal vertellen van Xavier Mbuyamba. Om te beginnen is het een jongen die geboren en getogen is in Maastricht. Dat zou je zo niet zeggen, als je zijn achternaam hoort, maar dat komt omdat zijn ouders uit de Belgische Congo komen. Xavier is van 2001, is intussen behalve donker van tint ook boomlang (1.95 meter). En volgens Marc en René kan hij als jongetje al zo goed voetballen dat hij bij de jeugd van MVV speelt. Het liefste is hij rechtsachter of centrale verdediger.
Zijn ster rijst en reist snel. Afgelopen zomer - hij is dan 17 – wil de Londense club Chelsea hem inlijven, maar de overstap gaat niet door, omdat de club net het nodige gedoe met jeugdspelers uit Verwegnstan achter de kiezen heeft. Dan is FC Barcelona er als de kippen bij om hem in te lijven. Daar zit hij nu een half jaar, ook onder de nieuwe trainer Quique Sétien, mee te trainen met het eerste elftal van de club van o.a. Lionel Messi, Frenkie de Jong en Gérard Piqué. Kan de achterhoede van Barça niet enige verse input gebruiken? Misschien krijgt Xavier Mbuyamba, "'ne Mestreechse jong", binnenkort wel de kans om zijn waarde te laten zien.

Om 1 uur staat de jeugd weer voor de deur voor de lunch. Dan doe ik wel – noodgedwongen? - mee met eten met een croissant, een broodje cheddar kaas en nog eens een glas perziksap. Zij drinken er graag een paar blikjes Fanta bij. Daarna wacht het strand weer en kan ik me opmaken voor ee rustige middag op het balkon. Of het zo moet zijn, wordt het me na een tijdje te warm en verhuis ik met mijn e-reader naar de bank in de tussenkamer. Daar dommel ik in slaap.

Om 5 uur, half 6 zijn we weer met zijn drieën. Er wordt gedoucht en gekletst, maar over Johnny Blenco hoor ik pas 's avonds, als Trudie mij belt en ik haar met haar 70ste verjaardag kan feliciteren. Ze heeft een leuke dag achter de rug, in Eindhoven, met maar liefst alle vijf haar kleinkinderen. Ik wist nog niet dat je bij Bakker Bart ook broodjes met beleg en tosti's kunt krijgen, maar Trudie heeft met hetgrut en Math in de zaak gezeten en tevreden dat ze waren. Het feest a.s. zaterdagmiddag ter gelegenheid van haar verjaardag en die van Marcel (die 45 wordt) gaat nog steeds door. Er komen zo'n 130 mensen, denk ik, in het restaurant van het Geusseltbad, de helft is door Trudie uitgenodigd en de andere helft door Marcel. Ik vrees dat ik het jammer ga vinden dat ik er niet bij kan zijn.
Dan krijg ik in het gesprek nog een berichtje mee dat me enigzins verrast: Johnny Blenco (John Vriezelaar) is overleden – ik neem aan op 28 januari – op 81-jarige leeftijd. Een net ontdekte hersentumor zou hem in een paar weken tijd geveld hebben. De Limburger staat vol met doodsadvertentietjes over de man. Zo waar is er al een comité opgericht om op het Vrijthof een bank naar hem te vernoemen. "Op de Vriethof op 'n baank" vind ik niet zijn beste nummer, maar wat heeft hij onder eigen naam en diverse pseudoniemen veel betekend voor de Maastrichtse muziek.
Volgens mijn gasten hier op bezoek is het mooist liedje van Johnny Blenco "MVV weurt kampioen. Daor is niks mie aon te doen. Mesjiens nog dit seizoen". Ik kan daar een eind in meegaan, maar kom dan toch met een alternatief: "(Mie) leef Mestreech, veer mote diech noe deile met de studente, toeris en poletiek, Meh dee miech zeet tot heer daorom moot wene, kin iech begrijpe waant dee mins heet geliek".

Op vrijdagmorgen sta ik zoals gebruikelijk om 8 uur op, maar de locomotion-machine van Marc en René komt wat moeizamer op gang. Als ze om 10 uur aan hun "desayuno" beginnen, vraag ik of ik weer mag aanschuiven. Even later al zit ik aan mijn ei met spek, een croissantje erbij en een glas perziksap. Het lopen door de flat gaat ietsje beter, eerlijk is eerlijk, maar overhouden blijft iets heel anders. Moet ik vandaag toch eens een dokter opzoeken, eentje van de Inter Clinic op de boulevard (aan de Sagasta)? Hoe dan ook, op het balkon wordt het oeuvre van Johnny Blenco nog eens plaat voor plaat doorgenomen en dan Rik gefeliciteerd met zijn 35ste verjaardag. Daarna pas mogen de jongelui naar het strand. Het is zo'n lekker weer dat ze hun zwembroek alvast maar aangetrokken hebben, onder hun korte broek. Ik stel mijn doktersbezoek nog eens uit en verbeid de hele middag mijn tijd.
Om half 6 komen ze terug en wijzen mij op een dakterras (rooftop bar) genaamd Aloe Canteras aan de boulevard, bij casa Carmelo, waar ik nodig eens een kijkje zou moeten nemen. Op het balkon beslissen we gedrieën met eensgezinde stem dat "Ach wat is het leve sjoen, zjus wie de Bohemers doen" (over een vacantie in Tsjechoslowakije) van Frans Theunisz en de Nachraove in aanmerking komt voor de prijs van beste Maastrichtse carnavalsplaat ooit, "gouwe medaalje met tuike".
Om 8 uur 's avonds ben ik weer alleen. Ik zeg ze voorzichtig toe dat ik wellicht morgen nog eens met ze mee de boulevard op zal gaan. Voor alle zekerheid ga ik dan vannacht wel, op hun aanraden, met mijn linker been omhoog slapen. Zou dat zin hebben? Tussen mijn lakens hebben mijn gasten een kussen van de bank geschoven.

De morgenstond heeft goud in de mond, maar mijn linker voet kan nog steeds een ferme opknapbeurt gebruiken. Op het balkon word ik bijgepraat over Boris Brexit of hoe zal ik de minkukel vandaag eens noemen. René hoopt met de nodige overmoed dat het geld dat het Brexit-grapje aan Groot-Brittannië gaat kosten, vele tientallen miljarden, misschien nog mee gaat vallen. Marc en ik zijn de mening toegedaan dat nu uit de Europese Unie stappen, na 47 jaar lidmaatschap, echt een godspe is. Je tekent bewust je eigen doodvonnis, of in ieder geval langdurige armoede. Gisteren, 31 januari 2020, heeft het British Empire het mes in de eigen borstkas gestoken.
Tegen de achtergrond hiervan vraag me voor de zoveelste keer af waarom parlementaire democratie in de zin van "de meerderheid mag de baas spelen" wel de fantastische kiesvorm is, waarvoor allerlei mensen, politici voorop, jaar in jaar uit ijveren. In de huidige tijd zie je in steeds meer landen een verschuiving naar rechts en beslist het klootjesvolk daar wie op het pluche mag gaan zitten. Het moet toch mogelijk zijn om mensen die van toeten noch blazen weten, van het stemhokje weg te houden. (Een verlichte sociale dictator zoals ik, dat zou nog eens een verbetering zijn.)

Ook op de laatste volle dag van mijn bezoek zie ik ervan af om me op straat te wagen. Zelfs sla ik 's middags mijn aanwezigheid op het terras bij Real – Atletico over, maar dat kan ook mede komen, omdat met name Atletico betonvoetbal speelt. René en Marc vertellen me na afloop dat Atletico ietsje beter is, maar dat Real wel wint door een intikker van Benzema in minuut 56.
De laatste stappen in het uitgaanscircuit van mijn kostgangers zijn alweer in de rooftop bar van Aloe Canteras.

Op zondagmorgen in alle vroegte moet ik ze beloven dat ik hoe dan ook – al is het per rolstoel – nog een keer in hun favoriete zaak een drankje ga doen. Om 10 voor 8 op de dag des Heren zit Marc tegenover me op het balkon, als René zich aan het soigneren is. Hij kijkt precies uit op twee hoog rechts (voor ons) aan de overkant, waar de Arabische dames tijdelijk huizen. De gordijnen daar zijn niet helemaal dicht en wat krijgt hij in beeld: het complete boezenwerk van een van hem. Een beetje uit zijn doen is hij er wel van.
Als René en Marc al lang een breed op het vliegveld zijn, maar nog niet in de lucht, zie ik de dames naar buiten komen met een vrachtwagen aan spullen die kennelijk mee moeten op hun terugvlucht. Even later zijn een man en een schat van een zwarte dame in de weer om de flat te poetsen en weer in de min of meer originele staat terug te brengen.

Dan is het 2 uur of zo, nog steeds op zondag, en staat alweer een nieuwe lading toeristen voor die flat op de stoep daar. Deze keer zijn het overduidelijk mensen uit het land van de Brexit: drie "gals" en twee "guys". Een van de meiden heeft een t-sirt aan met daarop in "MANILA BAR KARAOKE" letters: "I HAVE NOTHING TO FEAR". Het zijn vijf woorden onder elkaar en het "FEAR" is maar half zichtbaar, zit een beetje opgerold in de onderkant van het t-shirt.
Laat ik me nou eens vergist hebben. Er staat niet "FEAR", maar "WEAR", Dat ziet er een beetje uit als "fear", maar is iets totaal anders. Ik ga mezelf corrigeren: "I HAVE NOTHING TO WEAR", ik heb niks om aan te trekken. Met het vijftal ga ik de komende week, denk ik, best nog enige lol op afstand beleven. Ook het duo op één hoog links blijft mijn aandacht houden, breekbaar als ik ben of niet.

Ik heb Marc & René en in het thuisfront Eva en Trudie inmiddels moeten beloven dat ik vandaag mijn zelfgekozen rust op ga geven en mij vandaag, maandagmorgen, inderdaad ga aandienen bij de Inter Clinic aan de boulevard (van Dr. Manuel Arkuch, met snor, en zijn jongere side-kick van ongeveer 45-50 jaar). Als ik me aan de balie meld, na een moeizame weg erheen, word ik uiterst liefdevol ontvangen door een oudere dame, die mert mij mijn personalia noteert en me dan begeleidt naar een van de kuipstoeltjes ernaast.
Even later neemt dokter 2 mij nauwlettend op, noteert mijn belangrijkste medische gegevens en verplaatst zich dan met me naar de ruimte ernaast. Daar wordt ik op een strecher gelegd, met mijn linker voet voor me uit. Met mijn idee dat het vooral en alleen een kwestie van te veel vocht in mijn voet is, maakt hij vervolgens korte metten. Ik heb kennelijk twee infecties, eentje ter hoogte van mijn binnenenkel en eentje, veel groter, onder mijn voet. Hij haalt er nog even zijn collega bij, maar die kan er ook niks anders van brouwen.
Mede met de hulp van de eerder genoemde dam wordt mijn voet jmet het nodige water gereinigd en dan omstandig omzwachteld. Nadat ik betaald heb en drie recepten heb meegekregen, mag ik apotheekwaarts en daarna huiswaarts. Thuis dien ik vooral vel rust te nemen, met mijn linker voet omhoog. De recepten zijn voor twee antibiotica, Cindamicina 300 mg 3x daags en Clamoxyl 750 mg 3x daags plus probioticum Ultralevura 50 mg, dat ik iedere morgen als extraatje dien in te nemen tegen eventuele diarree.
Thuis gekomen begin ik met mijn pillen in te nemen en ben daarna blij dat ik niet als therapie extra bewegen heb voorgeschreven gekregen. Of het zo moet zijn, begin ik met daarna een uurtje mijn ogen op slaapstand te zetten. (Dat lijkt me iets anders dan een placebo-effect.) In de late middag en 's avonds ben ik vooral begaan met mijn infecties – heb ik er de afgelopen dagen toch behoorlijk naast gezeten? Hoe dan ook, ik neem maar aan dat ik vanf nu steeds meer aan de beterende hand zal zijn. Overigens dien ik mij morgen wel ten tweede male bij de medische stand op de boulevard te vervoegen.

Op 4 februari, de 45ste verjaardag van Marcel, zit ik toch nog steeds vooral voor me uit te kijken op mijn mini-balkonnetje. Gaat het toch al een beetje de goede kant op nu? In ieder geval draai ik een was (met de bedspullen van Marc & René) en hang die op de tussenruimte. Minstens zo veelbelovend vind ik dat ik twee keer met het koffiezetapparaat in de weer ben en op het eind van de ochtend vier koppen koffie "in m'ne gielis" heb zitten.
Vanmiddag zou ik naar de universiteit gaan om deze brief te versturen, maar dat laat ik maar even. Mijn belangrijkste vaste lezers: Eva, Trudie. Ton, Harry. John (van Trudie) en Marc el zal ik met een e-mail wel uitleggen waarom ik nog niet helemaal compos mentis ben. Die gaat dan weg via de wifi van Carlos.
Nu ga ik wel alvast mijn weblogbried opslaan en dan aan een nieuwe beginnen. Hasta el valle de Josafat, PaulK.

BOEKENBIJLAGE

Ik heb eens een lijstje gemaakt van mijn 25 beste thrillerschrijvers. Daar zitten enkele Scandinaviërs bij en als ik IJsland (een voormalige kolonie van Denemarken) apart houd, ook een man van het kleine noordelijke eiland: Arnaldur Indridason. Hem heb ik op deze plek de afgelopen vijftien jaar al de nodige pluimen op zijn IJslandse hoed geschoven. Onlangs kreeg ik "Valkuil" ("Petsamo" in het IJslands) in handen, op mij e-reader nog wel, en dan is voor de zoveelste keer lezen geblazen. Het speelt uiteraard vooral in Reijkjavik en omgeving. Het boek is van 2018, maar speelt ergens in de Tweede Wereldoorlog, rond 1943.
De uit IJsland afkomstige medische studenten Christian en Ósvaldur wonen in Kopenhagen en beginnen een verzetsgroepje. Als ene Manfred, ook uit IJsland en een aanhanger van Hitler's denkbeelden, daar hoogte van krijgt, worden ze snel afgevoerd en verdwijnen in een concentratiekamp. Ósvaldur's vriendin, verpleegkundige Karolina, gaat alleen terug naar IJsland met de Esja boot, maar vraagt zich af of een paar eerdere slippertjes met dezelfde Manfred er mede debet aan zijn geweest. Op de boot is dezelfde Manfred weer present, die nu de nodige impertinente vragen aan haar stelt. Ze spreken ook allebei los van elkaar met Ingimar. Die vertelt aan Karólina over de nazi-oom van Manfred, ene Vilmundur. Ingimir is even later niet meer op de boot aanwezig en is waarschijnlijk in het water gegooid door Manfred. De broer van Ingimar heet Kristmann en terug in Reijkjavik hebben Karólina en Kristmann contact met elkaar. Kunnen ze genoeg bewijs vinden om Manfred te beschuldigen?
Tegelijkertijd zijn de Canadese militair agent Thorson en politieman Flóvent op zoek naar de schuldigen achter een steekpartij achter bar Piccadilly (van ene Bensi) in Reijkjavik, waar homo Jenni zou zijn afgemaakt. Hun zoektocht naar de Amerikaanse dader(s) leidt naar o.a. Falcon Point aan de zee, waar kennelijk akelige dingen met jonge meisjes worden uitgespookt.
Een boek van Arnaldur Indridason is altijd interessant. Dat geldt ook voor "Valkuil", maar toch vind ik het ietsje minder dan zijn eerder boeken,o.a. omdat ik gaande het boek nogal moeite heb met wie wat nou precies doet en nog meer: in welke volgorde. Daarom gaat dit boek niet met een 8 of hoger terug in de kast, maar blijf ik met mijn recensiecijfer steken op een 7+.

Laat ik voor de variatie eens een heel ander boek uit het e-reader cellofaan halen: "Más Allá Del Invierno", in Nederlandse vertaling "De Winter Voorbij" van good old schrijfster Isabel Allende uit oorsprionkelijk Chili. Het is uit 2017 en denk vooral niet dat het alleen in Brooklyn, NYC speelt.
Toch is dat wat ik aanvankelijk in gedachten houd. Lucía Maraz, 62 jaar, is de huurster en collega van Richard Bowmaster, 60 jaar, in dat deel van New York. Ze werken beiden aan de New York University, Lucía pas sinds kort, bij wat ik hier maar "social studies" zal noemen. In een sneeuwstorm rijdt Richard een deukje in de auto van een nog jonge vrouw, de stotterende Evelyn Ortega. Dan blijkt er een lijk in haar kofferbak te liggen, van fysiotherapeute Kathryn Brown, 28 jaar. Hoe gaan we dit lijk netjes wegwerken?
In het begin denk ik: tussendoor komt in vogelvlucht een verhaaltje voorbij over de achtergrond van de drie hoofdrolspelers: Lucía, Richard en Evelyn. Daar zit ik helemaal naast. Het boek is eigenlijk meer een verhaal over het verleden van de drie: uit Chili, (tijdelijk) Brazilië en Guatemala, tot ze elkaar in Brooklyn treffen. Wie ben ik om hier de geschiedenissen uitgebreid te behandelen, maar alle drie hebben ze wel wat je noemt een uiterst opmerkelijk verleden. Eigenlijk is het deel van het boek over wat er met het lijk gebeurt, van mindere orde.
Het is even wennen met dit boek, maar door de keurige opdeling van de verledens, ook al lopen de hoofdstukken niet helemaal chronologisch, kom ik er deze keer gemakkelijker uit van in boek 1 (van Indridason). Voor haar "De Winter Voorbij" krijgt Isabel Allende van mij toch weer een volle 8 als recensiecijfer. Mooi gedaan!

maandag 27 januari 2020

Weblogbrief 15.13, 27 januari 2020

Weblogbrief 15.13, 27 januari 2020

Queridos amigos y familia, op de tiende verjaardag van mijn kleindochter Lux voel ik me haast verplicht om jullie andermaal te voorzien van een brief met de nodige wetenswaardigheden. Het wekelijkse contact met mijn achterban is mij best dierbaar en ik ga echt mijn best doen om er ook deze keer weer iets van te brouwen. Mijn idee: als je de eindsteep begint te naderen – en die is aanstaande, nog ruim drie weken -- kun je er maar het beste een schepje bovenop proberen te doen.

Laat ik dus maar snel teruggaan naar een week terug, als ik om 11 uur 's morgens mijn huis hier verlaat en op het plein links van mijn straat (Santa Catalina) een mooie, grote kaart koop om Lux in Amsterdam mee te verrassen. Het wordt een onderwater-opname van twee schildpadden; ik neem blind aan dat ze die nog niet gehad heeft. Ter plekke vul ik mijn hoera in en haar adres op de envelop. Dan gaat de kaart met hulp van de vrouw van de kiosk op de ouderwetse postbus.
Voor de variatie sta ik daarna eens op de bus wachten ietsje verderop op de Presidente Alvear. Om even voor 12 uur ben ik al op mijn kamer op de universiteit, rijkelijk vroeg dus (voor mijn doen). Allereerst gaat daar mijn vorige weblogbrief de digitale deur uit om te vervolgen met het afdrukken van niet alleen die brief voor mijn archief, maar ook het interessante praatje van Harry bij Greetje's uitvaart en een foto van D.J. Piet van Kalken. De laatste heeft Trudie voor me gemaakt en is van zijn glansrijke optreden afgelopen zaterdagavond in café de Belsj in Maastricht.

Wie zal ik hierna de beurt geven? Laat ik beginnen mt de clips van Harry in de week na Greetje's overlijden. Ik zie er zeven en helaas, de allerooiste heb ik zelf erbij gezocht. Harry toont me een heel aparte clip van Marianne Faithfull: het door haar gezongen "Working class hero", een hit van John Lennon uit 1970. Rechts ervan op YouTube vind ik een "live" versie van het nummer "Sister morphine". Dat nummer vind ik nog meer uit de kunst dan haar "Working class hero". In de intro ervan vertelt Marianne Faithfull (geboren in 1946, een goed jaar) hoe ze het lied als heroïne-junkie van ongeveer 25 jaar geschreven heeft, met haar toenmalige vriend Mick Jagger erbij. De muzikale opname op YouTube is van 1989 en duurt bijna acht minuten. "Ech mega-sjiek!", zouden wij in Maastricht vandaag de dag zeggen.
Na ampel zoeken in mijn popmuziek-verzameling vind ik het liedje terug op de CD "Blazing Away" van haar uit 1990 (waar trouwens ook haar "Working class hero" op staat). Deze live versie van "Sister morphine" van bedenkster Marianne Faithfull hoort echt thuis in mijn top 100 aller tijden. Daar ga ik subiet werk van maken. Ik ben zelfs bereid om de versie van de Rolling Stones daarvoor weg te doen (maar die wil ik wel opnieuw weer in het zonnetje zetten met "Mother's little helper" uit 1966.)

Tussen de clips van de afgelopen week zie ik nóg een handje dat ik jullie van harte kan aanbevelen. Ik heb het dan over "Mississippi" van Larkin Poe uit 2019, de kinderen Starbugs (woordspeling?) met evergreen "Mr Tambourine Man" en laat ik bovenal Lasey Chambers vermelden met "The Captain" uit 2017. De dame ziet er niet echt uit. Ze heeft een ringetje door haar onderlip en in een zijvleugel van haar neus. Daarbij heeft ze de verkeerde kousen aan en – maar daar kan ze weinig aan verhapstukken - een keel van iemand die er heel afgeleefd uitziet. Maar zingen dat ze kan...

Harry is best onthand, met zijn foto's en clips op zijn website te zetten. Hij is aan het oefenen hoe hij het zonder Greetje zelf voor elkaar gaat krijgen. Het allerlaatste popartikel, waarbij Greetje hem nog ter wille heeft kunnen zijn, gaat over de (Zweedse) Hep Stars en Nederland. Voor dat artikel heeft hij daarbij dankbaar gebruik kunnen maken van een stuk dat Hep Stars kenner Bé Annen onlangs geschreven heeft. De groep – Hep is Zweeds voor hip en met met Svenne Hedlund als boegbeeld - is van 1963. Het jaar erop, als Benny Andersson toetsenist bij de groep wordt, krijgen de "hipsters" bekendheid met vooral covers van liedjes van buitenlandse rockers. Dan wordt hun muziek wat melodieuzer. In 1966 is er zowaar een hit in Zweden: "Sunny Girl" (dat overigens ook op het repertoire staat van de eveneens Zweedse Hootenanny Singers met Bjørn Alvaeus). In eigen land worden de Hep Stars steeds populairder, maar succes in het buitenland blijft voorlalsnog uit.
In 1968 wordt Stefan Schroeder (zijn moeder is Nederlandse en aldoende spreekt hij onze taal redelijk) naar Nederland gestuurd om te kijken of bij ons wellicht iets te halen valt. Mijn broer Harry is wel van sommige nummers van de groep gecharmeerd en zorgt ervoor dat er in Nederland een 45-toerenplaat op de markt komt. Dat worden niet "A Flower In My Garden" of "Malaika", waarvan hij zelf gecharmeerd is, maar de eerste single hier wordt hun Zweedse hit van twee jaar eerder: "Sunny Girl". Het nummer gooit tot ieders verrassing hoge ogen, mede omdat Stefan Schroeder hem zo bijzonder weet te promoten in het Hilversumse. Dat geldt (min of meer) ook nog voor de opvolger ervan: "Music Box", maar daarna gaat het helaas weer bergaf met de Hep Stars in Nederland. Ik voeg daaraan toe: ondanks dat de Amerikaanse Charlotte Walker (Lotte), een pracht van een zangeres die tot de groep is toegetreden. De derde single, "Let it be me" (een melodie van Gilbert Bécaud) wordt geen hit meer. De groep maakt in 1968 een toer door Nederland, maar beter wordt het er niet meer op. Ook met "Save Your Heart For Me" (met een in het Nederlands gezongen nummer op de B-kant) kunnen de Hep Stars geen potten meer breken. De groep kan weer terug naar waar hij vandaan is gekomen.
Liedjesschrijvers Benny Andersson (Hep Stars) en Bjørn Alvaeus (Hootenanny Singers) kennen elkaar intussen al van 1966. Als begin 1972 hun echtgenotes toetreden tot hun nieuwe groep, Agnetha en Anni-Frid, en Stig Anderson de manager wordt, zit er opnieuw een hoop leven in, stijgt het nieuw gevormde viertal zelfs tot internationale hoogte. Eerst komt "People need love", dan in 1973 "Ring Ring" ("bara du slog en signal") en het jaar erop wint ABBA met "Waterloo" het Eurovisie songfestival. De twee A's en twee B's worden vele jaren lang over de hele wereld een begrip.

Laat op de maandagmiddag kies ik ervoor om de al gememoreerde "Blazing Away", de vierde CD van Marianne Faithfull uit 1990, in zijn volle glorie voor jullie op de draaitafel te leggen. Er staan dertien liedjes op de plaat:
01.Les prisons du roy
02.Strange weather
04.Guilt
04.Working class hero
05.Sister Morphine
06.As tears go by
07.Why'd ya do it?
08.When I find my life
09.Ballad of Lucy Jordan
10.Time square
11.Blazing away
12.She moved through the fair
13.Broken English
Laat ik hier volstaan met te zeggen dat het album tot de mooiste platen hoort die ik in mijn bezit heb. Het is nog wel van een "live" optreden van Marianne Faithfull (terwijl ik doorgaans de voorkeur geef aan studiomateriaal). Deze keer ga ik geen uitschieters voot jullie naar boven bedenken; zelfs "Guilt" valt af - "I never gave to the rich, I never stole from the poor". Daarvoor zijn alle dertien nummers op "Blazing Aaway" van de vrouw met de doorrookte altstem me te dierbaar.

Ben ik daarmee uitverteld over de maandagmiddag? Nee, want ik heb nu ook informatie over het aanstaande carnaval hier. Het spektakel begint in Las Palmas anderhalve week later dan in Maastricht, maar is wel nog gaande in het weekend dat "we" in Nederland al weer in de vastentijd zitten. Op dit moment is de organisatie druk bezig met o.a. het opzetten van het podium. In de carnavalsperiode dat ik nog hier ben, vinden de bolgende diverse gebeurtenissen plaats:

07 februari: pasacalles y pregón (20.30)
08 februari: comparsas infantiles
09 februari: disfraces infantiles y gala gran dama (20.00)

10, 11, 12 februari: voorrondes murgas (20.30)
13 februari: disfraces adultos (21.00)
14 februari: comparsas adultos (21.00)

15 februari: finale murgas (21.00)
16 februari: carnaval canino (12.00) y gala infantil

Daarna is ook nog van alles te doen, o.a. de uitverkiezing van de "drag queen", beste uitgedoste travestiet, en van de "reina", koningin. Na onze carnaval volgt dan nog o.a. op de zaterdagavond de "gran cabalgata", grote optocht, die tot in de kleine uurtjes hier door de straten gaat trekken.

Ander onderwerp: mijn woning is weer puik in orde, als Sonia er met haar "paños", "bayetas", "gamuzas", "fregasuelos" en dergelijke doorheen gebanjerd is.
Het is intussen 7 uur maandagavond en ik heb nog tijd genoeg om even bij mijn bibliotheekje bij het parkje te gaan buurten voor het laatste nieuws en de voetbaluitslagen van het weekend. Internationaal nieuws van enige importantie kan ik niet bespeuren. Al snel zit ik daarom met enge argwaan over de verrichting gisteravond van voetbalclub Barcelona te lezen, dat het thuis heeft opgenomen tegen Granada, overduidelijk een club van lagere garnituur. Uit heeft Barça N.B. verloren van Granada en nu dreigt het andermaal niet goed te gaan. Tot een kwartier voor het einde staat het nog 0-0. Gelukkig heeft Messi dan nog een "chispazo de magia", een magische vonk, in de benen en eindigt de wedstrijd in 1-0. Eerder in het weekend heeft Real Madrid thuis Sevilla verslagen met 2-1.
De intussen 33-jarige Lionel is weer pichichi, topschutter, met 14 doelpunten (in 15 of 16 wedstrijden). Benzema van Real Madrid staat tweede met 12 en Suárez derde met 11. De stand in de Spaanse primera división is nu, na 20 wedstrijden: op een gedeelde eerste plaats Barça en Real met 43 punten, derde en vierde Atletico en Sevilla met allebei 35 punten.
Ik voorspel jullie: als het zo doorgaat met Barcelona, gaat de club het dit voetbalseizoen helaas niet redden en wordt Real de nieuwe kampioen.

Gisteren heb ik een fout gemaakt, toen Sonia me vroeg, wanneer ze opnieuw zou komen poetsen. Ik kwam uit op maandagmiddag 10 februari, maar dat is een week te laat. Het moet natuurlijk 3 februari zijn, de dag nadat mijn twee jonge gasten Marc & René het pand weer hebben verlaten. Dus stuur ik haar op dinsdagmorgen een appje (ik blijf iets tegen dat woord hebben). Hier is het, in onvervalst Spaans, en ik ga het nou eens niet vertalen:
Querida Sonia, ayer me equivó con el fecha. El 10 de febrero es incorrecto. Yo prefiero el 3 de febrero. Puedes venir en el lunes 3 de febrero a las 4, para limpiar (y llevar la silla)? Un gran besito, Paul.
Dat "llevar la silla" vraagt misschien nog om een verklaring. Ooit heeft Marij hier een blauwwitte stoel aangeschaft voor op het strand. Hij staat intussen al jaren te verkommeren in de zijkamer en Sonia wil hem eventueel wel hebben. Zo krijgt een gebruiksvoorwerp nog eens een tweede leven.
Een paar uur later krijg ik al een "OK" van Sonia terug. Waar het Amerikaanse OK precies vandaan komt, heb ik nog steeds niet helemaal opgehelderd. Lang geleden heb ik er op Spaanse les bij Natalia nog eens een praatje over gehouden. Hoe dan ook, in het Spaans is het intussen een gangbare afkorting om met iets accoord ("de acuerdo") te gaan, zoals het populaire "vale" of eventueel "claro".

Op de dinsdag zit ik bijna de hele dag te lezen in mijn eerste boek van deze week. Als ik 's avonds op het punt sta om toch nog een blokje om te gaan (om mijn gewrichten wat losser te maken), begint het net te regenen. Het zijn maar een paar druppels motregen, maar toch. Al snel wordt het nu wel een stuk stiller in de straat. Dapper besluit ik om dan maar gewoon thuis te blijven. Ik zeg mezelf wel toe dat ik later op de avond een leuke fim ga kijken op mijn laptop.
Het wordt "Girls' Night", met als ondertitel "Now Or Never", een typisch Engelse film uit 1997 met Nick Hurran als regisseur. De twee hoofdrollen zijn vergeven aan twee filmdames, waarmee ik kan lezen en schrijven: de hondstrouwe Brenda Blethyn en komieke Julie Walters. Zij spelen twee arbeidersvrouwen van middelbare leeftijd: Dawn en Jackie, die allebei eenvoudig werk doen in een electronicafabriek ergens in Noord-Engeland. Hun gezamenlijke uitje is bingo ("kienen" in het Maastrichts) op de vrijdagavond. Daar wint Dawn plotseling 100.000 pond (dat ze zoals afgesproken wel met Jackie deelt). Niet veel later krijgt Jackie haar congé en verlaat in een moeite door ook haar man. Dawn krijgt te horen dat ze een inoperabele hersentumor heeft, die het einde van haar leven gaat betekenen. De twee hebben poen dat het barst en dus gaan Dawn en Jackie eerst nog een keer de bloemetjes buiten zetten in Las Vegas, waar ze o.a. kennis maken met Cody (bijrol van Kris Kristofferson). Etc.
Ik heb "Girls' Night", in het Engels zonder onderschrift bekeken. Het is m.i. een heel leuke film, maar wat wil je, met twee van de beste sterren die de Engelse film te bieden heeft, in de hoofdrol. Hij gaat mee terug naar Maastricht.

Dan is het al weer woensdag, "e-goonsdag". Ik zie drie overduidelijk Arabische dames op Luis Morote 19 naar binnen gaan en uitkomen in de flat op twee hoog, naast die van "Vader & Zoon". Beneden op straat waren ze nog compleet gesluierd en zelfs hun voeten waren nog maar amper zichtbaar. Ik neem aan dat ze binnen in de woning veel normaler gaan gedragen, zonder al die textiel-poespas om zich zogenaamd vreemde mannen van het lijf te houden. Maar helaas, het kamergordijn bij het balkon blijft gesloten en niks krijg ik te zien.
Dan zie ik eenmalig een van de dames het balkon op komen. Ze is en blijft gehuld in een ruimzittend lichtblauw gewaad, van kop tot teen. Alleen het voorste stuk van haar haar is (per ongeluk?) zichtbaar. Ik begin t e vrezen dat er geen enkele tip van de sluiers zal worden opgelicht.
Dezelfde vrouw komt, als het net donker is om 7 uur, ineens wel enthousiast het balkon op om een vriendin beneden te verwelkomen. Nu is ze, althans van boven, wel normaal gekleed zonder al dat gedoe met doeken. Ze heeft lang, zwart haar en geloof het of niet, een derrière waar je U tegen zegt, zo breed en groot. Heb ik toch eens even ingebroken in deze Arabische wereld.

's Avonds is al om 6 uur de voetbalwedstrijd tussen Ibiza tegen Barcelona voor de beker. Als ik om 20 over 7 bij de HiperDino aan de haven kijk wat de stand is, blijkt Ibiza met 1-0 voor te staan, een doelpunt in de negende minuut al van ene Javi Pérez. Het is best druk op het terras. Barça gaat toch niet ten onder tegen een club die de "primera división" geeneens gehaald heeft? Met zijn tientallen kijken we het zichtbare leed aan. Mij valt direct op dat Messi en Suárez niet meedoen. Messi zou moe zijn en Suarez heeft sinds kort een langdurige blessure. Wel is Griezmann voorin van de partij met Fati.
Hoe gaat het aflopen? Ibiza wordt wel steeds meer onder de voet gelopen, het is echt eenrichtingverkeer in de richting van het doel van de club. Ibiza kan af en toe niet anders dan nogal grove overtredingen te maken om het hoofd boven water te houden. En dan gaat het toch nog goed komen voor Barcelona: in minuut 73 maakt Griezmann de 1-1 op een mooie steekpass van Frenkie de Jong en vlak voor tijd, eigenlijk in de extra tijd, zet dezelfde Griezmann met een mooi diagonaal schot toch nog de 1-2 op het scorebord. De aanwezige Barcelonasupporters juichen niet, maar slaken op het terras een zucht van verlichting.
Misschien had ik daarna spoorslags naar huis moeten gaan om me in mijn verdriet te wentelen. Ik beheers me en ga gewoon de HiperDino in of het niks is, om nieuwe Fanta-blikjes "piña (sin azúcar añadido)" in te slaan, die bij mijn weten alleen daar nog te krijgen zijn. En smaken dat ze doen, als ik thuis weer op mijn balkon zit!

De afgelopen dagen heb ik het in het begin van mijn nachtrust best fris gehad in bed. Buiten zakt de temperatuur dan nog weer een aantal graden en wie weet, heb ik als ouderling hartje winter hier wel niet genoeg aan mijn enige dunne dekentje. Er wordt niet gewacht: woensdagavond laat al kies ik ervoor om eens te kijken of een sprei bovenop mijn dekentje enige soelaas biedt.
Dat kan ik donderdagmorgen beamen. Ik moet in bed gisteravond laat snel vertrokken zijn (naar dromenland dan) en wat voel ik me herboren, als ik 's morgens om een uur of 8 mijn hoofd en schouders boven de nu twee dekentjes uitsteek. Ik hou het voor de komende vier weken, tot ik weer naar "Holanda" ga, op een dekentje extra. Als iemand van jullie dat maar flauwekul vindt, moet hij of zij hier zelf maar eens komen slapen.

Jullie kennen allemaal wel de gangbare voertuigen, waarmee wij ons plegen te verplaatsen. Sinds kort is daar hier de autoped hernieuwd bijgekomen. Voor luie volwassenen zoals ik is er zelfs een variant met een motortje, zodat je niet hoeft te steppen als een kind. De nieuwste variant daar weer van is de gemotoriseerde autoped met een zitje. Het comfort dient de mens, toch. Het is weer iets nieuws, waar ik in een klimaat zoals hier (en in Nederland in de zomer) best wat in zie. Je kijkt voor je uit, terwijl je met zo'n 20 km snelheid over de straat tuft en intussen schijnt er een zonnetje op je bol. Als e-bikes in Nederland zijn toegestaan, zou deze variant van een autoped toch ook moeten mogen. (Iets anders is of ik er zelf een zou willen aanschaffen.)

Op de donderdagavond breng ik weer eens een bezoekje aan de biblioteca municipal "Josefina de le Torre" aan de boulevard. Daar lees ik in dagblad de Canarias7 een interessant verhaal over de aanwezige supermarkten op de Canarische eilanden. Koploper is DINASOL met zijn 257 vestigingen en een vloeroppervlak van 182 duizend m2. DINASOL laat zic h opspitsen in 57 keer HiperDino, 92 keer SuperSol, 79 keer HiperDino Express en om het getal compleet te maken 29 DinoShops. Nummertje twee is niet De Spar, maar de MERCADONA met 86 vestigingen en een totaal oppelrvlak van 127 duizend m2. Dan volgt op drie CENCOSU, waar De Spar het belangrijkse onderdeel van is, met 189 vestigingen en toch maar 66 duizend m2 oppervlak. De Spar alleen is goed voor 163 vestigingen, kennelijk door de bank genomen minder groot, want met een totaal oppervlak van toch maar 57 duizend m2.
Laat ik voorde volledigheid ook de andere ketens noemen, in volgorde van oppervlak: JESUMAN, LIDL, CARREFOUR, UNIDA, EL CORTE INGLÉS en ALCAMPO.

Bryan Ferry, wie kent hem niet, de voormalige zanger van Roxy Music, begint in de jaren zeventig een solocarrière. Trudie is tot op de dag van vandaag nog steeds kapot van zangnummers van hem, zoals "Slave to love", "More than this" en "Jealous guy".
De Brit, altijd in het pak en goed gecoiffeerd, is van 1945. In 2018, als hij 73 is – dat is pas oud! - komt hij met een nieuwe plaat, nu vooral als orkestleider. Speelt hij daarop zelf ook mee op het een of andere instrument? Op de recente CD hoor ik vooral een orkest zoals die populair waren in de jaren 30-40 of zo, met af en toe ook een zanger die bepaald niet op de voorgrond hoeft te staan. Hier zijn de derien nummers van "Bitter Sweet", waarbij de (I) voor compleet instrumentaal staat:
01.Alphaville
02.Reason or rhyme
03.Sign of the times (I)
04.New town
05.Limbo (I)
06.Bitter-sweet
07.Dance away (I)
08.Zamba
09.Seea breezes (I)
10.While my heart is stil beating
11.Bitters end (I)
12.Chance meeting
13.Boys and girls
Het is echt ouderwetse orkestmuziek, of je Benny Goodman of dergelijke op hebt staan. De liedjes zijn, op de eerste twee na, allemaal nummers, die ik eerder al eens op een album van Bryan Ferry ben tegengekomen. Het moge raar zijn, maar de man weet kennelijk nog steeds hoe het hoort, al is dit jasje nog veel ouder dan op de vorige versies van de nummers. Op deze nieuwe CD smul ik vooral van de zangnummers met orkest 1, 2 en 4, terwijl ik bij de 100% instrumentale mijn voorkeur graag wil uitspreken voor nummers 7 en 11. Ik vind "Bitter Sweet" van vergane glorie Bryan Ferry een alleszins acceptabele plaat.

Laat op de vrijdagmiddag hijs ik me in mijn lange broek, trek mijn camelkleurig colbertje aan (maar kamelen en dromedarissen zijn bruiner) en begeef me vrolijk op weg naar Triana in het zuiden. Van de drie gangbare routes kies ik deze keer de middelste: langs El Corte Inglés, dan het "ayuntamiento" (stadhuis), even een pauze bij het parque Doramas en vervolgens via het Gobierno de Canarias (provinciehuis) en de plaza de la Feria (beursgebouw?) naar de kiosk van San Telmo.
Als jullie nou een gedetailleerd verslag van mij verwachten over wat ik onderweg of daarna in de calle mayor de Triana allemaal heb meegemaakt, ga ik jullie teleurstellen. Soms gaan dingen gewoon zoals ze gaan en dat kan ook best leuk zijn. Vooral de bank tegenover Iers café McCarthy's bevalt me weer als vanouds. Wat er daar voor mijn snufferd allemaal voorbijkomt... Vooral het gedoe van de opgeschoten jeugd op vrijdagavond zie ik echt als een belevenis. Pas om half 9 bedenk ik dat ik nodig weer eens op huis aan moet gaan.

Dan is het alweer zaterdag en houd ik mezelf voor dat nu ook winkelcentrum Las Arenas best wel weer eens bezocht kan worden. ´s Middags laat loop ik erheen, met eerst het stuk dat me al uitgebreid bekend is vanwege mijn bezoeken aan het bibliotheekje daar. Onderweg hoor ik het al van verscheidene kanten: voetbalclub Valencia (met Jasper Cillissen) heeft net thuis met 2-0 gewonnen van Barcelona. Wat ik jullie voorspelde, komt vanmiddag al uit: Barcelona de club is niet (meer) die het de afgelopen jaren geweest is. De mare verspreidt zich met een sneltreinvaartje over de volle terrassen. Ik houd even halt bij café-terraza Ñoño, dat Spaans is voor slapjanus, en bewonder dan de spreuk op de muur ietsje dichter bij Las Arenas: ¡SIN PRISA PERO CON GANAS! Daar maak ik in het A.B.N. maar van : haastige spoed is zelden goed, of zit ik er met die Nederlandse uitdrukking naast? Trouwens, wie in Nederlnad is op het onganselijke idee gekomen om het woord spoed nog weer eens te voorzien van haastige?
In het best grote winkelcentrum, met enkel etages nering, is het best druk. Ik loop mijn rondjes, kijk mijn ogen uit en vlij me dan neer op een bank bij de plaatselijke ijsboer. Wat er daar alweer allemaal aan moois en lelijks voorbijkomt, je gelooft je ogen soms niet. Vooral de jeugd maakt er net als gisteren een potje van, in al zijn verschijningsvormen. Een jongedame, model Madonna, heeft zich getooid in een korte, hagelwitte broek met daarop een zwarte trui met als blikvanger: ¡BABY, IT'S COLD OUTSIDE! Daar heeft ze best bekijks mee, ook van mij.
Dan wordt het tijd voor de Carrefour, voor enkel boodschappen die ik elders in de stad niet zo snel kan bespeuren. En passant pak ik er stokbroodjes mee, een camembert van de zaak en een koppel grote bekers Americana, met vooral "col blanca rallada", geraspte witte kool. Hoofdmoot is en blijft mijn hernieuwe aankoop van "Morro guisado", gestoofd kopvlees. Het is de originele variant van onze tête de veau, maar nu wel echt van het smoelwerk van een varken. In Maastricht is het spul in deze vorm al heel lang niet meer te krijgen (maar ik weet wel nog een slager in Hasselt die er sier mee maakt). Zo'n portie "morro" van een halve kilo, dat is nog eens smullen geblazen.
Nadat ik de complete Las Arenas gehad heb (en gelukkig de MediaMarkt alweer heb overgeslagen), zit ik nog een tijdje op de trappen bij de in- en uitgang. Eindelijk zie ik daar weer eens een jongen voorbijkomen met een Spaans opschrift op zijn t-shirt: HOY ME HE PASSADO UN PIBÓN". Vandaag is me een stevige jongen gepasseerd. Klopt mijn vertaling van "pibón" wel?
Nu kan ik met een tevreden gevoel met bus 47 terug naar Santa Catalina. Het is druk in mijn bus en dan staat een jonge Arabische vrouw, gehuld in diverse lagen kledij, voor me op, hoe serieus ik haar aanbod ook afwijs. Ik vertel haar zelfs dat ik met mijn 73 jaar best kan blijven staan, dat ik niks noemenswaardigs mankeer, maar ze blijft aandringen. Dan ga ik toch maar zitten, met mijn aankopen op schoot. Dat moet me niet te vaak gebeuren, dat de jeugd voor me op gaat staan in de bus. Misschien moet ik me dan in Maastricht toch maar zo'n autoped met hulpmotor en zitje aanschaffen.

En dan is het zondagmiddag, als "De Groeten Oonbekinde" om 3 uur de Markt in Maastricht opdraait, waar "'t volk vaan Mestreech" hem al staat op te wachten in een zonnetje en bij 11 graden. Een kwartier later, als de gangbare plichtplegingen zijn afgewerkt ("bij 't nejkiske vaan vrouw Versjevee", "al kos 't miech m'ne letste druppel blood"), weten we het zeker: deze keer is Luc van Lijf de man die ons mag voorgaan tijdens "die zwoer daog". Hij en niemand anders is de 75ste Prins Carnaval van Groot-Maastricht. De meubelverkoper van de bekende familie van Lijf is 40 jaar en dat is voor zijn Tempeleers een mooie leeftijd. Op de foto die mij tot in Las Palmas wordt toegestuurd, staat hij er monter op.
Minstens zo carnavalesk vind ik dat Marc & René in N.B. Amsterdam naar een Hierezitting zijn geweest. Daarover gaan de twee me later op de week zeker bijpraten hier aan de boulevard.

Rest me voor deze dag nog met de nodige trots te zeggen dat Lux vanmiddag haar tiende verjaardag heeft gevierd, één dag aan de vroege kant, maar wat wil je, als je op maandag jarig bent. Mijn cadeautjes, door Eva namens mij aangereikt: een puzzle en een Mickety Mouse beker, hebben de toets der kritiek glansrijk doorstaan, maar ik ga haar morgen wel ook nog even per telefoon zelf geluk wensen.

Maandag is niet alleen Lux-dag, maar ook de verzenddatum van mijn dertiende brief aan jullie, deze winter. Ik doe het rustig aan en voorzie pas weer van een volgende over acht dagen, op dinsdag 4 februari. A.s. zaterdag geven Marcel en Trudie een aangeklede receptie in het Maastrichtse Geusseltzwembad, maar een mens - ik dus - kan niet alles hebben. Dus zullen ze het zonder mij moeten doen.
Voor nu: hou zee en oefen met mij het refrein van MESTRECH, IECH BIN VERLEEF, sinds gisteren het van Lijflied van Prins Luc III. Veer zien us, hasta luego, PaulK.

BOEKENBIJlAGE

Ik heb er – als eerste deze week – weer een van John Lescroart gelezen. Hij is als schrijver van rechtbankthrillers misschien niet zo bovenmatig populair als John Grisham, Scott Turow of (soms) Michael Connelly, maar ik hem wel al hier een paar keer de hemel in geschreven. Deze keer is "De Verdachte" aan de beurt, een drama uit 2007 dat ik op mijn e-reader heb staan. Het verhaal speelt in San Francisco, een stad waar ik ook nog eens een week heb mogen bivakkeren, toen ik op de U.M. nog bij Huisartsgeneeskunde zat.
Caryn (Karin op zijn Engels?) Dryden Gorman is vermoord, naakt in haar bubbelbad. Zij was orthodisch chirurg, uitvinder van de Dryden-kom, en werken was haar alles. Haar man, Stuart Gorman, schrijver van natuurboeken, is uiteraad de belangrijkste verdachte, hoewel hij stellig beweert op de betreffende avond laat van de moord elders lijkt te zijn. Op verzoek van zijn vriend Jebb Conley, een bekende voormalige strafpleiter en nu vooral politicus, neemt Stuart de mnder ervaren Gina Roake aan als zijn advocate. Daarvoor al en daarna gaat er echt van alles mis. Stuart en Gina maken kleine fouten en dan zit Stuart ineens halverwege het boek in voorlopige hechtenis. De met de zaak belaste politierechercheur Devin Juhle en nog meer hulpofficier van justitie Gerry Adams doen er echt alles aan om Stuart vervolgens bij de rechtbank in een kwaad daglicht te stellen, op indirect bewijs, want Stuart blijft ontkennen.
Het boek gaat daarna vooral over de hoorzitting en wat er nog meer tijdens die dagen gebeurt. Mooie bijrollen zie ik voor o.a. voor lab-assistente Kelley Rusnak (tot die ook vermoord wordt), Gina's detective Wyatt Hunt, Stuart's schoonzus Debra en zijn dochter Kym (met haar vriend Trevor), Caryn's manager Don Forrester en zakenpartner Robert McAfee voor een nieuwe kliniek en de baas van investeerder P.I.I. Bill Blair. En wie houdt zich achter het pseudoniem GZND schuil?
Ik heb iets met John Lescroart. Zijn rechtbankthrillers vind ik echt de moeite waard om te lezen en dat geldt ook weer voor "De Verdachte". Het is spannend en tot vlak voor het einde is me niet helder wie voor de dood van Caryn Dryden Gordan aansprakelijk moet worden gesteld. Als recenesiecijfer kom ik uit op een 8 en maak hier nog eens openbaar dat ik nog meer boeken van John Lescoart wil gaan lezen.

Mijn tweede boek, maar 200 bladzijden, is er een van Harlan Coben: "Nu Of Nooit" op mijn e-reader, maar "Seconds Away" in het oorspronkelijke Engels. Het is een jeugdthriller uit 2012. Eerder heb ik best plezier beleefd aan andere boeken voor adolescenten van Coben, dus waarom zou ik er niet aan beginnen. Het verhaal speelt zich af in Kasselton en dat ligt niet ver van Newark in het Amerikaanse New Jersey (onder New York).
Hoofdpersoon Michael Bolitar is bijna 16 en zit sinds kort op de middelbare school in Kasselton. Zijn oom Myron bij wie hij woont, was vroeger een gevierde basketballer tot hij voortijdig geblesseerd raakte. Michael is zelf ook idolaat van het spelletje. Zijn nieuwe vrienden in Kasselton zijn vooral Ema, Spoon en Rachel. Dan krijgt Rachel's moeder een kogel door haar hoofd, dodelijk, terwijl Rachel zelf door een schampschot geraakt wordt. Is haar vader Henry de boosdoener? Daar zijn nogal wat aanwijzingen voor, o.a. omdat hij met twee criminelen omgaat. Intussen wordt de relatie tussen Michael en zoon Troy van commissaris Ed Taylor er ook niet beter op. Op de achtergrond zien we een groep die zich Abeona(-vlinder) Shelter noemt en zich voor het redden van kinderen in gevaarlijke situaties inzet.
Eerlijk gezegd is "Seconds Away" van Harlan Coben mij toch ietsje aan de te jeugdige kant om er echt van te kunnen genieten. Om die reden kom ik – helaas pindakaas - als recensiecijfer niet hog3r dan een 6½. Misschien moet ik me voor andere thrillers van Haraln Coben toch weer gaan beperken tot zijn boeken voor volwassenen, die ik steeds en zonder uitzondering heel spannend heb gevonden.

Dan denk ik: ik heb detectiveboeken van auteurs uit allerlei noordelijke landen in mijn bezit: Nederland en België, Scandinavië en IJsland, Groot-Brittannië en niet te vergeten de Verenigde staten en Canada. Waarom is er zelden nooit eens eentje aan de beurt uit Frankrijk? Dus zoek ik op mijn e-reader en kom uit bij een boek van Pierre Lemaitre: "Travail Soigné" uit 2006, in Nederlandse vertaling "Irène". Het speelt de hele tijd in Parijs en zijn banlieue (voorsteden).
Commandant Camille Verhoeven is op zoek naar de moordenaar(s) van een echte slachtpartij, waarbij twee hoeren zijn afgemaakt en in stukken terug worden gevonden. Bij het recherche-onderzoek zijn vooral ook zijn medewerkers Louis, Armand en Maleval betrokken. De zaak doet denken aan een eerdere moord, twee jaar eerder, waarbij ook een hoertje de klos was. Dan valt Camille Verhoeven in dat die moord gekopieerd is van een thriller: "De Zwarte Dahlia" van James Ellroy. Het zoeken naar soortgelijke verhalen en dito moorden in de periode vanaf 2000 levert nog meer thrillers op: "Laidlaw's Jacht" van William McIlvanney, "American Psycho" van Bret Easton Ellis, "Moord in de Orcival" van Émile Gaboriau en "Roseanne" ("De Vrouw In Het Götakanaal") van Sjöwall & Wahlöö. Bij de zoektocht naar andere van dit soort moorden is de hulp van kenners Fabien Ballanger van de universiteit en tweedehands boekhandelaar Jérôme Lesage van belang. Intussen is journalist Philippe Buisson ijverig bezig om de recherche informatie af te troggelen en maakt de vrouw van Camille Verhoeven, filmeditor Irène, zich op om te gaan bevallen. Vraag: hoe loopt de dader tegen de lamp?
Ik heb "Travail Soigné" ("Irène") een echt spannend boek gevonden, dat bovendien een beroep doet in mijn intussen enigszins verworven kennis van moordboeken. Daarbij heeft het verhaal genoeg zijlijntjes om de zaak levendig te houden. Pierre Lemaitre komt daarmee uit op een 8+ als recensiecijfer voor zijn boek. Zal ik er nog eens een van hem te pakken zien te krijgen?

maandag 20 januari 2020

Weblogbrief 15.12, 20 januari 2020

Weblogbrief 15.12, 20 januari 2020

Queridos amigos y familia, fris en fruitig ga ik jullie weer op de hoogte brengen va mijn ziele- en andere roerselen in de afgelopen week. Fris en fruitig, heb ik die opening niet al eens eerder gebruikt? Zo ja, dan val ik maar eens in herhaling, dat moet zo maar kunnen. Mijn leven hier, hoe aardig ook, toch ook een beetje repeteergeweer, met de nodige losse fodders. Dat zij dan maar zo!

Als ik een week terug, op maandag de dertiende, mijn gang op de universiteit binnenkom, is het al half 3. Dat komt mede door een "atasco" met de bus. Enne... ik ben helemaal in mijn uppie op de afdeling van Lluis. Zo'n universitair baantje zou ik ook wel willen hebben. Of nee, ik ben van mezelf niet bepaald de hyperactiefste, maar enige ijver is me wel gegeven.
Gelukkig loop ik wat later toch Lluis zelf nog even tegen het lijf. Hij steekt de resterende huur van mij, in een goedkope envelop, achteloos in de binnenzak van zijn colbertje. Dan vraagt hi mij iets waar ik niet op gerekend heb: wil ik misschien na carnaval nog een paar maanden extra van de woning gebruik maken? De echte verbouwing is – blijkt nu – toch pas in de late zomer gepland en waarom zou de woning van eind februari tot september leeg blijven staan? Ik vraag bedenktijd, weet nog niet wat ik wil doen. Vooralsnog heb ik er weinig mee, denk ik.

Ik verstuur vervolgens mijn vorige weblogbrief aan jullie, druk hem ook af voor mijn eigen administratie en begin dan aan mijn e-mails. Daarna kijk ik of Arjan Lubach al terug op de buis is geweest, maar nee, dat is niet het geval. Als beetje surrogaat kijk ik eens de recentste aflevering af van Toren C, van gisteren, een ander programma van de VPRO. Margôt (met een hoedje) Ros en Maike Meijer maken er, samen met een hele rij bijartiesten, voor de zoveel;ste leer een spektakel van. In een kantoortuin werken op de zoveelste etage van een min of meer torenflat is mij niet echt gegeven, nog steeds niet.
Het is pas half 5, als ik daarna aan de aflevering van afgelopen vrijdag van De Wereld Draait Door begin, met Matthijs van Nieuwkerk als ankerman en uiteraard op de vrijdag Marc-Marie Huijbregts als side-kick. Al tijden beweer ik dat ik er eens mee moet ophouden om naar hun onderlinge gekeuvel te kijken, maar ik laat me vandaag op de universiteit hier toch weer een keer verleiden. Wat is alles vooraf tot in den treure uitgeregisseerd! Welbschouwd hebben de gasten maar weinig of niks te vertellen, heeft MvN allang vastgesteld wat ze wel of niet mogen zeggen. De foto's en filmpjes op de achtergrons zijn intussen eerder ook door hem goed bevonden.
DWDD opent deze keer wel met dominee Gremdaat, Paul Haenen, die vindt dat het met al die onrust in de wereld tijd is voor wat meer vrede op aarde. Hij blijft goed. Dan komen er twee mensen aan het woord die kennelijk net van een gigantische gadgetsbeurs in Las Vegas terug zijn gekomen. De slaap zit nog een beetje in hun ogen. O.a. krijg ik te horen dat daar een een digitale lippenstift is gedemonstreerd die je per dag de juiste kleur op je lippen smeert, zonder dat je zelf steeds een keuze moet maken uit enkele aangeschafte, te dure stiften. Ook wordt er in de gokstad kennelijk melding gemaakt van een nieuwe Uber-taxi door de lucht, met helcopterallures, als het op starten en landen aankomt. Het gaat om een veredelde drone met ruimte voor vier mensen plus chauffeur en met brandstof voor maximaal 100 km afstand. Willen jullie er nog eentje, om het af te leren? Frans Evenblij mag komen uitleggen hoe zijn avondje ongegeneerd stappen met Daphne Schippers is geweest, in zijn programma "Evenblij Maakt Vrienden". Een begeleidend filmpje maakt duidelijk dat ze echt lol hebben gehad. Dan houdt MvN hem nog even fijntjes voor dat het eigenlijk wel ongepast is wat ze aan het doen zijn: een topatlete mag aan zo iets liever niet meewerken.
Het wordt hoog tijd dat ik eens een foute bijnaam bedenk voor de overrijpe TV-man. En vuilnisman, mag die zandzak rechts van MvN op de vrijdagen ook mee?

Om half 6 sta ik weer bij de bushalte opzij van het gebouwcomplex van de universiteit in Las Palmas-Zuid. Dan duurt het deze keer echt een eeuwigheid, nou ja meer dan een half uur, voordat ik in mijn bus 12 naar mijn binnenstad kan stappen. Uiteraard is dan ook nog eens mijn favoriete zitplaats bij de ingang vooraan al bezet. Omdat het nogal waait en mijn bibliotheekje bij het park pas vanaf donderdag weer 's avonds open is, kies ik er deze keer voor om linea recta op huis aan te gaan. Alweer komt de bus in een file terecht en het is op mijn horloge al 10 voor 7, als ik weer monter tussen mijn eigen spullen sta.

In mijn laatste boek van vorige week, "Verloren Vrouw" van Gillian Flynn, wordt Daniel Day-Lewis geciteerd in de film "The Last Of The Mohicans" uit 1992. Laat ik die DVD, waarvan ik als jongetje ongetwijfeld het boek moet hebben gelezen (van ene James Cooper) nou zondag op de rommelmarkt zien liggen. Dan neem je hem uiteraard mee en wat is erop tegen om hem op mijn verwaaide maandagavond af te draaien. Daniel's liefje in de film is Madeleine Stowe en Michael Mann is de rol van regisseur toebedeeld. Is het wat, als ik zit te kijken naar de veldslagen tussen de Engelsen en de Fransen in 1757, met als bijproduct ook nog eens wilde indianen? De film valt mij helaas tegen en hoeft de reis naar Nederland vlak voor carnaval niet mee te maken. Moet ik kieskeuriger worden bij mijn keuze van interessante DVD's voor de late avond?

Op de dinsdag begin ik maar eens met een CD'tje op te zetten. Het wordt, met een afscheidsgroet aan Greetje, een stukje muziek van min of meer cabaretier Jaap Fischer. Dat is de artiestennaam van een nu al hoogbejaarde man, uit 1938. Hij is geboren in Utrecht en heet eigenlijk Joop Visser. Vooral in de jaren 60 is hij populair, zeker in het cabaretcircuit.
Ik ben de gelukkige bezitter van een serie van 55 van zijn liedjes van Jaap Fischer. Daaruit kies ik hier voor julli een twaalftal dat me ook vele decennia later nog steeds aanstaat. Hier zijn de 2X6 - het lijkt wel een ouderwetse LP - alfabetisch:
01.Als ze slaapt
02.Blaren
03.De bal
04.Elke morgen gaat de zon op
05.En in juli als het warm was
06.Fietsers
07.Hilversum
08.Nooit een vak geleerd
09.Tuig
10.Utrecht
11.Worteltjes
12.Zwanger
Wat een rijtje! Laat ik mijn verhaaltje over Jaap Fischer eindigen met de nu 81-jarige nog eens een pluim op zijn hoed te steken. "Als ze slaapt" (maar psychiatrie is nooit echt mijn ding geweest) blijft een favoriet van mij.

Ik zie in de straat bij mij voor de deur een enigszins mollige jongedame voorbij lopen. Op haar zwarte trui, met lange mouwen, staat of het gebeiteld is: "It's a long story". Die zou ik best eens willen aanhoren, denk ik besmuikt. Terzijde, die lange mouwen van haar hoeven voor mij niet zo nodig, zeker niet door de dag.

Gisteravond had ik echt pech met mijn film over "De Laatste Der Mohikanen". Hij stelde zo weinig voor dat ik vandaag al rijp ben voor een nieuwe, eentje die veel acceptabeler is. Het wordt "Judas Kiss" van regisseur Sebastian Gutierrez uit 1999. Vraag: wat is ook al weer een judaskus? Ik weet van mijn bijbelkennis dat apostel Judas zijn baas Jezus op Witte Donderdag met zo'n kus aan de Romeinen verraden zou hebben in de Hof Van Olijven. Mijn Van Dale woordenboek geeft aan dat het een verraderlijke kus is. Zo ben ik nog niet echt veel verder. Hoe dan ook, Emma Thompson speelt mee in de "Judas Kiss" en dat alleen al zie ik als een reden om hem eens af te kijken.
Het verhaal speelt in New Orleans. Een bende van vier, Cora Chavez (gespeeld door Carla Gugino) plus Junior, Lizard en Ruben, gijzelt een jonge rijkaard. Als zijn omgeving hem levend en wel terug wil zien, moet er vier miljoen dollar losgeld op tafel komen. Aan de andere kant van de medaille zijn vooral twee rechercheurs in touw: David Friedman (gespeeld door Alan Rickman) en de al gememoreerde Sadie Hawkins (Emma Thompson). Er volgt anderhalf uur onvervalste smeerlapperij, voordat ik de twee politiemensen bebloed op een stoepje zie zitten en Cora over het strand van het eiland Margarita naar de horizon loopt.
Zo maak je een boevenfilm, verklaar ik maar weer eens, in de stijl van de "black movie" uit de jaren 30 en 40. De "Judas Kiss" kan mijn goedkeuring helemaal wegdragen.

Ik krijg mijn thermometertje annex klokje niet of amper meer aan de praat. Alleen de graden Celsius worden nog feilloos aangegeven, tot zelfs een cijfer achter de komma. Vandaag, op de woensdag, is het pas 16 graden, als ik om kwart over 8 het balkon op ga en op mijn thermometertje kijk. Beneden zal het dan niet warmer zijn dan een graad of 14, 15. Gelukkig, om 11 uur is het op mijn balkon alweer (maar net aan) 20 graden. En als ik in de middag nog eens kijk – maar dan staat de zon vol op mijn apparaatje – is het zelfs 39, 40 graden. Dan lijkt het potverdriedubbeltjes wel een koortsthermometertje. (En voor wie ook nog eens het naadje van de ochtendkous wil, de lantaarns gaan uit om ongeveer kwart voor 8.)

Ik heb een niet gecheckt verhaal dat ik jullie (bij gebrek aan beter?) toch maar voorleg. Misschien kan het vanuit Nederland eens verder door een van de jongeren onder jullie worden uitgezocht. Ik denk dat de temperatuur overdag en 's nachts hier schommelt op dezelfde manier als in Nederland. Als het overdag hier zo'n 25 graden is, kun je in Nederland best je dikke jas thuis laten, omdat het daar dan ook niet echt winters weer is, zo'n 10-15 graden. En op een ochtend als nu zou ik, als ik in Maastricht of zo 's morgens "de stad" in zou moeten voor een "kemissie", mijn handschoenen maar uit mijn jas halen dan wel mijn handen diep in de zakken van mijn overjas stoppen.

Het voetbalnieuws van de dag komt uit Barcelona. Daar is de trainer of hoe noem je vandaag de dag de man die sportief gezien aan het roer staat (of hoort te staan), de laan uit gestuurd. Je kan veel van Ernesto Valverde zeggen, maar een uitgespoken extravert type heb ik nooit van hem kunnen maken. En jullie weten het: gisteren was je nog de held (voor de zoveelste keer landskampioen, met pech de halve finale Champions League verloren tegen Liverpool) en vandaag mag je je biezen pakken. Zo gaat dat in het miljoenenspel van het topvoetbal.
Bij mijn Barça laat men er vervolgens geen gras over groeien om een opvolger te benoemen. Valverde heeft nog maar net zijn jas aan om te vertrekken via een zijdeur of zijn opvolger komt al weer goedgemutst door de voordeur aankachelen. Zoals hij het zelf in een interview aangeeft: zo sta je nog in de wei tussen de koeien en dan ben je ineens de trainer van de beste club van de wereld. We hebben het uiteraard over Quique Setién, nu toch al 61 jaar, maar "still alive and kicking". Ik ken hem nog als trainer van UD Las Palmas, nog niet zoveel jaar geleden. Ook Betis Sevilla daarna is kennelijk nog niet zijn einddoel geworden. Hier op mijn eiland was hij in ieder geval toen echt een smaakmaker. Het zal me benieuwen hoe Quique (slang voor Enrique, Harry) Setién het bij Barça gaat doen. "!Benvingut!", welkom.

Donderdag is crematiedag van Greetje. Om kwart voor 1 – dan is het in Leiden kwart voor 2 – staar ik wel een tijdje voor me uit op het balkon.

Een Nederlandse band waar ik al jaren belangstelling voor heb, heeft de naam "Johan". De leider van de groep, Jacob de Greeuw uit Hoorn, was eerst nogal gecharmeerd van de naam: "Visions Of Johanna" naar het nummer van Bob Dylan uit 1966 (op Blonde On Blonde). Echter, zoals dat gaat, heeft hij er later, samen met zijn kornuiten, "Johan" van gemaakt. Bekt dat beter?
De groep heeft in de periode 1996-2009 bij mijn weten vier CD's afgescheiden, maar die ben ik allemaal kwijt, als mijn extra harde schijf plus zijn vervanger allebei tegelijker tijd crashen. In 2017, een paar jaar terug, besluit Jacob de Greeuw het nog eens opnieuw te proberen met wat muzikanten om hem heen. Is dat de tijd dat hij ook Alex Roeka met het maken van diens platen helpt? Hoe dan ook, hier zijn de elf nummers van de nieuwe CD: "Pull Up" van "Johan" uit 2018:
01.About time
02.W.F.
03.What a scene
04.Just because
05.Making sense
06.Anyone got a clue?
07.Dream (on my mind)
08.Your face
09.Books and TV
10.No problem next week
11.Quicksand
Overweldigend vind ik de CD niet, maar toch wel aardig. Zelfs na een paar keer afluisteren kan ik geen nummers aanwijzen die er echt bovenuit stijgen. Alle elf nummers, een aftreksel van wat de Byrds zestig jaar teug lieten zien, zijn te pruimen.

's Avonds doe ik maar weer eens een rondje boulevard naar rechts. Het is redelijk druk; hebben mensen al het weekend in hun kop? Op mijn bank bij het Imperial NH hotel hebben de muisjes – of het er maar eentje? – nog steeds vrij spel. Af en toe komt hij of zij buurten, pikt een graantje mee van de grond en verdwijnt dan weer schichtig onder de bank richting de struiken daarachter.
Ik besluit al snel om mijn koptelefoon op te zetten voor een portie onvervalste prietpraat uit Nederland. Ik kom vanavond uit bij Maarten Spanjer. Amsterdamser kan het haast niet, het is zelfs vooral Amsterdam-Oost dat ik te verduren krijg. Maarten gaat als jongertje naar de kapper in de Linnaeusstraat. In die straat heb ik in 1964-1969 nog gewoond, bij mevrouw Versteeg tegenover de Hema. Ook vertelt hij me over een schoenenzaak op de Middenweg, "Matteo" genaamd, waar hij met zijn vader nieuwe schoenen gaat kopen. Mij staat de zaak nog een beetje bij en inderdaad, op het eerste stuk van de Middenweg was inderdaad de ene na de andere schoenenzaak. De verzameling stukjes van Maarten Spanjer staat op drie CD's en staat geboekt als: "Eigen Schuld En Andere Verhalen" uit 2008. Die Maarten Spanjer is nog niet van mij af.

Lluis had het als appje al aangekondigd: op de vrijdagmorgen staan om even voor 10 uur twee mannen, glazeniers, bij mij op de stoep die de ramen een voor een komen opmeten. Ze zijn er een stief kwartiertje mee zoet, voordat ze alles in een schrift hebben genoteerd en mijn "piso" weer verlaten. Nou maar hopen dat Lluis ze niet besteld heeft om binnenkort al ook enkele dagen hier te komen werken. Ik heb hem afgelopen maandag dringend gevraagd om daarmee te wachten tot ik over ruim een maand weer naar Maastricht ben afgereisd.

Voor wie daarin geïnteresseerd is, ik kom hier na carnaval niet meer terug, heb ik besloten. Aan alles komt een eind, ook aan mijn halve jaren Las Palmas in de wintermaanden. Na vijftien winters, die eigenlijk geen winters zijn, moet het maar genoeg zijn.

Mag ik nog eens terugkomen op de woning op Luis Morote 21, boven "Besito Volao", die te koop staat? De eigenaar, die ik maar Negonzo zal noemen, omdat de aak lang gelegden Negonza heette, is echt helemaal holderdebolder van de a.s. verkoop. De kleine brede man, een Jerommeke voor wie van Suske en Wiske is, vind ik echt een controlefreak. Hij doet de bezichtigingen zelf. Ik heb intussen een paar keer iemand met hem de woning in zien gaan en dan blijkt maar weer eens hoe overdreven veel hij aan het woord is om zijn waar aan te prijzen. Uiteraard moeten de bezoekers noiet alleen op een hoog, maar ook op het plat dak op twee hoog een kijkje nemen. Na afloop zie je hem dan steeds verwoed het plat dak weer aanvegen.

Om 4 uur heb ik mijn deur naar de tussenruimte open en hang een beetje over het balkon, want Sonia is in aantocht. Als het kwart over is, zie ik haar nog steeds niet verschijnen. Hoe kan dat, mijn Sonia heeft het nog nooit laten afweten. Een keer eerder heeft ze mij geappt dat ze toch niet op vrijdagmiddag kon komen wegens een andere afspraak, maar vond ik het goed, als ze dan op de zaterdagmorgen kwam.
Als het me te lang duurt, ga ik maar eens naar beneden om de wifi op mijn telefoon te bekijken. Blijkt ze me ´s ochtends al te hebben gemaild dat ze ziek is en daarom liever een paar dagen later komt. Is a.s. maandag om 4 uur misschien een mooie tijd om te komen poetsen? Dan bedenk ik in mijn antwoord het woord "beterschap" en kan er helaas niet opkomen wat dat in het Spaans is. "Salud" is me te ver af en ik moet het opzoeken. Iets met "mejorar'?
Mijn woordenboek komt met de uitdrukking "¡Que te mejore!", ook wel "¡Que te alivie!". Die laatste verzuchting is mij onbekend. "Aliviar" is verlichten en "aliviarse" opknappen. Ik app haar dat "¡Que te alivie!", dat je weer moge opknappen, en kijk ernaar uit om haar a.s. maandag (in de) weer te zien. De "fregosuelos", het spul om ze me gevraagd heeft te kopen, om de vloertegels overal in de woning te dweilen, is in huis.

Intussen heb ik ook een uitgebreide e-mail van Trudie binnen over de uitvaart, rouwdienst ("funerales", meervoud) van Greetje, donderdagmiddag. Het was best druk, zo'n 160 aanwezigen. Een deel moest noodgedwongen zelfs genoegen nemen met een tweede kamer met een scherm. Om Greetje's kist lagen zeker twintig grote bloemstukken en dan nog de nodige boeketten en losse bloemen.
Van mijn familie waren Eva, Jan Willem & Lux er, Ton & Marion en ook Marc & Floortje. Wil & John hadden eveneens de reis naar het uitvaartcentrum in Leiden gemaakt. Voor en tussen de verschillende sprekers, was er klassieke muziek, nummers die Greetje zelf had uitgekozen en die ze eerder ook op de piano gespeeld had. Aan het woord kwamen vriendin Liesbeth, die ook iets van Greetje zelf voorlas, dan een neef van Greetje, vervolgens de voorzitter van Merlijn (Leids Historisch Dispuut) en de directrice van de Nederlandse Loterijen (waar Greetje lang gewerkt heeft). De laatste spreker was Harry, die over zijn 28 jaar met Greetje vertelde en daarbij ook met de nodige anekdotes kwam.
Achter Harry aan liepen Trudie en de anderen daarna naar een ruimte voor een "gezellig samenzijn". Daar werden boterhammen geserveerd, saucijnenbroodjes, zelfs bitterballen, terwijl ook alle mogelijke drank klaar stond. De uitvaart begon om zeg kwart voor 2 en ongeveer om half 5 ging iedereen weer weg, Trudie ook. Harry is door Liesbeth terug naar de flat op de Frans Halslaan in Oegstgeest gebracht.

Op de zaterdagmorgen begin ik hier in Las Palmas met nog eens te constateren dat ik sinds mijn terugkeer naar "hiero" de Canadese zwerver niet meer heb waargenomen. Ik heb het dan toch over al ruim twee weken. Wat ben ik blij dat de onverlaat met de stem als een kolenschop weg is. (Maar wat niet meer is, kan best nog weer terugkomen, lispel ik vervolgens.)

Als de volksmuziek gestopt is en ik mijn haren gewassen heb, is het tijd voor mijn eten, om 1 uur. Het is deze keer, naast mijn groente, vooral gebakken ei (drie stuks) met de nodige oude kaas erop gebakken. Dat is nog eens een vegetarische lunch van formaat!
Of het zo moet zijn, heb ik op het einde veel meer "uitsmijter" per stukje brood dan in het begin. Zou dat een karakerrtrek weergeven? Heeft iemand de mensheid wel eens ingedeeld in vroege genieters, de middengroep en de mensen die zoals ik het lekkerste eten graag tot het laatst bewaren, om vervolgens uit te zoeken of er een relatie is met bijv. intra- en extraversie of de mate van verlegenheid?

's Avonds laat denk ik: het is wel zaterdagavond, dan kan ik niet al om half 11 of zo mijn bed in kruipen. Dus kijk ik dan nog een film van bijna een uur af over de "Gipsy Kings" (met een saluut aan Marcel). Bij het begin bvan de burgeroorlog in 1936 is de zigeunerfamilie Reyes, met aan het hoofd flamencozanger José Reyes, vertrokken uit Catalonië en verkast naar het Franse Arles (Rue des Douaniers). Later zijn diens zonen de "Gipsy Kings" begonnen, terwijl de bijbehorende dames er vooral zijn voor het huishouden en het dansen. Dan voegt zich een drietal mannen Baliardo bij de groep, ook zigeuners. De verdeling wordt daarna een beetje: de Reyes vooral voor de zang en de Baliardos voor de gitaarbegeleiding.
De "Gipsy Kings" worden in de jaren 90 wereldbekend met hun nummer "Bambolero". Persoonlijk ben ik bovenal gecharmeerd van hun Spaanstalige versie van "Hotel Califorrnia". Hun muziekgenre zit ergens tussen flamenco en rumba in.

Op zondagmorgen mag ik constateren dat het carnavalspodium op Santa Catalina al aardig in de steigers staat. Ook de mega-tribune vlak voor La Alemana is er al. De bushokjes vlak achter het hek komen er maar bekaaid af. Ik zie, net als in de vorige winter, een opa die roept"Cuídate a lo grande". Met dat "grande" bedoelt hij griep en in de pil die hij aanprijst: "Pharmagrip forte", zitten maar liefst drie chemische stoffen om de eventuele griep enigszins buiten de deur te houden: paracetamol, fenilefrine en chloorfenamine.
Veel overdrevener vind ik een reclame om kinderen die niet goed kunnen zien, weer het licht in de ogen te gunnen. De aanprijzing komt van een groep genaamd "tengobajavisión" met op de affiche een zielig kindje met een button op zijn trui. "Si necesito tu ayuda, tenlo la cuenta", als ik je hulp nodig heb, neem dan je verantwoordelijkheid. Staat dat er echt? In dat geval zou ik zeker niet mijn portemonnee trekken.

's Avonds zit ik op de boulevard inderdaad opnieuw te genieten van Maarten Spanjer op mijn koptelefoon. Als hij het over de bioscoop op de Middenweg in Amsterdam-Oost heeft, niet zo ver van "De Meer", het oude Ajax-stadion, vraag ik me af hoe die bioscoop ook al weer heette. Ik ben er halverwege de jaren zestig, toen ik daar vlakbij woonde, vaak genoeg langs gelopen en op zondagavond was de film daar ook wel eens een buurt-uitje voor me, net als naar het klaverjassen kijken bij café Sport bij mij tegenover op de Linnaeusstraat.

Dan is het alweer maandag, verzenddag van deze brief. Nog een maand, beste lezers, en dan ben ik weer fulltime in Nederland, te beginnen met "die drei daog". Voor wie meer in het heden is geïnteresseerd: ik denk dat ik vanmiddag al – als Sonia aan het poetsen is – weer een begin ga maken aan een nieuwe brief, de dertiende. Die hoop en verwacht ik op de internetbus te doen op maandag de 27ste, de dag dat mijn oudste kleindochter Lux al weer 10 wordt.
Ik hoop maar dat ik ook de komende week geen klachten over jullie krijg, anders zwaait er wat. Probeer er het beste van te maken en wie weet, ken je de nieuwe prins carnaval wel, als die a.s. zondag op de Markt wordt ingezegend door de Tempeleers. Ik wens jullie alle voorspoed en geluk en tot ziens maar weer, hasta luego, PaulK.

BOEKENBIJLAGE

Mijn eerste boek - of is het het enige deze keer? – is er een van A.J. Kazinski. Als ik op de Wikipedia naar meer informatie over de schrijver of schrijfster zoek, kom ik uit bij een Deens schrijversduo: Anders Klarlund (geboren in 1971) en Jacob Weinreich, een jaar later geboren. Het zijn nog relatief jonge gasten en het boek dat ik op mijn e-reader heb zitten lezen, is alweer hun derde: De Herboren Moordenaar" uit 2016. Het speelt in Kopenhagen en omgeving.
Politie-onderhandelaar Niels Bentzon van de anti-terreureenheid wordt opgezadeld met een aparte taak. Hij gaat undercover naar een forensisch psychiatrisch centrum voor hopeloze criminelen, om daar als zogenaamd nieuwe patiënt om uit te zoeken wie de leidende psychiater van het centrum, ene Christian Paludan, vermoord heeft. Dat zou gebeurd zijn met het uiterst pijnlijke, maar ook dodelijke gif van de gevlekte scheerling (waaraan ook Socrates overleden is). Zijn vrouw Hannah, astrofysica, gaat in dezelfde tijd met andere sterrenkundige op studiereis naar Chili om daar een kijkje nemen door de grootste telescoop ter wereld. In de inrichting is Niels Bentzon vooral uit op meer informatie over ene Richard Juhl, De Schaar, en nog meer over het hebben en houden van Salomon Gašpar, "De Portugees", ook wel "De Hoteleigenaar" genoemd.
Er is nog een tweede verhaallijn. Die gaat over drie jonge studenten in het Engelse Oxford in 1939. Zij hebben een manuscript over Socrates van 2500 jaar geleden gevonden, maar dat is hun afgenomen door hun professor. Ze stelen het terug, waarbij een van hen, Alxander, de professor doodknuppelt en de vrouw van de professor alleen Michael te zien krijgt. Dan besluiten de drie studenten om in Londen met hetzelfde gevlekte scheerling zelfmoord te plegen. Vervolgens blijkt alleen een van hen, Michael, eraan te bezwijken, terwijl de andere twee, Alexander en Rachel, de dans ontspringen.
Laat ik niet alles hier gaan verklappen, maar wel nog vertellen dat Niels Bentzon met de hulp van zijn baas Leon en zijn vrouw Hannah de dader, Salomon Gašpar, uiteindelijk wel te pakken krijgt. Is die "Hoteldirecteur" de reïncarnatie van de in 1939 overleden Michael Bedford?
Als reïncarnatie in een boek een rol van betekenis speelt, trek ik haast automatisch een puntje van mijn recensiecijfer af. Aan de andere kant is "De Herboren Moordenaar" wel een boek waarmee ik het schrijversduo (A.J. Kazinski) best mag feliciteren. Het verhaal is van het begin tot het einde echt spannend en het verbaast me niks dat er recent ook nog een film van gemaakt is. Dus kom ik nog steeds uit op een glorieuze 8 voor dit boek. De eerdere twee boeken van A.J. Kazinski, die ik ook op mijn e-reader heb staan, zullen er t.z.t. zeker ook aan moeten geloven.

Gelukkig maar, ik heb nog een tweede boek voor jullie ter bespreking: "A Simple Act Of Violence" van R.J. Ellory uit 2008. Ik heb het in het Engels op mijn e-reader staan. De schrijver komt uit Engeland, maar zijn boeken situeer ik steeds in de V.S. Dit verhaal speelt nagenoeg helemaal in hoofdstad Washington D.C. en speelt in het najaar van 2006.
Robert Miller is rechercheur in het tweede district van de stad en krijgt de moord op ene Catherine Sheridan op zijn bordje. Ze is gewurgd (maar blijkt wel ook terminaal longkanker onder de leden te hebben) en heeft een lint om haar nek en ruikt naar lavender. Robert Miller en ook zijn maat Al Roth vinden maar geen aanknopingspunt, ondanks al hun inspanning, Wel vinden ze drie eerdere recente gevallen van wurging in Washington van vrouwen onder dezelfde omstandigheden. Eindelijk komt er een kleine doorbraak, als de zwarte Natasha Joyce Catherine Sheridan meent te herkennen van vroeger, maar dan wordt ze wel vlak erop ook omgebracht. Hoe loopt de zaak uiteindelijk af en komt Robert Miller nog toe aan een Joods ontbijtje bij zijn onderburen?
Tussendoor krijgen we in cursieve taal een beeld van de mogelijke dader, ene John Robey, die in de tachtiger jaren in Nicaragua voor de Contra's mensen vermoordt, samen met ene Dennis Powers en op de achtergrond de al genoemde Catherine Sheridan (en daarmee de zogenaamd communistische regering van Sandinisten probeert omver te werpen). John Robey is van de CIA, zoals zijn bazen Don Carvalho en Lawrence Matthews. In die tijd komt een hele vracht cocaïne vanuit het land de VS binnen en worden de Contra's als tegenprestatie van wapens voorzien. Zit de CIA daarachter en is dat echt geoorloofd? Ook na Nicaragua zou de aanvoer van drugs door dezelfde CIA omvangrijk blijven als geldbron voor haar rol bij allerlei brandhaarden in de wereld.
Moet ik nog meer kwijt of mag ik het hierbij laten? Laat ik in ieder geval de naam van forensisch pathologe Marilyn Hemmings hier nog noemen, omdat ze zo normaal blijft doen, en van kinderen als Sarah en Chloe die er toch maar mooi klaar mee zijn dat hun ouders vermoord zijn.
Ik vind "A Simple Act Of Violence" een prachtig boek, heel spannend en ook uit het leven gegrepen (ik ben zelf in Nivcaragua geweest). In het verlengde daarvan houd ik vol dat R.J. Ellory een van de beste thrillerschrijvers is die er momenteel op de aarde rondlopen. Ik beloon zijn boek met een 9- als recensiecijfer en ben blij dat ik er op mijn e-reader nog steeds een te gaan heb.

maandag 13 januari 2020

Weblogbrief 15.11, 13 januari 2020

Weblogbrief 15.11, 13 januari 2020

Queridos amigos y familia, geloof het of niet, maar ik ben weer helemaal op mijn gemak op mijn eiland. Wat is Gran Camaria en dan vooral Las Palmas toch een zegen, als je net een paar weken winters Maatricht (met het reuzenrad) achter de kiezen hebt. Trots als een pauw loop ik hier weer rond.

Uiteraard willen jullie weer weten hoe het mij de afgelopen week vergaan is, in detail graag. Dus ga ik snel terug naar mijn bus 12 op Santa Catalina op de zevende. Daarin tref ik een chauffeur aan, van de vrouwelijke kunne, die ons instappers al te hartelijk begroet. Ze zingt ook luid mee met het liedje dat ze op de radio op heeft staan. En paraat even later ovedreven geanimeerd door haar achteruitkijkspiegel met iemand die bij de eerste uitgang staat. Is ze aan de manische kant, "una maniaca"? Een verkeerde draai aan het stuur is snel gemaakt en wie zit vooraan, bij de ingang? Ikke! Als daar maar geen ongelukken van komen. Ik ben een blij mens, als ik "la chofera" ook wel conductora", een half uur later bij de universiteit kan lossen.

Intussen ben ik wel nog een mooie reclame tegengekomen, eigenlijk op Santa Catalina al. Vlak daarbij is het grote casino en natuurlijk is dat in voor een goed woordje: "Tú decides dónde probar tu suerte de hoy", jij maakt (zelf wel) uit waar je vandaag je geluk moet beproeven. Je zou haast vergeten dat casino's er vooral voor zijn om ons het papiergeld uit de zak te kloppen. Echter, het schijnt dat je er ook lekker kunt eten voor weinig geld.

Op de universiteit doe ik allererst weer eens mijn ding in een nagenoeg lege gang, zowel aan mijn kant als aan de overkant op twee hoog. Alleen Adriana komt later nog even buurten, mij een "próspero año" wensen. Dat is uiteraard wederzijds.
Dan begin ik met maar eens te kijken of Harry nog nieuwe muziek op zijn website heeft staan. Nieuwe popartikelen of andere stukjes zijn er niet, begrijpelijk met zijn verdriet thuis. Godswonder vind ik wel enkele nieuwe clips, ook een prachtige "Harry Lime Theme" van Anton Karas, speciaal geschreven voor de film "The Third Man" uit 1953. Via de "zijlijn" rechts van de YouTube clip kom ik uit bij het ene na de andere andere nummer van de zitherman uit Wenen, vaak samen met de twee "Rudis". Vooral naar nummers van het minstens driedelige "Viennese Bombons" uit 1958 zit ik met plezier te kijken en zowaar laten zelfs een paar nummers van componisten klassieke muziek me niet onberoerd. Ik heb twee CD's van de man op mijn Verbatim schijf staan, maar wat is er op tegen om in Maastricht mijn collectie Anton Karas weer eens uit te breiden. Terzijde, zou de clip van Anton Karas te maken hebben met het laatste reisje van Harry en Greetje naar o.a. Wenen?
Op het internet kijk ik vervolgens nog eens naar (opnieuw) Alex Roeka. Bij De Wereld Draait Door heeft Huub van der Lubbe eens een ode aan de man gebracht en geloof het of niet, Alex Roeka zelf heeft ook eens een liedje gezongen voor het programma. Ik kijk nog eens diverse clipjes van de man af, ook van zijn nieuwe CD "Rauwe Genade". Die CD staat vooraan op mijn verlanglijstje.

Toen ik in Amsterdam was, op de eerste dag van de winter, ging ik samen met Jan Willem boodschappen doen in eeen biolgische supermarkt op de Beethovenstraat. Onderweg erheen vond hij dat ik in mijn nieuwe, in Las Palmas aangeschafte mocasins wat je noemt echt slofte. Eerst raadde hij me aan om een kleiner maat schoenen te kopen. Toen dat niet in goede aarde viel, was zijn advies om in ieder geval dan sokken aan te trekken. Zelfs dat kon ik hem niet toezeggen en als laatste redmiddel kreeg ik toen de tip om in ieder geval zooltjes in mijn schoenen te doen.
Ik heb daarmee gewacht tot nu. Dan valt me niet te binnen hoe zo'n inlegzooltje ook alweer in het Spaans heet. Dat wordt opzoeken: "plantilla". (In mijn Canarisch woordenboek vind ik vervolgens bij "plantilla" het regionale woord "vitola". Als ik dat weer terugzoek in mijn grote Spaanse dictionaire, kom ik uit bij sigarenbandje.)

Op de terugweg van de universiteit laat ik me uitdrijven tot aan het parkje met het kiosk-terras en het speeltuintje. Daar zit ik, met allerlei kinderen met recent door Baltasar en consorten verstrekte speelgoed om me heen, goedmoedig te lezen in mijn eerste boek van de week. De bibliotheek vlakbij is alleen 's morgens open, maar vanaf donderdag 16 januari kan ik er ook s avonds weer terecht. Als alternatief loop ik om een uur of 7 eens naar de Juan Rejón en vandaar naar de Naval erachter. Op nummer 229A zou ook een stadsbibliotheekje liggen en waar is dat precies? Ik word verondersteld naar rechts af te buigen, maar geef het op, als ik op het plein veel verder, de plaza Ingeniero Manuel Becerra bij het begin van de bussen, nog steeds niet op het nummer aangekomen ben.
Op het bussenplein zijn een paar cafés. Bij een ervan, de "Like Bar", lees ik een opschrift: "En esta vida todos son pasajeres menos el chofer". In dit leven zijn we allemaal passagiers, behalve de chauffeur.

Terug in de drukkere buurt bij Las Canteras zit ik eerst mijn tijd te verdoen op een bank bij NH Imperial. Daarna meld ik me als klant bij de HiperDino bij La Puntilla. En wat zie ik daar in de schappen liggen: een nieuw blikje van Fanta, van de CocaCola Company, nog wel in de "sin azúcar añadido" variant. Het gaat om "piña" oftewel "ananás" en uiteraard neem ik een paar blikjes mee om thuis eens te proberen. Lekker! Zou hetzelfde spul ook te krijgen zijn in een mega-verpakking?

Het eerste dat mij opvalt, als ik op de woensdagmorgen over het balkon naar de overkant kijk, is de aankondiging dat de bovenwoning van "Besito Volao" met plat dak, op Luis Morote 21, nu te koop is. Ik zal jullie de details besparen, maar opmerkelijk vind ik het wel, heel opmerkelijk. Eigenlijk zou ik binnen best eens een kijkje willen nemen, maar mijn woning in Maastricht definitief verruilen voor dit optrekje, dat zie ik mezelf toch niet doen.
Zou de plek wel geschikt zijn als mijn nieuwe tweede woning? Ik vrees dat ook daarvoor mij de centen ontbreken. Om mij heen mogen in Maastricht mensen roepen dat ik bepaaald niet armlastig ben – dat ben ik ook niet - maar voor wie van de hoed en de rand weet: het is geen echte vetpot. Daarbij komt dat mijn familie en belangrijke kennissen nou eenmaal in Nederland zitten en niet in dit subtropisch paradijs in Afrika.
Zelfs een simpeler flat kopen, zoals die op vijf hoog in het gebouw ernaast op nummer 19, ook "se vende", zie ik helaas niet zitten.
Laat ik maar weer eens mijn koffievoorraad "arábico" uit Kenia gaan aanvullen bij "mijn mannetje" in de Mercado Central. In één moeite door zal ik dan ook een "paquete té" van de firma Ship meenemen: "25 filtros, el placer de tomar.".

Afgelopen zomer kijk ik een paar keer ´s avonds laat naar Pink Pop en dan valt mijn oog (en oor) op The Cure, een Engelse groep met aan het kanon Robert Smith. Is het punk of iets dat uit punk is voortgekomen? Met name hun nummer "A Forest" staat me van het optreden nog levendig bij. Als vanzelf ga ik daarna op zoek naar een CD waarop ik het betreffende nummer kan terugvinden. Het wordt er een uit 1990, die in 2018 nog eens is opgepimpt, "Mixed Up". In hetzelfde doosje zit een tweede CD met een aantal remixes uit de periode 1982-1990 en of het niet op kan, nog een derde met "Torn Down Extras". Vooruit, laat ik het niet te gek maken en alleen CD 1 hier uitspellen. Ik kom tot de volgende elf liedjes:
01.Lullaby
02.Close to me
03.Fascination Street
04.The walk
05.Lovsong
06.A Forest (daar is-t-ie)
07.Pictures of you
08.Hot hot hot!!!
09.The caterpillar
10.Inbetween days
11.Never enough
Die Robert Smith met zijn "The Cure" heeft een hoop noten op zijn zang. De hit "A forest" valt bij mij al zo'n dertig jaar jaar in de smaak, getuige ook de recente versie op Pink Pop. Bovendien, wat vinden jullie op deze CD van bijv. de nummers 1, 3, 5, 7 en 10? Daar is weinig of niks op af te dingen, toch? Als het op deze manier doorgaat, word ik nog eens een fan van punkmuziek.

Op de negende begin ik met Eva te feliciteren met haar (alweer) 43ste verjaardag. Ik doe dat om 9 uur, dan is het in "Holanda" 10 uur, het tijdstip waarop ze die dag destijds het levenslicht heeft gezien.
Terug op het "honk" ben ik helemaal klaar voor mijn eerste bak koffie, als ik op de keukenvloer een kakkerlak zie liggen, weliswaar kastje wijlen, maar toch. Het is al de tweede die ik deze maand in mijn woning aantref, ook nu weer in de keuken. Mijn vermoeden is dat er ergens achter de wasmachine een klein nest zit, bij de buren? En dat er heel en toe eentje door een gat in de muur bij mij komt buurten. Omdat ik geen onafgesloten etenswaren in huis heb, geeft zo'n beest na een tijdje zoeken en niks van zijn gading vinden de geest.

In de boekwinkels ligt de (auto)biografie van Mariano Rajoy prominent in de schappen. Nu bij de laatste verkiezing een andere Christen tot voorman van de Partida Popular is gebombardeerd en Pedro Sanchez nu de minister-president mag spelen, is de rol van Mariano Rajoy, denk ik, uitgespeeld. Dus is het nu tijd voor hem om zijn portemonnee te gaan vullen. Zijn boek: "Una España Mejor" zou ik best eens willen lezen. Wie weet, komt er nog een Engelse vertaling van uit.

Ik kom op de vrijdag terug op een bijschrift bij Harry's clip van 6 januari: "Vandaag is het 28 jaar geleden dat ik Greetje voor het eerst ben tegengekomen." Zit daar het verhaal achter dat Greetje nu aan haar einde is?
Gisteravond appt Trudie me dat Greetje's zelfgekozen dood zeer nabij is. Ze heeft dat van Tonnie van Kalken gehoord, die het weer van Eva heeft. Ik persoonlijk weet nog steeds van nul komma niks, maar het lijkt me in ieder geval niet het moment om nu acuut met Harry te gaan bellen of e-mailen. Die is, denk ik, nu absoluut niet bij eventuele ophef van mij.
Vrijdagmorgen belt Trudie met het verhaal dat Greetje in de afgelopen nacht overleden is. Eevn later lees ik een mailtje van Harry met dezelfde boodschap. Ik ben er stil van.

Dan kies ik ervoor om als hommage aan mijn overleden "cuñada" een CD op te zetten die zij hopelijk wel had kunnen waarderen: "Sí" uit 2018 van de blinde Italiaanse aria-zanger Andrea Bocelli. Hier zijn ze zestien nummers van de CD:
01.Ali di libertà
02.Amo soltante te (+ Ed Sheeran)
03.Un'anima
04.If only (+ Dua Lipa)
05.Gloria, the gift of life
06.Fall on me (+ Matteo Bocelli)
07.We will meet once again (+ Josh Groham)
08.I am here
09.Vertigo
10.Vivo
11.Dormi dormi
12.Ave Maria pietas (+ María Garifullina)
13.Meditation
14.Miele impuro
15.Sono qui
16.Ali di libertà
Er zit N.B. best het nodige Engels/Amerikaans in de nieuwe serie Italiaanse classics van de man. Het is mij als niet geschoolde niet gegeven om hier nog weer eens speciale nummers omhoog te gaan praten (zoals aria 3). "Sí" van Andrea Bocelli wil ik best een aantal keren van voren naar achteren afluisteren.

's Avonds kijk ik naar de film "Abre Los Ojos", open je ogen, van regisseur Alejandro Amenábar. Liefhebbers van diens filmoeuvre dan wel fans van actrice Penelope Cruz zullen hem ongetwijfeld kennen. Zij speelt de rol van de jonge vrouw Sofía, die verliefd wordt op César ( Eduardo Noriega). Die laat zich overhalen om zich door ene Nuria naar huis te laten rijden en dan krijgten ze een ongeluk. Zij overlijdt en hij houdt er een mismaakt gezicht aan over. Kan dat nog gerepareerd worden door de medische stand?
Ik vind het maar een film van niks, ook al kan ik hem met Engelse ondertitels bekijken. Ik was al geen fan van Alejandro Amenábar en "Abre Los Ojos" DVD kan nu op het stapeltje: nooit meer opnieuw zien.

Doodse stilte of niet, het leven gaat gewoon door. Bi de lunch op de zaterdagmorgen/middag doe ik o.a. een beroep op "pechuga de pavo" voor op de boterham. "Pechuga"staat voor borst en "pavo" voor kalkoen. Kalkoenborst, dat zou in Nederland eerder een voorgerecht kunnen zijn voor de feestmaaltijd op Eerste Kerstdag. Voor mij als iemand van de Lage Landen zit "pavo" een beetje in de categorie "pauw" en "fazant". Hier is "pavo" veel alledaagser dan bij ons, gewoon broodbeleg zoals chorizo, boerenpaté en kaas. Het is een "crema de untar & dipear", een smeerseltje dat je ook als dipsausje kunt neerzetten.
Terzijde, verwar dat "pavo" niet met "pato", eend. Van "pavo Donald" hebben ze hier nog niet gehoord, wel van "pato Donald", Donald Duck. Er zijn trouwens nog veel meer woorden die iets van "pavo" weghebben. Denk eens aan "Paco" (Frans), "pago" (betaling), "palo" (paal), "paro" (staking), "paso" (doorgang) en "payo" (boers). Zelf heb ik – helaas, maar waar – een beetje een "papo" (ook wel papado genoemd). Dat is Algemeen Beschaafd Spaans voor een onderkin. Die onderkin (in het Spaans heeft het iets van pap) heb ik mede, denk ik, omdat ik al in de 70 ben en het rustig aan doe, "tengo papo".

Overdag ben ik nog steeds een verwoed lezer, vooral van thrillers. Echter, in de avonduren – na mijn wandeling door de straten van Las Palmas – wil ik ook wel eens wat anders. De afgelopen dagen ben ik daarvoor uitgekomen bij stukjes van Youp van 't Hek, zoals die verschenen zijn op zijn twee CD's "Onderweg Met Youp" uit 2009.
Het gaat op de dubbelplaat om in totaal twintig verhaaltjes, van zo'n vijf minuten per stuk, die - vermoed ik - niet afkomstig zijn van zijn columns in de NRC op zaterdag. Ze zijn bij mijn wten niet geënt op recente gebeurtenissen, ook niet politiek gekleurd, maar hebben een meer algemene strekking (wat is dat nou weer?). Laat ik ze vooral niet hier een voor een gaan behandelen, daar zijn ze me te energiek, te Youp voor. O.a. droom ik weg bij "Golfballetjes", "Ikea", "Rouwclown" en "Kapper". Helaas, de afkeer van Youp voor "Buckler" of van zijn contact met een telefoonbedrijf vind ik niet terug. Aan de andere kant, wie eens onbedaarlijk wil gniffelen over de fratsen van de kleine man, zou de dubbelCD zeker eens kunnen lenen bij de stadsbibliotheek in Maastricht, aan Plein 92.

Op de zondagmorgen - uitslapen! - mag ik weer eens naar de rommelmarkt, achter Santa Catalina. De gemeente is al begonnen met de voorbereiding voor het gereed maken van het grote carnavalspodium. Vanaf morgenvroeg gaan er vooralsnog ook geen bussen meer over het plein en ben ik aanwezen op een halte eerder of later van mijn bus 12.
Op de hoek bij de taxi's zie ik een groot affiche van Yoigo, een smartphone-provider. ¿Sabes quién tiene la fibra más rápido? Piensa un poco..." Pienso, luego yoigo". Dat "fibra" zal wel slaan op vezel, glasvezel. Is "Yoigo" is de snelste, wint die de 100 meter?
Zal ik er nog een doen? De firma van Cinfatos kondigt zichzelf aan met: "Si esta es tu tos, esta es la solución", als je last hebt van hoesten, is dit de oplossing. Of het spul echt slijn oplost, "expectorante" is, staat m.i. nog wel te bezien.

Afgelopen maandag – zie boven – leerde ik dat inlegzooltjes in Spanje "plantillos" heten. Op de rommelmarkt zie ik ze liggen, als ik langs een kraam loop met allerlei snuisterijen. De "plantillas" (ook nog eens "antibacterias", bedoelt men tegen het zweten?) zijn van de fabriek "Naturaleza". En al opgebruikt zijn ze niet, ze zitten nog keurig in de verpakking, zelfs in mijn kleur donkergrijs. Erbij staat ook nog: "Cuidamos sus pies", wij letten op jullie voeten. Natuurlijk schaf ik me een setje aan. Op de verpakking lees ik dat ze het beste tot hun recht komen, als je ze geregeld uit je schoenen haalt om te luchten. Of ik zo ver wil gaan, betwijfel ik zeer, maar aan mijn voeten, in mijn Fluchos mocasins, zitten ze heerlijk. Jan Willem kan tevreden zijn met een schoonvader, "suegro", met zo'n zooltjes.

Op de maandagmorgen vraag ik me in alle vroegte af welk boek ik nou eens zal gaan lezen. Eentje van de Deen A.J. Kazinski? Hoe dan ook houd ik voor jullie het wie en wat geheim tot ik mijn nieuwe boek uit heb en mijn commentaar heb gegeven, in mijn volgende brief. Die kunnen jullie over precies een week verwachten, op maandag 20 januari 2020.
Van Ton hoor ik dat het met het winterweer in Maastricht heel erg meevalt. Helaas, dan zal ik iets anders als uitlui moeten bedenken. Weet ik vandaag niks? Dan zullen jullie het voor een keer zonder mijn goedbedoeld advies moeten doen om de week fluitend door te komen. Tot ziens maar weer, hasta luego, PaulK.

BOEKENBIJLAGE

Philip Kerr is niet meer. Omdat ik een "aficionado" van zijn boeken ben, probeer ik de diverse boeken die ik nog niet gelezen heb, alsnog te krijgen of in ieder geval nog te lezen. Vorig jaar heb ik jullie op mijn website verrast met een voetbalroman van hem: "De Transfermaand". Daarin lost de nieuwe manager van voetbalclub London City, de zwarte Scott Manson, de moord op zijn voorganger João Zarco. De nieuwe thriller uit de voetbalwereld, uit 2015, heet "De Hand Van God", "Hand Of God" in het Engels. Voor een verklaring wordt verwezen naar Diego Maradona's "Hand van God" tegen Engeland in 1986 en ook naar een standbeeld van Zeus in een Atheens museum. Dat is trouwnes de plek waar het verhaal zich bijna alleen afspeelt.
London City, de club van Viktor Sokolnikov met Phil Holday als voorzitter, moet het opnemen tegen Olimpiakos in de voorronde van de Champions League. Trainer Scott Manson, zijn assistent-trainer Simon Page en niet te vergeten de elf die het voor de club op het veld moeten doen, onder wie aanvoerder Gary Ferguson, nieuwkomer Prometheus Adenuge en sterspeler Bekim Develi, voorzien een heel spannende wedstrijd. Daar gaan we. In de uitwedstrijd maakt London City ster Bekim Develi al na vijf minuten een mooi doelpunt, 0-1, maar ligt dan even later morsdood in het gras. Is het een hartinfarct? De Engelse club speelt de rest van de wedstrijd abominabel en verliest uiteindelijk met 4-1. De spelers en staf kunnen vervolgens niet terugkeren naar Londen, vanwege de nog onopgeloste dood van Bekim.
Er komen intussen diverse andere mensen in beeld: o.a. de escortdames Valentina (Svetlana) en Natalia, voorzitter van Olimpiakos Hristos Trikoupis en spelersmakelaar Kojo Ironsi. Scott Manson wordt steeds meer de amateur-rechercheur naast politieman Ioannis Varouxis. Dan staat de week erop de return op het programma, die vanwege het niet kunnen terugvliegen wordt gespeeld in het bouwvallige stadion van Panathinaikos, de andere topclub van Athene,. Herstelt London City de schade alsnog? En wordt de moord op Bekim Develi en daarna ook Natalia gewroken?
Terzijde, weten jullie waar "malakas" voor staat? Met kikkererwten en "hummus" heeft het woord niks van doen.
Philip Kerr heeft met zijn "Hand Of God" uit 2015 een mooi vervolg gegeven aan zijn eerdere "Transfermaand". Voor het boek heft hij zich prima gedocumenteerd, zowel wat betreft kennis van de oude Grieken als ook over de voetbalwereld anno nu. Het verhaal steekt goed in elkaar, maar echt spannend vind ik het helaas weer niet. Het gaat terug in de kast met een 7½ als recensiecijfer.

Gaan we naar boek #2, "Alles Verloren" van Roel Janssen. Enigszins miskend vind ik deze Nederlandse schrijver. Ik plaats hem vanwege zijn eerder boeken graag op de hoogvlakte, waar erkende Nederlandse thrillerschrijvers zoals Thomas Ross en René Appel over een welverdiende zitplaats beschikken. Dit boek is uit 2017 en speelt nou eens niet in Nederland, maar vooral in Marmaris, op Rhodos en andere Turkse en Griekse eilanden. Het gaat over de vluchtelingen crisis.
Als hoofdpersonen noem ik hier Tessa Insinger en Mortimer Daries. De Nederlandse Tessa, halve journaliste, wil eruit en begint een zeilbootverhuurbedrijfje (met haar als kapitein) opn de Cariben. Vervolgens gaat ze met de Britse fotograaf Mortimer op reportage naar het vluchtelingengebied bij de grens tussen Turkije en Griekenland. Ze vissen met zijn tweeën de 17-jarige Soumaya uit een gammel rubberbootje, de enige overlevende nadat het bootje met vluchtelingen in foute reddingsvesten is omgekieperd. De foto's en begeleidende tekst komen op het internet en Soumaya, "het meisje met de groene ogen", wordt een begrip. Tessa en Mortimer gaan zich nu echt met het vluchtelingenvraagstuk, vooral vanuit het Midden-Oosten, inlaten en komen zo o.a. ook Henrique Cifuentes tegen (totdat die wordt vermoord). Tot de tegenpartij horen o.a. "De Advocaat" Özal Küçük (en zijn vrouw), de Lamme (met krukken) en projectmanager Güs Feldtmayer.
Intussen speelt ook Ivy Spencer haar rol, die in opdracht van een commissie van de E.U. op Cyprus een soort binnenkompunt voor vluchtelingen wil oprichten (vgl. Ellis island bij New York). Bewaking van de buitengrens van de E.U. zou veel meer zin hebben dan van de vele niet-bestaande grenzen binnen Europa. Waarom de E.U. 150 miljoen aan een kamp in Noord-Cyprus zou hebben uitgegeven, blijft een zet, waar Küçük en Feldtmayer garen bij spinnen. Op het eind treffen de kemphanen elkaar op een boot en wat er dan weer gebeurt?
Ik vind "Alles verloren" van Roel Janssen echt een goed boek. Het is spannend tot het einde toe en wat is erop tegen om het vraagstuk van de instroom van vluchtelingen uit het Midden-Oosten eens met een thriller op de agenda te zetten. Ik kom daarom uit op een volle 8 als recensiecijfer en wil best nog weer eens een ander boek van Roel Janssen gaan lezen.

En - het kan niet op - op zondagavond laat, bijna al vandaag de 13de, krijg ik nog een boek uit, nog wel eentje van 542 bladzijden. Ik heb het over "Gone Girl" van Gillian Flynn, in het Nederlands vertaald met "Verloren Vrouw". Het is uit 2012 en speelt hoofdzakelijk in Missouri, in het plaatsje North Carthage. Ik begrijp dat de schrijfster uit die contreien komt.
Eerst maar weer een synopsis. Het duo Nick Dunne en Amy Elliott, journalisten, heeft als schrijvers een mooi en druk leven in New York. Dan komen ze op straat te staan, als in 2008 de economische wereldcrisis ook de schrijverswereld treft. Ze verhuizen vervolgens naar een plaatsje in Missouri, Nick's geboortestaat, om diens moeder op het laatste stuk van haar leven bij te staan. Nick begint dan een café, samen met zijn tweelingzus Go. Ze zijn 34, Amy 38, en het koppel groeit steeds verder uit elkaar. Nick begint ook nog eens een verhouding met een meisje van 23, Andie. Amy zit vooral thuis en blijft teren op het succes van haar ouders, bekende boekenschrijvers die in een hele serie boeken vertellen hoe goed het met hun dochter "Amazing Amy" gaat.
Dan verdwijnt Amy op een morgen in het niets - nog zwanger ook? - en uiteraard krijgt de echtgenoot, Nick dus, de Zwarte Piet toegespeeld. Heeft hij haar vermoord? In ieder geval heeft er een hele hoop bloed van haar op de keukenvloer gelegen. Nick – onschuldig - wordt in de media zwart gemaakt, en verweert zich door in eigen tv-interviews de liefdevolle man te spelen. Intussen is Amy gewoon gevlucht en als ze blut is, gaat ze elders wonen bij een jeugdliefde van haar: Desi Collings. Dan wil ze liever weer terug naar Nick, vermoordt Desi en staat weer bij Nick op de stoep. Die is daar verre van gecharmeerd van.
Een eerder boek van Gillian Flynn – hoe heet het ook alweer? - heb ik zo boeiend gevonden dat ik Rocky van de zomer gevraagd heb om meer boeken van haar te downloaden. Dit boek, "Gone Girl", heb ik nu uit en ik vind het erg goed. Het krijgt van mij een 8½ als recensiecijfer: dat is nog eens hoog. Ik zeg jullie toe dat boeken van Gillian Flynn nog vaker aan de beurt gaan komen.